Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid El Abassi over het politiegeweld tijdens de ontruiming van het universiteitsgebouw in Utrecht bij een pro-Palestina demonstratie
Vragen van het lid El Abassi (DENK) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het politiegeweld tijdens de ontruiming van het universiteitsgebouw in Utrecht bij een pro-Palestina demonstratie (ingezonden 26 mei 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 7 juli 2025). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2451.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van de NOS waarin wordt gemeld dat bij de beëindiging
van de bezetting van het universiteitsgebouw in Utrecht politiegeweld is toegepast,
terwijl dit volgens burgemeester Dijksma niet was afgesproken?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2, 3, 4, 5 en 6
Klopt het dat de instructie voor het politieoptreden was om «zo gefaseerd, de-escalerend
en geweldloos mogelijk» op te treden? Zo ja, hoe verklaart u dat agenten desondanks
demonstranten met fysiek geweld hebben verwijderd?
Kunt u toelichten welk type geweld is toegepast door de politie bij de ontruiming
en of daarbij onder meer het bovenhands slaan met de wapenstok heeft plaatsgevonden,
zoals door de advocaat van de demonstranten wordt gesteld?
Hoe beoordeelt u het gebruik van dit geweld in het licht van het recht op demonstratie
en de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit die gelden voor politieoptreden?
Is het waar dat het besluit tot ingrijpen genomen is in de lokale driehoek? Kunt u
aangeven of en hoe de rechtmatigheid en noodzakelijkheid van het toegepaste geweld
op dat moment is besproken?
Wordt het optreden van de politie bij deze ontruiming onderzocht als mogelijke overschrijding
van bevoegdheden of disproportioneel geweld? Zo nee, waarom niet? Zo ja, door wie
en op welke termijn?
Antwoord 2, 3, 4, 5 en 6
Zoals u weet laat ik mij als Minister van Justitie en Veiligheid niet uit over het
optreden van de politie in individuele gevallen. De politie oefent haar taken uit
onder verantwoordelijkheid van het lokaal gezag. De burgemeester kan de politie toestemming
geven om op te treden ter handhaving van de openbare orde en daartoe aanwijzingen
geven. Desgevraagd legt de burgemeester verantwoording af in de gemeenteraad over
het optreden van de politie.
Ik wil benadrukken dat de politie niet zomaar overgaat tot het gebruik van geweld.
Bij elk optreden is het uitgangspunt dat de politie probeert een situatie zonder gebruik
van geweld tot een goed einde te brengen (de-escalatie). Er kunnen zich echter situaties
voordoen waarin de politie genoodzaakt is om tijdens haar taakuitvoering geweld toe
te passen, als laatste redmiddel. Er gelden strenge regels voor het gebruik van geweld.
Zo mag de politie bij het aanwenden van geweld niet verder gaan dan noodzakelijk is
voor de uitvoering van haar taken.
In geval van een demonstratie geldt bovendien dat het optreden van de politie niet
zo ingrijpend mag zijn dat mensen hierdoor worden afgeschrikt of ontmoedigd om gebruik
te maken van hun demonstratierecht.
Om te waarborgen dat de politie terughoudend en verantwoord gebruikmaakt van het aan
haar toegekende geweldsmonopolie, schrijft de wet voor dat iedere geweldsaanwending
door de politie moet worden gemeld bij, en getoetst door de hulpofficier van justitie.
Die beoordeelt of de opsporingsambtenaar in een concreet geval heeft gehandeld in
overeenstemming met de geweldsinstructie.2 Op grond van de geweldsinstructie is de politie gehouden om bij iedere aanwending
van geweld de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit, redelijkheid en gematigdheid
in acht nemen. Naast de rechtmatigheid beoordeelt de hulpofficier van justitie ook
of het geweldgebruik in het concrete geval in overeenstemming was met de beginselen
van professioneel vakmanschap.
Daarnaast wordt een deel van de geweldsaanwendingen door de politiechef (namens de
korpschef) beoordeeld. In bepaalde gevallen wordt ook het Openbaar Ministerie (OM)
in kennis gesteld. Indien de officier van justitie van oordeel is dat een politieambtenaar
zich niet heeft gehouden aan de geweldsinstructie, kan worden overgegaan tot vervolging
van de betrokken politiemedewerker. In voorkomende gevallen is het aan een rechter
om te beoordelen of de opsporingsambtenaar zich door het geweldgebruik schuldig heeft
gemaakt aan een strafbaar feit, en welke eventuele gevolgen daaraan moeten worden
verbonden.
