Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 18 juni 2025, over Vreemdelingen- en asielbeleid
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3454
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 9 juli 2025
De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 18 juni 2025 overleg gevoerd met
de heer Van Weel, Minister van Asiel en Migratie, over:
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 15 mei 2025 inzake financiële
toezeggingen en uitkeringen aan de gemeente Westerwolde (Kamerstuk 19 637, nr. 3402);
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 25 april 2025 inzake verlenging
binnengrenscontroles (Kamerstuk 30 821, nr. 273);
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 10 juni 2025 inzake toezegging
gedaan tijdens het notaoverleg Suriname van 2 juni 2025, over de regeling voor verblijfsvergunningen
voor Surinaamse oud-Nederlanders verlengen en bekender maken (Kamerstuk 20 361, nr. 233);
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 17 juni 2025 inzake resultaten
binnengrenscontroles (Kamerstuk 30 821, nr. 297);
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 17 juni 2025 inzake landenbeleid
Mali (Kamerstuk 19 637, nr. 3437);
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 17 juni 2025 inzake landenbeleid
Libanon (Kamerstuk 19 637, nr. 3436);
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 13 juni 2025 inzake kabinetsappreciatie
op verlenging van de activering van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming tot en met
4 maart 2027 (Kamerstuk 32 317, nr. 963);
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 30 mei 2025 inzake landenbeleid
Turkije (Kamerstuk 19 637, nr. 3432);
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 30 mei 2025 inzake stand van zaken
opening procesbeschikbaarheidslocatie (Kamerstuk 19 637, nr. 3431);
– de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 23 mei 2025 inzake beleidsagenda
interdepartementale taskforce Internationale Migratie (Kamerstuk 30 573, nr. 227).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie, Vijlbrief
De griffier van de commissie, Burger
Voorzitter: Van Nispen
Griffier: Nouse
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Boomsma, Diederik van Dijk, Van Houwelingen,
Van Nispen, Podt, Rajkowski, Vondeling en Van Zanten,
en de heer Van Weel, Minister van Asiel en Migratie.
Aanvang 10.00 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen allemaal. Van harte welkom bij het commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid.
Van harte welkom aan de Minister van Asiel en Migratie en zijn ondersteuning. Welkom
aan alle leden natuurlijk. Fijn dat het debat op de publieke tribune en op andere
wijze wordt gevolgd. Wij gaan van start. We hebben met elkaar in de eerste termijn
een indicatieve spreektijd van vijf minuten afgesproken. Ik zou het aantal interrupties
in eerste instantie willen proberen te beperken tot drie vragen in de eerste termijn.
Ik vraag u het daarmee te doen, zodat we in ieder geval voldoende tijd hebben om straks
het debat te voeren met de Minister. Ik zie geen bezwaren. Dan gaan wij van start
met de eerste spreker van de kant van de Kamer. Dat is mevrouw Podt van D66.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Misschien even voordat ik van start ga: ik moet straks even weg. Er zijn
op dit moment overal in het pand andere bijeenkomsten. Het is geen desinteresse, maar
ik kan mezelf niet klonen.
Dan naar de inhoud, voorzitter. De VVD staat altijd voor het creëren van banen en
dat is gelukt, want we hebben maar liefst drie nieuwe Ministers Faber op één portefeuille.
Dat moet een record zijn. Het roept wel wat vragen op over de verdeling van de taken.
Eerder heb ik het beleid van Minister Faber «een spelletje politiek Jenga» genoemd.
We trekken steeds een blokje uit het asielbeleid, tot de hele boel omvalt. Maar nu
krijgen we een spelletje Jenga met drie spelers tegelijkertijd. Ik heb het van het
weekend thuis even geoefend en ik kan u verzekeren: als drie mensen tegelijk blokjes
uit een toren trekken, dan is het spel heel snel afgelopen. Hoe gaan we nou voorkomen
dat iedereen de hele tijd naar elkaar gaat zitten wijzen? Straks gaat Minister van
Hijum over het Migratiepact, maar de uitvoering, de opvang en de procedures, liggen
bij Ministers Keijzer en Van Weel, dus wie moet ik nou aanspreken als het niet goed
gaat? Zo zijn er natuurlijk nog wel acht voorbeelden te noemen. Ik doe dus een oproep
aan deze Minister en zijn collega's: laat de chaos niet nog groter worden dan die
al was.
Voorzitter. Verschillende steden hebben last van een kleine maar hardnekkige groep
jonge, alleenstaande asielzoekers die overlast veroorzaakt. Tegen overlast moet stevig
worden opgetreden, maar we moeten ook kijken hoe we het kunnen voorkomen. De begeleiding
van deze jongeren laat te wensen over. De medewerkers van Nidos en het COA zetten
zich enorm in, maar we kiezen ervoor om in een COA-opvang 50 jongeren bij elkaar te
zetten. Deze opvang, die ooit bedoeld was voor enkele weken, duurt voor veel van die
jongeren meer dan een jaar. Daar valt niet tegenop te begeleiden. Dan komen jongeren
onder de radar. In elke opvang die ik bezoek en ook van onze bezoekers laatst bij
de V-100 hoor ik bovendien dezelfde zorg. Als je in de opvang 18 wordt, ga je door
naar de volwassenopvang en dan valt de extra ondersteuning voor minderjarigen weg.
Al jaren roepen we dat het beter moet voor deze groep, maar de maatregelen die we
nemen, maken het alleen maar moeilijker. We plaatsen jongeren nog jonger door naar
de volwassenopvang en dan zijn we verbaasd dat het misgaat.
Daarom de volgende vragen. Wat is nou de stand van zaken met betrekking tot het doorplaatsen
van 17-jarigen naar de volwassenopvang? Wat kan er op korte termijn gebeuren om de
groepsgrootte bij de opvang van minderjarigen te verkleinen? Is de Minister bereid
om te kijken hoe we, net als bij jongvolwassen asielzoekers met een vergunning en
jongvolwassenen in de jeugdzorg, begeleiding door kunnen zetten tot het 21ste jaar, om te zorgen voor een goede start?
Voorzitter. Dan naar Ter Apel, waar de vorige Minister een zooitje van maakte. Hoe
het staat met de pbl, de gesloten opvang voor overlastgevers, weet op dit moment helemaal
niemand. We weten wel dat de grote woorden van oud-Minister Faber dat het allemaal
per 1 juni geregeld zou zijn, niks waard bleken. Wat is de stand van zaken? Zijn er
nou nog steeds maar vijf plaatsen gerealiseerd? Hoe zit het met de afspraken over
handhaving? Klopt het dat Dublinclaimanten niet in de pbl kunnen omdat hun procedure
niet binnen vier weken wordt afgerond? Waarom kan dat eigenlijk niet? De ondernemers
in Ter Apel zijn ook nog steeds geen stap verder. Kan de Minister toezeggen dat de
breed aangenomen motie over het inrichten van één loket waar ondernemers terechtkunnen
voor zowel schadeafhandeling als preventie, met voldoende financiering, geen vertraging
oploopt? Hoe staat het met het niet toepassen van de reprimanderegeling in Ter Apel,
waar de Kamer al heel lang geleden om vroeg?
Voorzitter. Dan mijn laatste punt, de staat van de opvang. Ik mag dit dossier nu vier
jaar in de Kamer doen en daarvoor deed ik het bijna acht jaar in de gemeenteraad.
Al die tijd zien we wat er gebeurt als je opvang blijft op- en afschalen. Nederlanders
worden steeds weer geconfronteerd met lastminutelocaties. Ook zijn er enorme kosten
en weinig investeringen in leefbaarheid. Er wordt gesleept met mensen. Er is slechte
opvang en kinderen kunnen niet naar school. Het kan gewoon anders, met een vaste,
minimale opvangcapaciteit voor het COA, die, als die niet nodig is, ingezet kan worden
voor andere spoedzoekers. We zeggen het al jaren. Het vorige kabinet zorgde voor die
ijzeren voorraad van 41.000 plekken. De coalitie bezuinigde ze weg en de vorige Minister
zei onomwonden dat ze niet wilde dat het COA afspraken ging maken over opvanglocaties
met een lange looptijd. Heel dom, heel duur. Ik heb de hoop dat deze Minister dat
misschien anders wil doen. Graag een reactie.
Ten slotte, voorzitter. We wachten al heel lang op het beleid voor doorstroomlocaties.
Mijn motie om dat voor de zomer met de Kamer te delen is nu twee keer aangenomen.
Gemeenten weten absoluut niet waar ze aan toe zijn. Het is dus belangrijk dat dit
snel duidelijk wordt. Kunnen we dit inderdaad nog voor de zomer verwachten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Vondeling, die spreekt namens de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Nederland is een van de dichtstbevolkte landen van Europa.
Onze bevolking groeit alleen nog maar door immigratie. Onze steden worden geterroriseerd
door Syrische jongeren. In heel Europa worden aanslagen gepleegd door asielzoekers.
De asielopvang kost miljarden euro's per jaar. Iedere elf dagen komt er een azc bij
in Nederland. In Ter Apel is zelfs een schaderegeling opgetuigd voor ondernemers,
omdat hun winkels worden leeggeroofd door asielzoekers. Onze woningen worden met voorrang
weggegeven aan statushouders. Nederland gaat kapot aan de massale instroom van asielzoekers.
Maar voor de VVD is asiel geen thema meer. De VVD wil nog meer asielzoekers naar Nederland
halen door met een partij als GroenLinks-Partij van de Arbeid te willen samenwerken.
Alleen de PVV staat nog voor een hard asielbeleid. Wij willen de grenzen dicht voor
alle asielzoekers. Meer dan 96% van de asielzoekers reist via een van onze veilige
buurlanden, België en Duitsland, naar Nederland. Zij zijn niet meer op de vlucht voor
oorlog en geweld, maar komen hiernaartoe omdat Nederland een walhalla is voor asielzoekers.
Wij willen dan ook dat ons leger aan de grens al die asielzoekers tegenhoudt. Gezinshereniging
van asielzoekers moet tijdelijk worden stopgezet. Voor iedereen. Geen uitzonderingen.
We hebben de grenzen van onze opvangcapaciteit bereikt. We hebben de huizen niet,
we hebben de leraren niet en we hebben de zorgcapaciteit niet. Statushouders moeten
azc's uit. Een derde van de bewoners van azc's is statushouder. Dat kost ons miljarden.
Laat statushouders na veertien weken zelf onderdak zoeken, net als Nederlanders. Desnoods
bij familie op de bank, beginnend met de 10.000 eenpersoonshuishoudens.
Natuurlijk willen wij ook dat al die Syriërs teruggaan naar Syrië, ook de 71.000 Syriërs
met een tijdelijke verblijfsvergunning. Zij kosten de Nederlandse belastingbetaler
bakken met geld en houden woningen voor Nederlanders bezet. Als we al deze maatregelen
morgen zouden invoeren, dan kunnen we azc's gaan sluiten. Hoeveel dagen is de Minister
nu Minister van Asiel en Migratie en hoeveel azc's heeft hij inmiddels gesloten? Of
moet ik vragen hoeveel azc's hij heeft geopend?
Ik rond af, voorzitter. Nederland snakt naar een asielstop, naar grensbewaking, naar
het terugsturen van Syriërs naar Syrië en het uitzetten van criminele asielzoekers.
Het mooie is dat we hier morgen mee kunnen beginnen. Andere landen doen het namelijk
al. Duitsland stuurt asielzoekers aan de grens terug, België vangt geen alleenstaande
mannelijke asielzoekers meer op, Oostenrijk gaat de gezinshereniging van alle asielzoekers
opschorten en Polen heeft een asielstop ingevoerd. Een meerderheid van de Nederlanders
steunt ook onze plannen.
Voorzitter. Nederland heeft op 29 oktober een heldere keuze. Als men meer gelukzoekers
wil, meer criminaliteit, meer azc's en meer ellende, stem dan GroenLinks-Partij van
de Arbeid of VVD. Maar wil je dat Nederland niet één groot azc wordt en kapotgaat,
wil je niet dat je dochter aangerand wordt en wil je niet in Mekka aan de Maas maar
in Rotterdam wonen, dan is er maar één keuze: stem PVV.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Mooi betoog. De PVV zegt zojuist: wij zijn de enigen die voor een streng asielbeleid
zijn. Maar waarom stemt de PVV dan tegen bijvoorbeeld onze motie voor een nexit? Een
nexit is de enige manier om de controle over onze grenzen terug te krijgen. Waarom
stemt de PVV dan tegen onze motie om het Vluchtelingenverdrag op te zeggen? Waarom
stemt de PVV dan tegen onze motie om illegaliteit strafbaar te stellen? Dat is allemaal
gebeurd in de Kamer. Kunt u dat misschien toelichten?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ja, dat kan ik zeker. Toen zaten we nog in de coalitie. We hebben toen afspraken gemaakt
in het hoofdlijnenakkoord, onder andere om te kijken of we het Vluchtelingenverdrag
kunnen herzien. We hebben toen afgesproken om niet-meewerken aan terugkeer strafbaar
te stellen. Aan die afspraken moesten wij ons houden. Dat neemt niet weg dat wij dit
natuurlijk ook graag willen. Wat betreft een nexit: die is eigenlijk niet nodig, want
je ziet dat andere landen een bepaling inroepen, namelijk artikel 72 van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie. Die doen dat gewoon. Dus Nederland kan
dit ook. Wij moeten ook zeker niet achterblijven.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Rajkowski, die spreekt namens de VVD.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Het asielbeleid in Nederland moet strenger. Eind oktober kan Nederland
weer naar de stembus, maar dat betekent niet dat de VVD en ik tot die tijd stil gaan
zitten. De vastgelopen asielketen vraagt nú om onze aandacht. Die aandacht gaan we
ook geven, want volgende week behandelt de Tweede Kamer de Asielnoodmaatregelenwet.
Ik wil beginnen met complimenten aan deze Minister. In krap een week tijd is het landenbeleid
van meerdere landen aangepast, kunnen asielaanvragen weer worden beoordeeld en kunnen
waar mogelijk mensen worden teruggestuurd. Ook heeft hij ervoor gezorgd dat de Kamer
door kan met de wetsbehandelingen en gaat hij er onderzoek naar doen hoe grensbewaking
slimmer en effectiever kan.
Dan heb ik nog een aantal punten. Voorzitter, moet ik even wachten op de bel?
De voorzitter:
De bel is wat zachter gezet. Je hoort het verschil bijna niet, maar het is wel gebeurd.
Dat betekent dat mensen door mogen praten. Maar als u liever even wil pauzeren, is
dat geheel aan u.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Prima. Dan ga ik door.
Dan mijn eerste punt: het misbruik maken van onze gastvrijheid. De mensen die misbruik
maken van onze gastvrijheid moeten namelijk de consequenties van hun acties ondervinden.
Dat geldt voor overlastgevende asielzoekers, maar ook voor degenen die een strafbaar
pleit hebben gepleegd, zoals intimidatie, geweld of fraude. Dit weekend kwam naar
buiten dat een groepje statushouders fraude pleegt met hun sociale huurwoning door
woningen onder te verhuren, over de rug van de belastingbetaler en van degenen die
jarenlang op een woning wachten. Dit is onacceptabel en gaat alle perken te buiten.
Terwijl Nederlanders vaak jarenlang moeten wachten op een woning, hebben statushouders
die blijkbaar niet eens nodig, in ieder geval deze statushouders niet. Kan de Minister
toezeggen dat er wordt ingegrepen als mensen hiermee frauderen? De woningcorporatie
noemde het jammer, maar ik noem het onacceptabel. Als mensen hun woning blijkbaar
niet meer nodig hebben en elders onderdak hebben, zouden ze wat de VVD betreft hun
recht op die specifieke sociale huurwoning moeten verliezen.
Dan de pbl, want overlastgevende asielzoekers zorgen voor onveiligheid, intimidatie
en veel gedoe in Nederland, maar dat doen ze zeker in Westerwolde. Om de regio te
ontlasten en overlastgevende types uit te leggen hoe het hier in Nederland werkt,
wil de VVD graag dat er een plek komt waar zij in hun vrijheid worden beperkt. Minister
Faber heropende de pbl, alleen niet op de manier waarop de VVD wil. Er zijn te weinig
plekken, slechts vijf, ze mogen 's avonds en 's nachts naar buiten en er zijn geen
goede afspraken met lokale bestuurders gemaakt over handhaving. Nu blijkt ook nog
eens uit berichtgeving van RTL dat deze bedden niet eens bezet zijn. Dat is een blamage.
Kan de Minister de VVD toezeggen dat alle mogelijke opties worden onderzocht om te
voorkomen dat deze overlastgevers het leven van bewoners en ondernemers zuur maken,
desnoods met een enkelband? Ik heb nog een laatste zin, voorzitter. De VVD wil dat
deze Minister alles op alles zet om dit nog voor de zomer goed te gaan regelen, dus
om overlastgevende asielzoekers in hun vrijheid te beperken, desnoods met een enkelband,
en goede afspraken te maken met bestuurders. Ik krijg graag een toezegging.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is eerst een interruptie van mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Ja, gewoon heel kort, hoor. Ik vraag me toch even af hoe mevrouw Rajkowski nou op
haar eigen trackrecord in dit verhaal reflecteert, want er wordt nu een heel groot
verhaal gehouden over het belang van die pbl. Ik heb twee keer in de plenaire zaal
gestaan om ernaar te vragen. Minister Faber heeft tot drie keer toe gezegd dat het
1 juni over zou gaan, maar het werd al heel snel duidelijk dat dat niet aan de hand
was. De VVD bleef de hele tijd zeggen: nee hoor, niks aan de hand, dat kan gewoon
doorgaan. Weet je, dan denk ik wel: dan kan je nu hier een grote broek aantrekken
en zeggen dat je allemaal zo ongeduldig bent, maar dat had dan natuurlijk ook wel
wat eerder gekund.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Wij hebben hier als commissie voor A&M regelmatig debatten. In die debatten breng
ik dit altijd naar voren. In een van de laatste debatten bleek al, toen al, dat 1 juni
waarschijnlijk niet gehaald zou worden. Daar hebben wij toen een groot punt van gemaakt.
Een week later vroeg D66 een debat aan omdat het misschien niet gehaald werd. Toen
heb ik gezegd dat a dit voor mij geen nieuwe informatie is en ik daarom in het vorige
debat al een aantal toezeggingen heb gevraagd, en dat b een plenair debat, heel praktisch,
gewoon langer op zich laat wachten dan een commissiedebat, dat we volgens mij een
week later zouden hebben. Dit heeft dus niks met de inhoud te maken, maar dit heeft
gewoon te maken met de vraag wanneer we zo snel mogelijk dingen voor elkaar kunnen
krijgen en regelen. Als mevrouw Podt aanvullende ideeën en maatregelen heeft voor
de pbl, hoor ik die graag, want dan zet ik mijn naam onder die motie.
