Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kamminga en Becker over het bericht ‘Oeganda handhaaft een van de strengste antihomowetten ter wereld
Vragen van de leden Kamminga en Becker (beiden VVD) aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het bericht «Oeganda handhaaft een van de strengste antihomowetten ter wereld» (ingezonden 4 april 2024).
Antwoord van Minister Bruins Slot (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister voor
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 16 mei 2024).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Oeganda handhaaft een van de strengste antihomowetten
ter wereld»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat het Grondwettelijk Hof in Oeganda heeft uitgesproken de «antihomoseksualiteitswet
2023» niet terug te draaien?
Antwoord 2
Het kabinet is zeer teleurgesteld dat het Grondwettelijk Hof in Oeganda de Anti-Homosexuality Act niet onconstitutioneel heeft verklaard. Hoewel enkele elementen uit de wet ongrondwettelijk
zijn verklaard en dus zullen worden verwijderd uit de wetstekst, blijft de Anti-Homosexuality Act verder van kracht. De wet is discriminerend, leidt tot uitsluiting en kan leiden
tot geweld.
Vraag 3
Deelt u de mening dat dit een zeer zorgwekkende ontwikkeling is en het des te meer
van belang is om kritisch te wegen of en welke steun we vanuit het ontwikkelingssamenwerkingsbudget
geven aan Oeganda?
Antwoord 3
Ja, het kabinet is van mening dat dit een zeer zorgelijke ontwikkeling is. Vorig jaar
heeft het kabinet, in reactie op het invoeren van de wet, dan ook aanpassingen doorgevoerd
in de ontwikkelingssamenwerking met Oeganda.
Zo heeft het kabinet de directe steun aan de centrale Oegandese overheid stopgezet
door af te zien van financiering van het Justice Law and Order(JLOS) programma en door beurzen voor overheidsvertegenwoordigers onder het Orange
Knowledge Programma op te schorten. Zie verder de antwoorden op vragen 5–7.
Vraag 4
Is het kabinet, dan wel de ambassade, nu of eerder in het traject in contact getreden
met de Oegandese regering naar aanleiding van deze aangenomen wet? Zo ja, wat is er
uit dit contact voortgekomen? Zo nee, bent u bereid dit zo snel mogelijk te doen?
Antwoord 4
Nederland is veelvuldig in contact getreden met de Oegandese regering in aanloop naar
de totstandkoming van de wet (zie ook antwoorden op Kamervragen van het lid Klink
met kernmerk 2023Z05176 d.d. april 2023).
Zo heeft de Minister van Buitenlandse Zaken in september 2023, en marge van de AVVN
in New York, haar zorgen over deze wetgeving kenbaar gemaakt aan de Oegandese Minister
van Buitenlandse Zaken. Ook in de periode tussen aanname van de wet en de uitspraak
van het Hof heeft de waarnemend Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
dit gedaan in een gesprek met de Oegandese Minister van Justitie in februari 2024.
Daarnaast heeft de Minister van Buitenlandse Zaken daags na de uitspraak van het Hof
de teleurstelling van het kabinet in persoon kenbaar gemaakt aan de vice-president
van Oeganda. Ook op ambtelijk niveau wordt in contact met Oegandese overheidsvertegenwoordigers
doorlopend aandacht gevraagd voor de negatieve gevolgen van de wet en worden onze
zorgen overgebracht. Tevens is samen met andere EU-lidstaten na de uitspraak van het
Hof een verklaring gepubliceerd waarin wordt benadrukt dat de wet tegen internationale
mensenrechtenwetgeving in gaat en de EU zich zal blijven inzetten voor alle Oegandezen,
ongeacht seksuele oriëntatie of gender identiteit.
De betreffende vertegenwoordigers van de Oegandese overheid hebben aangegeven dat
ze ons standpunt begrijpen en accepteren, maar dat ze ook te maken hebben met een
parlementair proces en de uitspraak van hun rechterlijke macht. Zij zijn ook kritisch
op de reacties van Nederland en andere Westerse landen op het instellen van de wet.