De Nederlandse wet- en regelgeving bevat diverse regelingen waarin de geweldsinstructie
voor de politie nader is uitgewerkt. Daarnaast bestaan er diverse procedures in het
kader waarvan een concrete geweldsaanwending onafhankelijk en onpartijdig kan worden
beoordeeld. Dat biedt niet alleen een belangrijke waarborg voor een terughoudend en
verantwoord gebruik van het geweldsmonopolie, maar stelt de politie tevens in staat
te leren van geweldsaanwendingen.
Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar het voorval in Utrecht en de wijze waarop
de politie heeft opgetreden. Zoals u weet kan ik geen uitspraken doen over lopende
onderzoeken.
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat demonstranten aangifte doen of hebben gedaan tegen het politieoptreden?
Wordt deze aangifte serieus en onafhankelijk onderzocht?
Antwoord 7
Zoals u weet kan ik niet ingaan op dit individuele incident. Wel wil ik benadrukken
dat iedere burger die aangifte doet, ervan uit kan gaan dat deze serieus en onafhankelijk
wordt onderzocht, ongeacht wie er bij het incident of de aangifte betrokken is. Bovendien,
ook als er geen aangifte wordt gedaan, wordt elk politieoptreden waarbij geweld is
gebruikt getoetst en beoordeeld. Ik verwijs u naar het antwoord op vragen 2 tot en
met 6 voor een nadere uitleg van dit beoordelingsproces.
Vraag 8
Welke mogelijkheden hebben demonstranten op dit moment om excessief politiegeweld
te melden en te laten toetsen, en hoe wordt gewaarborgd dat zij dit in veiligheid
en zonder repercussies kunnen doen?
Antwoord 8
Net als iedere burger heeft een demonstrant die meent slachtoffer te zijn geworden
van excessief politiegeweld de mogelijkheid om dit veilig en zonder repercussies te
melden en te laten beoordelen. Zo kan hij een klacht indienen over het door de politie gebruikte geweld. Ook kan een burger aangifte doen over een (gewelds)handeling van een politiemedewerker, wanneer sprake is van
een vermoedelijk strafbaar feit.
De klachtprocedure en het doen van aangifte tegen de politie zijn de afgelopen maanden
meermaals onder de parlementaire aandacht gebracht.3 In de beantwoording van verschillende Kamervragen is aandacht besteed aan de kenmerken
van beide procedures en de kwaliteitswaarborgen die daarvoor gelden op grond van geldende
wet- en regelgeving. Voor nadere uiteenzettingen over de klachtprocedure en het doen
van aangifte tegen de politie verwijs ik u naar de betreffende antwoorden,4 alsmede naar de beantwoording van vragen 2 tot en met 5.
Vraag 9
Hoe waarborgt u dat demonstraties, ook wanneer zij politiek gevoelig liggen, niet
onnodig worden beëindigd met geweld, maar in lijn met de geldende grondrechten worden
benaderd?
Antwoord 9
In de Nederlandse democratische rechtsstaat is het demonstratierecht een groot goed,
waar de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ik pal achter staan.
Het demonstratierecht wordt beschermd door de Grondwet en diverse verdragen, en wordt
nader gereguleerd in de Wet openbare manifestaties. Het demonstratierecht is echter
niet absoluut; onder omstandigheden kan hierop een beperking worden gemaakt. Het lokale
gezag, dat verantwoordelijk is voor het faciliteren van demonstraties en de handhaving
van de openbare orde, gaat zorgvuldig om met het beperken of in het uiterste geval
verbieden van een demonstratie. Een besluit van het lokale gezag om een demonstratie
te beperken of te verbieden, kan in rechte worden aangevochten. Uiteindelijk is het
aan de onafhankelijke rechter om te oordelen of een eventuele beperking of een verbod
in een concreet geval terecht was. Zodoende wordt gewaarborgd dat burgers veilig gebruik
kunnen maken van het recht om te demonstreren.
Vraag 10
Welke boodschap heeft u aan studenten en andere burgers die hun stem vreedzaam laten
horen via demonstraties, maar geconfronteerd worden met repressief optreden door de
politie?
Antwoord 10
Het staat iedere inwoner van Nederland volledig vrij om voor zijn of haar mening uit
te komen en deel te nemen aan demonstraties, uiteraard binnen de grenzen van de wet.
Deze boodschap wil ik ook meegeven aan studenten en andere burgers die vreedzaam hun
stem laten horen via demonstraties.
In geval van een verstoring van de openbare orde of van een verboden demonstratie,
kan worden besloten daartegen op te treden. De politie neemt daarbij altijd als uitgangspunt
om de situatie tot een goed einde te brengen zonder daarbij geweld te gebruiken. Desondanks
kan het onder omstandigheden noodzakelijk zijn om gepast geweld te gebruiken indien
demonstranten zich niet houden aan de door het bevoegd gezag gegeven bevelen en geen
gehoor geven aan de waarschuwingen die zoveel mogelijk aan het geweldgebruik voorafgaan.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.