Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden van Nispen en Beckerman over de sloop van de woonwijk Mrija voor 1000 Oekraïners in Vlaardingen
Vragen van de leden van Nispen en Beckerman (beiden SP) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de sloop van de woonwijk Mrija voor 1.000 Oekraïners in Vlaardingen (ingezonden 20 maart 2025).
Antwoord van Minister Keijzer (Asiel en Migratie) (ontvangen 8 juli 2025). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1996.
Vraag 1
Bent u bekend met de plannen vanuit de gemeente Vlaardingen en het Hoogheemraadschap
Delfland voor de sloop van een hagelnieuwe woonwijk voor een waterzuiveringsinstallatie
waarover de Oekraïense bewoners een petitie aan de Kamer hebben overhandigd?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Wat vindt u van de grote zorgen die zijn geuit door deze groep Oekraïners, en een
kleine duizend omwonenden, al in een eerdere petitie voor behoud van de wijk, over
hoe de oorlog zal eindigen in Oekraïne en dat velen van hen woonden in een gebied
dat nu door Rusland is bezet?
Antwoord 2
Ik kan mij die zorgen voorstellen. De grootschalige oorlog in Oekraïne duurt al ruim
drie jaar, het verloop van de oorlog blijft onzeker. Het is essentieel om voorbereidingen
te treffen voor de lange termijn ten aanzien terugkeer en verblijf. Hierover is uw
Kamer begin dit jaar geïnformeerd.1
Vraag 3
Ziet u hierin ook de verantwoordelijkheid voor u gezien het feit dat de wijk Mrija
ook volledig is betaald met Rijksmiddelen?2
Antwoord 3
Het Ministerie van Asiel en Migratie financiert en faciliteert gemeenten bij de opvang
van ontheemden uit Oekraïne. Daartoe zijn middelen beschikbaar gesteld voor de realisatie
en exploitatie van opvanglocaties. Bij aanvang van het project in de zomer 2022 was
bekend dat op deze locatie ontheemden voor een periode van in beginsel twee jaar (tot
maximaal 5 jaar) opgevangen zouden worden, destijds een lang inzetbare locatie. De
gemeente Vlaardingen heeft de eerste ontheemden in september 2022 opgevangen. Vanaf
mei 2023 verbleven de eerste ontheemden in Mrija. Op dit moment verblijven ca. 1000
ontheemden op de deze opvanglocatie. De gemeente heeft resp. circa 25 mln. voor de
realisatie van de locatie en tussen de 55–60 mln. euro ontvangen voor de exploitatie
van de opvanglocatie. Laatstgenoemde compensatie voor exploitatie is het totaal ontvangen
normbedrag per beschikbaar bed dat elke gemeente ontvangt over de looptijd van de
opvang. Een aanvullend deel van de gemaakte transitiekosten zijn door de gemeente
ook uit dit bedrag gedekt. Dit paste binnen de gemaakte afspraak. Vlaardingen heeft
aangegeven dat er geen sprake is van sloop en dat de gemeente zich inspant om de woningen
in de regio te laten te herplaatsen en wanneer dit niet lukt om, met hulp van het
Rijk, landelijk te kijken of er interesse is in overname van deze woningen.
De verantwoordelijkheid van de vervolgkeuzes na het vervullen van de opvangfunctie
van deze wijk ligt bij de gemeente.
Vraag 4
Klopt het dat het Rijk hier een voorname rol in heeft, zowel op het gebied van water
en infrastructuur, als wel het woningbouwaspect, als wel de verantwoordelijkheid voor
de opvang van Oekraïners in Nederland?
Antwoord 4
Het klopt dat het Rijk een voorname rol heeft op het gebied van water en infrastructuur.
Het Rijk is daarin echter niet de enige. Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat.
In dat licht is, op grond van artikel 133 van de Grondwet, de zuivering van stedelijk
afvalwater zowel krachtens artikel 1 van de Waterschapswet als in artikel 2.17 van
de Omgevingswet toebedeeld aan de waterschappen, waaronder het Hoogheemraadschap van
Delfland. Het Rijk heeft met de uitvoering van die verplichting geen directe betrokkenheid.
De zorg voor de materiële en immateriële opvang van ontheemden is, sinds inwerkingtreding
van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne, bij het college van BenW belegd
en wordt door het Rijk gefinancierd. In antwoord 3 staat dit nader toegelicht.