Mevrouw Podt (D66):
Volgens mij heb ik daar net een vraag over gesteld. Die ging bijvoorbeeld onder meer
over Dublinclaimanten. Ik hoop dus dat de Minister daar werk van kan gaan maken. Ik
heb misschien nog heel even een andere vraag aan mevrouw Rajkowski. Ik heb in mijn
spreektekst ook wat aandacht besteed aan het verhaal van gisteravond, van de baas
van het COA, die eigenlijk weer een oproep deed en vroeg: geef ons nou alsjeblieft
die ijzeren voorraad terug, want die gaat ervoor zorgen dat we ook op de lange duur
onze taken kunnen doen, zodat we niet de hele tijd mensen in Nederland lastig moeten
vallen met «o, er komt nu weer iets bij», maar gewoon langdurig kunnen investeren.
De vorige Minister zei: ik wil niet dat het COA langdurig gaat investeren. Ik ben
benieuwd hoe de VVD daarnaar kijkt.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
De vraag naar een ijzeren voorraad van 41.000 bedden vind ik een heel logisch verzoek.
Dat is ook een staande afspraak, die in 2023, dus twee jaar geleden, al is gemaakt.
Ik begreep inderdaad dat het COA aangeeft dat daar nog 400 miljoen, in ieder geval
nog een bedrag, voor gevonden moet worden. Bij de Voorjaarsnotaonderhandelingen is
gezegd: asiel komt op de onderhandelingstafel bij de augustusbesluitvorming. Dit gezegd
hebbende, heb ik het belang ervan onderstreept, maar ik laat het verder aan de onderhandelingen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Begrijp ik nu goed dat de VVD ervoor pleit om overlastgevende asielzoekers een enkelband
te geven?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Nee, ik wil dat de pbl met 200 bedden opengaat, maar dat is de vorige Minister blijkbaar
niet gelukt. Er zijn vijf bedden gerealiseerd. Die bedden blijken ook nog eens leeg
te zijn. Dat noem ik een «blamage». Ik ben dus gewoon aan het zoeken hoe we deze rotzooi
kunnen gaan repareren, want ik wil eigenlijk gewoon dat voor overlastgevende asielzoekers
het hek dichtgaat. Of dat nou voor 24 uur is of minder: het hek moet dicht. Zij moeten
in hun vrijheid worden beperkt. Blijkbaar kan dat niet. Ik wil dat daar nog steeds
op ingezet wordt. Maar in de tussentijd lopen die mensen wel nog steeds vrij rond,
met name 's nachts en 's avonds in de polder. Ik ben dus aan het zoeken hoe we er
in de tussentijd dan toch voor kunnen zorgen dat zij iets van de gevolgen van hun
daden ondervinden. Een enkelband moet nooit de vervanging zijn van daadwerkelijke
straf als zij een delict hebben gepleegd. Als zij echt in detentie kunnen worden gezet,
moeten we dat sowieso doen, dus daar is een enkelband niet voor bedoeld.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik hoor de VVD gewoon duidelijk zeggen dat zij overlastgevende asielzoekers een enkelband
wil geven. Ik kan u vertellen, mevrouw Rajkowski van de VVD, dat asielzoekers alsnog
gewoon door kunnen terroriseren als je ze met een enkelband op pad stuurt. Ik concludeer
dus dat de VVD helemaal niet staat voor een harde aanpak van overlast van asielzoekers.
Ze wil ze juist de dorpen insturen, maar dan met een enkelband om.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Nou is het mooi! Dit wordt wel een hele show op deze manier. Volgens mij is die pbl
überhaupt geopend omdat mijn partij ervoor heeft gezorgd dat wij een nieuwe juridische
grondslag hebben gevonden om die überhaupt te openen. Tot die tijd zei de Minister
van de PVV, mevrouw Faber, steeds: kan niet, kan niet, kan niet. Uiteindelijk zei
ze: o, het kan toch wel. Dan opent ze een pbl, maar dan met maar vijf bedden. Volgens
mij staat de PVV aan mijn zijde als we concluderen dat er vast wel meer plekken nodig
zijn dan alleen maar die vijf. Nu blijkt uit berichtgeving van RTL van gisteren dat
die vijf bedden niet eens bezet zijn. Er zijn geen afspraken gemaakt met handhaving
voor het geval dat mensen een gebiedsverbod overtreden. Het is gewoon een zooitje.
En inderdaad, ik wil dat dit wordt opgelost. Als mevrouw Vondeling daar een oplossing
voor heeft, hoor ik die graag, want die wil ik ook, maar in de tussentijd moeten we
ook wat doen. Dan moeten we voorkomen dat ze om dat gebiedsverbod heen kunnen. Dan
moet het maar met een enkelband, maar ik wil eigenlijk gewoon dat het hek van die
pbl dichtgaat.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dan gebruik ik mijn laatste interruptie maar. Ik wil wel even de feiten op tafel leggen.
Onder de Staatssecretaris van de VVD, de heer Eric van der Burg, is de pbl gesloten.
Mevrouw Faber heeft die juist weer geopend. Natuurlijk moeten er veel meer plekken
bij komen. Alleen, ik heb wel een oplossing: laat ze gewoon niet meer binnen. 96%
van de asielzoekers komt uit België en Duitsland. Ze waren dus allang veilig. Waarom
laten we ze überhaupt nog binnen? Waarom doen we niet net als Duitsland en sluiten
we de grenzen voor die asielzoekers? Dan hebben we ook geen overlast meer en hoeven
we ze ook niet met een enkelband de dorpen in te sturen, zoals de VVD wil. Dat is
de oplossing.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik ben het er helemaal mee eens dat Dublinclaimanten hier überhaupt niet eens horen
te zijn. Daar vindt de PVV mij dus aan haar zijde. Alles wat de Minister daarop kan
doen, zie ik dus graag. Daar hoor ik hem straks graag uitgebreid over bij de beantwoording.
Wij willen niet dat deze overlastgevende asielzoekers met een enkelband het dorp in
kunnen. De vorige Minister heeft een gebiedsverbod opgelegd; dat zou dan een rondje
om het azc zijn. Om te voorkomen dat ze buiten dat rondje komen, is die enkelband
dan wellicht nodig. Dat verbod voorkomt dus ook dat ze naar het dorp gaan.
De heer Van Houwelingen (FVD):
De verkiezingen komen er weer aan, dus de VVD gaat weer stoere taal uitslaan op het
gebied van migratie. Er zijn 130.000 mensen bij gekomen het afgelopen jaar. Onder
de VVD, onder de kabinetten-Rutte, zijn dat miljoenen mensen. Als de VVD dan zo stoer
is, is mijn vraag de volgende. De kern van het probleem is het recht op asiel, zeggen
alle experts. Wij dienen motie na motie in om dat recht op asiel aan te pakken, bijvoorbeeld
door het Vluchtelingenverdrag op te zeggen. Ik heb gisteren ook weer twee moties ingediend
om het Europese recht te veranderen. Dan is de VVD elke keer de partij die zegt: nee,
dat gaan we niet steunen. Hoe kan dat? Leg dat nou eens uit.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Kijk, dit is hoe de campagne echt werkt. Ik ben bij alle asieldebatten geweest. Ik
doe bij alle asieldebatten voorstellen, of het nou campagnetijd is of niet. Ik sta
hier en neem mijn verantwoordelijkheid. Mijn collega van FVD verwijt mij campagnetaal
uit te spreken. Ik zie hem hier nu zitten; hij is niet bij al deze debatten geweest.
Afgelopen dinsdag heeft de VVD een motie van BBB en NSC gesteund, die erop gericht
was om een aantal verdragen te herzien, te kunnen moderniseren en om er een discussie
over te voeren. Dat is volgens mij het echte werk. Dat is waar Nederlanders wat aan
gaan hebben. Die verantwoordelijkheid neem ik. Alles wat ik hier zeg, is niet nieuw,
niet stoerder en niet softer. Dit is wat ik sinds een jaar als woordvoerder zeg en
wat de VVD al decennia zegt. Die lijn houden we vast, verkiezingen of niet.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat doet de VVD dus niet. Voor de VVD zijn de verdragen heilig. Ze steunen het kabinet,
dat dat ook zegt. Ik moet toch afgaan op hoe de VVD stemt? Als wij een motie indienen
om het te herzien ... We hebben er gisteren bijvoorbeeld twee ingediend. We hadden
zelfs een onderzoeksmotie om te onderzoeken of we artikel 18 van het Handvest van
de grondrechten van de Europese Unie wellicht kunnen herzien. Daar stemde de VVD tegen.
Als puntje bij paaltje komt, stemt de VVD tegen. Er kan wel weer mooie sier worden
gemaakt met allerlei campagnetaal, maar dat is wat de VVD doet als het erop aankomt.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dat was gewoon geen goede motie. Er lag deze week wel een andere goede motie voor
in de Tweede Kamer. Die ging ook over het herzien van de verdragen. Die motie kwam
van BBB en NSC. Daar hebben wij voor gestemd.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Allereerst dank aan mevrouw Rajkowski voor het mooie compliment voor onze motie. Toch
nog even over de pbl. Ik begrijp het niet zo goed. Wil mevrouw Rajkowski nou zeggen
dat die pbl er komt dankzij de VVD? Volgens mij is het ook zo dat er in de afgelopen
vijftien jaar onder de kabinetten van Rutte ontiegelijk veel mensen zijn binnengelaten,
meer dan ooit tevoren.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Inderdaad. Staatssecretaris Eric van der Burg heeft een pbl geopend met 200 bedden.
Dat is volgens mij een stuk meer dan vijf. Daar verbleven ook meer dan nul mensen.
Ik kan concluderen dat die in ieder geval een stuk succesvoller was. Ja, er zijn veel
mensen naar Nederland gekomen de afgelopen jaren, door asielmigratie, arbeidsmigratie
en studiemigratie. Als VVD vinden we dat we grip moeten krijgen op alle soorten migratie.
Dat is niet iets wat alleen rechts, links of populisten vinden. Dat heeft de Staatscommissie
Demografische Ontwikkelingen ook onderzocht. We willen op alle drie de soorten migratie
grip krijgen, maar zeker op asielmigratie.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Ik begrijp dat we alle soorten migratie moeten inperken. Maar wat betreft asielmigratie:
kijk bijvoorbeeld naar de Syriërs. Ik meen dat er in 2011 nog iets van 12.000 Syriërs
in Nederland waren. Inmiddels zijn dat er zo'n 150.000, dus ja, er is wel een en ander
niet goed gegaan bij het asielbeleid onder VVD-bewindspersonen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Daarom vind ik het nog steeds jammer dat dit kabinet gevallen is, want we hebben een
meerderheid. Na decennia is er een rechtse meerderheid die het asielbeleid grondig
wil herzien, dus geen kleine wijzigingen hier en daar, maar echt grondig herzien,
zodat we grip kunnen krijgen op migratie. We hebben hard geknokt, niet alleen met
mevrouw Van Zanten, maar ook met de andere coalitiepartijen, om echt te kijken wat
we kunnen veranderen vanuit de Tweede Kamer. Ik baal er dan ook gewoon van dat, nu
we voor mijn gevoel deze unieke kans hebben om dat te gaan doen, dan de stekker uit
deze coalitie wordt getrokken. Maar goed, de verkiezingen zijn 29 oktober pas. Tot
die tijd ben ik nog keihard aan de slag. Ik blijf bij elk debat met zo veel mogelijk
voorstellen komen. Ik hoop dat mevrouw Van Zanten daaraan bij kan dragen, voor en
na 29 oktober, want we moeten door; Nederland wacht niet op verkiezingen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik luister met belangstelling naar de VVD-collega. De VVD staat bekend als een partij
die vraagt om effectief beleid en goed wil letten op de centjes. In verband daarmee
heb ik een vraag. In de eerste vier maanden van dit jaar verdween 21 miljoen euro
naar dwangsommen, waarvan 17 miljoen naar rechterlijke dwangsommen. Steunt de VVD
de inzet om hier een eind aan te maken, temeer omdat dat dit volstrekt ineffectief
is en misschien zelfs wel contraproductief?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, honderd procent. Die dwangsommen suggereren namelijk dat er expres wordt vertraagd.
Maar je ziet dat de asielketen echt vastzit. Mensen bij de IND maar ook op andere
plekken in de asielketen zijn keihard aan het werk en doen wat ze kunnen. Dat zijn
mensen die niet bewust vertragen, want zij zien bij de mensen die er zijn hoe moeilijk
het is om niet te weten of je mag blijven en dat je in de tussentijd in een soort
zwart gat valt. Dat gezegd hebbende zijn die dwangsommen wat de VVD betreft niet nodig
als een soort prikkel om op te schieten. Dat is bij deze mensen gewoon niet nodig.
Elk voorstel dat de SGP gaat doen om die dwangsommen af te schaffen, zullen wij van
harte steunen.
De voorzitter:
Ik zal straks zelf ook het woord voeren namens de SP. Vanuit die hoedanigheid stel
ik ook een vraag aan mevrouw Rajkowski. Dat is eigenlijk een vervolgvraag op de vraag
van mevrouw Podt over de ijzeren voorraad. Het is ons allemaal een doorn in het oog
dat er zo veel commerciële noodopvang is in hotels en boten, die minimaal twee tot
drie keer zo duur is als reguliere opvang. De vraag van mevrouw Podt werd zojuist
beantwoord met een verwijzing naar de augustusbesluitvorming; dat gaat dus over hoeveel
geld je ergens wel of niet beschikbaar voor stelt. Maar nog even los daarvan, want
we behandelen vandaag geen begroting: steunt de VVD het als we vandaag vanuit de Kamer
aan de Minister vragen om het COA in ieder geval de ruimte te geven om die langjarige
contracten voor opvang, onder andere met gemeentes, af te sluiten? Onder anderen de
heer Boomsma heeft daar een motie over ingediend. Ook in de Eerste Kamer is daar al
een motie over aangenomen. Op termijn kan dit namelijk gewoon heel veel onnodige kosten
en geldverspilling voorkomen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Jazeker, maar niet alleen vanwege de kosten, ook vanwege een ander punt dat ik de
heer Van Nispen vaak heb horen maken. Dat gaat bijvoorbeeld over kinderen in de noodopvang.
In Nederland zitten 6.000 kinderen in de noodopvang. Volgens mij kunnen we dat ook
niet humaan noemen. Ik weet dat alle vrijwilligers in het COA echt hun best doen om
die kinderen zo goed mogelijk op te vangen, maar in de ene noodopvang lukt dat beter
dan in de andere. De noodopvang zou dus voor nood moeten zijn, en niet de helft van
de voorraad van aangeboden plekken moeten innemen. Daar is ook een ijzeren voorraad
voor nodig. De VVD heeft de motie van de heer Boomsma daarom ook gesteund.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik weer verder in mijn hoedanigheid als voorzitter. Mevrouw Rajkowski
was volgens mij aan het einde van haar betoog gekomen. O nee, nog niet. Dan mag zij
vervolgen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Ik heb nog één blaadje; ik heb nog twee punten. De ondernemers in
Ter Apel. Het is goed dat er een schadeloket komt met financiële ruggensteun. Dat
is nog door de vorige Minister ingesteld. Maar wat is de status hiervan en hoe staat
het met ondernemers die complexe schade ondervinden? Dat betreft dus schade die niet
valt onder het preventiefonds en waarvoor de schadevergoeding wellicht als staatssteun
kan worden gezien. In Ter Apel sluiten namelijk steeds meer winkels vanwege wegblijvend
publiek. Ook deze ondernemers staat het water tot aan de lippen. De VVD wil dat de
Minister alles op alles zet om dit nog voor de zomer goed te regelen. Graag een toezegging.
Hierover heeft de Kamer al vaak breed een uitspraak gedaan.
Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over de onrust onder bewoners en bestuurders. In
steeds meer gemeenten zorgt de komst van potentiële azc's en andere soorten opvang
voor veel gedoe. Zo is een bewonersavond in Houten vanwege veiligheidsredenen geannuleerd
en wordt opvang op verschillende plekken niet gerealiseerd uit angst voor onrust.
Dat kan natuurlijk niet. Dit staat de lokale democratie in de weg. Het is uiteraard
aan de lokale politiek en het lokale bestuur om te bepalen of er ergens een opvang
komt of niet. De VVD zal dit altijd wegen tegen draagvlak, draagkracht en veiligheid.
Maar stel dat er lokaal wel besloten wordt om over een azc te praten of na te denken.
Is de Minister dan bereid om zijn hand uit te steken naar het COA en de lokale driehoeken
om in overleg te gaan hoe voorkomen kan worden dat een kleine groep agressieve mensen
de boel komt verstoren of overnemen? Dan komt er ruimte om in alle vrijheid lokaal
een afweging te maken of een gemeente een opvang wil realiseren of niet.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Ik begon mijn betoog natuurlijk met een grapje over de drie Ministers. Maar ik denk
dat we kunnen vaststellen dat het opdelen van het ministerie een vrij gênante vertoning
was. Dat is de VVD met haar twee kornuiten uiteindelijk wel toegekomen. Van heel links
tot heel rechts hebben we volgens mij allemaal uitgesproken dat we beter moeten letten
op de uitvoering. Je kan gewoon niet alles doen. Ik denk dat we met elkaar moeten
vaststellen dat dit de uitvoering niet gaat helpen, van welke kant je het ook bekijkt.
Ik ben benieuwd of mevrouw Rajkowski hierop kan reflecteren, in de zin van: wat kunnen
we nu concreet van de VVD verwachten, behalve complimentjes aan deze een derde Minister,
om te zorgen dat dit wel goed blijft gaan? Ik wil de drie overgebleven coalitiepartners
hier even goed op aankijken. Wij hebben hier niks mee te maken; dit hebben jullie
gedaan. De mensen in het land zijn hier straks de dupe van. We moeten jullie dus ook
kunnen aanspreken, zeg ik even heel direct, op het feit dat dit straks misschien een
grote teringzooi wordt. Wat kunnen we van de VVD verwachten?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik begrijp inderdaad het beeld naar buiten toe. De manier waarop de verdeling van
de posten is gegaan, verdient geen schoonheidsprijs. Daar zal vast ook irritatie over
zijn ontstaan. Ik denk dat Nederlanders die naar het nieuws kijken, denken: oké, waar
zijn ze nou weer mee bezig? Mijn inzet gaat zijn om wat te gaan realiseren op het
gebied van asiel. Even plat gezegd maakt het mij haast niet uit met welke Minister
we dat doen, als we het maar gaan doen. Mocht er gaandeweg een moeilijkheid opduiken
– niet alle onderwerpen zullen met een schaartje te knippen zijn – dan zijn wij bereid
om daar flexibel naar te kijken, omdat wij het belangrijk vinden dat er wat gebeurt.
