Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boswijk, Diederik van Dijk en Van Nispen over de berichten 'Gokgedupeerden’ willen hun geld terug van onlinecasino’s: maken ze een kans, ze drukten toch zelf op het knopje?' en 'Gokbedrijven weigeren gegevens te delen' Unibet die de weg naar de rechter voor gedupeerden blokkeert en traineert
Vragen van de leden Boswijk (CDA), Diederik van Dijk (SGP) en Van Nispen (SP) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de berichten ««Gokgedupeerden» willen hun geld terug van onlinecasino’s: maken ze een kans, ze drukten toch zelf op het knopje?» en «Gokbedrijven weigeren gegevens te delen» (ingezonden 27 mei 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Struycken (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 11 juli
2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2472
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ««Gokgedupeerden» willen hun geld terug van onlinecasino’s:
maken ze een kans, ze drukten toch zelf op het knopje?»1
2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Kunt u reflecteren op het feit dat gokbedrijf Unibet in de periode voorafgaand aan
de legalisering van de onlinekansspelmarkt in 2021 illegaal zeer actief was op de
Nederlandse onlinegokmarkt, waarbij duizenden gokkers geld hebben verloren en Unibet
hiervoor geen verantwoordelijkheid neemt?
Vindt u het wenselijk dat gokbedrijven zoals Unibet, PokerStars en Bwin, die jarenlang
illegaal online kansspelen hebben aangeboden in Nederland, hierna gewoon een vergunning
kunnen krijgen voor de Nederlandse onlinegokmarkt? Zo ja, kunt u dat toelichten?
Antwoord 2 en 3
Ik vind het onwenselijk dat partijen zonder vergunning kansspelen aanbieden. Bij illegale
aanbieders zijn geen waarborgen voor de bescherming van spelers. Dit heb ik eerder
aangegeven in de beantwoording van Kamervragen, gesteld door de leden Van Nispen en
Bikker op 14 januari jl.3 Een belangrijke reden voor legalisering was om spelers waarborgen voor veilig spel
en bescherming te kunnen bieden.4 Door de regulering van de online kansspelmarkt zijn er nu wettelijke normen waar
vergunninghouders zich aan dienen te houden. Ook kan daardoor de Kansspelautoriteit
(Ksa) toezicht houden op de naleving binnen de gereguleerde markt en ingrijpen wanneer
de wet wordt overtreden, zowel binnen het gereguleerde aanbod als ook bij illegaal
aanbod.
Tevens heb ik bij de beantwoording van voornoemde Kamervragen toegelicht dat de aanvrager
van een vergunning door de Ksa streng wordt doorgelicht aan de hand van alle geldende
criteria en vergunningseisen conform wet- en regelgeving voordat tot afgifte van een
vergunning voor kansspelen op afstand wordt overgegaan. Zonder in de beoordeling van
deze casus te treden, geldt dat bij de totstandkoming van de Wet kansspelen op afstand
is besloten dat zonder enige clementie voor aanbieders die in het verleden de wet
hebben overtreden, een veilig gecontroleerd en attractief aanbod niet tot stand zou
komen.
Om hier duidelijke grenzen aan te stellen, heeft de Ksa mede naar aanleiding van de
motie Postema beleidsregels geïntroduceerd.4
Om voor de coulanceregeling in aanmerking te komen dienden een aanvrager en andere
relevante (rechts)personen zich twee jaar en negen maanden voorafgaand aan de datum
dat zij een aanvraag indienden te hebben onthouden van online kansspelaanbod gericht
op Nederland.5 Het niet voldoen aan deze criteria heeft er meerdere keren toe geleid dat een vergunning
niet verleend werd. De Ksa beslist als onafhankelijk toezichthouder en zelfstandig
bestuursorgaan over vergunningaanvragen. Ik merk op dat voor de merknamen Pokerstars
en Bwin geen vergunningen voor het aanbieden van online kansspelen in Nederland zijn
afgegeven.
Vraag 4
Bent u van mening dat wanneer een gokbedrijf weigert mee te werken aan de aangespannen
rechtszaken door gedupeerde gokkers, zoals het weigeren om gokkers te compenseren
of transactiegegevens te verstrekken, dit geen consequenties hoeft te hebben voor
de vergunning? Zo ja, kunt u dat toelichten?
Antwoord 4
Het is niet aan mij is om te besluiten over het schorsen of intrekken van een vergunning.
Deze besluiten zijn aan de Ksa, als onafhankelijk toezichthouder en zelfstandig bestuursorgaan.
Mochten nieuwe informatie of antecedenten met betrekking tot een vergunninghouder
leiden tot het inzicht dat de vergunning toentertijd niet zou zijn verstrekt, kan
de Ksa besluiten de vergunning in te trekken. Daarbij gaat het om het betrouwbaarheidsvereiste
vervat in artikel 4b, eerste lid, en specifiek voor kansspelen op afstand artikel
31i van de Wet op de kansspelen (Wok) alsmede de daarop berustende betrouwbaarheidsbepalingen.
