Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Omtzigt en Joseph over het havenpensioenfonds Optas en Aegon en de voortdurende juridische strijd, waarbij miljarden pensioengeld in verkeerde zakken beland is
Vragen van de leden Omtzigt en Joseph (beiden Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het havenpensioenfonds Optas en Aegon en de voortdurende juridische strijd, waarbij miljarden pensioengeld in verkeerde zakken beland is (ingezonden 13 mei 2025).
Antwoord van Minister Van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 24 juni
2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2338.
Vraag 1
Bent u bekend met de geschiedenis rondom het havenpensioenfonds Optas, waar door wat
slinkse manoeuvres miljarden aan pensioengeld bestemd werd voor culturele doelen en
voor de winst van Aegon?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met de geschiedenis van het Pensioenfonds Vervoer- en Havenbedrijven,
stichting Optas en de latere fusie met Aegon Levensverzekeringen.
Vraag 2
Bent u ervan op de hoogte dat hier al bijna twintig jaar Kamervragen over worden gesteld,
er een bemiddelingspoging gevraagd is die faalde in 2008 en talloze andere zaken?2
Antwoord 2
In grote lijnen ben ik bekend met deze geschiedenis.
Vraag 3
Kunt u aangeven via een tijdlijn welke Kamervragen, procedures, juridische verzoeken
en uitspraken en andere relevante gebeurtenissen de afgelopen twintig jaar gedaan
zijn?
Antwoord 3
Op basis van de mij beschikbare informatie ziet de tijdlijn er op hoofdlijnen als
volgt uit:
Tot 1999
– Stichting Pensioenfonds Vervoer- en Havenbedrijven (PVH) beheert het havenpensioenfonds
voor havenarbeiders.
– In 1997 wordt PVH opgeheven en omgezet in OPTAS Pensioenen (II) NV. Hierbij ontstaat
een beklemd vermogen dat juridisch gezien alleen kon worden besteed aan de pensioenen
van polishouders, maar er was tegelijkertijd geen juridische verplichting om dat te
doen. Daarnaast werden in deze periode nieuwe indexatie-afspraken gemaakt die achteraf
onvoldoende bleken om de inflatie bij te houden.
– Sociale partners richten een nieuwe stichting op, de Stichting Optas. Deze nieuwe
stichting gaat alle aandelen in OPTAS Pensioenen (II) NV houden.
– OPTAS Pensioenen (II) NV fuseert in 1998 met verzekeraar Optas NV. Op dat moment bestaan
de entiteiten; Stichting Optas en de verzekeraar Optas NV. Stichting Optas houdt de
aandelen. Door deze constructie is er geen verplichtgestelde regeling voor de havenarbeiders
meer.
2007–2009
– Aegon koopt in 2007 verzekeraar Optas NV. Daarvoor betaalde AEGON een koopprijs van
1,5 miljard euro aan Stichting Optas. Stichting Optas blijft bestaan en beheert het
vermogen.
– Kamervragen (19 oktober 2007) door Pieter Omtzigt (CDA) en Mariëtte Hamer (PvdA) over
de verkoop van Optas aan Aegon, de wijzigingen in de statuten en het toezicht.3
– Schriftelijk overleg (10 maart 2008) met vragen vanuit de vaste commissie SZW.4
– Op verzoek van de regering deed oud-minister Elco Brinkman vanaf juni 2008 een bemiddelingspoging
om met alle partijen tot een oplossing te komen. Eind oktober 2008 stopte de heer
Brinkman zijn poging en gaf de opdracht terug aan de regering. De bemiddeling tussen
Stichting Belangenbehartiging Pensioengerechtigden van de Vervoeren Havenbedrijven
(BPVH), Aegon en Stichting Optas is niet geslaagd.
– Paul Ulenbelt (SP) dient een motie in om de overheid commissarissen bij Aegon opdracht
te geven het vermogen van Optas ten goede te laten komen aan de pensioenen van de
havenwerkers.5 De motie wordt verworpen.
2010–2015
– Tussen 2010 en 2014 zijn geschillen beslecht met verscheidene schikkingen, waarbij
de Stichting Optas EUR 500 miljoen en Aegon EUR 188 miljoen ter beschikking hebben
gesteld voor de pensioenen van de havenwerkers. DNB was geen partij bij deze afspraken.
