Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Diederik van Dijk over het beoordelen en terugsturen van christelijke vluchtelingen
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Minister van Asiel en migratie over het beoordelen en terugsturen van christelijke vluchtelingen (ingezonden 28 mei 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Asiel en Migratie) (ontvangen 8 juli 2025)
Vraag 1 en 2
Hoe beoordeelt u het terugsturen van christelijke vluchtelingen naar Nigeria, waar
christenvervolging aan de orde van de dag is (met name in het noordelijke deel van
Nigeria) en waarvan de mate van vervolging door Open Doors als «extreem» wordt aangeduid,
ook in het licht van de recente aanval waarbij zeker 42 christenen om het leven zijn
gebracht?1
2
Vraag 2
Hoe wordt bij terugkeerbesluit meegewogen in hoeverre de situatie voor christelijke
vluchtelingen veilig is in het land van herkomst?
Antwoord 1 en 2
Het landgebonden asielbeleid voor Nigeria is neergelegd in de Vreemdelingencirculaire
(paragraaf C7/25). In het huidige beleid worden christenen niet als groep of profiel
aangemerkt waarvoor een verhoogd risico geldt. Dat laat onverlet dat altijd een individuele
beoordeling van de asielaanvraag plaatsvindt, waarbij de vrees voor vervolging of
het risico op ernstige schade bij terugkeer naar land van herkomst wordt getoetst
aan actuele landeninformatie. Het is daarbij aan de vreemdeling om aannemelijk te
maken dat hij bij terugkeer te vrezen heeft.
Een terugkeerbesluit wordt pas opgelegd als door de IND is vastgesteld dat de vreemdeling
geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade.
Vraag 3
Zijn de medewerkers van de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) volgens u voldoende
op de hoogte van de situatie waarin christenen in Nigeria zich momenteel bevinden
en wat mogelijke consequenties zijn van terugkeer?
Antwoord 3
Ja, medewerkers van de IND worden opgeleid om zowel in het horen als beslissen actuele
landeninformatie te betrekken. Ter ondersteuning van de hoor- en beslismedewerkers
van de IND en om in de informatiebehoefte te voorzien, zijn op de aanmeldcentra medewerkers
van het Regionaal Informatiecentrum aanwezig die landinhoudelijke vragen kunnen beantwoorden.
Het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) verzamelt daarnaast landinhoudelijke
informatie, onderhoudt kennis(netwerken) en stelt (actuele) landeninformatie beschikbaar
aan medewerkers in het beslisproces.
Zowel informatie die door de medewerkers zelf wordt verzameld, als informatie die
door de vreemdeling of de advocaat wordt overgelegd, moet worden betrokken in de beslissing
op de asielaanvraag.
Vraag 4
Hoe wordt de hiervoor benodigde informatie door de IND verkregen en geverifieerd?
Antwoord 4
De landeninformatie die nodig is om een beslissing te maken op de asielaanvraag wordt
op verschillende manieren verkregen. Medewerkers hebben zelf toegang tot actuele landeninformatie
middels (thematische) ambtsberichten en andere rapporten en factsheets. Daarnaast
kan, zoals beschreven in het antwoord op vraag 3, om specifieke, recente landeninformatie
worden verzocht bij het RIC en TOELT. Tot slot wordt ook informatie aangedragen door
de vreemdeling of advocaat betrokken bij de beoordeling van de asielaanvraag.
Vraag 5 en 6
In hoeverre hebben de hoor- en beslismedewerkers van de IND voldoende expertise om
de geloofwaardigheid van gelovigen en bekeerlingen te beoordelen?
Hoe wordt de kennis van het christelijk geloof bij beoordeling van geloofwaardigheid
van bekering door de IND geborgd en versterkt?
Antwoord 5 en 6
De IND zet in op het behoud van expertise door alle medewerkers generalistisch te
trainen. Hierdoor zijn alle medewerkers getraind in het beoordelen van aanvragen waarin
bekering of afvalligheid als motief wordt aangevoerd, en blijft de IND in staat deze
beoordeling te verrichten.
