Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bontenbal over het bericht dat miljoenen zonnepaneelhouders ook na het vervallen van de wettelijke salderingsregeling in 2027 recht blijven hebben op salderen
Vragen van het lid Bontenbal (CDA) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het bericht dat miljoenen zonnepaneelhouders ook na het vervallen van de wettelijke salderingsregeling in 2027 recht blijven hebben op salderen (ingezonden 14 mei 2025).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 25 juni 2025).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2312
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Eigenaren zonnepanelen behouden recht op salderen
stroom ondanks einde regeling»1 en «Experts: Salderingsrecht blijft overeind voor zonnepaneeleigenaar»2?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat consumenten niet alleen vanwege de wettelijke salderingsregeling maar
ook vanwege contractuele afspraken met energieleveranciers recht hebben op het tegen
elkaar wegstrepen terug van geleverde en teruggeleverde stroom?
Antwoord 2
In artikel 31c, eerste en tweede lid, van de Elektriciteitswet is vastgelegd dat leveranciers
voor afnemers die duurzame elektriciteit invoeden op het net het verbruik ten behoeve
van de facturering en inning van de leveringskosten berekenen door de aan het net
onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit,
waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit
bedraagt. Dat is een wettelijke verplichting.
Vanaf 1 januari 2027 treedt de Wet beëindiging salderingsregeling in werking. De bepalingen
over het salderen van elektriciteit, die vanaf 1 januari 2026 in de Energiewet geregeld
wordt, komen dan te vervallen. Er bestaat vanaf 1 januari 2027 dus geen wettelijke
plicht meer voor leveranciers om de ingevoede en onttrokken elektriciteit met elkaar
te verrekenen voor het bepalen van de in rekening te brengen leveringskosten. De wet
regelt niet hoe leveranciers na het vervallen van deze wettelijke verplichting de
kosten voor de aan een eindafnemer geleverde elektriciteit in rekening moeten brengen,
noch of, en zo ja hoe, zij hun contractvoorwaarden daarop aan moeten passen. Dat is
aan de contractpartijen, omdat het een afspraak betreft die onderdeel vormt van de
overeenkomst tussen de leverancier en de eindafnemer. Het kabinet roept leveranciers
op richting klanten helder te zijn over de inhoud van de voorwaarden en eventuele
wijzigingen duidelijk te communiceren.
Voor wat betreft het fiscale deel geldt dat artikel 50, tweede lid van de Wet belastingen
op milieugrondslag door de Wet beëindiging salderingsregeling vervalt. Daarin is bepaald
dat over gesaldeerde elektriciteit geen energiebelasting wordt geheven. Met andere
woorden: vanaf de inwerkingtreding van de Wet beëindiging salderingsregeling geldt
er geen vrijstelling van belastingen meer voor geleverde elektriciteit die wordt gesaldeerd.
Leveranciers zijn vanaf 1 januari 2027 dus verplicht deze belastingen door te berekenen.
Vraag 3
Klopt het tevens dat energieleveranciers niet zomaar van deze contractuele salderingsafspraak
die zij met consumenten hebben gemaakt af kunnen?
Antwoord 3
Zoals aangegeven bij het antwoord op de vorige vraag regelt de wet niet of, en zo
ja hoe, de leveringsovereenkomsten en daarbij geldende voorwaarden kunnen of moeten
worden aangepast. Dit betreft de privaatrechtelijke verhouding tussen de klant en
een energieleverancier en zal afhankelijk zijn van de specifieke inhoud van de voorwaarden
en omstandigheden van het geval.
Vraag 4
Hoeveel huishoudens met zonnepanelen hebben momenteel in hun energiecontract en/of
de algemene voorwaarden bij hun contract staan dat zij recht hebben op salderen?
Antwoord 4
De Wet beëindiging salderingsregeling is op 17 december 2024 aangenomen in de Eerste
Kamer. Het aantal afgesloten overeenkomsten tussen een leverancier en een klant dat
doorloopt tot ná 1 januari 2027 en waarin geen afspraken zijn gemaakt over de voorziene
beëindiging van de salderingsregeling per 1 januari 2027, zal daarom beperkt zijn.
In nieuw afgesloten leveringsovereenkomsten van na 17 december 2024 hebben leveranciers
doorgaans opgenomen dat het salderen van verbruikte en ingevoede elektriciteit voor
het in rekening brengen van de leveringskosten per 1 januari 2027 vervalt.
Vraag 5
Hoe kijkt u aan tegen de uitspraken van experts dat de praktijk van het met elkaar
verrekenen van geleverde en teruggeleverde stroom juridisch bindend blijft ook als
de wettelijke salderingsregeling op 1 januari 2027 stopt?
Antwoord 5
Zoals aangegeven in de antwoorden op voorgaande vragen betreft dit de privaatrechtelijke
verhouding tussen de klant en een energieleverancier en zal dit afhankelijk zijn van
de specifieke inhoud van de voorwaarden en omstandigheden van het geval. Het kabinet
roept leveranciers op richting klanten helder te zijn over de inhoud van de voorwaarden
en eventuele wijzigingen duidelijk te communiceren. Als consumenten het niet eens
zijn met de wijziging van de overeenkomst, kunnen zij in eerste instantie in contact
treden met hun leverancier. Mochten zij er met hun leverancier niet uitkomen, dan
hebben consumenten ook de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Geschillencommissie
of zich tot de burgerlijke rechter te wenden.