In diplomatiek contact wordt gewezen op de invloed van Westerse groepen die lobbyen
voor de totstandkoming van deze wetgeving en tevens op de «dubbele standaarden» die
Westerse landen zouden hanteren door zich kritisch uit te spreken over de wet.
Vraag 5
Kunt u aangeven op welke wijze Nederland financieel steun verleent aan Oeganda en
zo ja, om hoeveel euro per jaar dit gaat? Kunt u daarnaast aangeven hoeveel er door
de Nederlandse overheid de afgelopen 10 jaar geïnvesteerd is in de rechtsstaat van
Oeganda? Welke positieve resultaten heeft dit opgeleverd?
Antwoord 5
Het kabinet heeft, middels de voorgenoemde aanpassingen in de ontwikkelingssamenwerking,
de directe steun aan de centrale Oegandese overheid stopgezet. Zo is, als ook genoemd
in het antwoord op vraag 3, de financiering van het Justice Law and Order(JLOS) programma stopgezet en zijn de beurzen voor overheidsvertegenwoordigers onder
het Orange Knowledge Programma opgeschort.
Nederland investeerde over de periode van 2013–2023 gemiddeld 60 miljoen euro per
jaar in Oeganda. Deze investeringen worden gedaan via multilaterale instellingen,
de Wereldbank, internationale ngo’s, lokale ngo’s en de private sector. De bijdragen
aan VN organisaties die ook actief zijn in Oeganda (bijv. UNHCR) zijn hierin niet
meegenomen.
In de periode 2013–2023 heeft Nederland in totaal 73,3 miljoen euro geïnvesteerd op
het gebied van veiligheid en rechtsorde. 17,8 miljoen euro hiervan betrof directe
steun aan de centrale Oegandese overheid door middel van het Justice Law and Order(JLOS) programma. De Nederlandse investeringen op het gebied van veiligheid en rechtsorde
hebben over de jaren positieve resultaten opgeleverd. Bijvoorbeeld, in 2021 hebben
bijvoorbeeld 352.000 mensen toegang tot recht verkregen via met Nederlandse steun
tot stand gekomen centra waar politie, openbaar aanklagers en rechtbanken samenkomen
en beschikbaar zijn voor publiek. In een brief aan uw Kamer op 19 oktober 2022 zijn
u de laatst behaalde resultaten van het JLOS-programma toegekomen.
Vraag 6
Heeft Nederland in het kader van de «antihomoseksualiteitswet 2023» projecten in Oeganda
stopgezet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Zie ook het antwoord op vraag 3 en 5. In reactie op de aanname van de Anti-Homosexuality Act heeft het kabinet in 2023 het Orange Knowledge Programme beurzen voor Oegandese overheidsvertegenwoordigers gepauzeerd, alsook de gesprekken
met de Oegandese overheid over mogelijke vervolgsteun aan JLOS gestaakt.
Door de steun aan JLOS te stoppen heeft het kabinet het signaal afgegeven dat Nederland
opkomt voor het waarborgen van mensenrechten en in het bijzonder van lhbtiq+-personen.
Ook wordt hiermee voorkomen dat Nederland instituties steunt die verantwoordelijk
zijn voor de handhaving van deze wet.
Vraag 7
Bent u voornemens om na dit bericht (meer) projecten in Oeganda stop te zetten?
Antwoord 7
Nee. Het kabinet is van mening dat het stopzetten van andere programma’s (die de Oegandese
centrale overheid niet rechtstreeks steunen) de Oegandese bevolking juist zal benadelen.