– De Hoge Raad oordeelt in 2011 dat het beklemde vermogen Aegons eigendom is.6
– Kamervragen op 10 mei 2011 door Pieter Omtzigt (CDA) over de uitkering van havenpensioenen
door Aegon, en het gebruik van beklemd vermogen.7
– Havenarbeiders demonstreren bij Aegon-hoofdkantoor (2012).8
– In 2014 wordt, mede naar aanleiding van de geschiedenis in deze casus, de wet aangepast.
Hierdoor moet DNB op basis van artikel 114 van de Pensioenwet voortaan een verklaring
van geen bezwaar afgeven bij een omzetting van een pensioenfonds naar een verzekeraar.
Hiervoor moet DNB toetsen of de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers, andere
aanspraakgerechtigden, de pensioengerechtigden en de werkgever voldoende gewaarborgd
zijn.
– In 2015 beslist de rechtbank Rotterdam dat het beklemd vermogen wordt ontklemd en
dus beschikbaar komt voor Aegon.9
2018–2019
– Verzekeraar Optas NV fuseert met Aegon Levensverzekering NV. De Nederlandsche Bank
(DNB) stemt in met de overgang van de portefeuille levensverzekeringen. Enkele tientallen
polishouders, een aantal ondernemingen (werkgevers in de havens) en FNV Havens maken
bezwaar tegen het instemmingsbesluit van DNB. DNB merkt de polishouders van Optas
niet aan als belanghebbende in zin de van de Algemene wet bestuursrecht.
– De voorzieningenrechter draagt DNB op het instemmingsbesluit te verstrekken aan de
polishouders die bezwaar hebben gemaakt.
2020–2021
– Kamervragen op 3 februari 2020 door Pieter Omtzigt (CDA) over de rol van DNB, de bescherming
van polishouders en de transparantie rond het instemmingsbesluit.10
– De rechtbank Den Haag oordeelt dat de fusie tussen Optas Pensioenen N.V. en Aegon
Levensverzekeringen N.V. rechtsgeldig is. De rechter wijst de vordering tot ongedaanmaking
van de fusie af.11
– Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat DNB het belanghebbendenbegrip
te eng heeft geïnterpreteerd. DNB past daarop haar werkwijze aan door polishouders
eerder als belanghebbenden in de zin van de Algemene wet bestuursrecht aan te merken.12
2023–2024
– De rechtbank Rotterdam vernietigt het instemmingsbesluit van DNB over de fusie van
Optas en Aegon. De rechtbank oordeelt dat DNB met de opdracht aan Optas/Aegon om de
portefeuilleovergang in de Staatscourant en drie landelijke dagbladen te publiceren
onvoldoende rekening heeft gehouden met het belang van de polishouders en daarmee
artikel 3:119, eerste lid, van de Wft onjuist heeft toegepast.13 DNB hanteert sindsdien als uitgangspunt dat verzekeraars polishouders voortaan vooraf
individueel aanschrijven over een voorgenomen fusie en dat verzekeraars daar expliciet
het verzetsrecht noemen dat polishouders hebben bij DNB.
– Het gerechtshof Den Haag bevestigt dat de fusie rechtsgeldig was en dat het vermogen
van Optas niet toebehoort aan polishouders. Zij hebben geen eigendomsrechten op het
beklemd vermogen. Beroep polishouders verworpen.14
– De rechtbank Den Haag concludeert dat de eisers geen rechten hebben op de gevorderde
onvoorwaardelijke indexering van hun pensioenen aan de hand van de stijging van de
consumentenprijsindex.15
2025
– Kamervragen van Pieter Omtzigt en Agnes Joseph (Nieuw Sociaal Contract)16 naar aanleiding van NRC-artikel «De toegeëigende pensioenmiljarden van havenarbeiders
en de rol van DNB: wie houdt toezicht op de toezichthouder?».17
– De advocaat-generaal ziet geen reden om de fusie tussen Aegon en Optas nietig te verklaren.
