Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord opvragen van het lid Ceder heeft gesteld over de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens: discriminatie vanwege medische redenen bij onder bewind gestelde klant
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens: discriminatie vanwege medische redenen bij onder bewind gestelde klant (ingezonden 14 maart 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Struycken (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 23 juni
2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1840
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens
(met oordeelnummer 2024–69)?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw visie op het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens waarin
wordt gesteld dat Coolblue Energie discrimineert vanwege medische redenen en verboden
onderscheid maakt door een onder bewind gestelde klant een borg te vragen?
Antwoord 2
Over deze uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens kan ik het volgende
opmerken. In deze zaak werd vastgesteld dat Coolblue Energie indirect onderscheid
maakte op grond van handicap of chronische ziekte door een borgsom te vragen aan een
klant die onder bewind stond vanwege dementie. Volgens het College was er geen sprake
van een objectieve rechtvaardiging voor het indirecte onderscheid.
Het oordeel onderstreept dat commerciële risicoafwegingen geen vrijbrief mogen zijn
voor uitsluiting van kwetsbare groepen, zeker niet als die onder rechterlijk toezicht
staan. Het is goed dat het College hierover duidelijkheid heeft geboden.
Discriminatie vanwege medische redenen en verboden onderscheid zijn niet toegestaan.
Nederland is aangesloten bij het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap,2 welk verdrag op grond van artikel 1 tot doel heeft het bevorderen, beschermen en
waarborgen van het volledige en gelijke genot van alle mensenrechten en fundamentele
vrijheden door personen met een handicap. Staten dienen te erkennen dat mensen gelijk
zijn voor de wet en zich te verplichten tot het verbieden van elke vorm van discriminatie
(artikel 5 van het Verdrag) en staten moeten passende maatregelen nemen om voor personen
met een handicap toegang te waarborgen tot diensten (artikel 9 van het Verdrag). Personen
met een handicap hebben recht op erkenning als rechtssubject, ook als ze onder bewind
staan. Ze moeten toegang hebben tot ondersteuning bij het nemen van beslissingen (artikel
12 van het Verdrag).
Ook wil ik in dit verband verwijzen naar de Wet gelijke behandeling op grond van handicap
of chronische ziekte (Wgbh/cz). Een bedrijf mag bij het aanbieden of verlenen van
toegang tot goederen of diensten en bij het uitsluiten, uitvoeren of beëindigen van
overeenkomsten geen onderscheid maken op grond van handicap of chronische ziekte (artikel
5b, lid 1 en onder a. van de Wgbh/cz).
Naast het recht op gelijke behandeling raakt dit oordeel ook de bescherming van de
(financiële) positie van kwetsbare mensen.
In dit verband verwijs ik naar het Burgerlijk Wetboek dat de mogelijkheid biedt om
de (financiële) positie van kwetsbare mensen te beschermen door een beschermingsmaatregel
in te stellen: curatele, onderbewindstelling of mentorschap (zie de titels 16, 18
en 19 van Boek 1 BW). Daarover stuurde ik uw Kamer recent een uitgebreide brief.3
Onderbewindstelling wordt ingesteld als iemand zijn financiële belangen niet goed
kan behartigen, bijvoorbeeld door verkwisting, schulden of medische redenen (art.
1:438 BW). In Uw Kamervragen gaat het om beschermingsbewind om medische redenen, waarbij
de kantonrechter op verzoek van betrokkene of diens naasten bewind kan instellen (art.
1:431 lid 1 sub a BW). Een bewindvoerder beheert dan de financiën onder toezicht van
de rechter.
De kantonrechter kan besluiten het bewind te registreren in het Centraal Curatele-
en Bewindregister (CCBR), zodat derden – zoals notarissen, verhuurders of schuldeisers
– kunnen nagaan of iemand onder bewind staat. Dit biedt bijvoorbeeld de zekerheid
in het economisch verkeer dat huiseigenaren of bedrijven niet zonder instemming van
een bewindvoerder transacties aangaan met mensen die daartoe niet bevoegd of financieel
in staat blijken te zijn.
Dienstenaanbieders, zoals energiebedrijven, mogen financiële risico’s beperken, bijvoorbeeld
via borgsommen of krediettoetsen, maar deze maatregelen moeten zorgvuldig, proportioneel
en niet discriminerend zijn. Het enkele feit dat iemand onder bewind staat, mag geen
automatische grond zijn voor het vragen van extra zekerheden voor financiële verplichtingen.
Bewindvoering vanwege medische redenen betekent niet per definitie dat iemand financieel
risicovol is. Beschermingsbewind kan juist zorgen voor stabiliteit. Het is aan de
wederpartij om al dan niet contact op te nemen met de bewindvoerder om te controleren
of de overeenkomst doorgang mag vinden.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het gebruik van het bewindsregister door kredietonderzoekers? En
heeft u zicht op in welke mate dit gebeurt?
