Verslag van een bijeenkomst : Verslag van een Interparlementaire Conferentie over Stabiliteit, Economische Coördinatie en Bestuur in de Europese Unie (IPC SECG)
36 739 Interparlementaire Conferentie over Stabiliteit, Economische Coördinatie en Bestuur in de Europese Unie (IPC SECG)
A/ Nr. 1
VERSLAG VAN EEN INTERPARLEMENTAIRE CONFERENTIE
Vastgesteld 12 mei 2025
Een delegatie van Eerste en Tweede Kamerleden heeft op 17–18 februari 2025 deelgenomen
aan de interparlementaire conferentie1 over «European Economic Governance» in het kader van de «European Parliamentary Week
2025» in het Europees Parlement in Brussel. De conferentie werd georganiseerd door
het Pools EU-voorzitterschap, de Poolse Sejm en Senaat, in samenwerking met het Europees
Parlement. De delegatie bestond vanuit de Tweede Kamer uit de leden Thijssen (GroenLinks-PvdA)
en Dassen (Volt). Vanuit de Eerste Kamer nam het lid Kroon (BBB) deel. De delegatie
brengt hierbij verslag uit van deze conferentie.
Plenaire sessie: Improvement of EU’s competitiveness through the single market, innovation
policy, better regulation and quality jobs
Op 18 februari 2025 heeft de delegatie deelgenomen aan de plenaire sessie over het
verbeteren van het concurrentievermogen van de Europese Unie (EU) door de interne
markt, innovatiebeleid, betere regelgeving en hoogwaardige banen. Deze plenaire sessie
werd voorgezeten door mevrouw Katarina Barley, vice-voorzitter van het Europees Parlement,
mevrouw Agnieszka Pomaska en de heer Tomasz Grodzki, voorzitters van respectievelijk
de commissies voor Europese Zaken van de Sejm en Senaat van Polen.
Tijdens deze plenaire vergadering gaf de heer Mario Draghi, voormalig premier van
Italië en voormalig president van de Europese Centrale Bank, een keynote speech naar
aanleiding van zijn rapport over de toekomst van het Europees concurrentievermogen2 uit september 2024.
De heer Draghi ging in zijn keynote speech in op de volgende onderwerpen. Er is politiek
momentum voor de follow up van zijn rapport over de toekomst van het Europees concurrentievermogen.
Sinds de publicatie van het rapport vorig jaar is de wereld alleen nog maar meer veranderd
en is de noodzaak voor radicale verandering van Europa toegenomen.
Draghi herhaalde zijn analyse: op het terrein van AI vindt de meeste vooruitgang plaats
buiten Europa; de hoge energiekosten blijven aan en de gasprijzen blijven zeer volatiel,
wat onder meer het belang onderstreept van de energietransitie, en de geopolitieke
verschuivingen met enerzijds de opkomst van China en anderzijds de (aangekondigde)
heffingen door de VS. Volgens Draghi zal dit tot dumping van Chinese overcapaciteit
leiden in Europa. Volgens hem leidt dit gevolg van de importheffingen uit de VS bij
Europese bedrijven nog tot meer zorgen dan de heffingen zelf.
Al met al moet de EU meer eensgezind handelen: op het terrein van onderzoek, industrie
en financiering is meer coördinatie nodig. Draghi benoemde de urgentie van snel handelen
en opschalen – de Europese economie stagneert terwijl andere (wereld)economieën groeien.
Vervolgens benoemde Draghi het belang van innovatie. Ondernemen moet gemakkelijker
worden gemaakt voor innovatieve bedrijven door regelgeving te harmoniseren en vereenvoudigen
en interne barrières te verminderen. De innovatiekloof moet sneller worden gedicht,
de EU moet aantrekkelijker worden gemaakt voor investeringen en Europees spaargeld
kan worden aangewend/ingezet voor innovatie. Momenteel vloeit jaarlijks ongeveer 300 miljard
euro aan Europees spaargeld naar de VS om daar te worden geïnvesteerd.
Daarnaast benoemde Draghi het belang van het verlagen van de energieprijzen. Volgens
Draghi is decarbonisatie alleen duurzaam als het de EU ten goede komt. De energiemarkt
moet worden herzien langs de volgende lijnen: transparantie en lange termijn contracten,
investeringen in elektriciteitsnetten en snellere installatie van hernieuwbare energiebronnen.