De IND investeert op verschillende manieren in het actualiseren en op peil houden
van de kennis en vaardigheden van de medewerkers, ook ten aanzien van de geloofwaardigheid
van de relazen van (gesteld) gelovigen en bekeerlingen. Naast de verplichte EUAA-modules
Evidence Assessment, Inclusion, en Interviewing Vulnerable Persons en modules over
de uitvoering van de Procedurerichtlijn en de geloofwaardigheidsbeoordeling, worden
er specifieke trainingen gegeven over bekering en afvalligheid. Verder wordt in elke
zaak een bekeringscoördinator geraadpleegd. Dit zijn medewerkers met kennis van en
ervaring met zaken waarin een religieus motief wordt aangevoerd. De bekeringscoördinatoren
overleggen periodiek met elkaar, waarbij ervaringen worden gedeeld over zaken waarin
een religieus motief is aangevoerd, jurisprudentie wordt besproken en (beleids)ontwikkelingen
worden toegelicht. Ook vinden er gesprekken plaats met het maatschappelijk middenveld.
Voor zaken waarin een religieus motief is aangevoerd, zijn er, gelet hierop, dan ook
al een aantal kwaliteitswaarborgen geïmplementeerd.
De deskundigheid van de IND is verder verankerd in werkinstructies, waarbij de Werkinstructie
2022/3 Bekering en afvalligheid steeds door IND-medewerkers betrokken wordt in zaken
waarin een bekeringsmotief is aangevoerd.
In individuele gevallen kan ook informatie worden ingebracht van externe experts.
De relevantie en weging van deze externe expertise is ook neergelegd in de verschillende
werkinstructies.
Vraag 7
Welke rol speelt professionalisering van de IND-medewerkers door middel van externe
experts hierin? Hoe vaak heeft dit plaatsgevonden in de achterliggende jaren?
Antwoord 7
In individuele zaken weegt de IND ingebrachte informatie van externe experts, zoals
de rapporten van Commissie Plaisier, altijd mee in het kader van de beoordeling van
de geloofwaardigheid van een gestelde bekering. De relevantie en weging van deze externe
expertise is ook neergelegd in de verschillende werkinstructies. Hiermee is de rol
van een externe deskundige dus reeds vastgelegd in de asielprocedure. Het gewicht
dat wordt toegekend aan externe expertise is afhankelijk van de geleverde input, op
welke wijze dit tot stand is gekomen en van de individuele omstandigheden van de zaak.
Het is echter primair aan de asielzoeker om middels zijn eigen verklaringen aannemelijk
te maken aan de IND dat hij is bekeerd. Daarnaast is het aan de IND om een oordeel
te vormen ten aanzien van de geloofwaardigheid van de bekering op grond van de gegeven
verklaringen.
Voorts vinden er, zoals in antwoord op vraag 5 en 6 reeds genoemd, gesprekken plaats
met het maatschappelijk middenveld en zijn er themadagen voor de bekeringscoördinatoren,
waarop uitwisseling plaatsvindt met externe partijen.
Vraag 8
Hoe vaak en wanneer wordt een bekeringscoördinator geraadpleegd bij een besluit over
een asielaanvraag van een mogelijke bekeerling?
Antwoord 8
In elke zaak waarbij de beoordeling van bekering of afvalligheid als motief is aangedragen,
wordt in de regel een bekeringscoördinator geraadpleegd. Afhankelijk van de zaak kan
de betrokkenheid van de bekeringscoördinator meer of minder zijn, maar in ieder geval
worden alle beslissingen aan hen voorgelegd.
Vraag 9
Deelt u de mening dat het wenselijk is dat de expertise bij de IND voor bekeringszaken
versterkt wordt? Vindt u ook dat daarbij externe expertise betrokken dient te worden?
Antwoord 9
Ik zie geen concrete aanleiding om de expertise bij de IND voor bekeringszaken verder
te versterken, omdat al doorlopend wordt ingezet op het trainen en toerusten van medewerkers
in bekeringszaken. Zoals toegelicht in de beantwoording op voorgaande vragen, zijn
in bekeringszaken al meer waarborgen aanwezig dan in andere zaken. Daarbij wordt reeds
externe deskundigheid betrokken, zowel als het gaat om het meewegen van rapportages
van externe deskundigen in individuele zaken, als het neerleggen van externe expertise
in verschillende werkinstructies.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.