De Hoge raad doet waarschijnlijk eind dit jaar uitspraak.18
Vraag 4
Hoeveel pensioengeld van de havenarbeiders heeft uiteindelijk de bestemming pensioen
verloren en is nu geld voor goede doelen (kunst) en voor winst (Aegon)?
Antwoord 4
In het verleden is de pensioenregeling door de betrokken sociale partners gewijzigd,
met als gevolg – met de kennis van nu – dat de betreffende deelnemers mogelijk minder
pensioen hebben dan wanneer de pensioenregeling niet op die manier zou zijn gewijzigd.
Er zijn diverse gerechtelijke procedures gevoerd waarin eisers hebben gesteld recht
te hebben op het «Optas-vermogen» ten behoeve van hun pensioen. De uitspraken in deze
procedures hebben tot nu toe uitgewezen dat de gewijzigde pensioenregeling en de overgang/fusie
rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Het gevoel van de betreffende deelnemers hierbij
is echter goed te begrijpen.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de rol van De Nederlandsche Bank (DNB) als toezichthouder, o.a. bij
het niet aanmerken van polishouders als belanghebbenden, bij het niet openbaar maken
van het fusiebesluit, bij het niet goed controleren van bezwaarmakers?
Antwoord 5
De beoordeling van het handelen door DNB kan niet los worden gezien van de vormgeving
van het toenmalige juridisch kader waarbinnen DNB destijds het toezichtmandaat uitvoerde.
Dat neemt niet weg dat er, met de kennis van nu, op onderdelen een andere opstelling
of benaderingswijze had kunnen worden gekozen. DNB heeft hieruit lering getrokken
en dat onderschrijf ik.
Van DNB heb ik begrepen dat zij goed begrijpt dat er emoties spelen bij de (gewezen)
polishouders van Optas en dat zij zich goed kan voorstellen dat de geschiedenis vragen
oproept. In feite ziet DNB dat de naweeën van een aantal beslissingen eind jaren »90
(nieuwe indexatie-afspraken, omzetting van pensioenfonds in verzekeraar) van de destijds
betrokken sociale partners en pensioenfonds doorwerken tot op de dag van vandaag.
Hierdoor is in de maatschappij een verwachting ontstaan dat de polishouders recht
zouden hebben op een deel van het vermogen van Optas en de eigenaar van Optas, ook
al was dat juridisch gezien niet afdwingbaar. Die tegenstelling tussen enerzijds wat
in de maatschappij als rechtvaardig werd (en wordt) gezien en anderzijds wat juridisch
kon en mocht gegeven de eerder gemaakte afspraken maakt dit een heel lastige casus
voor iedereen. Dat alles neemt niet weg dat we met zijn allen – maatschappij, wetgever
en DNB – ook geleerd hebben van deze casus. Overigens is door schikkingen in 2010
en 2014 uiteindelijk EURO 688 miljoen van Stichting Optas en Aegon ten goede gekomen
aan de pensioenen van de polishouders.
Voor DNB zijn er lessen te trekken uit deze casus. DNB heeft geleerd van de uitspraken
van de rechter over het instemmingsbesluit in het kader van de fusie tussen Optas
en Aegon Levensverzekering in 2019. DNB hanteert inmiddels als uitgangspunt dat verzekeraars
polishouders voortaan vooraf individueel aanschrijven over een voorgenomen fusie en
dat verzekeraars daar expliciet het verzetsrecht noemen dat polishouders hebben bij
DNB. DNB besluit sindsdien ook eerder om polishouders als belanghebbenden te zien.
DNB neemt ook mee dat de rechter heeft geoordeeld dat DNB de geheimhoudingsplicht
bij een aantal documenten te streng heeft geïnterpreteerd.
Ook door de wetgever zijn er lessen uit deze casus getrokken. Hoewel de keuzes die
destijds door de sociale partners gemaakt zijn rond de aanpassing van de indexatieafspraken
en het ontstaan van het beklemde vermogen een cruciale rol spelen, konden die keuzes
op basis van het toen geldende wettelijke kader juridisch gezien geen onderdeel zijn
van de wettelijke toets door DNB. Mijn ambtsvoorganger heeft daarom in 2014 de wet
aangepast. DNB kan (en moet) hierdoor vanaf dat moment als extra waarborg voor deelnemers
een verklaring van geen bezwaar afgeven bij de omzetting van een pensioenfonds naar
een verzekeraar. Door deze wetswijziging toetst DNB of de belangen van deelnemers
en de werkgever voldoende gewaarborgd zijn bij zo’n omzetting. Als DNB dit mandaat
in 1998 had gehad, dan had DNB nadrukkelijker kunnen kijken of de belangen van de
deelnemers voldoende gewaarborgd waren met extra aandacht voor de rol van het beklemde
vermogen dat gecreëerd werd met de omzetting.