O.a om die reden vindt het kabinet het stopzetten van programma’s met lokale en internationale
organisaties gericht op andere thema’s, zoals de opvang in de regio, de private sector
en voedselzekerheid, niet wenselijk. Dit zou ook niet in het belang zijn van Nederland,
bijvoorbeeld als het gaat om het bieden van perspectief aan migranten en vluchtelingen
in de regio om de noodzaak om door te reizen te verkleinen. Het kabinet vindt het
belangrijk om het maatschappelijk middenveld (waaronder organisaties die opkomen voor
de rechten van lhbtiq+), ngo’s en multilaterale organisaties zoals de Verenigde Naties
te blijven steunen. Zij werken onder andere aan projecten die de negatieve effecten
van deze wet mitigeren of die bijdragen aan inclusieve toegang tot recht en gezondheid.
Ook zijn deze organisaties actief op het gebied van andere prioriteiten als het voorkomen
van radicalisering of illegale geldstromen.
Het kabinet heeft de projecten met directe (financiële) steun aan de centrale Oegandese
overheid reeds stopgezet in 2023.
Vraag 8 en 9
Kunt u aangeven op welke wijze Nederland de LHBTIQ+-gemeenschap in Oeganda steunt?
Gaan er bijvoorbeeld middelen vanuit het Mensenrechtenfonds naar partnerorganisaties
in Oeganda?
Deelt u de mening dat het juist nu van groot belang is om de LHBTQI+ gemeenschap in
Oeganda te steunen en kunt u er in dit kader alles aan doen om te voorkomen dat middelen
die ten goede komen aan LHBTQI+-projecten in Oeganda worden stopgezet?
Antwoord 8 en 9
Ja, het kabinet steunt de lhbtiq+-gemeenschap in hun streven naar een menswaardig
bestaan in Oeganda. Het kabinet blijft daartoe ook projecten steunen die de positie
lhbtiq+-gemeenschap en het maatschappelijk middenveld versterken.
Zowel het ministerie in Den Haag als de Nederlandse ambassade in Kampala overleggen
doorlopend met partners die in de Oegandese context werken om de situatie van de lhbtiq+-gemeenschap
te verbeteren. Hierbij staan de behoeften van de Oegandese lhbtiq+-gemeenschap voorop.
Vanuit verschillende partnerschappen ondersteunt het kabinet diverse activiteiten
in Oeganda, die zich richten op het verbeteren van de positie en gelijke rechten van
de lhbtiq+-gemeenschap in Oeganda, alsmede hun toegang tot gezondheid, incl. op hiv/aids.
Zo ondersteunt Nederland vanuit het budget voor Mondiale Gezondheid en Seksuele en
Reproductieve Gezondheid en Rechten twee programma’s die bijdragen aan toegang voor
de lhbtiq+-gemeenschap tot de publieke gezondheidszorg en aan de gecoördineerde reactie
van het maatschappelijk middenveld op de wet en de bredere anti-lhbtiq+-sentimenten
in de samenleving.
Vanuit het Mensenrechtenfonds werkt de Nederlandse ambassade in Oeganda nauw samen
met mensenrechtenorganisaties die zich inzetten voor het beschermen van mensenrechtenverdedigers,
door o.a. financiële, juridische en logistieke steun te verlenen aan deze mensenrechtenverdedigers
die in direct gevaar verkeren.
Hiernaast staat de Nederlandse ambassade in Kampala in contact met de lhbtiq+-gemeenschap
in Oeganda en steunt deze. Zo reikte de Nederlandse ambassade in december nog een
ambassade Mensenrechtentulp met bijgaande financiële ondersteuning uit aan een lhbtiq+-mensenrechtenverdediger
die samenwerkt met ouders van lhbtiq+-personen om meer begrip en bondgenoten voor
de gemeenschap te genereren.
Daarnaast steunt de ambassade, samen met andere donoren, een programma dat zich richt
op het bredere maatschappelijk middenveld. Dit programma levert een bijdrage aan de
versterking van de democratische waarden en de bescherming en bevordering van de maatschappelijke
ruimte en de mensenrechten. Gezien de krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld
en na aanname van de Anti-Homosexuality Act heeft Nederland eind 2023 besloten om de bijdrage aan dit programma te verhogen.
