Verslag van een bijeenkomst : Verslag van het Forum van de Parlementaire Assemblee van de Unie voor de Mediterrane regio (PA UfM) van 2-4 april 2025 in Granada, Spanje
30 206 Parlementaire Assemblée van de Unie voor de Mediterrane Regio
Nr. 9 VERSLAG VAN HET FORUM OVER DE TOEKOMST VAN DE MEDITERRANE REGIO VAN DE PARLEMENTAIRE
ASSEMBLEE VAN DE UNIE VOOR DE MEDITERRANE REGIO
Vastgesteld 15 april 2025
Inleiding
Van 2 tot en met 4 april 2025 kwam de Parlementaire Assemblee van de Unie van de Mediterrane
Unie (PA UfM) bijeen in Granada, Spanje voor een forum over de toekomst van de Mediterrane
regio, vrede en stabiliteit, migratie, klimaatverandering en werkgelegenheid voor
jongeren. Vanuit Nederland nam het Eerste Kamerlid Roovers (GroenLinks-PvdA) deel aan de conferentie, waar zo’n 45 parlementsleden uit veertig
landen aanwezig waren evenals vertegenwoordigers van de OVSE PA, NAVO PA, IPU en de
PACE. De leden van deze Assemblee zijn het Europees Parlement, de lidstaten van de
Europese Unie en landen rondom de Middellandse Zee, in totaal 43 leden. Eind juni
sluit Spanje het voorzitterschap af met de negende top van parlementsvoorzitters en
de 18e plenaire sessie van de Parlementaire Assemblee van de Mediterrane Unie in Málaga.
De delegatieleiders werden persoonlijk ontvangen door de Spaanse Koning, Felipe VI.
De avond voorafgaande aan het forum kregen de deelnemers een rondleiding door Alhambra,
een middeleeuws paleis en fort van de Moorse heersers van het koninkrijk Granada in
Andalusië.
Forum toekomst Mediterrane regio
Op 3 april werd het forum geopend met bijdragen van Koning Felipe VI, de voorzitter
van het Spaanse Congres van volksvertegenwoordigers, Francina Armengol, de voorzitter
van de Spaanse Senaat, Pedro Rollán Ojeda en de Europese Commissaris voor de Mediterrane
regio, Dubravka Suica. Commissaris Suica, verantwoordelijk voor een nieuw directoraat-generaal
voor het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Golf (DG MENA) binnen de Europese Commissie,
sprak over het nieuwe Pact voor het Middellandse Zeegebied. De EU en partnerlanden
van de zuidelijke nabuurschap gaan daar samen vorm aan geven met als doel een alomvattend
kader te creëren om de complexe problemen van de regio aan te pakken op gezamenlijke
prioritaire gebieden. Pedro Ojeda merkte op dat migratie door het Spaans voorzitterschap
tot prioriteit was bestempeld. Volgens hem moeten regeringen effectief reageren om
migratie op een duurzame en humane manier te beheren. «Migratie, wanneer het niet
goed beheerd wordt, brengt ernstige risico’s met zich mee, waaronder het verlies van
mensenlevens. Het is essentieel dat alle belanghebbenden – regeringen, organisaties
en het maatschappelijk middenveld – samenwerken om de meest kwetsbaren te beschermen.
Terugkijkende op het 30-jarig jubileum van het Barcelona-proces is het cruciaal om
het belang van dialoog en samenwerking te erkennen bij het vormgeven van een betere
toekomst,» zei Ojeda.
Voorts kwamen vertegenwoordigers van bij de Mediterrane regio betrokken organisaties
aan het woord, parlementsvoorzitters en leden van de nationale delegaties. Nasser
Kamel, secretaris-generaal van de Unie voor het Middellandse Zeegebied, wees in zijn
bijdrage op de noodzaak van versterkte Euro-mediterrane samenwerking. «Europa's stabiliteit
en welvaart kunnen niet worden bereikt zonder op gelijke voet samen te werken met
zijn oostelijke en zuidelijke buren en vice versa, vooral gezien de huidige mondiale
paradigmaverschuivingen die de op regels gebaseerde orde en het multilateralisme uithollen,»
zei Kamel van de Unie voor het Middellandse Zeegebied. «Regionale kwesties kunnen
niet geïsoleerd worden aangepakt. Een nieuwe impuls voor multilaterale samenwerking
versterkt het Middellandse Zeegebied en speelt een cruciale rol bij het herstel van
de wereldwijde stabiliteit en orde.»