Vanuit het perspectief van woningbouw is het van belang dat woningen worden behouden
voor de woningvoorraad. Het Rijk wil zich ook daarvoor inspannen, onder meer door
ondersteuning in het vinden van nieuwe locaties voor de woningen. Een gemeente die
een woningbouwproject heeft waarin deze flexwoningen passen, kan hiervoor subsidie
aanvragen bij het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om zo de
business case te ondersteunen.
Vraag 5
Bent u tevens bekend met de brief vanuit Stichting Groeiend Verzet richting het Hoogheemraadschap
Delfland en de gemeente Vlaardingen waarin meerdere bezwaren over de sloop van de
wijk Mrija worden gedeeld? Zo ja, kunt u hierop reflecteren?3
Antwoord 5
De gemeente Vlaardingen heeft aangegeven bekend te zijn de brief en de genoemde bezwaren.
Naar aanleiding van deze Kamervragen en gezien de verantwoordelijkheid van de gemeente
voor de vervolgkeuzes heb ik enkel kennisgenomen van de genoemde brief.
Vraag 6
Bent u het met de Stichting Groeiend Verzet, en mede ondertekenaars dhr. de Geus en
dhr. Habekotte, eens dat de sloop van deze woningen een grote kapitaalvernietiging
is, gezien het feit dat deze woningen nog lang mee kunnen gaan en gezien het feit
dat deze pas 3 jaar oud zijn?
Antwoord 6
Zie antwoord 2 voor de rol van het Ministerie van AenM bij de opvanglocatie.
Vanzelfsprekend vinden de betrokken partijen, inclusief het Rijk, het van belang dat
woningen worden behouden voor de woningvoorraad. De gemeente Vlaardingen heeft aangegeven
dat er geen sprake is van sloop en dat de gemeente zich inspant om de woningen in
de regio te laten te herplaatsen en wanneer dit niet lukt om, met hulp van het Rijk,
landelijk te kijken of er interesse is in overname van deze woningen. Daarbij biedt
het Rijk financiële ondersteuning. Een gemeente die een woningbouwproject heeft waarin
deze flexwoningen passen, kan hiervoor subsidie aanvragen bij het Ministerie van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening om zo de business case te ondersteunen. Op die manier worden
de woningen toegevoegd aan de woningvoorraad elders.
Vraag 7
Bent u bekend met de uitspraak van voormalig Staatssecretaris dhr. van der Burg die,
bij de opening van de wijk Mrija voor langdurige opvang oorlogsvluchtelingen, nog
lang voor het raadsbesluit was uitgesproken, over de opvang Oekraïners zei: «voor
hoe langer hoe beter het is»? Is dit ook uw opvatting?
Antwoord 7
Ik ben bekend met deze uitspraak.
Het kabinet zet maximaal in op de ondersteuning van terugkeer van ontheemden, wanneer
dat kan. Daarnaast roep ik ontheemden, die dat kunnen, op om in eigen onderdak te
voorzien.
Vraag 8
Ziet u, met het oog op de grote woningnood in Nederland, dat deze sloop hier op geen
manier recht aan doet en de sloop van kostbare woningen medio 2026 zeer ongewenst
is, zeker ook omdat ze op termijn ook lokale jonge woningzoekenden in kunnen worden
gehuisvest?
Antwoord 8
Vanzelfsprekend vinden de betrokken partijen, inclusief het Rijk, het van belang dat
woningen worden behouden voor de woningvoorraad. De gemeente Vlaardingen heeft aangegeven
dat zij zich inspant om de woningen in de regio te laten herplaatsen en wanneer dit
niet lukt, om landelijk te kijken of er interesse is in overname van deze woningen.
Op die manier worden de woningen toegevoegd aan de woningvoorraad elders. Zie ook
het antwoord op vraag 6.
Vraag 9
Bent u bekend met het advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport
van de Commissie voor de Milieueffectrapportage van 9 oktober 2024? Kunt u specifiek
reflecteren op het advies waarin de gedeeltelijke (gefaseerde) nieuwbouw in combinatie
met renovatie/opwaardering van de bestaande AWZI, mogelijk milieuvoordelen kan opleveren
ten opzichte van nieuwbouw en dat bestaande onderdelen kunnen worden gerenoveerd?
Zo ja, wat is uw mening over dit advies?
Antwoord 9
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft kennisgenomen van het advies.
De zuivering van stedelijk afvalwater is een taak van het Hoogheemraadschap van Delfland.
Het Hoogheemraadschap van Delfland is een decentrale overheid. Het is daarom aan dat
Hoogheemraadschap om te bepalen waar en op welke wijze dat het beste kan gebeuren.
Zie ook het antwoord op vraag 4.
