Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden De Kort en Veltman over het artikel “Dankzij Marcus (67) kunnen blinden hier veilig oversteken”
Vragen van de leden De Kort en Veltman (beiden VVD) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het artikel «Dankzij Marcus (67) kunnen blinden hier veilig oversteken» (ingezonden 13 juni 2025).
Antwoord van Minister Tieman (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 1 juli 2025)
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Dankzij Marcus (67) kunnen blinden hier veilig oversteken»
en het beschreven initiatief in Vught?1
Antwoord 1
Ja, het artikel en het initiatief in Vught zijn bekend. Deze tijdelijke overwegen
zijn een stap in de realisatie van de verdiepte ligging in Vught, onderdeel van het
project Meteren-Boxtel uit het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. Aangezien de overwegen
daar tijdelijk ingrijpend zijn veranderd, heeft ProRail hier een randmarkering op
het voetpad geplaatst om als oriëntatie te dienen voor blinde en slechtziende voetgangers.
Vraag 2
Wat is uw reactie op dit initiatief? Wat vindt u van het idee om voelbare geleidelijnen
aan te brengen bij spoorwegovergangen?
Antwoord 2
Overwegen zijn een bijzonder risicovol punt voor blinden en slechtzienden. De randmarkeringen
die in Vught zijn toegepast, zijn een speciale maatregel om te bezien of dit bijdraagt
aan een veilige oversteek van de plaatselijk sterk gewijzigde situatie. Ik wacht de
bevindingen daaromtrent af. Deze randmarkering is nadrukkelijk geen geleidelijn. Geleidelijnen
liggen slechts op plekken waar voetgangers veilig stil kunnen staan.
Vraag 3
Is er landelijk bekend hoeveel spoorwegovergangen er zijn waar al voorzieningen en
hulpmiddelen aanwezig zijn voor blinden en slechtzienden? Bij hoeveel spoorwegovergangen
zijn er nog geen voorzieningen aanwezig?
Antwoord 3
Zoals aangegeven in het antwoord op de vorige vraag zijn de aanpassingen aan de overweg
in Vught een speciale maatregel vanwege de ingrijpende wijzigingen die daar plaatsvinden.
Deze overweg is de eerste waar deze randmarkeringen geplaatst worden.
Op vrijwel alle overpaden tussen perrons op stations is inmiddels een oversteeklijn
geplaatst, een harde kunststof strook die op het midden van de overpadbevloering wordt
geschroefd. Dit sluit aan op de geleidelijnen die binnen het stationsgebied aanwezig
zijn en maakt duidelijk dat overstekende gebruikers zich niet op een veilige plaats
bevinden. In enkele situaties is het plaatsen van een oversteeklijn niet mogelijk,
omdat dit onveilige situaties voor andere gebruikers zou opleveren.
Vraag 4
Bent u van mening dat er op meer locaties in het land voelbare geleidelijnen moeten
worden aangelegd bij spoorwegovergangen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Voorlopig zijn er geen plannen om op meer locaties dergelijke maatregelen te treffen.
De aangelegde gidslijn in Vught is toegepast vanwege de ingrijpende wijzigingen aan
de overwegen. Aan de hand van deze maatregel kan worden beoordeeld of nader onderzoek
naar de toepasbaarheid van dergelijke gidslijnen gewenst is. ProRail heeft eerder
nog geen aanleiding gezien om te onderzoeken of het nodig is om deze maatregel toe
te passen op overwegen die niet ingrijpend zijn gewijzigd.
Vraag 5
In hoeverre wordt er in de directe omgeving van bijvoorbeeld blindeninstituten, scholen
en revalidatiecentra in de openbare ruimte rekening gehouden met mensen met een visuele
beperking?
Antwoord 5
De inrichting van het lokale straatbeeld is vrijwel geheel het werkterrein van gemeenten
en andere decentrale wegbeheerders. Deze overheden hebben het beste zicht op de bijzondere
situaties, zoals de aanwezigheid van dergelijke instituten. Het uitgangspunt is dat
openbare gebouwen altijd een toegankelijke route met gidslijnen en geleidelijnen hebben
vanaf de dichtstbijzijnde halte van het openbaar vervoer. Bij nieuwe ontwikkelingen
die de inrichting van de openbare ruimte raken, dient in een omgevingsplan rekening
te worden gehouden met het belang van personen met een functiebeperking.2
Vraag 6
Is er gericht beleid om de buurt van dit soort instellingen voor blinden en slechtzienden,
met name oversteekplaatsen, toegankelijk en bereikbaar te maken voor deze doelgroep?
Wat gebeurt er nu met signalen van onveilige oversteeksituaties?
Antwoord 6
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 zijn gemeenten primair aan zet voor een
toegankelijke openbare ruimte. Zij pakken signalen over onveilige oversteeksituaties
op. Lokaal maatwerk is hierbij belangrijk.
Vraag 7
Deelt u de mening dat oversteekplaatsen voor iedereen veilig en toegankelijk moeten
zijn? Zo ja, bent u het eens dat de toegankelijkheid van oversteekplaatsen voor visueel
beperkten niet afhankelijk mag zijn van lokale initiatieven, maar dat er landelijke
richtlijnen en beleid voor nodig zijn?
Antwoord 7
Ik deel de mening dat oversteekplaatsen voor iedereen veilig moeten zijn. Lokale wegbeheerders
zijn zich bij uitstek bewust van de lokale knelpunten. Gemeenten kunnen gebruik maken
van bijvoorbeeld de «Richtlijn toegankelijkheid» (2014) en «Ontwerpwijzer voetgangers»
(2023) van het kennisplatform CROW. Hierin staan handvatten voor een toegankelijke
en veilige inrichting van de openbare ruimte, ook voor blinden en slechtzienden. Ook
werkt CROW momenteel aan een landelijke standaard voor akoestische signalering bij
verkeersregelinstallaties.
Vraag 8
Maken voelbare geleidelijnen bij spoorwegovergangen deel uit van het Landelijk Verbeterprogramma
Overwegen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet en kunnen de voelbare geleidelijnen
in dit programma worden opgenomen?
Antwoord 8
Binnen het aflopende Landelijk Verbeterprogramma Overwegen is het toepassen van randmarkeringen
als gidslijn niet als maatregel meegenomen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag
4 staat nog niet vast of deze maatregel noodzakelijk is bij andere overwegen. Pas
als een verdere uitrol wenselijk blijkt, zal bekeken worden op welke wijze dit vormgegeven
kan worden. Daarbij dient dan sprake te zijn van voldoende dekking.
Vraag 9
Bent u van mening dat er prioriteit moet worden gegeven bij het aanleggen van voelbare
geleidelijnen bij drukbezochte en dichtbevolkte gebieden? Denk dan bijvoorbeeld aan
grote kruispunten, in de omgeving van scholen, of rondom stations. Zo ja, hoe gaat
u ervoor zorgen dat juist deze locaties als eerste toegankelijk en veilig worden voor
mensen met een visuele beperking?
Antwoord 9
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het
straatbeeld. De prioriteiten voor het aanleggen van hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden
zijn zeer locatiespecifiek. Gemeenten kunnen hierover de beste afweging maken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.