Vraag 6
Als u de rol van DNB niet wilt controleren, wie houdt dan toezicht op DNB?
Antwoord 6
Er wordt toezicht gehouden op DNB. DNB is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) en
ontleent haar bevoegdheden rechtstreeks aan de wet. Het Ministerie van Financiën is
systeemverantwoordelijk voor het toezicht op ZBO’s, het zogenaamde uitvoeringstoezicht.
Uitvoeringstoezicht bestaat uit interne en externe governance.
Bij interne governance moet gedacht worden aan de verhouding tussen de organen die
het bestuur en het interne toezicht uitoefenen, op de wijze waarop zij elkaar controleren
en corrigeren (checks and balances),
alsmede op de wijze waarop de regels die daar betrekking op hebben, worden toegepast
en nageleefd. Denk aan het vaststellen van profielen, het voordragen van leden van
de Raden van Toezicht en bestuur of het vaststellen van de jaarrekening. De externe
governance wordt ingevuld door een uitgebreide overlegstructuur tussen ministerie
en DNB (overreding). Daarnaast zijn er zachte en harde wettelijke bevoegdheden. Hierbij
kan gedacht worden aan het in de plaats stellen van een ministeriële regeling, het
kostenkader, onthouding van goedkeuring van de begroting of optreden tegen taakverwaarlozing.
Voor een totaaloverzicht wordt verwezen naar de begin dit jaar geactualiseerde «Visie
toezicht op afstand» en «toezichtarrangement DNB en AFM» (en bijlagen)».19
Vraag 7
Bent u bereid een bemiddelaar aan te stellen om, na de mislukte poging van dhr. Brinkman
in 2008, wel tot een oplossing te komen waarbij pensioengeld pensioengeld blijft?
Antwoord 7
Ik zie geen reden opnieuw een bemiddelaar in te stellen, mede op basis van de reeds
bereikte schikkingen en (recente) juridische uitspraken.
Vraag 8
Hoe schat u het risico in dat, nu er verplicht ingevaren dreigt te worden bij de Wet
toekomst pensioenen en er geen maximumkosten zijn voor pensioenfondsen omdat het amendement
dat dat beoogde verworpen is, er de komende twintig jaar massaal rechtszaken gevoerd
gaan worden?
Antwoord 8
De vergelijking met de Wtp is wat mij betreft niet aan de orde. Sinds Optas en met
de Wtp is wetgeving ten aanzien van waardeoverdrachten aanzienlijk aangescherpt. Pensioenvermogen
dient ook pensioenvermogen als bestemming te behouden. Invaren in het kader van de
Wtp is een hele andere kwestie. Daarbij gaan, onder strikte voorwaarden en checks
and balances, de pensioenaanspraken en -rechten over naar de nieuwe regeling, maar
wel bij dezelfde uitvoerder. Bij het invaren zijn eisen gesteld aan besluitvorming
en onderliggende berekeningen (denk aan het inzichtelijk maken van generatie-effecten)
die waarborgen dat in de besluitvorming rekening gehouden wordt met verschillende
toekomstscenario’s. Denk daarnaast bij de checks and balances aan de wettelijk voorgeschreven
verdeelregels en methoden, het evenwichtigheidsvereiste, de te maken plannen (transitie-,
implementatie- en communicatieplan), het hoorrecht, de versterkte rol van fondsorganen
etc. Tot slot wordt de transitie uitgebreid gemonitord met periodieke terugkoppeling
aan uw Kamer.
Vraag 9
Wilt u deze vragen een voor een en binnen drie weken beantwoorden?
Antwoord 9
Bijgaand treft u de antwoorden, na de uitstelbrief van 2 juni jl., aan.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Y.J. van Hijum, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.