Vervolgens noemde Draghi andere uitdagingen voor Europa zoals een Europese defensie-industrie
en de groene transitie van traditionele bedrijven en industrieën.
Draghi benoemde ook de noodzaak van het slechten van interne handelsbarrières en refereerde
hierbij een studie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat stelt dat deze
interne belemmeringen gelijk staan aan een handelstarief van 45% op goederen en 110%
op diensten. Vervolmaken van de interne markt en verhogen van de productiviteit creëert
bovendien ook meer begrotingsruimte. Tot slot besloot Draghi zijn speech met het Kompas
voor Concurrentievermogen van de Europese Commissie dat zijn rapport omarmt. Hij herhaalde
zijn oproep voor de noodzaak van adequate financiering en stelde dat de benodigde
750 à 800 miljard euro per jaar slechts een «conservatieve schatting» is. Omdat de
Commissie vooralsnog geen nieuwe EU-fondsen voorziet, is Europa hiervoor aangewezen
op flexibel en gecoördineerd gebruik van staatssteunregels. Hiervoor is vereist dat
lidstaten de eigen begrotingsruimte gebruiken en binnen de grenzen van EU-regelgeving
blijven. Daarbij kan de Europese Commissie niet alleen handelen: steun van het Europees
Parlement, de lidstaten en nationale parlementen is nodig op wat Draghi een keerpunt
noemt in de Europese geschiedenis. Om sneller in te kunnen spelen op een snel veranderende
wereld moeten beleidsvorming en wetgeving ook sneller.
Tijdens de gedachtewisseling die volgde gingen de leden van de nationale parlementen
en de leden van het Europees Parlement onder meer in op de volgende onderwerpen. De
leden noemden in navolging van Draghi het belang van een meer verenigd en autonoom
Europa en het versterken van het Europees concurrentievermogen onder meer vanwege
de concurrentie met de VS en China. Het verminderen van regeldruk en vereenvoudiging
voor Europese bedrijven door betere Europese regelgeving die goed moet worden geïmplementeerd
door de lidstaten. Productiviteit komt door bedrijven en innovatie. Het belang van
massale investeringen door Europa door een Europese kapitaalmarktunie, Europese leningen
en nieuwe eigen middelen. Ook moet er aandacht zijn voor de klimaatcrisis en schone
energie en moeten de lidstaten meer geld uitgeven aan defensie en moet worden gewerkt
aan een sterkere Europese defensie(industrie). Onderzoek en innovatie, met focus op
strategische sectoren, en het dichten van de innovatiekloof zijn nodig zodat de EU
wereldleider kan blijven. Het vervolmaken van de interne markt door het tegengaan
van fragmentatie moet prioriteit krijgen. Daarbij is zowel een sterk industriebeleid
als handelspolitiek nodig waarbij oneerlijke concurrentie wordt tegengegaan.
Thijssen benadrukte in zijn inbreng het belang van investeren in de Europese cleantech
industrie, nu deze nog voorloopt op China en de VS, en voor de aanpak van de klimaatcrisis.
Dassen pleitte voor een Europese defensie-industrie, en op persoonlijke titel voor
het werken aan een Europees leger, in reactie op de uitspraken van de Trump-regering
over de verantwoordelijkheid van Europa voor haar eigen veiligheid. De EU moet zich
volgens Dassen instellen op een nog grotere investeringsinspanning voor defensie –
als de VS zich daadwerkelijk uit Europa terugtrekt.
In reactie op de gedachtewisseling concludeerde Draghi dat decarbonisatie niet negatief
hoeft te zijn voor economische groei – uiteindelijk kan het de energiekosten immers
helpen verlagen. Ook vroeg Draghi aandacht voor Europese besluitvorming: volgens hem
is meer centralisatie niet nodig, maar moet er wel worden samengewerkt binnen de EU.
Hij benadrukte dat het geen tijd is voor het benadrukken van verschillen. Draghi bedankte
de leden voor hun bijdragen aan zijn rapport en sprak de hoop uit de volgende keer
te spreken over welke maatregelen daadwerkelijk zijn genomen.