Het maakt mij eigenlijk niet zo veel uit of er nou één, drie of tien Ministers zitten.
We moeten ervoor zorgen dat we iets veranderen. We hebben daar in ieder geval tot
29 oktober voor, en daarna ook nog. Maar voor het verkiezingsreces wil ik daar keihard
aan werken met alle collega's.
De voorzitter:
Vandaag hebben we er één. Daar gaan we straks naar luisteren. Maar voordat we dat
gaan doen, gaan we in ieder geval eerst nog naar mevrouw Van Zanten van BBB.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Er zit een grens aan hoeveel vluchtelingen een land kan opnemen.
Zo'n 80% van de Nederlandse kiezers wil dat de asielinstroom wordt beperkt. Dat zijn
acht op de tien kiezers en dat zijn dus niet alleen maar kiezers van rechtse partijen.
Dit cijfer bleek al eerder uit onderzoek van EenVandaag uit november 2023, maar ook
vorige week bleek uit onderzoek van De Telegraaf dat slechts 11% van de Nederlanders
tegen een streng asielbeleid is. Een groot gedeelte is voor en een ander gedeelte
staat er welwillend tegenover. Dat zegt wat. De grootschalige immigratie naar Nederland
is al zo'n 50 jaar een van de grootste en meest complexe onderwerpen binnen de Nederlandse
politiek en ook aan de Nederlandse keukentafels. Toch lukt het maar niet om een ambitieus
en consistent migratiebeleid te voeren. De druk op onze samenleving wordt al tientallen
jaren groter en groter. Het legt druk op de woningmarkt, de zorg, het onderwijs, politie-
en justitieketens, en gemeenten, die te maken hebben met overvolle opvanglocaties.
Onze verzorgingsstaat wordt langzaam afgebroken.
Intussen gaat de instroom van migranten vrijwel onverminderd door. De instroom is
ongecontroleerd en onhoudbaar. Regelmatig zeggen politici of experts dat asielmigratie
slechts een klein deel van de totale immigratie is. Studies en cijfers van onder andere
het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch
Instituut melden percentages van 10% à 12% van de totale immigratie. Echter, asielmigranten
blijven vaak langer in Nederland dan arbeidsmigranten en studiemigranten, waardoor
ze een grotere impact hebben op de bevolkingsgroei en de samenstelling van de bevolking.
Volgens wiskundige en antropoloog Jan van de Beek moeten we naar het migratiesaldo
kijken. Dat is het aantal mensen dat naar Nederland komt minus het aantal mensen dat
vertrekt. Dan blijkt dat minstens een kwart van de bevolkingsgroei voortkomt uit asiel,
met alle eerdergenoemde gevolgen van dien. Hans-Eckhard Sommer, hoofd van de Duitse
migratiedienst, zei dat als hervormingen worden tegengehouden door verouderde verdragen,
de democratie het draagvlak onder haar burgers verliest.
Voorzitter. Gisteren werd mijn motie aangenomen – de VVD noemde het al even – die
de regering verzoekt een juridische en diplomatieke verkenning te starten naar de
verouderde verdragen. Die moeten worden gemoderniseerd en herzien. Deze verdragen,
sommige zo'n 75 jaar oud, waren nooit bedoeld om migratiestromen van miljoenen migranten
deze kant op te leiden. Volgens BBB is het aanpassen van deze verdragen een van de
belangrijkste stappen naar een realistisch en houdbaar asielbeleid. Hoe en wanneer
gaat de Minister de motie uitvoeren? Wanneer kan de Kamer de resultaten hiervan verwachten?
Graag een reactie.
Daarnaast is het belangrijk dat Nederland voor asielzoekers niet aantrekkelijker is
dan andere landen. Je kunt bepaalde maatregelen nu al nemen, omdat ze staande praktijk
zijn in andere EU-landen, zoals de tijdelijke stop op gezinshereniging. Een door BBB
ingediende motie hierover werd onlangs aangenomen. Ik vroeg de Minister vorige week
al naar de uitvoering daarvan.
Gezinshereniging wordt aanzienlijk moeilijker bij de invoering van het tweestatusstelsel,
dat andere EU-landen al hebben en bij ons hopelijk ook snel kan worden ingevoerd.
Waarom zijn de resterende stukken omtrent dit wetsvoorstel niet ook afgelopen zondag
naar de Kamer gestuurd, zoals wel het geval was bij de Asielnoodmaatregelenwet? Ik
ga ervan uit dat de Minister ook de urgentie van het tweestatusstelsel inziet. Mijn
verzoek aan hem is dan ook om deze stukken zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen.
Tot slot, voorzitter. Ik heb dit eerder ook al ingebracht bij een debat over integratie
en inburgering. BBB vindt dat er meer selectie moet komen aan de poort. Er zit een
grens aan hoeveel vluchtelingen een land kan opnemen. Laten we de ruimte die er wel
is, dan bieden aan vluchtelingen die onze culturele achtergrond, onze normen en waarden
en onze tradities respecteren en onderschrijven. De Staatssecretaris Integratie verwees
mij indertijd naar de Minister van Asiel en Migratie. Zodoende vraag ik deze Minister
hoe hij hiertegen aankijkt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Diederik van Dijk van de SGP.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Na alle geharrewar over de verdeling van de asielportefeuille
dacht ik: zullen we dan nu eindelijk het echte asielprobleem gaan oplossen? Er is
een rechtse meerderheid en er zou werk worden gemaakt van het strengste en effectiefste
asielbeleid ooit. Laten we geen tijd verliezen met politiek gekrakeel, maar alles
op alles zetten, zodat de politiek levert wat Nederland van ons vraagt. De asielwetten
moeten daarom zo snel mogelijk worden behandeld in de Kamer.
Om de Asielnoodmaatregelenwet aan te scherpen en de asielketen te ontlasten, heeft
mijn fractie afgelopen vrijdag een amendement ingediend om de rechterlijke asieldwangsommen
te schrappen. De eerste vier maanden van dit jaar verdween 21 miljoen euro uit de
staatskas richting asielzoekers, omdat de zwaar overbelaste IND onmogelijk op tijd
kan beslissen. Bij het overgrote deel, 17 miljoen euro, ging het om dwangsommen via
de rechter. Daar wil de SGP een streep door zetten. Andere lidstaten kennen zo'n lucratieve
dwangsomregeling helemaal niet. Evenmin is het Europees verplicht. Laten we Nederland
hiermee ook niet onnodig aantrekkelijk maken, terwijl de asielzoeker geen moment eerder
zijn beslissing ontvangt. Ik reken op brede steun.
Voorzitter. Ik heb herhaaldelijk aandacht gevraagd voor het onderzoek naar mogelijke
fraude bij de IND. De Minister had toegezegd de Kamer over de uitkomsten daarvan te
informeren. Inmiddels heb ik op de IND-website wel kunnen lezen dat het onderzoek
is afgerond, maar is de Kamer nog niet geïnformeerd. Er zouden slechts, zo las ik,
«fouten» zijn gemaakt, luidt de conclusie. De SGP is nog niet gerustgesteld, want
wij krijgen signalen dat er meer aan de hand is bij deze dienst en dat dit slechts
het topje van de ijsberg is. Mogelijke fraude moet in elk geval worden uitgesloten,
juist ook in het belang van de IND. Daarom wil mijn fractie graag dat we inzage krijgen
in dat onderzoeksrapport.
Daarnaast hebben we als Kamer een bijzondere vertrouwenspersoon aangesteld bij het
ministerie, die wat ons betreft inzage in het rapport moet krijgen. Deze vertrouwenspersoon
heeft een onafhankelijke rol en is recherchekundige. Daarmee is die uitstekend in
staat de situatie te beoordelen. Graag hoor ik van de Minister wanneer de Kamer en
de vertrouwenspersoon volledige inzage in het rapport ontvangen.
Voorzitter. Begin vorig jaar is mijn motie aangenomen om antisemitisme zwaar mee te
laten wegen bij de weigerings- en intrekkingsgronden. Over de uitvoering van die motie
hebben we in maart schriftelijke inbreng geleverd. Wanneer kunnen we de reactie van
de Minister verwachten? Wij zijn er namelijk van overtuigd dat dit moet kunnen. We
willen daarom snel verder met dit voorstel. Nu antisemitisme steeds verder oplaait,
moeten we overduidelijk antisemitische vreemdelingen de deur wijzen.
Wat ook zwaarder moet meewegen in ons asielbeleid is de draagkracht van de samenleving.
Mega-azc's kunnen over het algemeen op minder draagvlak rekenen bij inwoners dan kleinschalige
opvang. Voor dorpen en gemeenschappen die dat willen, moet het daarom makkelijker
worden gemaakt om kleinschalige azc's te plaatsen. Daarom heb ik met collega Podt
destijds een motie ingediend om in samenwerking met gemeenten te komen tot een plan
om kleinschalige opvang te stimuleren. Daarop kwam een summiere reactie in een recente
Kamerbrief, maar een uitgewerkt plan ligt er bepaald nog niet. Ik hoor graag van de
Minister hoe hij deze motie alsnog gaat uitvoeren en wanneer wij de uitwerking tegemoet
kunnen zien.
Voorzitter. Om overlast tegen te gaan zou er ook onderzoek worden gedaan naar een
avondklok voor de asielzoekers in het azc in Ter Apel. Maar daarna hebben we er niets
meer van vernomen. Hoe staat het met het onderzoek? Wil de Minister bezien of dit,
zo nodig, ook breder kan worden ingezet, bijvoorbeeld bij overlast op andere plaatsen?
Voorzitter. Ik ga afronden. We leven niet op een eiland. Via de grens met Duitsland
en België komen veel asielzoekers ons land binnen. Zij nemen ferme maatregelen om
irreguliere migratie te verminderen. Staat de Minister in nauw contact met hen? Bekijkt
hij of wij ook vergelijkbare maatregelen kunnen nemen? Er ligt een aangenomen motie
van mijn hand om met Duitsland en andere EU-landen ervoor te zorgen dat de Dublinregels
weer strikt worden gehandhaafd. Concreet betekent dat: niet meer asielhoppen binnen
de EU. In het land waar je als eerste de EU bent binnengekomen, wordt je aanvraag
afgehandeld en word je fatsoenlijk opgevangen. Worden hierover gesprekken gevoerd
en wordt dit weer zo snel mogelijk de praktijk?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. De asielcrisis is, denk ik, een van de grootste crises waar we
sinds de Tweede Wereldoorlog als land mee te maken hebben. Ook dit jaar, onder leiding
van dit kabinet, met het meest rechtse asielbeleid ooit, zijn er weer 130.000 mensen
bij gekomen. Demograaf Jan van de Beek heeft becijferd dat de oorspronkelijke, autochtone
bevolking rond 2070 waarschijnlijk in de minderheid zal zijn. Die is dan dus een vreemde
in eigen land geworden. Onze bevolkingssamenstelling verandert dus. Rond de eeuwwisseling,
2100, becijfert hij, is wellicht een kwart tot de helft van de bevolking islamitisch.
Dus ja, je hebt een ander land, een andere cultuur en een andere bevolking als je
in een situatie gaat verkeren waarin de autochtone oorspronkelijke bevolking in de
minderheid is en wellicht meer dan de helft van de bevolking islamitisch is.
We zien de gevolgen daarvan nu al in het straatbeeld en de winkelstraten. We zien
bijvoorbeeld dat Zwarte Piet er niet meer is. Dat heeft natuurlijk alles te maken
met massamigratie. Als we die niet hadden gehad, hadden we – wat je verder ook van
Zwarte Piet vindt – dat aspect van onze cultuur nog kunnen hebben. We zien het bij
voetbalwedstrijden: als het Nederlands elftal verliest van het Marokkaanse of Turkse
elftal, dan staan er Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond te juichen.
Die identificeren zich dus ook niet – dat is het probleem – met Nederland.
We hebben dus te maken met een heel groot, ik zou willen zeggen existentieel probleem.
Het gaat maar door. Het stopt niet. We hebben nu al te maken – dat heeft Jan van de
Beek volgens mij ook goed becijferd – met de kosten. Daar wil ik ook iets over opmerken.
Het kost nu 24 miljard per jaar netto. De massamigratie kost 24 miljard per jaar!
Dat gaat, becijfert hij, stijgen naar 70 miljard per jaar. Dat is dus niet te betalen.
Dan gaat onze verzorgingsstaat eraan. Dat zeggen heel veel economen ook: je kunt niet
én massamigratie én een verzorgingsstaat hebben; je moet een van de twee kiezen. Dat
gaat nu ook gebeuren. Het heeft in totaal – dat heeft hij becijferd – al 700 miljard
gekost. Dat is meer dan we aan onze gasbaten hebben gehad, alles bij elkaar.
Het kost dus heel veel geld. Het geeft allerlei problemen, bijvoorbeeld op de woningmarkt,
die net inderdaad ook al is genoemd. In de gemeente Soest bijvoorbeeld, zegt Jan van
de Beek, ging meer dan de helft van de sociale huurwoningen naar statushouders, die
voorrang hadden. Een jongere die in Soest woont en ook zo'n woning wil, heeft achttien
keer minder kans om die woning te krijgen. Het gaat dus ten koste van onze jongeren.
Een ander thema is de arbeidsmarkt. Dat hebben we gisteren ook kort met de Minister
besproken. Daarbij is dus ook sprake van heel veel migratie. Ik weet dat het om een
andere vorm van migratie gaat, maar dat wil ik ook even genoemd hebben. Je krijgt
dan dus uitbuiting. Dat is heel slecht voor de mensen. Het drukt de lonen en remt
de innovatie.
Dan natuurlijk de criminaliteit. Die is ook al een paar keer genoemd. We zien het
bij asielzoekerscentra en in Ter Apel. Buslijnen worden opgeheven. Ook dit heeft Jan
van de Beek becijferd. Nederlanders met een migratieachtergrond zijn, afhankelijk
van de achtergrond, twee, drie, vier, vijf keer vaker verdacht. De helft van onze
gedetineerdenpopulatie heeft een niet-westerse achtergrond.
Asielzoekers die uit de typische asiellanden komen, zijn, vooral als het gaat om seksuele
misdrijven, zwaar oververtegenwoordigd. Een Nederlander met een Somalische achtergrond
heeft een twintig keer zo grote kans om verdachte te zijn van een seksueel misdrijf
dan een autochtone Nederlander. Onze veiligheid loopt dus ook gevaar, vooral die van
onze vrouwen, die dat ook in steden meemaken, met dat gesis en alles. Het is dus een
heel, heel groot probleem.
De enige manier waarop we dit probleem kunnen oplossen – ik heb het al een paar keer
gezegd – is het terugkrijgen van de controle over onze grenzen, want als je geen grenzen
hebt, heb je geen land. En het kan. Het kan. Trump heeft dat wel bewezen. Daar is
de migratie enorm gedaald, want hij heeft weer de controle teruggepakt over zijn grenzen.
Dat kan dus alleen – dat is de hele tijd mijn punt; dat is de hele tijd ons punt –
als je die verdragen opzegt. Want alle deskundigen zeggen, onder wie Jan van de Beek
en Ruud Koopmans: «Zolang je dat domme recht op asiel blijft houden, kan iedereen
op deze planeet hier asiel aanvragen. Iedereen kan dat doen. Iedereen die onze grens
weet te bereiken, kan asiel aanvragen.» De mensensmokkelaars zijn daar trouwens ook
heel blij mee. Het gaat ook ten koste van de mensen die hiernaartoe komen. Dat is
ook heel erg. Zolang we dat recht hebben, is er dus geen oplossing mogelijk.
We moeten dus uit het Vluchtelingenverdrag. Wij dienen daar moties voor in. Die worden
door iedereen hier weggestemd. Je moet die Europese verdragen aanpassen. Daar heb
ik het net ook over gehad in een interruptiedebat met de VVD. Dat betekent onder andere
dat we af moeten van artikel 18 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Daar
moeten we van. We moeten af van artikel 78 van het Verdrag betreffende de werking
van de Europese Unie. Daarin is asielrecht namelijk opgenomen. Dat gaat dus – dat
is mijn punt, en ik werk naar een einde toe, voorzitter – nooit gebeuren. De Europese
verdragen zullen nooit worden aangepast. Dat weet iedereen hier. Iedereen hier weet
het. Het kabinet heeft het nog gezegd in het debat. Dat wil het niet eens. Ze willen
niet eens proberen om die verdragen aan te passen. Je zou als Griekenland ook wel
gek zijn om zo'n verdrag aan te passen. Dat gaat nooit gebeuren. Daar krijgen we nooit
unanimiteit over in de Europese Unie.
Dan rest ons eigenlijk nog maar één ding om ons land te redden: uit de Europese Unie
stappen. Dat is het enige wat we kunnen doen. Er is maar één partij die dat wil: Forum
voor Democratie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Boomsma van Nieuw Sociaal Contract.
De heer Boomsma (NSC):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat wij de komende maanden gewoon nog zo veel mogelijk
kunnen bereiken op het beperken van de instroom, het op orde krijgen van de asielketen
en het bestrijden van overlast, dus op alle drie die dingen. Wij zijn het natuurlijk
specifiek aan de bewoners van Ter Apel verplicht om eindelijk orde op zaken te stellen
en de enorme criminaliteit en overlast daar te stoppen.
Er is een aantal dingen in gang gezet, maar een van de belangrijkste onderdelen om
dat te bereiken is toch dat je de zogenaamde veiligelanders en mensen met een kansarme
asielaanvraag zo snel mogelijk door de procedure haalt, in ieder geval binnen twee
weken. Kan de Minister aangeven hoe dat nu gaat? Het is met name belangrijk dat dit
goed wordt gemonitord, dus dat de monitoring op orde is en dat we deze strikt kunnen
blijven volgen en, indien nodig, bijsturen. Dan gaat het natuurlijk met name om de
zogenaamde carrousel van jonge mannen die komen overwinteren. Die moeten zo min mogelijk
tijd krijgen om zich te misdragen. Het is dan ook nodig om, als dit enigszins kan,
afspraken te maken met de rechtbank om dergelijke zaken versneld te behandelen. Is
dat geprobeerd en hoe staat het daarmee?