Dat omvat een betrouwbaarheidsbeoordeling op grond van artikel 3.4 Besluit kansspelen
op afstand, waarbij de Ksa bepaalde antecedenten in de beoordeling kan meenemen.
De Ksa zal de toezichtservaring over de voorgaande vergunningsperiode met betrekking
tot de betreffende vergunninghouder meewegen in de beoordeling van de aanvragen voor
een nieuwe vergunning vanaf 2026. Onder andere worden overtredingen en het gedrag
van vergunninghouders tijdens de huidige vergunningsperiode mee gewogen in de beoordeling.
Wanneer rechterlijke uitspraken niet worden opgevolgd, weegt de Ksa dit mee in de
integriteitsbeoordeling. Voor zover bekend is er overigens in Nederland nog geen zaak
waarin een vergunde aanbieder van kansspelen op afstand heeft geweigerd om aan een
onherroepelijk vonnis van een rechter uitvoering te geven.
Vraag 5 en 6
Hoe beoordeelt u het feit dat Unibet geen transactiegegevens meer verstrekt om zo
de rechtsgang van de gokkers te frustreren?
Bent u het ermee eens dat het doelbewust saboteren van gokkers die naar de rechter
stappen vanwege verloren geld bij illegale gokbedrijven, de geloofwaardigheid en zorgplicht
van het online gokbedrijf zodanig aantast dat de vergunning direct moet worden ingetrokken?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5 en 6
Zoals in eerdere beantwoording aangegeven, is het niet aan mij om dit gedrag te beoordelen.
Als wettelijke verplichtingen niet worden nageleefd, dan keur ik dat vanzelfsprekend
af.
Het uitgangspunt is dat de Staat niet treedt in geschillen over civiele rechtsverhoudingen
tussen een (illegale) aanbieder van kansspelen en de speler. De beoordeling van een
geschil over de civiele rechtsverhouding van de partijen is voorbehouden aan de rechter.
Vraag 7
Bent u bereid om over deze specifieke casus in gesprek te gaan met de Kansspelautoriteit
(Ksa) om te onderzoeken welke stappen ondernomen kunnen worden om te voorkomen dat
nog meer gokkers geen inzicht krijgen in de transactiekosten en betalingsoverzichten
van hun verloren geld?
Antwoord 7
Ik ben voortdurend met de Ksa in gesprek, ook over dergelijke ontwikkelingen. Als
het gaat om de concrete casus dan moet de Ksa de zaak vanuit haar rol als onafhankelijke
toezichthouder kunnen beoordelen. De Ksa is over deze kwestie in gesprek met Optdeck,
dat Unibet in Nederland exploiteert. Het is echter niet aan de Ksa om een oordeel
over de inzage in transactiegegevens te vellen. Het is aan de rechter om uitspraak
hierover te doen. Op 4 en 7 juli jl. heeft de rechter in eerste aanleg zich ook uitgelaten
over het verstrekken van inzage in transactiegegevens.5 In de eerste zaak werd de vordering om inzage te verlenen toegewezen. In de tweede
zaak werd de partij die namens meerdere spelers inzage in de transactiegegevens vorderde
niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze partij volgens de rechtbank niet bevoegd is
om een dergelijke vordering in te stellen. De Ksa zal de handelwijze van een vergunde
kansspelaanbieder in dit soort procedures meewegen in de beoordeling van de vergunninghouder
bij het aanvragen van een nieuwe vergunning, maar heeft zoals gezegd geen rol als
partij in deze procedures.
Vraag 8
Vindt u dat een gokbedrijf zoals Unibet een veilig en gecontroleerd aanbod van online
kansspelen – een belangrijke doelstelling van het legaliseren van online kansspelen
– creëert wanneer stelselmatig gegevens worden achtergehouden om te voorkomen dat
gokkers hun verloren geld terug kunnen eisen van de periode dat het gokbedrijf illegaal
online kansspelen aanbood in Nederland?
Antwoord 8
Het bieden van een veilig en gecontroleerd aanbod door een vergunninghouder in de
periode dat deze vergund is en gedrag dat gaat over een periode dat deze niet was
vergund, zijn twee losse zaken. De vergunninghouder moet zich geheel houden aan de
Wet op de kansspelen over de periode dat hij een vergunning heeft verkregen. De inzage
in spelersdata daarentegen betreft een periode dat de vergunninghouder geen vergunning
had. Over die periode strekt het toezicht van de Ksa zich niet uit. Ik vind met de
Ksa dat rechtspersonen en hun opvolgers die nu een vergunning hebben voor het aanbieden
van kansspelen een maximale inspanning moeten plegen om zaken die zich voor de vergunningsperiode
afspeelden behoorlijk af te wikkelen. Hieruit kunnen omstandigheden naar voren komen
die relevant zijn voor de algemene betrouwbaarheids- en integriteitstoets van een
vergunde aanbieder. Daar behoort het maximaal verstrekken van noodzakelijke gegevens
wat mij betreft bij.