Vraag 10
Kunt u reageren op de uitspraak van dhr. Poppe van Stichting Groeiend Verzet dat voor
de woonwijk Mrija een tijdelijke omgevingsvergunning van kracht is, maar het bevoegd
gezag een wettelijke mogelijkheid heeft dit te verlengen tot tien jaar of zelfs langer?
Antwoord 10
De bevoegdheid een omgevingsvergunning te verlenen ligt bij het college van burgemeester
en wethouders van de betreffende gemeente, waarbij het kan gaan om een geval waarvoor
advies van de gemeenteraad nodig is. De geldingsduur van een eerder verleende tijdelijke
omgevingsvergunning kan alleen worden verlengd op de grondslag van een daartoe strekkende
aanvraag van de vergunninghouder. Het bevoegd gezag kan daartoe dus niet ambtshalve
besluiten. Wat betreft de inhoudelijke beslissing op een mogelijke aanvraag, is het
niet aan een Minister om te treden in de door het college te maken afweging over een
eventueel langer durende inpassing in de lokale leefomgeving.
Als het gaat om de bouwtechnische eisen die gelden voor de tijdelijke bouwwerken zelf
zijn andere eisen van toepassing dan die voor permanente bouwwerken. Het gaat dan
om gebouwen met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 15 jaar op dezelfde locatie.
Gebouwen die na afloop van de die termijn nog blijven staan moeten alsnog voldoen
aan de nieuwbouweisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit betekent dat voor
het verstrijken van de toegestane instandhoudingstermijn de noodzakelijke aanvullende
voorzieningen moeten worden getroffen.
Vraag 11
Klopt de inschatting dat ongeveer 100 miljoen euro, voor bouw en sloop, in rook opgaat
als de plannen voor de nieuwe waterzuiveringsinstallatie worden doorgezet en de woningen
en de gehele boven en ondergrondse infrastructuur dus weg moeten en wat ook betekent
dat de huidige zuivering gesloopt gaat worden? Wat zijn de totale kosten van bouw
en sloop van de wijk Mrija en wat zijn de kosten van sloop van de huidige zuivering?
Acht u deze, bij een ander beleid met vernieuwing zuivering op de huidige locatie
met behoud van Mrija, onnodige kosten maatschappelijk verantwoord? Zo ja, op grond
van welke argumenten?
Antwoord 11
Bij de besluitvorming over Mrija is steeds het uitgangspunt geweest dat het deel van
de wijk op het terrein dat nodig is voor de nieuwe AWZI na 3 jaar zou worden opgeheven.
Het Hoogheemraadschap Delfland geeft aan dat de waterzuiveringsinstallatie op het
einde van zijn capaciteit en levensduur is en vervangen moet worden om de gevraagde
capaciteit te kunnen verwerken en te voldoen aan alle wettelijke eisen op het gebied
van zuivering en veiligheid. Het hoogheemraadschap van Delfland heeft van 2020 tot
2022 de verkenning uitgevoerd voor de afweging tussen renovatie en nieuwbouw. Daarbij
is een integrale afweging gemaakt. Kosten van beide opties zijn daarin meegewogen.
In september 2022 heef het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap van Delfland
gekozen voor nieuwbouw. Nieuwbouw op de locatie Vergulde Hand West heeft hierbij de
voorkeur van het Hoogheemraadschap doordat nieuwbouw de mogelijkheid biedt om te voldoen
aan de gestelde eisen nu en in de toekomst en daarnaast de continuïteit van de zuivering
tijdens de bouw geborgd is. Dat is op de huidige locatie niet gegarandeerd.
Zie antwoord 3 voor de gemaakte kosten door het Rijk voor de opvang van ontheemden
uit Oekraïne op deze locatie.
Vraag 12
Bent u bereid om in gesprek te gaan met de gemeente Vlaardingen en het Hoogheemraadschap
Delfland over het voorkomen van deze mogelijke sloop van Mrija en om genoemde alternatieve
plannen uit te werken, omdat dit ook direct de agenda op meerdere gebieden van het
Rijk raakt?
Antwoord 12
In de afgelopen periode hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen het Ministerie
van AenM en de gemeente Vlaardingen over de toekomst van Mrija. Het is niet aan een
Minister om te treden in de door het college te maken afweging over deze inpassing
in de lokale leefomgeving.
Zoals eerder aan gemeenten gecommuniceerd nodig ik hen uit om businesscases in te
dienen bij de Nationale Opvang Organisatie (NOO), ook als deze complex zijn. Deze
businesscases worden per geval bekeken, ook om te bezien of een passende oplossing
mogelijk is.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.C.G. Keijzer, minister voor Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.