Antwoord 3
Het Centraal Curatele- en Bewindregister (CCBR)) is een openbaar register op grond
van artikel 1:391 BW en is door iedereen (online) te raadplegen. Het register is niet
bedoeld als instrument voor commerciële risicoselectie. Wel kan een leverancier door
het inzien van het register en het benaderen van een bewindvoerder voorkomen dat onverhoeds
een contract ongedaan wordt gemaakt.
Ik heb geen zicht op hoe vaak het CCBR wordt geraadpleegd. De mate waarin gebruik
wordt gemaakt van het CCBR wordt op dit moment niet geregistreerd. De verstrekking
van gegevens uit het CCBR via een software-koppeling is voorbehouden aan partijen
die een gebruikersovereenkomst sluiten met de Rechtspraak. In die overeenkomst verklaren
afnemers van gegevens zich bij het hergebruik te houden aan de regels voor bescherming
van de persoonlijke levenssfeer zoals in art. 10 van de Grondwet en de Algemene Verordening
Gegevensbescherming.
Vraag 4
In hoeverre heeft u kennisgenomen van soortgelijke situaties waar barrières worden
opgeworpen voor personen onder bewind in het afsluiten van energie-, huur-, telecom-
en/ of gelijksoortige contracten?
Antwoord 4
Bij Uw vraag naar soortgelijke situaties ga ik uit van de situatie waarin bedrijven
op basis van het (doen) raadplegen van het CCBR verboden onderscheid maken door een
om medische redenen onder bewind gestelde klant uit te sluiten. In hoeverre dat aan
de orde is, is mij niet bekend.
Vraag 5
Is er volgens u sprake van een incidenteel misverstand of schuilt er een structureel
probleem achter deze uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens?
Antwoord 5
Zoals aangegeven in vraag 4, is mij is niet bekend in hoeverre soortgelijke situaties
aan de orde zijn. Ik kan hiermee niet oordelen of er sprake is van een incidenteel
misverstand of een structureel probleem.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de stelling dat het aanvaarden van hulp bij geldzaken door een bewindvoerder
juist zekerheden moet bieden en dit daarmee geen risico is voor een verkopende partij?
Antwoord 6
Zoals ik in antwoord op vraag 2 aangaf, houdt een onderbewindstelling in dat de financiële
belangen van betrokkene worden behartigd door een bewindvoerder die onder toezicht
staat van de rechter. Dat biedt in veel gevallen meer stabiliteit en controle dan
wanneer iemand zelfstandig financiële verplichtingen aangaat. Het aanvaarden van hulp
bij geldzaken moet de verkopende partij dan ook juist de zekerheid bieden dat de verplichtingen
uit de verkoopovereenkomst worden nagekomen.
Vraag 7
Onderschrijft u dat mensen onder bewind, waarbij veelal sprake is van lichamelijke
en/of geestelijke toestand, beschermend dienen te worden tegen discriminerende factoren
waardoor zij financieel nadeel ondervinden? Zo ja, welke beleidsstukken blijkt dat
uit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ja, dit onderschrijf ik, in lijn met mijn antwoord op vraag 2. Nederland is aangesloten
bij het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waarin expliciet
wordt gesteld dat discriminatie op welke wijze dan ook niet geaccepteerd wordt. Dat
geldt ook voor personen die vanwege een lichamelijke en/of geestelijke toestand onder
bewind staan. Zij mogen niet vanwege de toestand waarin zij verkeren, door discriminerende
factoren financieel nadeel ondervinden. Vóór het zomerreces wordt de werkagenda 2025–2030
van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap naar de Tweede
Kamer verzonden.
Zoals ik ook op vraag 2 heb geantwoord, dienen bewind en de bescherming die daarvan
uitgaat voor de betrokkene juist te voorkomen dat mensen die als gevolg van een lichamelijke
en/of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam hun financiële belangen zelf niet
voldoende kunnen overzien, anders worden behandeld doordat extra eisen worden gesteld
bij het aangaan van een transactie.
Vraag 8
Welke rol heeft de Autoriteit Persoonsgegevens in deze kwestie ten aanzien van persoonsgegevens?
Antwoord 8
De openbaarheid van het CCBR ontslaat gebruikers niet van de verplichtingen onder
de AVG. Het enkel voorkomen in het CCBR mag dan ook niet zonder meer aanleiding zijn
voor het stellen van aanvullende voorwaarden – zoals een borgsom – zonder individuele
beoordeling.
De Autoriteit Persoonsgegevens is als onafhankelijk toezichthouder bevoegd om onderzoek
te doen naar signalen van onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens uit openbare
registers.4 Indien blijkt dat organisaties het CCBR structureel gebruiken voor doeleinden die
niet verenigbaar zijn met het doel van het register of met de beginselen van de AVG,
kan de AP corrigerende maatregelen treffen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.H.D. Struycken, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.