Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over NAVO-doelstellingen
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over NAVO-doelstellingen (ingezonden 5 juni 2025).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 10 juli 2025).
Vraag 1
Herinnert u zich het antwoord dat u gegeven hebt naar aanleiding van een eerder gestelde
schriftelijke vragen1 of u aan NAVO-verplichtingen gebonden bent en zo ja of u deze verplichtingen naar
de Kamer kan sturen?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herinnert u zich dat u in antwoord op deze vraag schreef «Waar er richtlijnen zijn
voor de bondgenoten voor het tegengaan van klimaatverandering, zijn deze niet verplicht»
en in antwoord op deze vraag bovendien geen enkele verplichting naar de Kamer heeft
gestuurd?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3, 4, 5 en 6
Kan uit dit antwoord logischerwijs geconcludeerd worden dat u dus niet aan «NAVO-doelstellingen»
gebonden bent? Zo nee, waarom niet? Hoe had de Tweede Kamer uw antwoord dan redelijkerwijs
moeten interpreteren?
Bent u bekend met het antwoord, gegeven op vraag 232 waarin de Minister van VWS wordt gevraagd welke bewindslieden, behalve de Minister
van VWS, «nog meer gebonden [zijn] aan de NAVO-doelstellingen3» en waarbij het kabinet zeven ministeries noemt waaronder uw ministerie, het Ministerie
voor «Klimaat en Groene Groei»?
Kunnen we uit dit antwoord van het kabinet logischerwijs concluderen dat u blijkbaar
dus toch wél aan NAVO-doelstellingen gebonden bent? Zo nee, waarom niet? Waarom vermeldt
de Minister van VWS in haar antwoord uw ministerie dan expliciet?
Indien u wél aan de NAVO-doelstellingen gebonden bent, kan u de Kamer deze NAVO-doelstellingen,
zoals eerder al gevraagd, doen toekomen en zo nee, waarom niet?
Antwoord 3, 4, 5 en 6
De formulering van uw vraag 4 in Kamerstuk 2024Z18561 leek gericht op andere NAVO-verplichtingen dan waar u de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
naar vroeg, gelet op uw gebruik van het woord «(ook)». Het antwoord op die vraag is
in kamerstuk 2024Z18561 gegeven. Nu vraagt u specifiek naar het antwoord van de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport in vraag 23 van kamerstuk 2025Z01466, waarin gesproken wordt over de NAVO Resilience Objectives. Deze weerbaarheidsdoelen zijn, zoals de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport aangaf in haar antwoord 17 van datzelfde Kamerstuk4, richtlijnen voor lidstaten, die elk land zelf invult middels nationaal beleid. De Minister van
Justitie en Veiligheid, de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Defensie
hebben als coördinerend bewindspersonen deze weerbaarheidsdoelen – als onderdeel van
een breder pallet aan overwegingen – meegenomen in de weerbaarheidsopgave zoals geformuleerd
in de Kamerbrief Weerbaarheid tegen hybride en militaire dreigingen die op 6 december jl. aan de Kamer is verstuurd5. Die brief schetst een samenhangend beeld van wat een weerbare samenleving inhoudt
en welke opgave er ligt om die te bereiken. Die opgave is een gezamenlijke opgave
waarbij alle departementen – waaronder het Ministerie van KGG – in deze aanpak samenwerken,
met één gezamenlijk doel, maar ieder vanuit hun eigen beleidsverantwoordelijkheid.
Bijvoorbeeld op het terrein van de gezondheidszorg, transport en logistiek, crisisbeheersing,
voedsel, energie, (tele)communicatie, migratie, de economie, arbeidsmarkt of de democratische
rechtsorde. Ook decentrale overheden en maatschappelijke partijen spelen hierbij een
rol, want, zoals de brief beschrijft, een veilig Nederland maken we samen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.