Schriftelijke vragen : De evaluatie van de Omgevingswet
Vragen van het lid Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de evaluatie van de Omgevingswet (ingezonden 16 juli 2025).
Vraag 1
Herinnert u zich dat de kern van de Omgevingswet bestaat uit het vergroten van integraliteit,
bestuurlijke afwegingsruimte en het optreden van overheden als één overheid bij fysieke
opgaven?1
Vraag 2
Deelt u de analyse dat de Wet versterking regie volkshuisvesting uitgaat van precies
diezelfde uitgangspunten die al in de Omgevingswet zitten? Zo niet, waarom niet?
Vraag 3
Ziet u de uitkomsten van de evaluatie van de Omgevingswet dan ook als belangrijke
graadmeter voor het succes van de Wet versterking regie volkshuisvesting straks?
Vraag 4
Kunt u aangeven in hoeverre de eerste monitoringsresultaten van de Omgevingswet laten
zien dat overheden op dit moment daadwerkelijk functioneren als één overheid en opgaven
integraal benaderen?
Vraag 5
Hoe ver staat u af van het bereiken van het beoogde en gewenste resultaat?
Vraag 6
Hoe verklaart u het gegeven dat gemeenten in 2024 in veruit de meeste gevallen hebben
gekozen voor het instrument van de BOPA, en veel minder voor planvorming via het omgevingsplan?
Vraag 7
Betekent dit niet dat de beoogde integraliteit wordt omzeild via tijdelijke oplossingen
zoals de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)?
Vraag 8
Is het juist dat veel van de nu vastgestelde omgevingsplannen technisch-juridische
omzettingen betreffen, en nog niet de integrale en strategische koers die met de wet
is beoogd?
Vraag 9
Acht u dit een risico voor de transitie naar de gewenste integrale gebiedsgerichte
aanpak?
Vraag 10
Ziet u hierin het risico dat overheden binnen de contouren van een nieuwe wet toch
zo lang mogelijk in een «oude wereld» blijven opereren omdat de daadwerkelijke transitie
in de praktijk moeilijker is dan wellicht vooraf voorzien?
Vraag 11
Is voorzien in het operationaliseren van de Omgevingswet nu (en de Wet versterking
regie volkshuisvesting straks) via een cultuurveranderingstraject?
Vraag 12
Bent u bereid een cultuuromslag actief te faciliteren?
Vraag 13
Kunt u bevestigen dat uit de rapportages blijkt dat participatie en samenwerking tussen
overheidslagen formeel worden benoemd in de wet, maar inhoudelijk en in de dagelijkse
praktijk nog nauwelijks worden ingevuld?
Vraag 14
Wat zijn hier belemmerende factoren en hoe kunt u die (helpen) wegnemen?
Vraag 15
Deelt u de zorg dat het risico bestaat dat we in de uitvoering van de Wet versterking
regie volkshuisvesting dezelfde vertraging en terugval naar oude werkwijzen gaan zien
als nu zichtbaar is bij de toepassing van de Omgevingswet?
Vraag 16
Bent u bereid om – vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet versterking regie
volkshuisvesting – actief te bevorderen dat bij de toepassing van de Omgevingswet
al gestuurd wordt op de werkwijze die nodig is voor die regierol en het samenwerken
als één overheid? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?
Vraag 17
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Indiener
Merlien Welzijn, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.