Op 6 juni was er overleg gepland over hoe het gaat met de handhaving in de nieuwe
pbl in Westerwolde. Heeft dat plaatsgevonden? Zo ja, wat is er uit dat overleg gekomen?
Voor zover ik weet heeft Westerwolde gewoon niet de capaciteit om in die pbl in de
huidige vorm goed te kunnen handhaven. Er is handhaving nodig, want volgens mij is
daar nu geen AVIM en ook geen Marechaussee. Kan de Minister toezeggen dat er vanuit
het ministerie voldoende handhavingscapaciteit beschikbaar komt? Ik denk dat dit echt
belangrijk is; dat zijn we aan de mensen daar verplicht. Het blijft natuurlijk onvoorstelbaar
dat zo'n kleine groep jarenlang die gemeenschappen kan terroriseren en dat de overheid
zo lang een soort machteloosheid blijft uitstralen. Dat ondermijnt pas echt de rechtsstaat,
dus op dit punt moeten we nu echt stappen zetten.
Om Ter Apel te ontlasten moeten we ook verder met meerdere aanmeldingscentra elders
in Nederland. Hoe staat het met de gesprekken daarover? Ook moeten er meer pbl-locaties
komen. Hoe gaat dat? Wij kunnen niet alles bij Ter Apel laten.
Ik heb ook benieuwd – anderen hebben dat ook al gevraagd – hoe de Minister nu verdergaat
met de pbl en de gebiedsverboden. Gaat de Minister dat voortzetten? Zo ja, hoe gaat
hij er dan voor zorgen dat het een succes wordt? In elk geval heb je dan nog steeds
die heel dure en intensieve stappen in dat hofje. Of ziet de Minister nog andere mogelijkheden?
Als er gebiedsverboden kunnen worden opgelegd, kan dat dan niet ook op allerlei andere
plekken worden gedaan, al dan niet met een enkelband? Gaat de Minister dit nu gewoon
voortzetten? Of wordt er nog gekeken naar een andere vorm van een pbl waarin je mensen
langer vastzet, niet in de vorm die gehanteerd werd in de vorige pbl, die juridisch
onhoudbaar was, maar in een vorm ertussenin, waardoor mensen gewoon niet de straat
op kunnen?
Voor de ondernemers moet er natuurlijk uiteindelijk een goede voorziening komen, met
voldoende financiering en een toegankelijk loket waar zij terechtkunnen.
Voorzitter. Dan nog over de grensoverschrijdingen. Vanochtend kregen wij daar nog
een brief over. Vorige week had ik al gevraagd wat de procedure aan de grens is voor
die verschillende groepen – mensen zonder papieren, ongedocumenteerden, dubbele claimanten
en mensen die daar asiel aanvragen. Hoe gaat men daarmee om aan de grens en hoe verhoudt
zich dat tot wat de Belgen en de Duitsers doen? Dat mag natuurlijk niet uiteenlopen.
Het kan niet zo zijn dat de Duitsers mensen onmiddellijk terugsturen terwijl wij dat
niet doen.
In de cijfers die vanochtend werden gepubliceerd zag ik dat er in 2024 1.200 mensen
aan Nederland werden overgedragen – vooral vanuit Duitsland – voor de behandeling
van hun asielverzoek. Hoe weten we hoe die mensen hier zijn gekomen? Gaat het allemaal
om mensen die hier hun asielverzoek hebben gedaan, of gaat het bijvoorbeeld ook om
mensen die hier familie hebben? Is dat dan de reden dat ze zijn teruggestuurd? Mevrouw
Vondeling had eerder natuurlijk wel gelijk: als mensen over land naar Nederland komen,
zijn ze door vele andere veilige landen gekomen, zodat ze hier geen asiel zouden moeten
kunnen aanvragen. Dat zou alleen kunnen als de route via Schiphol was gegaan.
De vraag over de grenscontroles had ik al gesteld. Ik las ook dat de Minister zegt
dat de bevoegdheden van de Koninklijke Marechaussee worden uitbreid om effectiever
te kunnen onderzoeken. Om welke bevoegdheden gaat het dan? Begrijp ik daaruit dat
het aantal mensen dat daarvoor beschikbaar is nog niet wordt uitgebreid?
Dan over de opvang. Velen hebben al gezegd: het enige logische, redelijke en verstandige
wat je kunt doen, is zorgen voor een goede vaste voorraad die langdurig gefinancierd
is en die je kunt gebruiken voor andere groepen als er minder asielzoekers zijn. Onze
motie daarover is aangenomen. Ik denk dat we daar echt naartoe moeten. Ik hoop dat
we daar in de begroting een stap toe kunnen zetten.
Hetzelfde geldt voor de opvang van statushouders. Het enige logische wat je ook op
dat punt kunt doen, is alle gemeenten in staat te stellen om een flexibele tijdelijke
huisvesting neer te zetten die gebruikt kan worden voor statushouders, maar ook voor
urgente of andere groepen, ook voor ontheemden.
Ik zie dat ik een interruptie krijg van de voorzitter.
De voorzitter:
U bent door uw tijd heen. U mag nog even uw laatste zinnen uitspreken.
De heer Boomsma (NSC):
Oké. Tot slot over de dwangsommen. Mijn collega's begonnen daar ook al over. Ik denk
dat het ontzettend belangrijk is om die rechterlijke dwangsom af te schaffen. Er hebben
zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan, waaronder het arrest over de derdelanders
en Oekraïne, waaruit blijkt dat je wel degelijk rechtsbescherming kunt terugdraaien.
Die juridische mogelijkheden zijn er nu, dus laten wij zo snel mogelijk maken dat
die rechterlijke dwangsom wordt afgeschaft.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nu wel een interruptie, namelijk van de heer Diederik van
Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik haak graag aan bij het slot van de heer Boomsma. Ik las kortgeleden het verslag
van zijn Schaepmanrede, met heel veel plezier moet ik zeggen, over het verschil tussen
populisme en technocratie. Ik zou de heer Boomsma bijna een plek aanbieden op onze
kandidatenlijst, maar dat laat ik nu even liggen. Hij eindigde met de dwangsommen.
Kunnen we op dat punt vaststellen dat we hier zijn beland, zoals de heer Boomsma het
omschreef in zijn rede, in een soort juridisch-technocratisch moeras waarin we gebonden
zijn aan dwangsommen die inderdaad contraproductief zijn maar wel heel veel geld kosten,
waar we niet uit kunnen komen? Hij gaf al een klein beetje het antwoord aan het slot
van zijn rede. Steunt hij in die zin echt de inzet om een eind aan dit fenomeen te
maken?
De heer Boomsma (NSC):
Ik beschouw dit als een zeer vriendelijke interruptie. Jazeker, is natuurlijk het
antwoord, dat klopt. Ik denk dat we met name op asielgebied, maar ook op allerlei
andere beleidsterreinen, zijn beland in een soort juridisch moeras. Het is daarom
belangrijk om de ruimte voor politieke besluitvorming terug te claimen waar die is
afgenomen in allerlei juridische procedures, rechterlijke verdragen en dergelijke.
Dat geldt ook hier. Dat geldt veel breder voor het hele migratiedossier, en zeker
ook voor de rechterlijke dwangsommen, omdat die helemaal niet meer effectief zijn.
Dat wordt nu ook ingezien door de rechterlijke macht. Men ziet dat het niet effectief
is om de overheid te manen tot snellere besluitvorming, omdat dat eenvoudigweg niet
kan. Als iedereen voorrang heeft, heeft niemand voorrang. We zullen het moeten doen
met de tijd die we hebben. Het inzicht bestaat nu dat het gewoon niet werkt; het dient
niet het doel waarvoor het oorspronkelijk bedoeld is en het werkt alleen maar averechts.
Laten we er dus zo snel mogelijk toe overgaan om de rechterlijke dwangsommen af te
schaffen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tijdelijk het voorzitterschap door aan mevrouw Podt.
Voorzitter: Podt
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Van Nispen voor zijn inbreng.
De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het huidige migratiebeleid is niet houdbaar. Het is peperduur
en er is geen duidelijk plan om ervoor te zorgen dat onze voorzieningen de aantallen
mensen die naar Nederland komen, aankunnen. Ik sprak over «peperduur», maar het is
wat ons betreft een misvatting dat de kosten van het asielbeleid zo hoog zijn vanwege
de hogere asielinstroom. Die aantallen zijn namelijk aan het afnemen, terwijl dit
beleid jaarlijks miljarden duurder wordt. Bakken met geld gaan naar commerciële beunhazen
die grof geld verdienen aan de tekorten in de opvang. Ook de toegenomen wachtlijsten
bij de IND, veroorzaakt doordat een deel van deze Kamer de asielprocedure zo complex
heeft gemaakt, kosten veel geld. Dit alles kost de belastingbetaler jaarlijks miljarden.
Deze geldverspilling van miljarden wordt dus niet veroorzaakt door de aantallen instromers,
maar door het feit dat de regering het ontzettend dom heeft aangepakt: geen realistische
voorspellingen, bezuinigingen op IND en COA toen er even wat minder instroom was,
en vervolgens niet met structurele oplossingen komen. De belastingbetaler betaalt
hiervoor de hoofdprijs.
Ondertussen krijgen asielzoekers hier de schuld van. Hoe zit het onder andere – wij
vroegen er al naar – met de uitvoering van de moties die in de Eerste Kamer en ook
in de Tweede Kamer zijn aangenomen over structurele financiering van het COA, juist
om langdurige contracten met de gemeente aan te mogen gaan? Gaat de Minister daar
toestemming voor geven? Volgens mij is daar niet eens extra geld voor nodig, maar
helpt het al als de Minister daarvoor toestemming gaat geven. Dat is goedkoper en
het is efficiënter.
Toch nog even over de aantallen. We hebben een Minister van Asiel en Migratie. De
coalitie staart zich volledig blind op asiel, maar over de rest van de migratie horen
we maar bar weinig. Dat was nog te begrijpen geweest als de asielinstroom 90% van
de totale instroom zou zijn, maar de waarheid is precies andersom. Asiel is ongeveer
10% van de totale migratie-instroom, maar krijgt bijna 100% van de aandacht. Ik blijf
mij daarover verbazen. Ik vind het bizar. Ik spreek de Minister van Asiel en Migratie
hierop aan. Erkent hij dat asiel een beperkt deel is van ons veel te hoge migratiesaldo?
Gaat hij dat eerlijke verhaal ook uitdragen?
Op het gebied van asiel moeten we wat ons betreft veel meer doen om draagvlak te verdienen
onder de mensen. Dat is zo ongeveer het tegenovergestelde van het huidige beleid.
Draagvlak voor de opvang van vluchtelingen bereik je door kleinschalige opvang. Geen
massale opvang van honderden mensen in kleine dorpjes of in arme wijken; diezelfde
arme wijken die altijd de problemen mogen oplossen. Waarom vangen de twintig armste
gemeenten vijf keer meer asielzoekers op dan de twintig rijkste gemeenten? Als je
Wassenaar buiten beschouwing zou laten, is het zelfs twintig keer zoveel; twintig
keer zoveel opvang door de arme gemeenten in vergelijking met de opvang door de rijke
gemeenten. Dat zou toch precies omgedraaid moeten worden? Welke initiatieven gaat
de Minister daarvoor nemen?
Ik wil me aansluiten bij de vragen van D66 over de overlast in Ter Apel. Draagvlak
bereik je door overlast en criminaliteit snoeihard aan te pakken. De mensen in Ter
Apel zijn al jaren in de steek gelaten. Doe hier nu eens echt fundamenteel en effectief
iets aan! Zie ook de noodkreet van de burgemeesters van Westerwolde en Cranendonck
gezamenlijk.
Draagvlak creëren was natuurlijk nooit het doel van het beleid van de vorige Minister.
Daarmee tast je immers het electorale verdienmodel aan. Ik wil de huidige Minister
vragen wat hij nu anders gaat doen. Gaat hij in tegenstelling tot zijn voorganger
wel het contact zoeken met de VNG en het COA en met de mensen in het land die zich
zorgen maken?
Ik wil me ook aansluiten bij de terechte vragen die zijn gesteld door de SGP over
fraude met aanvragen en de rol van de bijzondere vertrouwenspersoon. Ook ik heb daar
eerder vragen over gesteld. Ik ben daar buitengewoon benieuwd naar.
Ten slotte, voorzitter, de belangen van kinderen in de procedure en in de opvang.
Ik weet niet hoeveel vragen wij daarover al hebben gesteld in debatten en via Kamervragen.
Wij hebben, samen met veel verschillende partijen, moties ingediend die ook aangenomen
zijn, om de situatie van asielkinderen te verbeteren en ze weer echt kind te laten
zijn, via speelvoorzieningen, onderwijs en bovenal een stabiele plek om te groeien
in plaats van steeds verhuizingen. Gaat deze Minister nu wél eindelijk echt aan de
slag met het verbeteren van hun situatie?
Wat gaat de Minister doen om de kinderrechten te waarborgen? Ik kreeg gisteren een
melding over kinderen die al twee jaar lang in een hotel zitten waar de ratten rondlopen
en 's avonds een avondklok geldt. We hebben het hier over minderjarigen. Kan de Minister
er nog voor de zomer voor zorgen dat kinderen worden weggehaald op locaties waar ze
niet buiten kunnen spelen, of uit bijvoorbeeld evenementenhallen, die ook zeer ongeschikt
zijn, zeker met het oog op de zomervakantie?
Op de iets langere termijn moeten alle minderjarigen op geschikte locaties gehuisvest
worden, bijvoorbeeld door een beleidsregel, op te stellen in overleg met de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten, waarin is opgenomen waar opvang voor minderjarigen ten
minste aan zou moeten voldoen. Ik ben graag bereid om daar zo nodig samen met collega's
weer een nieuwe motie over in te dienen, maar ik hoop dat de Minister dit gewoon gaat
toezeggen. Want het schenden van kinderrechten moet echt stoppen. Ondanks alle verschillen
van mening zouden we het hier toch tenminste over eens moeten zijn.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord en het voorzitterschap terug aan de heer Van Nispen.
Voorzitter: Van Nispen
De voorzitter:
We gaan een halfuurtje schorsen. Daarna gaan we luisteren naar de beantwoording door
de Minister. Ik schors de vergadering tot 11.25 uur.
De vergadering wordt van 10.56 uur tot 11.25 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag. Welkom terug bij het commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid. Wij
zijn toegekomen aan de beantwoording van de Minister van Asiel en Migratie in eerste
termijn. Ik kijk even naar de leden. Ik was van plan om drie interrupties voor te
stellen. Volgens mij kunnen we daar wel vier interrupties van maken, gezien de tijd.
Ik geef het woord aan de Minister voor zijn beantwoording.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met excuses voor mijn wat nasale, snotterige stem.
Het is geen goede hooikoortsdag voor mij vandaag. Daar heeft u ook last van. Sorry.
Ik begin met een korte inleiding. Daarna heb ik de kopjes binnengrenzen en Dublin,
de pbl en Ter Apel in bredere zin, opvang en huisvesting in algemene zin en dan heb
ik nog een kopje overige belangrijke vragen. Maar laat ik even beginnen met de inleiding.
In die inleiding markeer ik even dat ik hier vandaag nog zit als de enige Minister
van Asiel en Migratie, maar dat daar mogelijk al zo snel als morgen weer verandering
in komt. Een aantal van u heeft daaraan gerefereerd. Het is geen proces geweest dat
de schoonheidsprijs verdient, maar al met al hebben we nu in ieder geval duidelijkheid
en kunnen we verder. Ik zal met volle inzet dat deel oppakken dat binnen mijn portefeuille
zal blijven vallen. Dat is allereerst het beheer van het ministerie, om te zorgen
dat de uitvoering en de ambtenaren in ieder geval zo min mogelijk last ondervinden
van deze knip. Maar dat is ook het instroomdossier. Als we de instroom omlaag weten
te krijgen, dan ligt daar, denk ik, de basis voor de oplossing van een hoop van deze
problemen, of het nu gaat om opvang, gezinshereniging of huisvesting. Ik ben dus ook
verheugd dat uw Kamer probeert om de behandeling van de Asielnoodmaatregelenwet nog
voor het reces in te plannen, omdat ik denk dat een hoop van de maatregelen die daarin
zitten daadwerkelijk gaan bijdragen aan het naar beneden brengen van de instroom.
Dat was mijn algemene inleiding.
Dan begin ik nu aan het kopje grenzen en Dublin. Ik heb u gisteren een brief gestuurd
over de grenscontroles en de resultaten daarvan. Ik moet u eerlijk zeggen: die zijn
niet onbemoedigend. Met andere woorden: er zijn daadwerkelijk 360 mensen aangehouden.
Er zijn daarnaast ook nog anderen aangehouden die op heterdaad werden betrapt of van
andere strafbare feiten werden verdacht. De marechaussee heeft bij mij aangegeven
dat zij ook een toegevoegde waarde zien in het uitvoeren van de grenscontroles. Dat
sterkt mij in het voornemen om in aanloop naar 8 december, wanneer de huidige periode
die we hebben aangegeven bij de Europese Commissie, eindigt, te kijken hoe we hiermee
doorgaan en hoe we dit effectiever kunnen maken.
Onderdeel daarvan, zeg ik via u tegen de heer Boomsma, is kijken naar de regels die
we ons hebben opgelegd, bijvoorbeeld als het gaat om het Mobiel Toezicht Veiligheid.
Dan gaat het specifiek om de artikelen 4.17a en 4.17b van het Vreemdelingenbesluit.
Daarin staan allerlei regels die we dus zelf hebben verbonden aan de frequentie en
de duur van MTV-controles. Ik merkte ook al in mijn eerste gesprek met de marechaussee
dat er frustratie is dat je, op het moment dat je een trein controleert die de grens
over komt, bijvoorbeeld maar 25% van de coupés langs kunt lopen. Dat is geen capaciteitsvraagstuk,
want je bent daar toch al met je mensen. Het is eerder frustrerend dat je weet dat
je maar 25% van die coupé door kan en dan weer weg moet.
Dat zijn het soort dingen waarvan de marechaussee zelf aangeeft dat landen om ons
heen met veel hogere percentages werken en dus ook veel effectiever zijn. Dat zijn
de soort quick wins waarmee ik de komende maanden heel graag gewoon heel snel problemen
oplos. Dit komt de uitvoering ten goede. Hiermee hebben we meer effectiviteit en het
kost niet eens meer capaciteit. Ik denk dat dat een win is aan alle kanten. Vertel
het mij alstublieft als u er nog meer heeft, want dan ga ik die onmiddellijk in gang
zetten en waarmaken. Dat is in ieder geval mijn insteek op dit dossier. We kunnen
immers geen steen onberoerd laten als we hieraan werken.
