Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Door nieuwe verhuurregels komen studenten nóg moeilijker aan een kamer’
Vragen van het lid Wijen-Nass (BBB) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht «Door nieuwe verhuurregels komen studenten nóg moeilijker aan een kamer» (ingezonden 8 juli 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over de structurele kamernood en het sterk teruglopende
aanbod van studentenwoningen, zoals onder andere beschreven in Nieuwsuur?
Vraag 2
Hoe duidt u het feit dat het aanbod van studentenkamers (<25 m2) in een jaar tijd met ruim 30% is gedaald, terwijl de vraag juist toeneemt?
Vraag 3
Hoeveel permanente studentenwoningen zijn er in 2024 gerealiseerd in Nederland, en
hoeveel daarvan in studentensteden zoals Amsterdam, Utrecht, Groningen, Leiden en
Nijmegen?
Vraag 4
Hoeveel studentenwoningen zijn het afgelopen jaar verloren gegaan door verkoop of
herbestemming?
Vraag 5
Wat doet u eraan om te voorkomen dat nog meer studentenhuizen worden verkocht?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de effecten van de Wet betaalbare huur op het aanbod van kamers voor
studenten in de vrije sector?
Vraag 7
Bent u bereid om de effecten van deze wet specifiek voor studentenhuisvesting te evalueren
en, indien nodig, bij te stellen?
Vraag 8
Acht u het wenselijk dat gemeenten studentenhuisvesting beperken door vergunningplichten
en verboden op kamerverhuur aan meer dan twee personen
Vraag 9
Kunt u uitleggen waarom er vaak een vergunning nodig is om aan meer dan twee studenten
te verhuren? Wat is het oorspronkelijke doel hiervan?
Vraag 10
Denkt u dat de huidige regels rondom kamerverhuur (zoals vergunningplicht) te streng
zijn geworden?
Vraag 11
Bent u bereid om te onderzoeken of kamerverhuur aan studenten onder voorwaarden vergunningvrij
kan worden gemaakt?
Vraag 12
Wat vindt u van het idee om landelijke regels of richtlijnen te versoepelen, of om
gemeenten actief aan te sporen om soepeler kamerverhuurbeleid te voeren?
Vraag 13
Bent u bereid om samen met gemeenten afspraken te maken over het verbeteren van de
studentenhuisvesting?
Vraag 14
Kunt u verklaren waarom het voor particuliere verhuurders steeds minder aantrekkelijk
is om aan studenten te verhuren?
Vraag 15
Hoe zorgt u ervoor dat particuliere verhuurders niet massaal stoppen met studentenhuisvesting
door nieuwe regelgeving?
Vraag 16
Heeft u zicht op hoeveel particuliere verhuurders momenteel overwegen hun panden te
verkopen?
Vraag 17
Bent u bereid de puntentelling in het woningwaarderingsstelsel te herzien voor studentenkamers,
zodat verhuurders uitkomen met hun kosten?
Vraag 18
Deelt u de zorg dat de woningnood de toegankelijkheid van het hoger onderwijs beperkt,
doordat studenten hun gewenste opleiding niet kunnen volgen vanwege gebrek aan betaalbare
huisvesting?
Vraag 19
Hoe rechtvaardigt u dat studenten zich soms moeten inschrijven voor kamers in andere
steden, ver buiten hun opleiding?
Vraag 20
Wat vindt u van de roep om meer gebruik te maken van campuscontracten, zodat afgestudeerde
studenten sneller doorstromen en kamers vrijkomen?
Vraag 21
Hoe kijkt u in het algemeen aan tegen het instrument campuscontract als oplossing
voor de doorstroomproblematiek?
Vraag 22
Deelt u de opvatting dat onderwijsinstellingen ook een verantwoordelijkheid hebben
in de huisvesting van studenten?
Vraag 23
Wat kunnen onderwijsinstellingen volgens u doen om actief bij te dragen aan betere
studentenhuisvesting?
Vraag 24
Deelt u de analyse dat dit tekort niet alleen de persoonlijke ontwikkeling van studenten
belemmert, maar ook een bedreiging vormt voor de toegankelijkheid van het onderwijs
en daarmee voor de Nederlandse kenniseconomie?
Vraag 25
Welke concrete maatregelen heeft u sinds het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting
(LAS) uit 2022 genomen om dit tekort terug te dringen?
Vraag 26
Deelt u de zorg dat commerciële studentenwoningen vaak op termijn verdwijnen naar
andere doelgroepen, waardoor structurele capaciteit verloren gaat?
Vraag 27
Wat vindt u van het idee om huurtoeslag ook mogelijk te maken voor kamers met gedeelde
voorzieningen, in plaats van uitsluitend voor zelfstandige studio’s?
Vraag 28
Denkt u dat het huidige toeslagsysteem een onbedoelde financiële prikkel creëert om
vooral studio’s te bouwen, terwijl dit juist vereenzaming onder jongeren in de hand
werkt?
Vraag 29
Bent u bereid om, samen met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en
gemeenten, tot een herijking te komen van het huidige studentenhuisvestingsbeleid,
met aandacht voor betaalbaarheid, sociale binding, doorstroming en voldoende aanbod?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Marieke Wijen-Nass, Tweede Kamerlid