Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Pierik over het AD artikel ‘Groenten verrotten onder de grond door extreme regenval: ‘Dat gaat onherroepelijk tot tekorten leiden’
Vragen van het lid Pierik (BBB) aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het artikel «Groenten verrotten onder de grond door extreme regenval: «Dat gaat onherroepelijk tot tekorten leiden»»? (ingezonden 29 mei 2024).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
2 september 2024).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Groenten verrotten onder de grond door extreme regenval:
«Dat gaat onherroepelijk tot tekorten leiden»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het weer van de afgelopen weken zo extreem is geweest dat niet
alle boeren het bouwplan kunnen uitvoeren dat ze hebben ingediend bij de Gecombineerde
opgave?
Antwoord 2
Ja. De Nederlandse akker- en tuinbouw heeft sinds de afgelopen herfst tot en met dit
voorjaar te maken met extreem lang durende natte omstandigheden. In de herfst leidde
dit al tot slechte oogstomstandigheden voor de rooigewassen en zelfs niet-geoogste
akkers. Dit voorjaar was een groot aantal akkers te nat. Zelfs nu nog ervaren landbouwers
mogelijk problemen vanwege de vele neerslag. Hierdoor is een groot aantal akkers erg
laat ingezaaid. Intussen zijn veel plannen gewijzigd om rekening te houden met deze
natte periode. Het gevolg van dit alles is een allesbehalve optimale start van het
teeltseizoen 2024. Ik leef mee met al die boeren en tuinders die zijn getroffen door
het natte voorjaar.
Vraag 3
Heeft u al concrete plannen om boeren te ondersteunen die door het extreme weer gewassen
zijn kwijtgeraakt of bepaalde gewassen niet (meer) kunnen telen dit jaar?
Antwoord 3
Om de financiële risico’s in de open teelten die het gevolg zijn van extreem weer
te beperken, kan een ondernemer zich in Nederland verzekeren via de Brede weersverzekering,
die door de overheid met premiesubsidie en vrijstelling van assurantiebelasting wordt
ondersteund. Het is de eigen keuze van ondernemers om de Brede weersverzekering (als
sluitstuk) voor hun risicomanagement in te zetten.
Op 3 juni 2024 is besloten om de startdata voor diverse activiteiten van de eco-regeling
uit te stellen en dat steun ik. Boeren krijgen meer ruimte voor de eco-activiteiten
groene braak, kruidenrijk grasland, bufferstroken langs bouwland en blijvende teelt,
bufferstrook langs grasland, en weidegang. Daarnaast is de inzaaidatum van GLMC 6
verschoven naar 15 juni.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het belangrijk is om boeren zoveel mogelijk te ondersteunen
in het uitvoeren van de eco-regelingen die horen bij het Gemeenschappelijk Landbouw
Beleid (GLB) en zo ja, wat zijn de concrete plannen die u daarvoor heeft?
Antwoord 4
Ik vind het belangrijk om boeren zo veel mogelijk te ondersteunen bij het uitvoeren
van eco-activiteiten. Doordat veel landbouwers eco-activiteiten uitvoeren als onderdeel
van hun bedrijfsvoering dragen zij in grote mate bij aan de ontwikkeling naar een
duurzame landbouw. Waar mogelijk probeer ik flexibiliteit te bieden. Naar aanleiding
van het natte voorjaar is eerder al besloten om de startdata voor diverse eco-activiteiten
te verschuiven. Hiermee wordt er ruimte geboden voor landbouwers om, ondanks het natte
voorjaar, die eco-activiteiten uit te voeren.
Vraag 5
Bent u ervan op de hoogte dat na het indienen van de Gecombineerde opgave, boeren
weliswaar aanpassingen kunnen doorgeven, maar bij die aanpassingen geen eco-regelingen
meer kunnen toevoegen of aanpassen?
Antwoord 5
Ja.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het goed zou zijn om dit jaar het aanpassen van de Gecombineerde
opgave gepaard te laten gaan met het aanvragen of indienen van (andere) eco-regelingen,
zodat boeren worden gestimuleerd om alsnog een ander gewas met een passende eco-regeling
te zaaien, als het bij de gecombineerde opgave doorgegeven bouwplan niet langer haalbaar
lijkt door de weersomstandigheden?
Antwoord 6
Ja. Het indienen van andere eco-activiteiten na de sluitingsdatum van de Gecombineerde
opgave leidt echter tot grote uitvoeringsproblemen bij RVO. Het is daarom niet mogelijk
om na de sluiting van de Gecombineerde opgave op 17 mei 2024 nog nieuwe eco-activiteiten
toe te voegen. Wel is er samen met RVO en NVWA waar mogelijk flexibiliteit gezocht
in de data waarop activiteiten moeten zijn gestart of gerealiseerd gezien de weersomstandigheden,
zoals vermeld in antwoord op vraag 3. Wijzigingen in de aanmelding voor het GLB, waaronder
het gewas van de hoofdteelt, kunnen tot en met 2 december 2024 doorgegeven worden.
Het is verplicht om in deze periode de bedrijfssituatie actueel te houden. Als een
boer door wijziging van het gewas niet meer voldoet aan de opgegeven eco-activiteit,
moet de betreffende activiteit worden ingetrokken.