Dan de Dublinregels. De heer Diederik van Dijk vroeg: wat gaan we nou doen om samen
met Duitsland en andere EU-landen te zorgen dat die Dublinregels beter worden nageleefd?
Het is een hartenkreet. Ik ben dat compleet met u eens. Het is frustrerend dat we
met elkaar regels zijn overeengekomen en dat we die niet naleven. In elke JBZ-Raad
– de heer Struycken deed dat ook vorige week – is Nederland dus degene die hier het
voortouw in neemt. Daarin worden we overigens inderdaad gesteund door Duitsland en
andere landen, want er zijn meer landen die hier frustratie over uiten. Er zijn echter
ook kleine lichtpuntjes. Zo hebben we vorige week na het positievere rapport van de
Commissie over de opvang aangekondigd dat we gaan verkennen of we aan Griekenland
weer Dublinclaimanten kunnen overdragen. Een aanzienlijk deel van de mensen die we
hier hebben, is Dublinclaimant. In mijn bilaterale contacten met andere landen zal
ik hierop blijven aandringen. Ik hoop overigens dat ook die landen door de invoering
van het Migratiepact meer perspectief hebben op het beter nakomen van deze regels.
De heer Boomsma vroeg nog wat de achtergrond is van asielzoekers die door andere lidstaten
aan Nederland worden overgedragen. Dat zijn inderdaad mensen die hier hun eerste asielaanvraag
hebben ingediend en daarna in Duitsland zijn beland of over de grens zijn gegaan.
Op basis daarvan worden zij weer aan ons overgedragen. Dat doen wij dus ook. Uit de
brief die ik gisteren heb verstuurd, blijkt dat die aantallen elkaar over en weer
niet veel ontlopen. Nu is het even de vraag op welke manier je dat doet. In de afgelopen
week heb ik geleerd dat dit mogelijk is via een warme of koude overdracht; dat is
afhankelijk van de situatie. Er kan dus afgesproken worden om iemand daadwerkelijk
van politie of marechaussee aan politie of marechaussee over te dragen. Het kan ook
zijn dat het andere land wordt geïnformeerd en dat wordt gezegd «deze persoon hebben
we aangetroffen en gaan we bij de grens afzetten», omdat daar verder geen gevaar voor
de openbare orde of veiligheid of anderszins uit voortvloeit. Iemand wordt dan gewoon
de toegang tot dat land ontzegd en teruggeleid naar het land waar hij wel moet zijn.
Ik denk dat ik daarmee de belangrijkste vragen over het grenstoezicht heb behandeld.
De voorzitter:
Mevrouw Rajkowski heeft een vraag.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Het is goed om in de brief die gisteren naar de Kamer is gestuurd, te lezen dat de
Minister kijkt hoe we grenscontroles slimmer en effectiever kunnen uitvoeren. In verschillende
treinen in Nederland kunnen boa's bijvoorbeeld ook de identiteit controleren. Ik weet
niet hoe het zit, maar kan wat dat betreft misschien ook worden samengewerkt met de
KMar? Daar zijn vast allemaal regels en protocollen voor, maar is dat misschien ook
nog een mogelijkheid? Kunnen we onderzoeken waar dingen slimmer kunnen?
Minister Van Weel:
Ja, daar wil ik graag naar kijken. We zijn in ieder geval aan het bekijken of we boa's
toegang kunnen geven tot het rijbewijsregister, zodat zij aan de hand daarvan personen
kunnen identificeren. Ik weet niet hoe het zit met de koppeling met de asielregisters.
Ik ben bang dat die moeilijk ligt, maar ik wil daar wel naar kijken.
De heer Boomsma (NSC):
Komt er nog een kopje over meer specifiek de grenscontroles? Dit ging echt over Dublin,
maar ging het ook over de grens? Want ik heb nog wel een vraag over de grenscontroles.
De voorzitter:
Stelt u die vraag nu.
De heer Boomsma (NSC):
Oké. Op dit moment is mij niet helemaal duidelijk hoe wordt omgegaan met verschillende
groepen die zich aan de grens melden of daar worden aangetroffen. Daarom vroeg ik
daar vorige week ook naar. Ik denk dan aan mensen met of zonder papieren, aan mensen
die onmiddellijk asiel aanvragen of aan Dublinclaimanten. Hoe verhouden onze procedures
op dat vlak zich tot hetgeen de Belgen en Duitsers doen?
Minister Van Weel:
In een volgende rapportage aan de Kamer ga ik daar graag nog wat meer in detail op
in. Er zijn namelijk nogal wat verschillende categorieën mensen te verzinnen. Er zijn
mensen die helemaal geen papieren hebben, er zijn mensen die helemaal geen papieren
hebben en asiel aanvragen, er zijn mensen die helemaal geen papieren hebben maar overduidelijk
Dublinclaimanten zijn. Ik denk dat er wel 30 categorieën of «soorten» mensen zijn
die op de een of andere manier niet tot het land toegelaten dienen te worden. Hoe
je daarmee omgaat, hangt af van de categorie. Bijvoorbeeld Dublinclaimanten die zicht
hebben op vertrek, kun je in verzekering stellen. Bij landen waarmee wij dat op een
heel soepele manier hebben geregeld, is dat dus de procedure. Dan neem je ze mee,
zet je ze vast en draag je ze over aan het land waar ze wel thuishoren. Er zijn 50 mensen
geweest die hier voor het eerst asiel hebben aangevraagd. Ja, die gaan dus daadwerkelijk
het proces doorlopen en belanden dus hier in een azc. Er waren ook mensen die uit
België kwamen, maar niet konden aantonen dat zij de documenten hadden om naar Nederland
te kunnen gaan. Maar omdat het naslagwerk met België langer duurt, zijn deze mensen
gewoon gevraagd om om te draaien en weer terug naar België te gaan. Zo zijn er een
heleboel verschillende categorieën van omgang. Met het ene land gaat het net wat soepeler
dan met het andere buurland, zeg ik er eerlijk bij. Wij moeten er ook aan werken om
dat meer uniform te krijgen. Met Duitsland werkt dat bijvoorbeeld zeer soepel; dat
gaat beide kanten op erg goed.
De heer Boomsma (NSC):
Daarvan ontvang ik dan inderdaad graag een nadere uitwerking. Ik denk dat het heel
belangrijk is om te weten wat andere landen doen. Als iemand hier aan de grens asiel
aanvraagt, dan moet je die aanvraag natuurlijk in behandeling nemen. Iemand die uit
Duitsland komt, is geen Dublinclaimant, want hij heeft nog geen asiel aangevraagd,
maar is dan niet het idee dat hij dat daar zou moeten doen, omdat hij uit een veilig
land komt, namelijk Duitsland? Je zou dus ook kunnen zeggen: doet u dat maar in Duitsland,
want u bent nog aan de Duitse grens; u komt duidelijk van Duits grondgebied. We moeten
met name niet hebben dat andere landen daar wel heel creatief mee omgaan. Ik heb al
begrepen dat Duitsland dat zelf nu ook doet. Zij zetten mensen bij Oostenrijk en bij
Polen gewoon weer over de grens. Dat zorgt dan weer voor frustratie bij die landen,
maar we moeten in ieder geval weten hoe dat daar nu gaat en wat onze eigen lijn daarin
is.
Minister Van Weel:
Strikt gezien kan wat u zegt niet. Iemand die in Nederland is, kun je niet de grens
overduwen, ook al komt hij uit een derde land. Dan kun je niet zeggen: vraagt u daar
maar asiel aan. Het is waar dat Duitsland dat in een aantal gevallen wel heeft gedaan.
Het heeft ook een eerste rechtszaak daarover verloren. Nou werkt het Duitse rechtssysteem
niet met voorlopige voorzieningen. Vooralsnog heeft men dan ook gezegd: we zien dat
nog een tijdje aan en we kijken hoe de jurisprudentie zich ontwikkelt. Maar je moet
wel voorkomen dat dit een ontzettende druk legt op de relatie met je buurlanden. Daarover
ben ik het helemaal met de heer Boomsma eens. Het systeem moet werken zoals het werkt,
maar je moet er wel voor zorgen dat dat in goede harmonie gebeurt. Dat hebben we natuurlijk
bij ons aan de grens, bij Ter Apel, recent ook gezien. Ik zet dus op beide in: er
zo veel mogelijk voor zorgen dat mensen daar asiel aanvragen waar dat hoort en dat
ze, als ze ergens anders asiel hebben aangevraagd, daarnaar teruggaan, en ervoor zorgen
dat we de relaties met onze buurlanden goed houden.
De voorzitter:
De Minister heeft over grenscontroles een paar zaken gezegd en misschien ook wel toegezegd.
Ik heb hem horen zeggen, dacht ik, dat hij daar in een voortgangsrapportage op terug
zou komen. Wanneer kunnen wij die voortgangsrapportage verwachten?
Minister Van Weel:
Hoe dan ook moeten wij voor 8 december besluiten of en hoe we de grenscontroles voortzetten.
Ik stel me zo voor dat we een maand daarvoor, begin november, met die voortgangsrapportage
komen.
De voorzitter:
Dank u wel. Gaat u verder.
Minister Van Weel:
Dan de pbl. Wat is daarbij de stand van zaken? Ik moet eerlijk zeggen dat ook ik sterk
was verrast door het signaal dat er van de vijf plekken die in de pbl zijn gecreëerd
– dat zijn er al niet veel – op dit moment nul zijn bezet. Ik was niet de enige. Ik
heb ook contact gehad met de burgemeester van Westerwolde, waar Ter Apel onder valt;
ook hij sprak daar zijn verbazing over uit.
De vraag van mevrouw Podt raakt hieraan, want mij werd meteen aangedragen dat er toch
wel klanten waren, ook in de afgelopen week, die daden hadden verricht waardoor je
je zou afvragen: waarom zitten die nu dan niet in de pbl? En daar stuiten we op de
Dublinclaimanten en op de vraag in hoeverre die in een pbl-locatie mogen verblijven.
Het antwoord is: juridisch gezien mag dat niet. Het heet dan wel een procesbeschikbaarheidslocatie,
maar bij Dublinclaimanten voor wie geen onmiddellijk zicht is op terugkeer, kun je
niet spreken van een proces, en dan loop je juridisch gezien met een pbl dus vast.
Dat middel kun je dan niet toepassen, terwijl het doel van de pbl is om mensen van
de straat te houden opdat ze niet nog meer overlast veroorzaken. Nou, ik wil me niet
door juridische regels laten tegenhouden. Wat ik dan ook wil verkennen, is of we binnen
de vtl, de verscherpttoezichtlocatie, waar nu een regime geldt dat soepeler is dan
dat van een pbl, een onderscheid kunnen maken voor de categorie Dublinclaimanten van
wie je anders zou zeggen «die horen dus in de pbl». Binnen de vtl proberen we daar
een soortgelijk regime voor te creëren. Want het kan niet waar zijn dat dat de enige
reden is waardoor je ermee wegkomt en dus nog steeds overlast kan veroorzaken in Ter
Apel.
Waarop het volgens mij tot op heden niet goed is gegaan, is het overleg met de gemeente
en de lokale driehoek over de handhaving hiervan. Ik heb die gesprekken inmiddels
opgestart. Ik hoop op korte termijn ook fysiek met de burgemeester samen te kunnen
zitten om te spreken over deze handhaving. Want een middel optuigen dat niet wordt
gehandhaafd, kun je net zo goed niet doen. Deze mensen weten dat binnen no time van
elkaar, en dan is het hele middel voor niets geweest. Ik wil dus gaan kijken naar
die handhaving, zodat we ook echt weten dat, één, we iets optuigen wat gebruikt wordt,
zodat we niet vijf lege bedden hebben terwijl er wel mensen zijn die overlast plegen,
en we ook echt weten dat, twee, het voor de handhaving en het COA duidelijk is welke
mensen worden opgepakt en wanneer ervoor wordt gezorgd dat die daarbinnen komen te
zitten. Ik wil daarbij ook wel kijken naar andere handhavingsmogelijkheden en dus
niet alleen maar naar de politie. Ik wil namelijk ook nagaan of daaraan door het COA,
met boa's of anderszins, een bijdrage kan worden geleverd.
De voorzitter:
Er is een vraag van de heer Boomsma.
De heer Boomsma (NSC):
Dat is inderdaad wel de sleutel. Als je het niet kunt handhaven, heeft het geen zin.
Mijn inschatting is dat daar toch echt capaciteit voor nodig is. Iemand moet dat kunnen
doen. De personen die dat kunnen doen, zijn er nu lokaal niet. Die zijn in Westerwolde
niet aanwezig. Is de Minister dat inderdaad met mij eens en kan hij toezeggen dat
ook echt wordt gekeken naar het aanleveren van capaciteit, naar het inzetten van mensen,
om dit daar te handhaven?
Minister Van Weel:
Ik noemde net al dat ik ook wel wil gaan kijken naar boa's. Ik denk niet dat de KMar
daar de eerstaangewezene voor is, maar er zijn echt andere manieren om te zorgen voor
handhaving, vanuit andere hoeken, ook buiten de lokale politiecapaciteit om. Tegelijkertijd
is ook de politie van belang, want als zij iemand oppakken, moeten zij wel weten in
welk geval zij het COA moeten bellen om te zeggen dat zij een pbl-klant hebben. Het
gaat er dus ook om dat men bekend is met het middel en dat men met elkaar verkent
wanneer je daar nu iemand in stopt. Nou, dat overleg heeft niet plaatsgevonden, maar
dat gaat wel plaatsvinden.
Over de vtl heb ik het gehad. Daar zitten ongeveer 40 mensen. Ik wil dus gaan kijken
of ik daarbinnen een scherper regime kan creëren.
Tegen mevrouw Rajkowski zeg ik in algemene zin dat ik naar alle middelen moet kijken.
Dat kan dus ook een enkelband zijn. Dat zeg ik ook tegen de heer Boomsma. En tegen
mevrouw Vondeling zeg ik erbij dat dit geen vervanging is van een straf. Het is geen
beloning in die zin dat je met een enkelband alsnog ongein moet uithalen. Het hangt
meer met de handhaving samen. Het is een middel om datgene wat je hebt opgelegd, ook
te kunnen afdwingen. Want dat is het idee van een enkelband. Je weet waar iemand is,
en dan kun je hem weer oppakken en terugsturen waar die hoort, en desnoods zwaarder
straffen. Want als zich een stapeling voordoet of als ernstige misdrijven worden begaan,
komen mensen uiteindelijk gewoon vast te zitten. Zo werkt het gelukkig ook nog.
De heer Diederik van Dijk vroeg naar de avondklok. Een generieke avondklok is een
vergaande inperking van de bewegingsvrijheid. In de regel moet je die individueel
motiveren. Daar is dus niet echt een juridische basis voor. In coronatijd hebben we
gezien hoe lastig het is om daar wat voor te verzinnen, om een avondklok generiek
op te kunnen leggen. Het kan wel een van de middelen zijn die je op individuele basis,
voor mensen die overlast veroorzaken, op een gegeven moment kunt overwegen. Dat wil
ik dus wel gaan verkennen. Je kijkt bijvoorbeeld of je in zo'n pbl voor die personen,
die daar ook niet voor niks zitten, wel iets kunt doen met een avondklok. Ik zeg u
toe dat ik er zo naar ga kijken.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
In ieder geval dank voor die toezegging. Ik kom terug op de start van het antwoord
van de Minister. Er was gevraagd om te onderzoeken wat hierbij allemaal wel of niet
kon. Heeft dat onderzoek eigenlijk plaatsgevonden? Is het antwoord van de Minister
daarop gebaseerd? Of geeft hij nu gewoon zijn mening, zogezegd, op het punt van de
avondklok?
Minister Van Weel:
Nee, dit is niet mijn mening. Die heb ik overigens wel, hoor, maar vaak wordt die
door rechten beperkt. Hier is een juridische verkenning naar gedaan, en daar komt
dit antwoord vandaan. Wat ik u toezeg, is nog niet juridisch onderbouwd. Hopelijk
is het dat in het vervolg wel.
De heer Boomsma vroeg om meer pbl-locaties. Nou, laten we die eerst maar eens werkend
krijgen. De komende weken ga ik mij ervoor inzetten dat de vijf bedden en het regime
dat daaromheen zit, staan en werkt. En als het werkt, gaan we natuurlijk kijken naar
een verdere uitbreiding van dit concept.
Dat brengt mij bij het kopje opvang en huisvesting. Mevrouw Rajkowski vroeg of ik
bereid ben de hand uit te steken naar het COA en de lokale driehoeken en met hen in
overleg te gaan om te voorkomen dat een kleine groep agressieve mensen de boel overneemt
of verstoort. Ja, zonder daarbij de lokale driehoek, die natuurlijk verantwoordelijk
is voor de openbare orde en veiligheid, in de weg te lopen. Als Minister van Justitie
en Veiligheid weet ik waar die grens ligt, maar zie ik het wel als mijn taak om daar
gewoon te zijn met steun en met raad op het moment dat de lokale driehoek of het COA
daar behoefte aan heeft. Dat zeg ik dus toe.
Mevrouw Rajkowski vroeg ook of we gaan ingrijpen als mensen frauderen, bijvoorbeeld
door onder te verhuren. Daarover konden we vorige week in de krant lezen. Ja. Het
tegengaan van onderhuur of de aanpak daarvan is natuurlijk aan de Minister van VRO.
Dat onderdeel laat ik dus graag aan haar. Maar als dit leidt tot een strafrechtelijke
veroordeling, dan wil ik wel bekijken of wij die mee kunnen nemen bij een herbeoordeling
of een intrekkingsprocedure bij de IND om daarmee een stevig signaal af te geven.
Die toezegging wil ik hier dus wel doen. Dat is in ieder geval mijn deel van het dossier
op dit vlak.
Mevrouw Podt vroeg naar de stand van zaken bij het doorplaatsen van 17-jarigen naar
de volwassenenopvang. De laatste maanden hebben we te maken gehad met een lagere instroom
van amv's. Daardoor is ruimte ontstaan en heeft het COA de noodmaatregel van het doorplaatsen
naar reguliere COA-locaties opgeschort. Op dit moment hoeven dus geen 17-jarigen in
de volwassenenopvang te zitten. Er is echter nog geen voornemen om die begeleiding
nu op te rekken naar 21 jaar. We houden de procedure dus zoals die is, en de noodmaatregel
is voorlopig komen te vervallen.