Vraag 6
Klopt het dat deze praktijk in energiecontracten en algemene voorwaarden wordt genoemd
en het vervallen van een wettelijke regeling geen gevolgen heeft voor privaatrechtelijke
contracten van de energieleveranciers met de consumenten?
Antwoord 6
Zie het antwoord op de vragen 2 tot en met 4.
Vraag 7
Hoe verhoudt deze situatie zich tot de recente uitspraak van het gerechtshof Amsterdam
in de rechtszaak tegen Vattenfall, waarin werd gesteld dat het eenzijdig aanpassen
van tarieven door de leverancier via algemene voorwaarden onrechtmatig was? Klopt
het dat pogingen van energieleveranciers om het salderingsrecht met soortgelijke clausules
te schrappen juridisch ondeugdelijk (zouden) zijn?
Antwoord 7
De wetgever laat zich slechts gedurende de voorbereiding van wetgeving uit over de
interpretatie van regels, en voorziet deze waar nodig van een nadere toelichting.
Na inwerkingtreding van een wet is dit voorbehouden aan de rechter, die wetgeving
uitlegt en het recht toepast in een concreet geval.
Vraag 8
Hoe kijkt u naar het feit dat juridisch adviseurs consumenten aanraden om alert te
zijn bij overstappen naar een nieuwe leverancier of contractvorm omdat zij daarmee
het contractuele recht op saldering kunnen verliezen?
Antwoord 8
Vanaf 2027 komt er een plicht om voor alle geleverde elektriciteit energiebelasting
in rekening te brengen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 regelt de wet
niet of, en zo ja hoe, de leveringsovereenkomsten en daarbij geldende voorwaarden
kunnen of moeten worden aangepast. Dit betreft de privaatrechtelijke verhouding tussen
de klant en een energieleverancier en zal afhankelijk zijn van de specifieke inhoud
van de voorwaarden en omstandigheden van het geval. Het is daarom extra verstandig
als consumenten zich goed informeren als zij overwegen over te stappen naar een andere
leverancier en/of een ander contract.
Vraag 9
Acht u het wenselijk dat consumenten hiermee min of meer zelf verantwoordelijk worden
voor het al dan niet verliezen van het recht op salderen en de financiële gevolgen
die dat met zich mee kan brengen?
Antwoord 9
De Wet beëindiging salderingsregeling is helder voor wat betreft (i) het vervallen
van de verplichting voor leveranciers om verbruikte en ingevoede elektriciteit te
salderen bij het in rekening brengen van de kosten voor levering en (ii) de verplichting
om energiebelasting in rekening te brengen over alle door hen geleverde elektriciteit
(dus zonder salderen). Het is aan leveranciers om de voorwaarden van hun leveringsovereenkomsten
hier zo nodig op aan te passen. Consumenten zijn zelf verantwoordelijk voor het kiezen
van een energiecontract en het eventueel overstappen naar een andere leverancier en/of
een ander contract.
Overigens regelt het amendement Postma dat de opzegvergoeding die een consument moet
betalen bij voortijdige beëindiging van een leveringsovereenkomst achterwege blijft
als die overeenkomst is afgesloten voorafgaand aan de bekendmaking van de Wet beëindiging
salderingsregeling in het Staatsblad (29 januari 2025) en de leverancier die overeenkomst
wegens het in werking treden van deze wet eenzijdig wijzigt.
Vraag 10
Hoe groot acht u het risico dat er grote ongelijkheden zullen ontstaan tussen consumenten
met zonnepanelen die wel een nieuw energiecontract hebben getekend waarin het recht
op salderen vervalt en consumenten die dat niet hebben gedaan en voor wie, indien
de in de artikelen aangehaalde experts gelijk hebben, het recht op salderen blijft
bestaan? Welke mogelijkheden ziet u om een dergelijk situatie te voorkomen?
Antwoord 10
Zoals in het vorige antwoord is aangegeven, is de Wet beëindiging salderingsregeling
helder ten aanzien van de wettelijke rechten en verplichtingen.
De verwachting is dat er weinig contracten zijn die zijn afgesloten voordat de Wet
beëindiging salderingsregeling is aangenomen en bekend is gemaakt en doorlopen tot
na 1 januari 2027. Voor contracten die na bekendmaking van die wet zijn afgesloten
of worden verlengd en doorlopen tot na 1 januari 2027 zal gelden dat leverancier hun
voorwaarden hier zo nodig op hebben aangepast. Het kabinet kan niet treden in de beoordeling
van de privaatrechtelijk verhouding tussen consumenten en leveranciers noch een inschatting
maken van de uitkomst van privaatrechtelijke geschillen over contractvoorwaarden.
Bovendien zal dit ook sterk afhankelijk zijn van de context en specifieke omstandigheden
van ieder geval. Zie ook het antwoord op vraag 4.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.