Plenaire sessie: The first national plans under the revised Economic Governance Framework
– lessons learned
Op 18 februari 2025 heeft een deel van de delegatie deelgenomen aan de plenaire sessie
over de eerste nationale plannen onder het herziene Europese begrotingsraamwerk en
de daaruit geleerde lessen. Deze plenaire sessie werd voorgezeten door mevrouw Katarina
Barley, vice-voorzitter van het Europees Parlement, mevrouw Zofia Czernow, vice-voorzitter
van de commissie voor Overheidsfinanciën van de Sejm van Polen en Tomasz Grodzki,
voorzitter van de commissie voor Europese Zaken van de Senaat van Polen.
Daarnaast was er een panel met de volgende sprekers: de heer Alberto Fonseca, lid
van het parlement van Portugal, de heer Adam Reuterskiöld, lid van het parlement van
Zweden, de heer Suardi, directeur macro-economisch beleid bij de Europese Commissie
en de heer Roel Beetsma, voormalig lid van het Europees Begrotingscomité.
De sessie stond in het teken van het uitwisselen van eerste ervaringen met de uitvoering
van het hervormde Europese begrotingsraamwerk. Deelnemers bespraken de geleerde lessen,
kansen en uitdagingen die voort zijn gekomen uit de voorbereiding en beoordeling van
de eerste nationale begrotingsplannen.
De heer Kroon stelde de vraag hoe ervoor gezorgd wordt dat alle lidstaten zich aan
de regels van het begrotingsraamwerk houden en hoe falen kan worden voorkomen. De
heer Reuterskiöld antwoordde dat het cruciaal is dat lidstaten binnen een gezamenlijk
begrotingskader prioriteiten stellen, en niet daarbuiten. Volgens hem is de noodclausule
daarbij onvermijdelijk, gezien de huidige omstandigheden. Bovendien geldt schuldhoudbaarheid
niet alleen op nationaal niveau, maar ook voor de EU als geheel. De heer Suardi stelde
dat de Commissie nauw toeziet op de handhaving van het begrotingsraamwerk. De Commissie
is van mening dat het gebruik van één duidelijke indicator helpt om de schulden, zowel
nationaal als op EU-niveau, beter te monitoren.
Interparlementaire commissievergadering Economische en Monetaire Zaken (ECON)
Op 17 februari 2025 heeft de delegatie deelgenomen aan de interparlementaire commissievergadering
van de commissie voor Economische en Monetaire Zaken (ECON) van het Europees Parlement.
Deze vergadering bestond uit twee sessies waarin een panel van sprekers de discussie
opende, waarna er een gedachtewisseling plaatsvond tussen de leden van nationale parlementen
en de leden van het Europees Parlement. De vergadering werd voorgezeten door mevrouw
Aurore Lalucq, voorzitter van de ECON-commissie van het Europees Parlement, mevrouw
Maria Małgorzata Janyska, lid van de commissie voor Economische ontwikkeling van de
Sejm van Polen en de heer Waldemar Pawlak, voorzitter van de commissie voor nationale
economie en innovatie van de senaat van Polen.
Sessie I: The future of Banking Union and Capital Markets Union
Het panel bestond uit de volgende sprekers: mevrouw Julia Symon, Hoofd Onderzoek en
Advocacy van Finance Watch, de heer Édouard Fernandez Bollo, voormalig lid van de
Raad van Toezicht van de Europese Centrale Bank en mevrouw Anastasia Kotovskaia, afdelingshoofd
Financiële Markten en Informatietechnologie, Centre for European Policy.
Volgens mevrouw Symon moet politiek momentum gecreëerd worden voor het implementeren
van de maatregelen voor een Europese kapitaalmarktunie. De huidige uitdagingen van
de EU, onder meer op het terrein van autonomie, rechtvaardigen dit. Symon ging daarbij
in op het harmoniseren van nationale rechtsgebieden, adequate middelen (zoals in het
Single Resolution Fund voor het afwikkelen van falende banken), consumentenbescherming
en economisch beleid. Volgens Symon zijn leningen voor het midden- en kleinbedrijf
(MKB) en de herziening van de EU-overheidsfinanciering noodzakelijk. Klimaatrisico’s
en de groene transitie moeten worden geïntegreerd in het financieel systeem, waarbij
juridische zekerheid gegarandeerd moet worden. Symon waarschuwde daarbij voor simpele
vergelijkingen met de VS en benadrukte dat de kapitaalmarktunie niet het antwoord
is op alle problemen.