De heer Van Nispen vroeg naar de structurele financiering van het COA. Anderen vroegen
daar trouwens ook naar, maar dan in een net iets andere vorm. Gaat de Minister daar
toestemming voor geven of gaan we dat op andere manieren inrichten? Het COA is op
dit moment samen met de gemeenten hard bezig om de reguliere opvangplekken die zijn
aangeboden in het kader van de Spreidingswet te reguleren. Hoe meer duurzame opvangplekken
wij hebben, hoe meer dure opvangplekken zoals schepen, tijdelijke locaties en evenementencentra
kunnen worden uitgefaseerd. Laat ik daar meteen het feit aan koppelen dat families
of kinderen op dit soort tijdelijke locaties zoals hotels moeten bivakkeren. Ik vind
dat ook schrijnend. Op het gebied van activiteiten wordt gedaan wat mogelijk is om
voor die kinderen het leven aangenamer te maken, maar laten we eerlijk zijn: een evenementenhal
is geen plek waar kinderen zouden moeten opgroeien. Bovendien betekent verblijf op
een tijdelijke locatie meteen dat die kinderen waarschijnlijk een, twee, drie, vier
keer moeten verhuizen, en ook dat is natuurlijk funest voor de ontwikkeling van een
kind. Dus dure opvangplekken zijn, één, door de tijdelijkheid geen doelmatige besteding
van overheidsmiddelen en leiden, twee, tot ongewenste bijeffecten.
U vraagt mij waarom die kinderen dan in die locaties zitten. Nou, heel vaak is dat
zo omdat gemeenten bij tijdelijke locaties eisen stellen op het gebied van de bewoners
zij daar willen hebben. Wrang genoeg leidt dat ertoe dat families met kinderen in
dit soort tijdelijke locaties belanden, want dan wordt voldaan aan de voorwaarden
die worden gesteld. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Zo meteen is het niet meer mijn
dossier, maar er is ontzettend veel te doen om ervoor te zorgen dat dit op een andere
manier wordt ingericht, zodat dit, één, niet leidt tot verspilling van overheidsgeld
en, twee, bijvoorbeeld voor kinderen leidt tot een beter perspectief op een normaler
leven. Mijn deel heeft te maken met de instroomkant. De instroom moet naar beneden,
want dan blijft het ook makkelijker om het COA in staat te stellen zijn werk meerjarig
en op een beheersbaar niveau te doen.
Verder laat ik het aan de Minister van VRO om dit dossier op te pakken in de aanloop
naar de augustusbesluitvorming.
Voorzitter: Vondeling
De voorzitter:
De heer Van Nispen wil de Minister interrumperen.
De heer Van Nispen (SP):
Ik begrijp dat de Minister zegt: ik laat dit aan de volgende Minister die hier bijna
over gaat. Maar vandaag zitten we hier en gaat deze Minister daarover. Volgens mij
zei de Minister het heel terecht: meer duurzame opvangplekken is beter dan de dure
opvang die we nu hebben, niet alleen omdat het geldverspilling is, maar ook vanwege
de belangen van de mensen die het betreft, met name de kinderen waarover we ons zorgen
maken. Mijn eerste vraag is deze. Het COA heeft een begroting. Die begroting staat
nog steeds op papier. Die moet natuurlijk veranderen, maar zoals die op papier staat,
gaat die ontzettend omlaag de komende jaren. Dat kan goed gaan als de Minister de
instroom gaat beperken, maar dat weten we nog niet. Nu kan het COA dus geen langjarige
contracten afsluiten met gemeentes. Dat is eigenlijk een probleem, want dan krijgen
we dit niet opgelost. Ik zou toch willen dat de Minister daar vandaag iets over zegt.
Ik zou willen dat hij zegt: meer duurzame opvangplekken is beter, dus het COA moet
in staat worden gesteld om die langjarige contracten af te sluiten. Dat is in meerdere
Kamermoties ook al gevraagd aan de Minister; daar is dus een Kamermeerderheid voor.
Minister Van Weel:
Ik heb u net uitgelegd hoe ik daarin sta. Zowel vanuit financieel oogpunt als vanuit
humanitair oogpunt als vanuit het oogpunt van onrust in de samenleving zou ik het
veel beter vinden als het COA dat meerjarig kan doen, maar daar lopen we tegen de
pijngrens aan, omdat vanaf morgen een collega verantwoordelijk is voor het uitstippelen
van een plan voor hoe we dat gaan waarmaken, in de aanloop naar de besluitvorming
in augustus, voor 2026 en verder. Ik wil haar niet beperken in de ruimte die zij daarvoor
zou claimen.
De heer Van Nispen (SP):
Iets in mij zegt: je moet het hier even bij laten. Maar ik wil er toch nog op wijzen
dat ook een volgende Minister, vanaf morgen, gebonden is aan de Kamermoties die al
zijn ingediend. Wat mij betreft zegt de Minister hier eigenlijk heel duidelijk: zo
zou het moeten. Deze Minister zit dan ook nog steeds in de ministerraad. Hij kan zijn
collega daar ook scherp op houden. Laten we het hier voor nu maar mee doen. Ja, zeg
ik nog een keer, die langjarige contracten zijn wenselijk, want die voorkomen geldverspilling
en ongewenste bijeffecten.
Over dat laatste heb ik nog een volgende vraag. Die gaat over de kinderen. Ook daarover
zijn wij het volgens mij wel eens: zo kan het niet. Ik zou graag van de Minister willen
horen hoe hij ervoor gaat zorgen dat kinderen voor de zomer uit die evenementenhallen,
uit die boten en uit die hotels worden gehaald, want soms geldt daar een avondklok
of kunnen ze daar niet buiten spelen. Kan hij daar voor de zomer voor zorgen, of kan
hij dit vanaf morgen meegeven aan zijn opvolger, zodat de kinderen voor de zomer op
betere plekken terechtkomen? Dat is mijn vraag voor de korte termijn. Voor de iets
langere termijn, maar dat mag ook niet al te lang duren, vraag ik hem of hij ervoor
kan zorgen dat er bijvoorbeeld een richtlijn komt waaraan de opvang van minderjarigen
ten minste moet voldoen, juist om concurrentie tussen gemeenten over de vraag welke
groepen waar worden opgevangen, te voorkomen. Volgens mij moeten we dat namelijk ook
niet willen met elkaar.
Minister Van Weel:
Ik weet dat er op dit moment een onderzoek loopt binnen het COA om in kaart te brengen
welke opvanglocaties wel en niet voldoen aan de standaarden die zijn opgesteld voor
de opvang van kinderen. Daaraan gekoppeld is de vraag wat ze eraan gaan doen om die
op de kortst mogelijke termijn te realiseren. De uitkomsten van dat onderzoek komen
deze zomer. Ik ga ervan uit dat Minister Keijzer uw Kamer op basis van die uitkomsten
onverwijld zal informeren over hoe ze daarmee aan de slag gaat.
Voorzitter: Van Nispen
De voorzitter:
Ik neem het voorzitterschap weer over. Dank u wel, mevrouw Vondeling. Ik heb slechts
nog de vraag: wanneer komt dat dan precies? Wat is «voor de zomer»? Dat is wel relevant,
in verband met eventuele moties en met wat we kunnen verwachten.
Minister Van Weel:
Er staat «deze zomer» in mijn tekst, dus ik kan het niet specifieker maken. Uw verzoek
om dat specifieker te krijgen zal ik doorgeleiden naar mijn ambtsopvolger voor dit
deel van het dossier.
Mevrouw Podt vroeg nog: wat kan er op korte termijn worden gedaan om de groepsgrootte
voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen te verkleinen? De locaties waar zij
worden opgevangen, zijn al kleinschalig. Het is niet reëel om op dit moment, met de
huidige druk op de opvang, te vragen om nog kleinere opvang. Gemeenten mogen dit,
in overleg met het COA, wel zelf doen. Ik kom zo meteen nog op kleinschalige opvang
in algemene zin, zoals gevraagd door de heer Diederik van Dijk. De verlengde opvang
bestaat uit begeleiding en huisvesting en is bedoeld om de overgang naar meerderjarigheid
minder stroef te laten verlopen voor amv's die een vergunning hebben gekregen. Daardoor
krijgen ze de kans om zachter te landen in de Nederlandse samenleving. Het lijkt me
niet voor de hand liggen om dit ook te laten gelden voor amv's van wie nog niet zeker
is of ze in Nederland mogen blijven, want daarmee creëer je een wortelingsproces dat
je weer onderbreekt op het moment dat die vergunning niet wordt afgegeven.
De heer Van Nispen vroeg om een eerlijke verdeling tussen gemeentes. De verdeling
van de asielopvangplekken in het kader van de Spreidingswet wordt gebaseerd op het
aantal inwoners, maar niet alleen daarop. Het wordt ook gebaseerd op de sociaal-economische
positie van de gemeente. Dat nog veel dwingender of fijnmaziger opleggen, acht ik
niet wenselijk. Maar laten we eerst vooral afwachten wat het nettoresultaat van de
Spreidingswet is op 1 juli, de opleverdatum.
De heer Van Nispen vroeg of ik contact ga zoeken met de VNG en het COA. In algemene
zin is het antwoord ja. Mijn afgelopen week heeft in het kader gestaan van een heleboel
kennismakingsgesprekken met allerhande organisaties, burgemeesters en anderen. Ik
zie het echt als essentieel voor het ambt van een bestuurder dat je met je bestuurlijke
omgeving samenwerkt om problemen op te lossen. U vindt mij dus zeker in de voorste
linies als het gaat om het horen wat mensen nodig hebben, om dan ook samen tot oplossingen
te kunnen komen.
In antwoord op de vraag van de heer Diederik van Dijk over de kleinschalige opvang:
nog voor het zomerreces zal Minister Keijzer u via een verzamelbrief nader informeren,
ook over de kleinschalige opvang en wat de mogelijkheden daarvoor zijn. Dat weet ik
omdat die brief daadwerkelijk in de maak is. Daarover kan ik dus iets specifieker
zijn dan over het vorige punt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Die brief wachten we natuurlijk met belangstelling af. Tegelijkertijd is dit punt
vaak aan de orde geweest. Kan de Minister misschien al een klein tipje van de sluier
oplichten? We weten inderdaad dat er ruimte is voor kleinschalige opvang. Maar mega-azc's
geven ontzettend veel problemen voor het draagvlak. Daar richt de motie zich op. Daarin
wordt gevraagd om de kleinschalige opvang ook te stimuleren: zorg er niet alleen voor
dat daar ruimte voor is, maar doe er proactief iets mee. Kunnen we er enigszins op
rekenen dat dat ook de insteek wordt van de brief? Kan de Minister daar al iets over
zeggen?
Minister Van Weel:
Nee. Hier kom ik weer tegen de spreekwoordelijke pijngrens aan van wat ik al kan aankondigen,
want uiteindelijk zal mijn ambtsopvolger zich morgen ook nog een mening moeten kunnen
vormen over waar het nu staat in dat proces en welke keuzes zij daarin wil maken.
Ik ga op dit moment dus niet verder dan dit.
Voorzitter. Dan kom ik bij de overige belangrijke onderwerpen. Om te beginnen een
vraag van u over het feit dat asielmigratie maar een beperkt deel is van de totale
migratieaantallen: waarom hebben we daar dan zo veel focus op? Het is niet zo dat
er geen focus is op de migratieaspecten. Het is, denk ik, meer zo dat een groot aantal
van de migratieaspecten niet altijd hier worden behandeld en ook niet met de Minister
van Asiel en Migratie, omdat ze zijn belegd bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
bijvoorbeeld als het gaat om kennismigranten en arbeidsmigranten. Ik zeg niet dat
met hen geen problematiek speelt. Ik zeg niet dat die geen druk leggen op ons systeem,
onze huisvesting en onze sociale voorzieningen, maar het speelt zich wel af in een
ander gremium en het is wel van een andere aard.
In algemene zin kun je stellen dat asielmigratie een permanenter karakter heeft dan
arbeidsmigratie. Bij arbeidsmigratie – het woord zegt het al – is er in beginsel sprake
van arbeid. Dat is bij asiel zeker in den beginne, tijdens de procedure, maar ook
daarna vaak lastiger. Bij arbeidsmigratie wordt er vaak gezorgd voor huisvesting voor
migranten, zij het ook vaak op onwenselijke wijze. Dat levert weer andere problemen
op met mensenhandel et cetera. De twee zijn dus niet een-op-een vergelijkbaar. Daarom
zijn de aantallen alleen ook niet bepalend voor de aandacht die we ervoor moeten hebben.
Wij hebben het hier vandaag voornamelijk over asiel en de specifieke problematiek
en uitdagingen die dat met zich meebrengt, variërend van huisvesting tot procedures,
terugkeer en woningnood. Daarmee is zeker niet gezegd dat er voor de rest geen aandacht
is. Sterker nog, ik denk dat het feit dat de Minister van Sociale Zaken ook een deel
van de portefeuille Asiel en Migratie op zich neemt, zal zorgen voor meer samenhang
tussen de twee werkterreinen.
Mevrouw Van Zanten vroeg: er is een grens aan wat een land aan vluchtelingen kan opnemen;
kunnen we die ruimte niet bieden aan vluchtelingen die wel onze culturele achtergrond
delen en onze normen en waarden onderschrijven? Zij vroeg hoe ik hiertegen aankijk.
In algemene zin is het makkelijker integreren voor mensen met dezelfde culturele achtergrond.
Dat is een wet van Meden en Perzen, zou ik bijna zeggen. Maar wij hebben niet voor
het kiezen waar vluchtelingen vandaan komen en we zijn op basis van internationale
verdragen wel verplicht om vluchtelingen die asiel aanvragen, ook een eerlijk proces
te gunnen.
Ik denk wel dat het nieuwe EU-Migratiepact, dat de grensprocedure verkort, enorm gaat
helpen om te voorkomen dat mensen, zeker asielzoekers uit landen met een perspectief,
uiteindelijk hier in Nederland terechtkomen zonder dat daar een proces voor is geweest.
Ik geloof ook echt dat de nationale maatregelen die wij gaan treffen in de Asielnoodmaatregelenwet
op korte termijn al kunnen leiden tot het terugbrengen van de instroom en tot meer
selectiviteit in wie we hier uiteindelijk binnenlaten. Als je dus vraagt wat we op
de kortst mogelijke termijn kunnen doen, denk ik dat daar een hele belangrijke ligt.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Ik hoor de Minister zeggen dat we verplicht zijn om asielzoekers op te nemen en dat
we niets te kiezen hebben. Dat heeft natuurlijk ook weer te maken met die verouderde
verdragen. Gisteren is mijn motie aangenomen om die te gaan herzien. Dan vraag ik
de Minister hoe het daarmee staat en wat zijn plan daarop is.
Minister Van Weel:
Die vraag zag ik aankomen. Die staat hier ook in mijn lijst. Maar u kunt zich voorstellen
dat mijn antwoord na gisteren nog niet heel lang is en ook nog niet heel inhoudelijk.
We hebben gezien dat de motie is aangenomen. Daar gaan we ook werk van maken, dus
ik kom na de zomer met een plan van aanpak over hoe we denken hier invulling aan te
geven. We hebben ons daar zeker rekenschap van gegeven.
De voorzitter:
Mevrouw Van Zanten vraagt of dat een toezegging is. De Minister zegt dus toe om na
de zomer terug te komen op de uitvoering van de motie-Van Zanten.
Minister Van Weel:
Ik moet nog even mijn ritme vinden in de rapportages die al afgesproken zijn. Ik kom
daar in tweede termijn concreter op terug. Het liefst voeg ik dingen samen in verzamelbrieven.
Dan hebben we een vast moment en kunnen we op korte termijn na het verzenden van zo'n
brief met elkaar daarover spreken.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Ik mag wel hopen dat die nog voor het campagnereces gaat komen. Kan ik dat in ieder
geval wel verwachten?
Minister Van Weel:
Is er een campagnereces?
De voorzitter:
Het verkiezingsreces heet dat netjes.
Minister Van Weel:
Ik kom erop terug.
De dwangsommen. Tegen de heren Diederik van Dijk en Boomsma zeg ik: ik ga er alles
aan doen om te zorgen dat we afkomen van die verschrikkelijke dwangsommen. Ik ben
helemaal niet tegen dwangsommen in algemene zin, als ze daadwerkelijk helpen om een
probleem op te lossen of om druk te zetten op het openbaar bestuur om zaken beter
of sneller te laten verlopen of om mensen recht te laten hebben. Maar daar is hier
absoluut geen sprake van. Dit dient helemaal niemand. Sterker nog, het zorgt voor
een verdere verstopping van de keten, omdat rechters nu bezig zijn met uitspraken
over dwangsommen, in plaats van dat ze daadwerkelijk zaken aan het afdoen zijn. In
het gesprek dat ik deze week met de IND heb gehad, is dit een van de eerste frustraties
die opkomen. Ik kan hier niet tegen. Ik vind dit onrecht. Het is verspilling van overheidsgeld.
Het is verspilling van overheidscapaciteit. Het levert helemaal niets op, behalve
nog meer vertraging. Ik wil nog geen oordeel geven over het amendement dat u gaat
indienen, maar weet mij aan uw zijde. Ik ga kijken op welke wijze wij hier een einde
aan kunnen maken.
De motie over antisemitisme. Ik heb gisteren een brief gestuurd aan de Eerste Kamer,
waarin ik aangeef hoe we omgaan met die motie. Ik moet u wel de winstwaarschuwing
geven dat er wel sprake dient te zijn van een strafrechtelijke veroordeling voor antisemitisch
gedachtegoed om dat te kunnen betrekken bij de procedure. Dan kan dat wel. Ook in
visum- of toegangsprocedures voor kortdurend verblijf kunnen we kijken naar antisemitisch
gedachtegoed en dat kan ook zonder strafrechtelijke veroordeling. Denk bijvoorbeeld
aan een spreker op een congres; die kunnen we daarmee de toegang weigeren. Maar er
zijn ook grenzen. Enkel het lid zijn van een antisemitische beweging is bijvoorbeeld
niet voldoende om daar verblijfsrechtelijke gevolgen aan te geven. Op die manier geven
wij invulling aan de aangenomen motie.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Een heel klein vraagje. Al dit soort vragen zijn bekend en de uitdagingen zijn inderdaad
groot. Daarover heeft de Kamer al een poosje terug schriftelijk inbreng geleverd.