Vraag 9
Heeft Unibet zich gehouden aan de afkoelperiode die inhoudt dat twee jaar en negen
maanden voorafgaand aan de datum dat een aanvraag tot een vergunning is ingediend,
het bedrijf zich heeft onthouden van online kansspelaanbod gericht op Nederland?
Antwoord 9
Ja. Indien Unibet zich daar niet aan had gehouden, zou er geen vergunning zijn verleend.
De Ksa heeft toentertijd Unibet een vergunning verleend dus er is geen aanleiding
om anders te vermoeden.
Vraag 10
In antwoord op eerdere schriftelijke vragen van het lid Boswijk (CDA), op 15 januari
2025, over de casus dat Unibet geen inzage geeft in transactiegegevens, heeft u geantwoord
dat u de Ksa en de Autoriteit Persoonsgegevens gewezen heeft op deze casus. Zijn er
daarna vervolgstappen ondernomen door de Ksa of de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
De Ksa heeft met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) contact opgenomen om deze casus
onder de aandacht te brengen. De AP houdt de Ksa op de hoogte van relevante ontwikkelingen
hieromtrent. Bovendien stelt de AP dat het altijd mogelijk is voor mensen om een klacht
in te dienen bij de AP wanneer Unibet geen gehoor geeft aan het verzoek om inzage
van persoonsgegevens. De AP wikkelt deze klachten af en zet ze door naar de privacytoezichthouder
van Malta (de IDPC). Zij zijn namelijk de leidende toezichthouder in deze kwestie,
aangezien het hoofdkantoor van Unibet daar is gevestigd. Om deze reden kunnen de klachten
ook rechtstreeks bij de Maltese toezichthouder worden ingediend. De AP houdt nauw
contact met haar collega’s in Malta over de voortgang van het onderzoek naar deze
klachten.
Vraag 11 en 12
Heeft u deze casus inderdaad onder de aandacht gebracht bij andere Europese lidstaten,
in het bijzonder bij Malta, en zo ja, welke concrete afspraken zijn hierover gemaakt?
Worden er vanuit Europa stappen ondernomen om Malta aan te spreken op de aangenomen
Bill-55?
Antwoord 11 en 12
Ik heb contact met andere lidstaten die onze zorgen over de mogelijke gevolgen van
de Maltese wet Bill 55 delen en over gerechtelijke uitspraken inzake deze wet. Ook
volg ik nauwgezet de lopende procedures bij het Hof van Justitie van de Europese Unie
(HvJEU), waarbij prejudiciële vragen gesteld zijn over de werking van Bill 55. Hierbij
zijn met name de prejudiciële vragen die Oostenrijk gesteld heeft van belang. Op 16 oktober
2024 heeft het Handelsgericht Wien in Oostenrijk aan het HvJEU gevraagd om overeenkomstig
artikel 267 VWEU een prejudiciële beslissing te nemen over een rechtszaak die betrekking
heeft op de terugbetaling van spelersverliezen die zijn geleden bij illegale kansspelaanbieders
op grond van een nietige overeenkomst.6
Daarnaast heeft Malta zelf prejudiciële vragen gesteld over de verenigbaarheid van
Duits recht met Europees recht, in een zaak waarbij een Duitse eiser verliezen terugeist
van in Malta gevestigde en vergunde kansspelaanbieders.7 Gezien de context van lopende procedures en het bindende karakter van uitspraken
van de HvJEU zie ik op dit moment geen toegevoegde waarde om Malta aan te spreken.
Meerdere landen, waaronder Nederland, hebben de zorgen over de onverenigbaarheid van
de Bill 55 met het EU-recht onder de aandacht gebracht van de Europese Commissie.
De Europese Commissie heeft op 18 juni jl. een formele inbreukprocedure aangekondigd
tegen Malta vanwege Bill 55.8 Volgens de Commissie overtreedt Malta met deze de wetgeving de Europese Verordening
betreffende bevoegdheid en erkenning van rechterlijke uitspraken. De Commissie stuurt
een aanmaningsbrief aan Malta, waarna het land twee maanden de tijd heeft om te reageren
en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen
bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies
uit te brengen. Mocht daar geen afdoende reactie uit blijken, kan de zaak worden voorgelegd
bij het HvJEU. Ik ben zeer verheugd met de genomen stappen door de Europese Commissie
en onderschrijf de constateringen van de Commissie.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.H.D. Struycken, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.