Het toevoegen van eco-activiteiten na de sluiting van de Gecombineerde Opgave zie
ik niet als een haalbare optie. Ten eerste maakt dit de regeling financieel instabieler;
het is dan pas bij de definitieve opgave te zeggen hoe het budget verdeeld wordt over
de deelnemers en of er sprake is van over- of ondertekening. Dat brengt meer onzekerheid
voor de deelnemers en overheid. Dat vind ik ongewenst. Ten tweede maakt dit het systeem
op sommige aspecten oncontroleerbaar en onuitvoerbaar. Er kan immers bij een aantal
activiteiten niet achteraf worden vastgesteld of deze zijn uitgevoerd of niet. De
RVO moet de uitbetaling van GLB-subsidies kunnen verantwoorden aan de Europese Commissie.
Bovendien is het voor de RVO en de NVWA van belang om tijdig de controles uit te kunnen
voeren, met het oog op tijdige uitbetaling van de premies.
Tegelijk vind ik het belangrijk dat de eco-regeling flexibiliteit biedt voor het experimenteren
met alternatieve bouwplannen. Daar heb ik invulling aan gegeven door toe te staan
dat eco-activiteiten gedurende het jaar mogen worden ingetrokken.
Landbouwers weten dat het toevoegen van eco-activiteiten na het sluiten van de gecombineerde
opgave niet mogelijk is, en hebben hier rekening mee kunnen houden in de aanmelding.
Vraag 7
Wanneer gaat u het proces in gang zetten om die mogelijkheid te bieden en hoe gaat
u die mogelijkheid bieden als het antwoord op vraag zes «ja» is?
Antwoord 7
Zie mijn antwoord op vraag 6.
Vraag 8
Kunt u dan uitleggen waarom niet en of de Europese regels daarvoor wel ruimte zouden
laten en zo ja, hoeveel ruimte als het antwoord op vraag zes «nee» is?
Antwoord 8
Er zijn geen Europese regels gemoeid met het aanpassen van eco-activiteiten binnen
de Gecombineerde opgave. Het is voor RVO en NVWA van belang dat er voldoende tijd
is om elke eco-activiteit in het veld te controleren voordat de landbouwers uiterlijk
2 december hun aanvraag definitief maken, met het oog op de tijdige uitbetaling van
de GLB-premies in december van dit jaar (zie antwoord op vraag 6).
Vraag 9
Deelt u de mening dat voor een substantieel deel van de melkveehouders het niet meer
haalbaar is om aan de eisen van de eco-regeling voor de verlengde weidegang te voldoen?
Antwoord 9
Op maandag 3 juni 2024 is, op advies van de certificerende instantie van de eco-activiteit
verlengde weidegang (Stichting Weidegang), besloten de startdatum voor de verlengde
weidegang te verschuiven en dat steun ik. Ik deel uw mening niet dat melkveehouders
niet meer aan de voorwaarden van de eco-activiteit kunnen voldoen. Afhankelijk van
het verloop van de rest van het seizoen, kunnen melkveehouders aan de gestelde weidegang-uren
voldoen. Stichting Weidegang is tevens schemahouder van de door het bedrijfsleven
geïnitieerde weidemelkpremie.
Vraag 10
Ziet u kans om de eisen voor de verlengde weidegang aan te passen waarbij, gezien
de extreme weersomstandigheden kan worden gekozen om te eisen dat boeren die inschrijven
op die eco-regeling te veranderen, bijvoorbeeld van 1.500 uur weidegang naar zo’n
1100 of 1.200 uur weidegang?
Antwoord 10
Ik vind het belangrijk om boeren zo veel mogelijk te ondersteunen bij het uitvoeren
van eco-activiteiten. Het is nu nog te vroeg om te concluderen dat het gestelde aantal
uren weidegang niet haalbaar is. Melkveehouders kunnen gedurende het jaar alsnog hun
weideganguren behalen. Ik zal de situatie gedurende het jaar goed in de gaten houden
en, indien nodig, opnieuw advies vragen aan Stichting Weidegang over aanpassing van
de voorwaarden.
Door de weidegang uren bij te stellen wordt het doelbereik van deze eco-activiteit
verlaagd.
Vraag 11
Ziet u in het licht van vraag acht ruimte om de eisen voor verlengde weidegang zo
aan te passen dat boeren dit jaar in het najaar langer de kans krijgen om aan die
weidegang-uren te komen?
Antwoord 11
Ik zie momenteel nog geen aanleiding om de voorwaarden voor de verlengde weidegang
aan te passen. Ik monitor de voortgang van de eco-activiteit weidegang nauwkeurig.
Vraag 12
Hoe gaat u dat dan precies uitvoeren als het antwoord op vraag negen en/of tien «ja»
is?
Antwoord 12
Niet van toepassing.
Vraag 13
Kunt u dan uitleggen waarom dat niet kan en wat er dan wel mogelijk is om de boeren
te steunen wat dit betreft en hoeveel ruimte u ziet in de Europese eisen wat dit betreft
als het antwoord op vraag negen en tien «nee» is?
Antwoord 13
Zie antwoord op vraag 9.
Vraag 14
Ziet u in het licht van vraag tien en elf ruimte om de veehouders die dat willen nog
een maand uitstel te geven voordat ze definitief moeten doorgeven of ze mee gaan doen
aan de eco-regeling voor verlengde weidegang?
Antwoord 14
Boeren kunnen tot en met 2 december definitief doorgeven of ze meedoen aan deze eco-activiteit.
Ze kunnen alleen niet nog een nieuwe activiteit kiezen. Zie ook antwoord op vraag
6.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.