Mijn vraag is wanneer we daarop een reactie kunnen verwachten.
Minister Van Weel:
Daar kom ik op terug.
Dan de vraag van mevrouw Van Zanten over de tijdelijke stop op nareis. Oostenrijk
heeft dit gedaan; waarom doen wij dat niet? Wat kunnen we doen om te zorgen dat wij
niet aantrekkelijker zijn dan andere landen? Oostenrijk was daarvan een voorbeeld.
Oostenrijk heeft die stop nog niet waargemaakt. Die hebben ze aangekondigd op basis
van artikel 72. Daarna moeten ze ’m nog wel verankeren in wetgeving, en als je kijkt
naar de verdragen is nog maar de vraag of ze daar een dragende motivering voor gaan
vinden. Die winstwaarschuwing wilde ik even geven.
Er worden door landen ook maatregelen afgekondigd die uiteindelijk niet materialiseren
en voor de bühne zijn. Ze roepen dat ze af zijn, maar krijgen op de grond niets af.
Wat wij kunnen doen, moet passen in de nationale ruimte die wij hebben binnen de verdragen.
Ik zei al dat we na de zomer terugkomen met een plan over hoe we gaan kijken naar
een aanpassing van de verdragen zelf. Maar binnen de verdragen hebben we de maximale
ruimte gezocht met de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel.
Daar zitten echte maatregelen in die kúnnen en zeer waarschijnlijk overeind blijven
voor de rechter. Daarmee doen we echt iets en dat is toch wel mijn oproep in dit dossier:
ik wil echt iets doen aan de instroom. Ik wil niet alleen maar dingen roepen die ik
vervolgens niet kan waarmaken, om dan een jaar later te concluderen dat we daar helemaal
niets mee opgeschoten zijn. Uiteindelijk gaat het vertrouwen van de mensen in de politiek
daarmee onderuit en niet doordat we doen wat wel kan. Mijn oproep is dus: ik kijk
uit naar de inhoudelijke behandeling van de Asielnoodmaatregelenwet.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Mijn vraag ging niet helemaal over Oostenrijk, want daar hebben we het vorige week
al over gehad. Dat haalde ik alleen aan als voorbeeld. Mijn vraag was waarom de resterende
stukken omtrent het wetsvoorstel niet ook afgelopen zondag naar de Kamer zijn gestuurd,
net zoals die van de Asielnoodmaatregelenwet. Ik vroeg ook of deze Minister dan ook
de urgentie van het tweestatenstelsel ziet. Verder verzocht ik hem om die stukken
zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen, zodat we ze eventueel tegelijk met de Asielnoodmaatregelenwet
kunnen behandelen, wat in eerste instantie altijd het plan was geweest.
Minister Van Weel:
Dat was mijn volgende vraag, dus daar kom ik nu op. Zoals u weet, wordt de portefeuille
verdeeld over Ministers. Ik ben daarbij verantwoordelijk voor de Asielnoodmaatregelenwet
en collega Keijzer wordt verantwoordelijk voor het tweestatusstelsel. De nota naar
aanleiding van het nader verslag voor beide wetsvoorstellen is omvangrijk en is ook
in grote delen opgesteld onder beheer van onze gezamenlijke ambtsvoorganger. Ik heb
ontzettend veel tijd besteed aan het mij eigen maken en naar mijn eigen visie invullen
van de nota naar aanleiding van het nader verslag. Daar heb ik mijn nadruk op gelegd
en ik denk dat collega Keijzer dat ook wil doen voor de nota naar aanleiding van het
nader verslag voor het tweestatusstelsel. Die heeft zij nu dus ook, vooruitlopend
op het formele aanvaarden van het ambt, en ik ga ervan uit dat zij die zo snel mogelijk
na haar formele beëdiging ook zal willen indienen bij uw Kamer ter behandeling.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Verrassend maar ook goed nieuws dat mevrouw Keijzer inmiddels beschikt over de stukken.
Daar beschikte ze afgelopen zondag nog niet over. Ik blijf het apart vinden dat het
ene deel wel zondag naar de Kamer gestuurd kon worden en het andere deel niet, terwijl
deze Minister daarvoor toch verantwoordelijk blijft tot op de dag dat mevrouw Keijzer
en de heer Van Hijum worden beëdigd of geïnstalleerd in het nieuwe deel van hun functie.
Minister Van Weel:
Ja, maar ik heb daar wel werkafspraken over gemaakt, ook met de collega's. Dat had
ik zelf namelijk ook gewild als ik zelf inkomend was op een portefeuille. Dan maak
je wel afspraken met elkaar. Wat wil je dat ik nog afdoe binnen de macht die ik heb?
Ik kan alles doen. Ik kan vandaag nog een visie sturen op de COA-opvang. Daar ben
ik volledig toe gemachtigd, daar heeft de Koning in bewilligd. Maar ik denk niet dat
ik mevrouw Keijzer daar heel erg gelukkig mee maak, want ook zij wil haar portefeuille
natuurlijk gewoon op haar eigen manier inrichten. We hebben afgesproken dat ik die
dingen nog afdoe die echt niet kunnen wachten maar dat we voor beleidsstukken wachten
tot zij binnen zijn en ook daadwerkelijk zelf kunnen acteren. We hebben hierover afgesproken
dat collega Keijzer de stukken al bekijkt en zodra zij formeel in functie is, kan
zij daar haar eigen invulling aan geven.
De voorzitter:
Ik kijk even met een schuin oog naar mevrouw Vondeling of ik hier zelf ook nog een
vraag over mag stellen.
Voorzitter: Vondeling
De heer Van Nispen (SP):
De Minister zei: ik weet niet of mevrouw Keijzer daar gelukkig van was geworden, maar
volgens mij is de Minister niet op aarde om mevrouw Keijzer gelukkig te maken. Volgens
mij gaat het erom de zaken die gedaan moeten worden naar de Kamer te sturen ter behandeling.
Het maakt mij niet zo veel uit of dat wel of niet gebeurt met het tweestatusstelsel,
maar ik vind deze gang van zaken heel gek. Voor een deel zit er overlap in beide wetten.
Die zijn in de Asielnoodmaatregelenwet en in de Wet invoering tweestatusstelsel exact
hetzelfde. Het is op dit moment de verantwoordelijkheid van deze Minister – hij noemde
zelf de Koning – om voor beide wetten te zorgen. Ik herhaal: het zijn niet mijn wetten;
ik zal volgende week zeggen wat ik ervan vind, maar ik vind de gang van zaken wel
gek. Want de Minister zei: ik heb daar afspraken over gemaakt met mevrouw Keijzer.
Kennelijk heeft mevrouw Keijzer, de volgende Minister dus, al tegen deze Minister
gezegd: wacht nog even met het beantwoorden van vragen over de Wet invoering tweestatusstelsel.
Kennelijk. Anders had deze Minister die antwoorden al naar de Kamer kunnen sturen
en was de kans groter geweest dat we ze gezamenlijk hadden behandeld. Nogmaals, ik
zeg hier niet wat ik ervan vind; het gaat mij puur om het proces. Klopt het dat deze
Minister contact heeft gehad met mevrouw Keijzer en dat zij heeft gezegd «wacht nog
even met de Wet invoering tweestatusstelsel», waarmee zij zelf de kans heeft aanvaard
dat behandeling niet meer voor het zomerreces gaat lukken?
Minister Van Weel:
Nee, en het is helemaal geen gekke gang van zaken. Als er een inkomend nieuw bewindspersoon
is, dan past enige terughoudendheid in wat je als waarnemend bewindspersoon nog afdoet
of niet. Dat geldt in algemene zin. Ik ben demissionair en maak daar een andere afweging
in. Ben je waarnemend Minister, zeker voor een korte periode, dan maak je daar ook
een andere afweging in. Waarvoor kan ik nu de verantwoordelijkheid dragen en waarover
neem ik nu besluiten waardoor een ander dan met een fait accompli komt te zitten?
Dat is de afweging die ik heb gemaakt en die ik ook heb medegedeeld, waarbij onze
hoofdafspraak is geweest: wat niet kan wachten, dat moet. Dat wat beleidsimplicaties
heeft en waar keuzes in zitten, dat heb ik laten liggen. Dat kan ook, omdat we het
hier hebben over een paar dagen. Morgen is mevrouw Keijzer waarschijnlijk in functie
en kan zij dat zelf doen. Als ik een wet die we hebben overgenomen van mevrouw Faber
door de Kamer heen moet loodsen, en de enige manier om in de aanloop naar dat debat
nog iets van richting te geven aan wat er is neergelegd door mevrouw Faber is de nota
naar aanleiding van het nader verslag: ja, dan maak ik daar gebruik van, zal ik u
vertellen. Dat heeft u hopelijk in de nota naar aanleiding van het nader verslag ook
gezien. En ik ga ervan uit dat mevrouw Keijzer dat ook gaat doen.
De heer Van Nispen (SP):
Dan toch mijn laatste vraag. De Minister zegt: ik heb daar werkafspraken over gemaakt.
Dan is er dus contact geweest tussen deze Minister en Minister Keijzer, die vanaf
morgen verantwoordelijk is voor de Wet invoering tweestatusstelsel. Kennelijk heeft
zij tegen deze Minister gezegd: ik wil daar zelf mijn eigen invulling aan geven, dus
stuur die nota naar aanleiding van het nader verslag nog niet naar de Kamer. Dat is
eigenlijk gewoon een puur feitelijke vraag. Als dat beroep niet op deze Minister is
gedaan en deze Minister gewoon het mandaat had gekregen om ook die vragen te beantwoorden,
dan weten we hier allemaal dat er kans was geweest – nogmaals, dat heeft helemaal
niet mijn voorkeur – dat die wetten volgende week donderdag gezamenlijk waren behandeld.
Die kans is nu weg. Het maakt mij allemaal niet uit, maar zo is het toch gegaan?
Minister Van Weel:
Er is contact geweest maar niet over individuele stukken. Dat deden we bewust zo,
want anders zou je een soort shoppen kunnen krijgen, wat ik zelf ook had willen voorkomen.
Er is goed nieuws te brengen in een ministerie en er is slecht nieuws te brengen in
een ministerie, op elk van de drie portefeuilles. Als je dat niet zuiver afspreekt,
dan kan het gebeuren dat ik al het goede nieuws naar buiten rijd, op portefeuilles
die kort daarna van collega's zijn, en al het slechte nieuws laat liggen totdat zij
in functie zijn. Andersom kan ook het geval zijn dat collega's zeggen: nou, ik kijk
eens even naar alles wat er ligt; doe dit slechte nieuws nu maar even af voor mij
en dan kom ik binnen en rijd ik het goede nieuws naar buiten. Dat vind ik een onzuivere
gang van zaken. Daarom heb ik met de twee collega's op hoofdlijnen afgesproken dat
ik afdoe wat niet kan wachten, en laat liggen wat wel kan wachten en beleidsimplicaties
heeft. Dit is daar een uitvloeisel van.
Voorzitter: Van Nispen
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Wat ik een onzuivere gang van zaken vind, is dat mevrouw Keijzer in de e-mailprocedure
heeft gevraagd om de noodmaatregelenwet plenair te behandelen en daarbij ook het tweestatusstelsel
te behandelen. Daarna bleek dat alleen de stukken van de Asielnoodmaatregelenwet naar
de Kamer zijn gestuurd, en niet die van het tweestatusstelsel. Dat is hoe ik het heb
begrepen van mevrouw Keijzer. Volgens mij kan mijn collega naast mij dat bevestigen.
Minister Van Weel:
Ik kan er niet meer over zeggen. Het is zoals ik net heb gezegd. Ik denk dat dat een
zuivere manier is geweest om om te gaan met een portefeuille als je daar slechts tijdelijk
op past.
De heer Diederik van Dijk vroeg naar het rapport over het onderzoek van de IND naar
fraude. Hij vroeg wanneer de Kamer en de vertrouwenspersoon het rapport ter inzage
ontvangen. In de verzamelbrief die nog voor de zomer aan uw Kamer wordt verzonden,
wordt u in ieder geval geïnformeerd over de uitkomsten van dit rapport. Het rapport
is wel vertrouwelijk, omdat het betrekking heeft op enkele specifieke personen, dus
ik kan het niet integraal met u delen. Ik wil met u de afspraak maken dat als u naar
aanleiding van wat wij daarover berichten in de verzamelbrief nog nadere vragen heeft,
we dan kijken hoe we daar, met in achtneming van de vertrouwelijkheid, gevolg aan
kunnen geven. Maar ik zou u willen vragen even af te wachten hoe gedetailleerd we
dat in de verzamelbrief kunnen neerleggen, en of dat uw informatiebehoefte afdekt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Misschien heb ik het gemist, maar wanneer komt die verzamelbrief?
Minister Van Weel:
Voor de zomer.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Voor de zomer. Goed. Bedankt.
Minister Van Weel:
Voorzitter. Dat waren de vragen die ik had liggen.
De voorzitter:
Ik dank u wel daarvoor. Er zijn ook een paar vragen gesteld waar de Minister straks
in de tweede termijn op terug gaat komen.
Minister Van Weel:
Zeker.
De voorzitter:
Er zijn nu geen nadere vervolgvragen of interrupties. Dan kijk ik naar links. Zijn
de leden klaar voor een tweede termijn? Dat is het geval. Mevrouw Podt, u was al verontschuldigd.
We zijn ervan op de hoogte dat u andere verplichtingen had. Er is ongetwijfeld meegeluisterd.
Gaat uw gang voor uw tweede termijn, mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Voor wat de Minister in zijn beantwoording heeft gezegd, moet ik natuurlijk
een beetje terugvallen op wat ik via mijn medewerkers toegespeeld heb gekregen. Ik
ga mij dus ook niet wagen aan een hele uitgebreide tweede termijn. Ik wil wel nogmaals
benadrukken dat ik, ook op basis van wat ik heb meegekregen van dit staartje van de
beantwoording, echt niet gecharmeerd ben van de oplossing waarvoor gekozen is. Ik
hoop ook echt dat als we volgende week met de wetten aan de slag gaan, dit niet het
normale gebeuren wordt: dat er doorverwezen wordt naar een collega die misschien wel
of niet iets gedaan heeft, of dat mensen onderling tegen elkaar gaan lopen bitchen
dat het allemaal weer niet goed is gegaan en dat de informatie niet goed is doorgekomen.
Ik vind het echt van een niveau waar ik heel, heel erg verdrietig van wordt. Ik denk
niet dat iemand hier iets mee opschiet, dus ik hoop dat de coalitie dit tot zich neemt.
Dan vraag ik nu een tweeminutendebat aan, omdat ik wel denk dat er een aantal vragen
zijn gesteld waar ik nog iets op wil bijsturen.
De voorzitter:
Dat staat genoteerd. Mevrouw Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. In plaats van overlastgevende asielzoekers vast te zetten
en er überhaupt voor te zorgen dat ze ons land niet meer binnenkomen, gaat deze Minister
overlastgevende asielzoekers een enkelband geven. Onder deze VVD-Minister van Asiel
worden overlastgevers dus niet vastgezet, maar gewoon de straat op gegooid. Enkelbanden
worden massaal doorgeknipt. De Minister is daar hopelijk wel van op de hoogte. De
Minister is ook de Minister van Justitie en Veiligheid, is verantwoordelijk voor de
veiligheid in Nederland en is de baas van de politie. Waarom zorgt de Minister niet
gewoon voor genoeg handhaving en politie, zodat deze overlastgevers onze straten niet
onveilig kunnen maken?
Dank u wel.
De voorzitter:
Er is nog een interruptie voor u van de heer Boomsma.
De heer Boomsma (NSC):
Mevrouw Vondeling zegt dat enkelbanden massaal worden doorgeknipt. Ik vraag me af
hoe ze daarbij komt. Uit de rapporten die ik ken en uit internationaal onderzoek blijkt
dat maximaal ongeveer 3% van de enkelbanden wordt doorgeknipt. Dat lijkt me niet massaal,
dus waar baseert mevrouw Vondeling dat op?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Er zijn genoeg berichten uit het verleden dat enkelbanden worden doorgeknipt. Ook
al gaat het volgens de heer Boomsma maar om 3%, dat is voor ons gewoon 3% te veel.
Deze Minister is ook de Minister van de politie. Hij moet er gewoon voor zorgen dat
er genoeg politie en handhaving op straat zijn. Dan hoeft hij ook geen enkelband te
gebruiken.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Boomsma.
De heer Boomsma (NSC):
Met dit soort redeneringen kom je in de praktijk nergens. Je zou ook kunnen zeggen:
wij willen niet meer cellen; wij willen dat mensen geen misdaden plegen. Ik denk dat
we echt voorbij dat niveau van redeneren moeten gaan. Wij weten dat er nou eenmaal
een cellentekort is. We weten ook dat je hier te maken hebt met overlastgevende mensen.
Binnen de mogelijkheden die we nu hebben, is zo'n enkelband dan natuurlijk wel degelijk
iets wat op korte termijn kan helpen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Zo zie ik het niet, want ze kunnen alsnog de dorpen in en de straten onveilig maken.
Het enige wat helpt, is er allereerst voor zorgen dat die veiligelanders gewoon niet
binnenkomen. Die hebben hier gewoon helemaal niks te zoeken. Daarnaast helpt het om
ervoor te zorgen dat ze worden vastgezet. Dat is de oplossing. De enkelband is zeker
geen oplossing.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Rajkowski, of had u nog een interruptie?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Toch een interruptie, voorzitter, want nu wordt het wel een beetje te guitig. Als
de PVV de stekker niet uit het vorige kabinet had getrokken, dan had hier gewoon nog
een PVV-Minister gezeten, die dit misschien had kunnen oplossen. Het enige wat ik
heb gezien, is een PVV-Minister die vijf bedden heeft gecreëerd. Er zijn nul plekken.
Iedereen loopt nog op straat. Nu proberen wij dat achteraf te repareren door alsnog
het hek dicht te doen of misschien een enkelband te gebruiken. De Minister gaf aan
misschien binnen de vtl te kunnen differentiëren. Alles wordt uit de kast getrokken.
Terwijl mijn collega Vondeling weer zo'n betoog houdt, zou ik willen nadenken over
hoe we nou wel dingen voor elkaar kunnen krijgen, in plaats van dat we alle voorstellen
die de afgelopen week op tafel hebben gelegen en die de hele coalitie wou, nogmaals
herhalen en er wederom niet voor zorgen dat deze chaos wordt opgelost.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik kan hier kort op reageren. De chaos is veroorzaakt door vijftien jaar VVD-beleid.