De heer Fernandez Bollo benadrukte ook dat politieke wil nodig is voor de toekomst
van de bankenunie/kapitaalmarktunie. Momenteel ontbreekt consensus over middelen.
Volgens Fernandez Bollo bestaat bij te veel fragmentatie het gevaar van verwatering
van het financiële raamwerk. Fernandez Bollo ziet het potentieel van een spaar- en
investeringsunie, waarvoor twee concrete initiatieven de komende jaren al gerealiseerd
kunnen worden: gecentraliseerd toezicht op financiële marktpartijen en het ontwikkelen
van een 28e rechtsregime.
Mevrouw Kotovskaia noemde in haar inbreng het versterken van publiek-private partnerschappen
en de uitdagingen voor het MKB. Verdere versimpeling is nodig, en publieke financiering
moet toegankelijker zijn. Net als de vorige spreker noemde ze een optioneel 28e regime. Daarnaast ging zij in op pensioenproducten, eerlijke concurrentie en financiële
stabiliteit als fundamentele voorwaarde voor een effectieve bankenunie. Dit is noodzakelijk
voor de EU om wereldwijd concurrerend te blijven.
Tijdens de gedachtewisseling die volgde gingen de leden van de nationale parlementen
en de leden van het Europees Parlement in op de volgende onderwerpen. De problemen
van fragmentatie van (implementatie van) regelgeving in de EU werden benoemd en er
werd brede steun uitgesproken voor de vervolmaking van de bankenunie en de kapitaalmarktunie. Tevens was er brede instemming met de noodzaak tot het vereenvoudigen van regelgeving.
In navolging van Draghi is ook gesproken over het versterken van de Europese interne
markt en het aanspreken van Europees spaargeld.
Eerste Kamerlid Kroon gaf aan dat regelgeving voor banken ertoe leidt dat bedrijfsobligaties
verschuiven naar de private markt, terwijl staatsobligaties binnen banken blijven.
Hij vroeg de heer Fernandez Bollo hoe hij deze ontwikkeling beoordeelt, en wat volgens
hem de maatschappelijke risico’s en de impact op de financiering van het mkb zijn.
De heer Fernandez Bollo gaf aan dat wordt gestreefd naar meer efficiëntie in het EU-financiële
systeem via harmonisatie, niet door lagere veiligheidseisen. Door gezamenlijke afspraken
op een beperkt aantal kernpunten te maken kan de EU volgens hem schaalvoordelen behalen.
Vier hefbomen – twee voor de Bankenunie, twee voor de Spaar- en Investeringsunie –
kunnen een positieve dynamiek in gang zetten.
Sessie II: Creating and ecosystem for European investments
Het panel bestond uit de volgende sprekers: mevrouw Hélène Bussières, afdelingshoofd
Asset Management, Directorate-General for Financial Stability, Financial Services
and Capital Markets Union (DG FISMA), Europese Commissie en mevrouw Roxana de Carvalho,
afdelingshoofd Governance en Externe Betrekkingen, European Securities and Markets
Authority (ESMA).
Mevrouw Bussières noemde dat de Europese Commissie het ecosysteem voor Europese investeringen
momenteel aan het beoordelen is. De Commissie overweegt verschillende maatregelen
waardoor Europese bedrijven, waaronder startups en scaleups, beter gebruik kunnen
maken van publiek geld, ook in relatie tot de komende Europese meerjarenbegroting.
De Commissie werkt samen met de Europese Investeringsbank om de investeringskloof
in de EU te dichten. Dit werk wordt geleid door het Kompas voor concurrentievermogen
dat als doel heeft het Europees concurrentievermogen te versterken. Tenslotte pleitte
Bussières voor het opschalen van de kapitaalmarktunie en benadrukte ze dat interne
barrières een bedreiging vormen voor de interne markt. Het bevorderen van innovatie
is belangrijk, net als het aantrekken van publiek-private investeringen.
Mevrouw De Carvalho stelde dat investeringen leiden tot groei en banen, zoals in de
VS en China duidelijk te zien is. Ze stelde dat de EU risicomijdend is in vergelijking
tot de VS. De Carvalho benadrukte dat de huidige kapitaalmarkten gefragmenteerd zijn
in de EU. Volgens De Carvalho is de situatie zorgwekkend en moeten de financieringstekorten
worden erkend. Een aantal elementen zijn belangrijk: het verbreden van de investeringsbasis,
betere toegang tot financiering, financiële stabiliteit en het verbeteren van het
vrij verkeer van kapitaal tussen lidstaten. Tenslotte is investeringsbescherming nodig
voor het vertrouwen van investeerders en is de kapitaalmarktunie een belangrijke hoeksteen
van investeringen. Een stabiel en simpel regelgevingskader is nodig.