In de verklaring (als bijlage toegevoegd) die na afloop van de conferentie werd gepubliceerd,
wordt benadrukt dat het Middellandse Zeegebied een gedeelde ruimte is die geconfronteerd
wordt met een reeks uitdagingen die vereisen dat het centraal komt te staan op de
Europese en regionale agenda. Ook stelt de verklaring dat het absoluut noodzakelijk
is te blijven streven naar vrede, veiligheid, stabiliteit, dialoog en eerbiediging
van het internationaal recht, alsook naar politieke, economische en sociale ontwikkeling
en het smeden van allianties met de landen in de regio, hetgeen moet leiden tot een
doeltreffende versterking van het regionale partnerschap, van de instellingen die
het belichamen en van het beleid en de middelen die aan het Middellandse Zeegebied
worden besteed. Over migratie wordt erkend dat de aanhoudende gewapende conflicten
op de oostelijke en zuidelijke flanken van de Europese Unie, in de Sahel en in het
Midden-Oosten een beslissende invloed hebben op de ontwikkeling van de migratiestromen
via de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. Structurele factoren (demografie,
milieu en armoede) blijven ook belangrijke drijfveren. Men is van mening dat het aanpakken
van de structurele factoren die bepalend zijn voor de migratiestromen, van essentieel
belang is om het migratiefenomeen te zien als een kans op ontwikkeling voor iedereen
(de landen van herkomst, doorreis en bestemming) en voor de migranten zelf, waarbij
de mensenrechten een centrale plaats krijgen in het migratiebeleid en de internationale
samenwerkingsovereenkomsten. De verklaring bevestigt het voornemen om een preventieve,
alomvattende, op rechten gebaseerde, constructieve en evenwichtige aanpak te hanteren
voor de sociaaleconomische en veiligheidsaspecten van de menselijke mobiliteit, met
inbegrip van de bestrijding van mensensmokkel die het leven van migranten in gevaar
kan brengen.
Op het onderdeel klimaatverandering in de Mediterrane regio erkent men in de verklaring
zich in te zetten voor het bevorderen van de afstemming van nationale klimaatveranderingsplannen
op internationale overeenkomsten, zoals de Overeenkomst van Parijs, om te zorgen voor
een samenhangende en effectieve respons. De integratie van klimaatbeleid in alle sectoren,
waaronder energie, water, landbouw, productie en vervoer, is essentieel om veerkracht
op lange termijn en ecologische duurzaamheid te bereiken. In dit verband moeten lokale
gemeenschappen worden betrokken, met bijzondere aandacht voor jongeren en vrouwen
door middel van investeringen in onderwijs, financiering en overdracht van technologie
om ervoor te zorgen dat het klimaatbeleid inclusief en doeltreffend is en is afgestemd
op de behoeften en prioriteiten van elk land. Opgemerkt wordt dat het Middellandse
Zeegebied 60% van de wereldbevolking met waterschaarste herbergt en een van de regio's
in de wereld is die het meest kwetsbaar zijn voor klimaatverandering; de opwarmingssnelheid
in het Middellandse Zeegebied 20% ligt boven het wereldwijde gemiddelde; en waterstress
is een veelvoorkomend probleem is in het Middellandse Zeegebied.
Tot slot wijst de verklaring voor wat betreft jongerenwerkgelegenheid en gendergelijkheid
in deze regio op de realiteit van de demografische explosie op het Afrikaanse continent
en het Middellandse Zeebekken, in vergelijking met de geleidelijke vergrijzing van
het Europese continent. Jongeren vertegenwoordigen meer dan de helft van de bevolking
in het Middellandse Zeegebied en vormen een belangrijke troef. Het is nodig om te
zorgen voor een efficiënte creatie van banen om dit demografische dividend te benutten,
waardoor het raadzaam is om overeenkomsten inzake circulaire migratie op te stellen
die de aanwerving van de groeiende jonge bevolking op het Afrikaanse continent mogelijk
maken. Specifieke gendergerelateerde moeilijkheden moeten worden aangepakt, met name
de toegang tot middelbaar onderwijs voor meisjes, de lage participatie van vrouwen
in de politiek en in de beroepsbevolking. In het bijzonder, wat betreft het oplossen
van conflicten en het bouwen aan de toekomst door middel van wetenschappelijke en
technologische vooruitgang, is aanpak van gendergerelateerd geweld noodzakelijk als
een van de belangrijkste obstakels voor gelijkheid, de risico's van uitbuiting en
geweld tijdens hun doorreis langs migratieroutes, het toegenomen geweld tegen vrouwen
in de politiek, de handel in vrouwen met het oog op seksuele uitbuiting of de hogere
arbeidsparticipatie van vrouwen in huishoudelijk werk en onbetaalde zorg.
De voorzitter van de delegatie, Roovers
De griffier van de delegatie, Bakker-de Jong
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M.G. Roovers (EK/GroenLinks-PvdA), Eerste Kamerlid -
Mede ondertekenaar
F. Bakker-de Jong, griffier