Dat heeft de chaos veroorzaakt. Dat komt zeker niet door Minister Faber, die het afgelopen
jaar alles heeft geprobeerd. Er is ook geen welwillendheid bij de voormalige coalitiepartijen
om het daadwerkelijk aan te pakken, zoals andere landen doen. Dat mis ik vooral bij
de VVD.
De voorzitter:
Een vervolgvraag nog van mevrouw Rajkowski.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, nog eentje, voorzitter. We hebben vorige week over een aantal moties gestemd,
bijvoorbeeld over een motie om beter naar dat tienpuntenplan te kijken. Daar stonden
ook maatregelen in waar de VVD zeker naar wou kijken. Daar heeft de PVV zelf tegengestemd.
Laten we nu verdergaan met de voorstellen die hier vandaag voorliggen en met wat we
nu met elkaar kunnen gaan doen.
De voorzitter:
Een reactie nog van mevrouw Vondeling?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Zeker. Wij willen gewoon dat het uitgevoerd wordt. Andere landen doen het ook. Wij
zitten niet te wachten op onderzoekjes en een brief van de Minister van BZK waarin
staat dat het allemaal niet zou kunnen. Daar zit Nederland ook niet op te wachten.
Ik denk dat de meeste inwoners van Ter Apel er ook niet op zitten te wachten dat asielzoekers
daar allemaal een enkelband krijgen.
De voorzitter:
Mevrouw Podt, heeft u nog een interruptie?
Mevrouw Podt (D66):
Ja, op mevrouw Rajkowski.
De voorzitter:
Nee, die is nog niet geweest.
Mevrouw Podt (D66):
O, dan doe ik het zo. Oké, leuk.
De voorzitter:
Mevrouw Rajkowski voor haar tweede termijn.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor dit debat, waarin we een aantal
dingen met elkaar hebben kunnen wisselen, maar waarin de Minister ook heeft aangegeven
een aantal dingen te gaan regelen, bijvoorbeeld dat als statushouders frauderen met
sociale huurwoningen, dit wordt meegenomen in de herbeoordeling van hun status. Hij
noemde ook nog een aantal andere maatregelen. Het is zeker fijn dat er al wat gesprekken
met lokale bestuurders en met het COA zijn opgestart om te kijken waar we de asielketen
kunnen ontlasten en kunnen helpen, dus dank daarvoor.
De voorzitter:
De aangekondigde interruptie van mevrouw Podt.
Mevrouw Podt (D66):
Het was een aanloopje. Ik raakte een beetje de draad kwijt. Ik hoorde mevrouw Rajkowski
voor de zoveelste keer namens de VVD zeggen dat zij heel dol is op die tien maatregelen
die door de PVV zijn aangekondigd. Ik vroeg me eigenlijk af wat mevrouw Rajkowski's
favoriete voorstel is uit het tienpuntenplan.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik snap deze quizvraag. Dat gaan we wat mij betreft niet doen. Ik kan wel inhoudelijk
reageren. In dat tienpuntenplan stond bijvoorbeeld ook iets over grensbewaking en
grenscontroles. Oké, interessant. Als je wil dat er meer mensen van de KMar naar de
grens gaan om te controleren of er in treinen of bussen bijvoorbeeld Dublinclaimanten
of andere mensen zitten die Nederland niet in horen te komen, zeggen wij: prima, goed
idee. Maar waar gaan we die mensen bijvoorbeeld vandaan halen? Het is niet zo dat
marechaussees ergens thuis een beetje uit hun neus zitten te eten en zitten te wachten
tot ze zich kunnen inzetten voor onze nationale veiligheid. Dit soort vragen hebben
wij gesteld over dat tienpuntenplan, omdat je anders zo'n zin uit het tienpuntenplan
op heel veel verschillende manieren kan interpreteren. Wij wilden dus dit gesprek
met elkaar voeren. Prima. Wij staan hiervoor open. Er staan interessante ideeën in,
maar wat bedoelt u daar dan precies mee? Dat gesprek hebben wij nooit met elkaar kunnen
voeren. Daarom kan ik in die zin dat tienpuntenplan niet beoordelen. Ik kan alleen
maar zeggen dat de punten zoals ze zijn opgeschreven multi-interpretabel kunnen zijn.
We zagen echter wel interessante dingen in het plan, waar we graag mee aan de slag
willen. Maar als iemand een zin opschrijft, moeten we wel weten wat die zin betekent.
Dat gesprek hebben we nooit gevoerd.
Mevrouw Podt (D66):
Ik hoor toch aanzienlijk minder enthousiasme bij mevrouw Rajkowski dan bij haar partijleider.
Maar prima, laten we dat nemen voor wat het is. Ik vind het jammer dat we geen favoriet
voorstel horen, maar we moeten het ermee doen, denk ik.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Rajkowski.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Er zit geen enkel licht tussen wat ik zeg en wat mijn fractievoorzitter zegt.
De voorzitter:
Mevrouw Van Zanten, voor uw tweede termijn.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb verder geen vragen aan de Minister. Het enige wat ik
zou willen, is het volgende. De Minister heeft ons net meegedeeld dat de stukken waar
wij nog op wachten inmiddels bij Minister Keijzer liggen. Ik ga ervan uit dat dit
klopt. Ik zou dan graag een e-mailprocedure willen starten om deze stukken, zodra
ze er zijn – ik neem aan dat dit nog deze week zal zijn – zo snel mogelijk naar de
Kamer te laten komen, zodat ze tegelijk behandeld kunnen worden met de Wet invoering
tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet. Ik meen dat die behandeling volgende
week zou worden ingepland – in ieder geval nog voor het zomerreces. Dan kunnen we
die twee wetten gelijktijdig behandelen, zoals het ook in eerste instantie is bedoeld.
De voorzitter:
Dank u wel. Procedureel merk ik op dat het ieder lid vrijstaat om een procedure te
starten op het moment dat de stukken naar de Kamer worden gestuurd. Maar dat is ook
wat u bedoelt, neem ik aan.
Mevrouw Van Zanten (BBB):
Ja, ik gaf een vooraankondiging.
De voorzitter:
Oké. Helder. Dan geef ik het woord aan de heer Diederik van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de gegeven antwoorden. Ik zie en hoor
een Minister die, voor zover hij nog bevoegd is en blijft, de instroom wil aanpakken,
overlast wil tegengaan en ook ongerijmdheden in het asieldossier wil aanpakken, waaronder
niet in de laatste plaats de dwangsommenacrobatiek. Op het laatste gaan we volgende
week door; ik ben blij met de voorzet die de Minister wat dat betreft gaf.
Ik wil nog wel graag even terugkomen op het punt van de IND-fraude. Ik ben simpelweg
niet gerust na de signalen die we hierover gekregen hebben en naar buiten zijn gekomen.
In dat licht nog even het volgende. Ik wees er in mijn eerste termijn op dat we als
Kamer een bijzondere vertrouwenspersoon hebben aangesteld bij het ministerie. Krijgt
die persoon in ieder geval inzage in het rapport? Dat moet natuurlijk echt inzage
zijn. Dat moet geen inzage zijn in een rapport dat voor een groot deel zwart is.
Afhankelijk van hoe gedetailleerd de Minister zal zijn in de verzamelbrief, houd ik
wel open dat de Kamer er op een bepaalde manier – misschien via vertrouwelijke inzage
et cetera – toch wat dieper in zou willen duiken, te zijner tijd. We blijven dit punt
serieus volgen.
Tot zover.
De voorzitter:
De heer Boomsma.
De heer Boomsma (NSC):
Dank, voorzitter. Ook dank aan de Minister voor de antwoorden. Het is goed dat hij
zegt dat we de gemeenten de kans moeten geven om langjarige contracten aan te gaan,
zodat de opvang beter en goedkoper wordt. Ik denk dat dit ook geldt voor de tijdelijke
opvang van ontheemden. Zeker nu de Oekraïners een jaar langer hun status houden, moet
je gemeenten daartoe ook de mogelijkheid geven.
Ik had nog een vraag gesteld over de monitoring van de snelle afhandeling van kansarme
asielzoekers. Ik denk dat het heel belangrijk is om daar bovenop te zitten. Kan de
Minister daar nog op reageren? We moeten daar een goed inzicht in houden.
Over de mogelijkheid van een pbl in andere gemeenten zegt de Minister: laten we eerst
kijken hoe het hier werkt. Maar Minister Faber had eerder aangegeven dat ze al allerlei
gesprekken had gevoerd met andere gemeenten over het ook daar optuigen van een pbl.
Ik denk dat het goed is om die gesprekken voort te zetten. Dat lijkt me verstandig.
Dan de gebiedsverboden. Ik weet even niet wanneer het juridisch mogelijk is om iemand
een gebiedsverbod op te leggen, maar misschien kan dat sowieso ook breder in andere
gemeenten worden toegepast.
Verder dank ik voor de toezegging over het leveren van capaciteit voor de handhaving
in Ter Apel. Ik hoop dat we daar zo snel mogelijk meer informatie over krijgen en
dat daar daadwerkelijk iemand aanwezig gaat zijn om dat te doen.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mezelf voor mijn tweede termijn namens de SP.
De Minister was openhartig toen hij vertelde hoe het gegaan was met de drie Ministers,
die vanaf morgen de boel weer opsplitsen. Ik heb dat steeds een rare oplossing gevonden.
Ik sluit me aan bij de kritiek van mevrouw Podt daarover. Maar de Minister was openhartig
toen hij vertelde over het naar buiten rijden van het goede nieuws en het slechte
nieuws. Hij zei dat je dat niet selectief moet doen. Dat vind ik heel eerlijk en dat
snap ik ook, maar het toont precies het probleem aan. Een demissionair kabinet moet
op de winkel passen en problemen oplossen die niet kunnen wachten. Maar nu wordt er
met elkaar politiek van gemaakt, door een portefeuille op te splitsen vanwege politiek
gedoe en geruzie. Het is echt niet te geloven. Nou krijgen we weer gedoe, want het
ene stuk is wel naar de Kamer gestuurd en het andere niet. Dan krijgen we morgen weer
een nieuwe procedure. Ik vind dat je dat niet kunt maken met elkaar. Het heeft niks
met zorgvuldige wetsbehandeling te maken, niks met zorgvuldig beleid, niks met samenwerken
in de keten als je al die uitvoeringsorganisaties opknipt en onder verantwoordelijkheid
van ... Ik vind het echt een zooi. Dat neem ik niet zozeer deze Minister kwalijk,
hoewel hij ook had kunnen zeggen: dit doe ik niet op deze manier. Maar goed, dit is
wat ik ervan vind. We gaan zien hoe dat verdergaat met die wetten, maar ik vind het
nu al een puinhoop.
Waar ik het gesprek of de discussie met de volgende Minister morgen op ga vervolgen,
is de langjarige contracten van het COA. Want natuurlijk moeten die in de gelegenheid
worden gesteld en ik hoorde eigenlijk al aan de Minister dat hij dat ook vindt. We
gaan hier ook geen moties over indienen, want die liggen er al. Dus de volgende Minister
is ook gewoon gebonden aan die moties, wil ik hier alvast gezegd hebben.
Dat gaan we waarschijnlijk wel doen over de situatie van kinderen in de opvang, want
de Minister kan niet verder gaan dan wat hij vandaag heeft gezegd. Ik denk dat wij
daar een nieuwe motie over gaan indienen om er nog voor de zomer voor te zorgen dat
kinderen van die ongeschikte plekken naar geschikte plekken gaan en voor de langere
termijn dat er gewoon geen kinderen meer komen op plekken niet voldoen aan de standaarden
van de kinderrechten. Dat kan gewoon niet meer. Dat moet stoppen. Over de kleinschaligheid
en het beter verdelen over de gemeentes gaan we allemaal het gesprek vervolgen.
Ik wil aansluiten bij de vragen en de opmerkingen van de heer Diederik van Dijk over
de fraude bij een bepaalde afdeling van de IND. We kunnen daar nu nog geen genoegen
mee nemen. Ik wil daar ook meer van weten, bijvoorbeeld via die bijzondere vertrouwenspersoon.
Dat is een buitengewoon goede suggestie.
Dan helemaal tot slot. Als de Minister in zijn voortgangsrapportage komt op versoepeling
van regels rondom mobiel toezicht vreemdelingen, dan snap dat hij zegt: ik vind het
heel raar dat de marechaussee nu maar 25% van de treinen mag controleren. Als ik dat
hoor, vind ik dat ook raar. Maar er is waarschijnlijk ooit wel een reden geweest waarom
dat zo is afgesproken. Het enige dat ik hier vraag aan de Minister om dan ook daarop
in te gaan in zijn brief aan de Kamer waarin hij daarop ingaat. Want voordat je regels
die zo op het oor heel raar klinken gaat afschaffen, moet je ook altijd nagaan waarom
die regel ooit bedacht is. Er zal niemand ooit doelbewust de marechaussee hebben zitten
treiteren toen die regel is bedacht. Dus daar horen we graag tegen die tijd meer over.
Dat was het voor wat betreft de kant van de Kamer in tweede termijn. Ik kijk even
naar de Minister. Hij kan meteen antwoorden. Dan geef ik hem het woord.
Minister Van Weel:
Voorzitter, dank. Dank ook voor de inbreng in tweede termijn van de leden. Ik had
nog twee toezeggingen openstaan. Een daarvan was aan mevrouw Van Zanten. Wanneer kom
ik nou met een eerste plan van aanpak naar aanleiding van haar motie? Dat zal september
zijn. Daarmee maak ik die concreet.
Tegen de heer Diederik van Dijk: de reactie op de schriftelijke inbreng die vanuit
de Eerste Kamer is gedaan is dus gisteren uitgegaan. Het antwoord dat ik u gaf, is
ook het antwoord zoals we dat op schrift gisteren naar de Eerste Kamer hebben gestuurd.
Ik zie hem nog wat vragend kijken.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik meende eigenlijk dat er vanuit de Tweede Kamer ook nog een ronde lag. Ik krijg
steun van de griffier, zie ik. Misschien kan de Minister of zijn ondersteuning dat
nog even nakijken.
Minister Van Weel:
Dan doe ik de toezegging dat we daar zo spoedig mogelijk achteraan gaan. Die heeft
mij dan niet bereikt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Goed. Dank u wel.
Minister Van Weel:
Die zal ongetwijfeld onderweg zijn.
De vertrouwenspersoon, zeg ik tegen de heer Van Dijk en de voorzitter, gaan we doen.
De vertrouwenspersoon krijgt volledige inzage in het hele rapport. Dank voor uw geduld
om de verzamelbrief af te wachten en te kijken of die u voldoende houvast geeft. Als
dat niet zo is, kunnen we alsnog kijken of we iets van een vertrouwelijke inzage of
anderszins moeten overeenkomen. Ik sluit daar de deur helemaal niet voor, maar ik
ben blij deze getraptheid.
De monitoring op de versnelde procedure voor de kansarme asielzoekers. Tegen de heer
Boomsma zeg ik: er zit progressie in, maar het kan beter. Dat zal dus een van mijn
aandachtspunten zijn de komende periode, om te kijken of we die periode echt terug
kunnen brengen. De afspraak was vier weken. Ik hoorde u over twee weken. Was dat ook
de afspraak met uw Kamer? Ja? Dan gaan we voor twee weken. Ik hou van ambitie. Daar
zitten we nu nog niet. Er is wel degelijk een trend naar beneden, maar we zitten nog
zeker niet op de twee weken. Ik blijf dat monitoren. Dat is ook iets wat ik in verzamelbrieven
wil meenemen als een van de graadmeters voor waar we staan.
De gesprekken die liepen met betrekking tot pbl zullen we voortzetten. Ik heb geen
enkele reden om die stop te zetten. Ik heb u gezegd, één, dat ik bereid ben om in
gesprek te gaan met de gemeenten over handhaving en hoe we die dialoog tot stand kunnen
brengen en, twee, dat ik ook wil kijken naar alternatieve capaciteit daarvoor. Dus
die toezegging staat.
De voorzitter:
Ik bedank de Minister voor zijn beantwoording, nu ook in tweede termijn. Voordat we
naar de toezeggingen gaan, concludeer ik alvast dat er een tweeminutendebat is aangevraagd
met als eerste spreker het lid Podt. Ik neem aan dat we dat nog voor het zomerreces
willen houden. Ik zie mevrouw Podt knikken, dus dan gaan we dat doorgeven aan de Griffie.
En dan heb ik best een lijst met toezeggingen.
– De Minister zegt toe om begin november een voortgangsrapportage naar de Kamer te sturen
over grenscontroles en neemt daarin onder andere een nadere uitwerking op over hoe
verschillende landen omgaan met Dublinclaimanten.
– De Minister stuurt na de zomer de uitkomsten van het onderzoek van het COA over kinderen
in de opvanglocaties naar de Kamer.
Of was dat in de zomer?
Minister Van Weel:
Het rapport komt in de zomer, ja.
De voorzitter:
Dank u wel.
– De Minister stuurt voor de zomer een verzamelbrief en neemt daarin onder andere op
de kleinschalige opvang en de uitkomsten van het onderzoek naar fraude bij de IND.
Gaat uw gang, Minister.
Minister Van Weel:
Het zijn twee verschillende brieven. Eentje gaat er over huisvesting. Die zal dus
komen van Minister Keijzer. De andere verzamelbrief is van mij, en daarin zult u de
IND aantreffen.
De voorzitter:
We krijgen dus minimaal twee verzamelbrieven, en misschien zelfs wel drie, want er
zijn drie Ministers.
Minister Van Weel:
Dan kun je niet achterblijven!
De voorzitter:
Dan kun je niet achterblijven. En komen die allemaal nog wel voor de zomer?
Minister Van Weel:
Die twee staan gepland voor de zomer.
De voorzitter:
De volgende toezegging.
– De Minister stuurt zo snel mogelijk de antwoorden op het schriftelijk overleg over
de motie-Diederik van Dijk.
– De Minister stuurt in september een plan van aanpak voor de motie-Van Zanten/Boomsma
over een verkenning naar verdragen.
Ik had al gezegd dat het lid Podt een tweeminutendebat heeft aangevraagd. Daarmee
zijn wij aan het einde gekomen van dit commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid.
Ik dank hartelijk de Minister en zijn ondersteuning en alle mensen die dit debat hebben
gevolgd, en zeker ook de griffier, de bode en alle ondersteuning die hier aanwezig
was. Dank jullie wel. Ik wens jullie nog een hele fijne dag.
Sluiting 12.36 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Vijlbrief, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
M.C. Burger, griffier