Tijdens de gedachtewisseling die volgde gingen de leden van de aanwezige nationale
parlementen en de leden van het Europees Parlement in op de volgende onderwerpen.
Volgens sommige leden is vereenvoudiging van regelgeving en het verminderen van administratieve
lasten nodig. Ook werd het belang van investeringen in defensie benadrukt vanwege
de Russische dreiging, net als het investeren in klimaatopgaven en onderzoek. De kapitaalmarktunie
kan een belangrijk element zijn om het Europees concurrentievermogen te versterken.
Kroon ging tijdens zijn inbreng in op de discussie over de gevolgen van een gemeenschappelijke
kapitaalmarkt voor de financiering van risicovolle activiteiten in de EU. Hij stelde
een vraag over de impact van toegenomen regelgeving voor financiële markten op de
toegang van financiers tot markten en de maatschappelijke (negatieve) bijeffecten
daarvan. Daarnaast ging Kroon in op de discussie over een gemeenschappelijk energiebeleid,
waarbij leveringszekerheid en energieprijzen belangrijke elementen zijn. Hij stelde
een vraag over de mogelijke financiering van energie infrastructuur en productie door
de EU.
Concluderend werden een aantal opmerkingen gemaakt over de huidige geopolitieke en
economische situatie die vraagt om een Europese reactie.
Interparlementaire commissievergadering Begroting (BUDG)
Op 17 februari 2025 heeft een deel van de delegatie deelgenomen aan de interparlementaire
commissievergadering van de commissie voor Begroting (BUDG) van het Europees Parlement.
Deze vergadering bestond uit twee sessies waarin een panel van sprekers de discussie
openden, waarna er een gedachtewisseling plaatsvond tussen de leden van nationale
parlementen en de leden van het Europees Parlement. De vergadering werd voorgezeten
door de heer Johan Van Overtveldt, voorzitter van de BUDG-commissie van het Europees
Parlement, mevrouw Krystyna Skowrońska, vice-voorzitter van de commissie voor Overheidsfinanciën
van de Sejm van Polen (sessie I), de heer Rafał Kasprzyk, vice-voorzitter van de commissie
voor Overheidsfinanciën van de Sejm van Polen (sessie II) en de heer Kazimierz Kleina,
voorzitter van de Commissie Begroting en Overheidsfinanciën van de senaat van Polen.
Sessie II: European Public Goods: how to identify and finance them?
Tijdens zijn keynote speech ging Armin Steinbach, Jean Monnet Hoogleraar Recht en
Economie aan HEC Parijs, nader in op de definitie van Europese publieke goederen,
hoe deze het beste geïdentificeerd kunnen worden, welke voordelen en knelpunten deze
aanpak met zich meebrengt, en welke financieringsmogelijkheden er zijn.
Het Eerste Kamerlid Kroon stelde de heer Steinbach de vraag of hij een grotere rol
voor de EU ziet bij het veiligstellen van de toegang tot energie en energieprijzen.
Ook vroeg de heer Kroon of Steinbach kon reflecteren op de rechtvaardiging om energieproductie
en energienetwerken als publieke goederen te beschouwen. Steinbach gaf in zijn antwoord
aan dat energie en klimaat bij uitstek mondiale publieke goederen zijn. Met het oog
op efficiëntie en netwerkoptimalisatie zou het volgens Steinbach logisch zijn de Europese
Unie meer zeggenschap te geven over energieopwekking en -subsidies. De bevoegdheid
voor het energiebeleid ligt volgens de Europese verdragen echter expliciet bij de
lidstaten. Wel zou de Europese Commissie volgens Steinbach op specifieke punten, zoals
financiering en subsidies voor hernieuwbare energie, de efficiëntie kunnen verhogen.
De delegatie, Namens de Eerste Kamer, Kroon
Namens de Tweede Kamer, Thijssen Dassen
De EU-adviseur van de delegatie, Hartman
Ondertekenaars
Indiener/ondertekenaar n.v.t., Functie n.v.t.