Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Tseggai over het bericht 'School voor asielzoekers en statushouders sluit: ‘Terug naar de eenzaamheid’
Vragen van het lid Tseggai (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Justitie en Veiligheid over het bericht «School voor asielzoekers en statushouders sluit: «Terug naar de eenzaamheid»» (ingezonden 18 maart 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
7 juli 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1924.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «School voor asielzoekers en statushouders sluit: «Terug
naar de eenzaamheid»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u van het initiatief «Iedereen aan boord» in Deventer, dat zowel statushouders
als asielzoekers een programma laat volgen dat zich richt op taalles, het vinden van
een baan en het opbouwen van een sociaal netwerk?
Antwoord 2
Het kabinet staat positief tegenover samenwerking van gemeenten met initiatieven als
«Iedereen aan Boord» die zich richten op arbeidsparticipatie en taalverwerving van
statushouders en asielzoekers vanuit de opvang. In de Kamerbrief Actieagenda Integratie
en Open en Vrije samenleving die op 7 februari aan de Tweede Kamer is verzonden, wordt
het belang van een vroege start op de arbeidsmarkt voor zowel asielzoekers en statushouders
vanuit de opvang benadrukt.
De Wet inburgering 2021 (Wi2021) beoogt dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk
meedoen in de samenleving. Een tijdige start is één van de vijf pijlers van de Wi2021.
Door al in de opvangfase te starten met het leren van de taal, oriëntatie op de Nederlandse
samenleving en arbeidsmarkt hebben statushouders eenmaal in de gemeente al een basis
waar ze op voort kunnen bouwen. Via verschillende wegen wordt ingezet op een tijdige
start, zowel via het programma Vroege Integratie en Participatie (VrIP) als het programma
Voorinburgering. Daarnaast worden gemeenten gestimuleerd om het formele inburgeringstraject
al te starten in het azc, de vroege start door gemeenten.
Het is echter aan gemeenten zelf om te bepalen met welke initiatieven de samenwerking
wordt aangegaan.
Vraag 3
Vindt u het rationeel beleid om asielzoekers geen taalles te geven, maar te wachten
tot zij statushouder zijn, terwijl het overgrote deel (85%) van de asielzoekers recht
heeft op asiel? Kan er geconcludeerd worden dat u uw beleid baseert op de 15% die
geen recht op asiel verkrijgt? Kunt u in uw antwoord de gemiddelde doorlooptijd van
een asielprocedure meenemen?
Antwoord 3
Het inwilligingspercentage van eerste asielaanvragen waarop in 2023 is beslist, is
54%.2 De gemiddelde doorlooptijd van de algemene asielprocedure is op het moment 66 weken3.
Het kabinet zet op verschillende manieren in op (vroege) taalverwerving voor asielzoekers,
zoals ook in de nieuwe Europese opvangrichtlijn opgenomen is. Zo wordt met de subsidie
voor het programma Vroege Integratie en Participatie (VrIP) die aan het COA wordt
verstrekt, 24 uur NT2-taalles aan een deel van de kansrijke asielzoekers geboden.
Ook de Meedoenbalies op 38 COA-locaties worden door deze subsidie gefinancierd. Bij
de Meedoenbalies worden bewoners van het COA, zowel asielzoekers als statushouders,
begeleid naar participatieactiviteiten en vrijwilligerswerk. Participeren draagt bij
aan de taalverwerving en kan gezien worden als een vorm van informeel taalonderwijs.
Daarnaast wordt door het Ministerie van Asiel & Migratie in het kader van het programma
Wonen en leven op een COA-locatie, de training Basaal Nederlands aangeboden. De training
wordt gegeven door een vrijwilliger onder begeleiding van een programmabegeleider
van het COA. Elke deelnemer krijgt minimaal 8 weken 4 uur per week les. Deelnemers
die meer willen leren, kunnen daarna lessen blijven volgen. Omdat het COA hiervoor
afhankelijk is van de beschikbaarheid van vrijwilligers geldt ook hier dat maar een
deel van de asielzoekers daadwerkelijk gebruik kan maken van deze taallessen.
Vraag 4
Denkt u dat het geven van taallessen aan asielzoekers vanaf de eerste dag dat zij
hier zijn, een goede uitvoering is van het voornemen uit de Actieagenda Integratie
en de Open en Vrije Samenleving om «zo snel mogelijk mee te doen»?4 Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
In het kader van de Actieagenda Integratie en Vrije en Open samenleving wordt een
vroege start op de arbeidsmarkt voor nieuwkomers waaronder asielzoekers, zoveel mogelijk
gestimuleerd. De mogelijkheden voor dienstverlening met het oog op toeleiding naar
werk voor asielzoekers vanuit de opvang, worden onderzocht. Taallessen en taal op
de werkvloer kunnen daar onderdeel van zijn. Voor overige mogelijkheden voor vroege
taalverwerving, zie de beantwoording van vraag 2 en 3.
Vraag 5
Denkt u dat het taalniveau en de kansen op de arbeidsmarkt toenemen als asielzoekers
vanaf de eerste dag dat zij hier zijn taalles krijgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het kabinet onderschrijft het belang van meedoen vanaf dag één en tijdig starten met
het leren van de taal. Daarom wordt aan een deel van de asielzoekers via het programma
Vroege Integratie en Participatie (VrIP) de mogelijkheid geboden om de taal te leren
en te participeren. Daarnaast wordt door het Ministerie van Asiel en Migratie de training
basaal Nederlands aangeboden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.