Vraag 10
Hoe staat het met het besluit van de Wereldbank om het verlenen van nieuwe leningen
aan Oeganda op te schorten als reactie op het invoeren van de «antihomoseksualiteitswet
2023»? En kunt u aangeven wat het effect van dit laatste bericht hierop gaat zijn?
Zijn er daarnaast nog andere maatregelen mogelijk die de Wereldbank kan nemen in dit
kader? Zo ja, waar bestaan deze maatregelen uit?
Antwoord 10
Het besluit van de Wereldbank van 8 augustus 2023 is nog altijd van kracht. De Wereldbank
werkt samen met de Oegandese overheid aan maatregelen om discriminatie en uitsluiting
in door de Wereldbank gefinancierde projecten te voorkomen. Die onderhandelingen zijn
grotendeels afgerond. De uitspraak door het Hof zal hierop enige invloed hebben, omdat
sommige problematische clausules van de oorspronkelijke wet nu ongrondwettelijk zijn
verklaard. De Wereldbank werkt ook aan een mechanisme om te toetsen of de te nemen
maatregelen in de praktijk ook effectief zijn.
Het kabinet wil deze onderhandelingen en de toets afwachten, zodat kan worden vastgesteld
of deze in voldoende mate bescherming bieden.
Vraag 11
Ziet u nog mogelijkheden voor andere internationale organisaties om hun steun aan
de Oegandese regering te verminderen in reactie op het invoeren van de «antihomoseksualiteitswet
2023»? Zo ja, op welke wijze zou dit kunnen worden geïmplementeerd?
Antwoord 11
Alle internationale organisaties en bilaterale ontwikkelingspartners in Oeganda nemen
het risico op discriminatie en uitsluiting als gevolg van de anti-homoseksualiteit
wet serieus. Onder leiding van de Wereldbank en VN stemmen zij onderling af hoe zij
discriminatie en uitsluiting het beste kunnen voorkomen in hun programma’s. Daarbij
worden ook mensenrechten- en lhbtiq+-organisaties actief betrokken. Ook internationale
en bilaterale ontwikkelingspartners houden, net als Nederland, rekening met het niet
benadelen van de Oegandese bevolking in de afweging tot het eventueel stopzetten van
programma’s.
Vraag 12
Is er vanuit de Equal Rights Coalition, waar Nederland onderdeel van uitmaakt, druk
uitgeoefend op Oeganda om de «antihomoseksualiteitswet 2023» in te trekken? Zo ja,
waar bestond deze druk uit?
Antwoord 12
In antwoord op uw eerdere vragen, dat u op 4 juli 2023 is toegekomen (2023Z09656), is het kabinet hier reeds op ingegaan. Sindsdien is de situatie in Oeganda binnen
de Equal Rights Coalition meermaals besproken, meest recent tijdens de internationale diplomatie-werkgroep
van 20 maart jl.
Leden van de Equal Rights
Coalition hebben onder andere afspraken gemaakt over het bilateraal adresseren van de zorgen
over de wet en het onderling delen van de uitkomsten hiervan. Zo is ook informatie
uitgewisseld tussen een aantal lhbtiq+-gezanten en mensenrechtenambassadeurs van gelijkgezinde
landen.
Vraag 13
Is het instellen van de «antihomoseksualiteitswet 2023» in strijd met internationale
verdragen waar Oeganda partij is? Zo ja, om welke verdragen gaat het en zal Nederland
dit bij Oeganda onder de aandacht brengen?
Antwoord 13
Ja, de Anti-Homosexuality Act is, zoals ook de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten verklaard heeft, in strijd
met diverse internationale verdragen op het gebied van mensenrechten waar Oeganda
partij is. In het bijzonder het strafbaar stellen van consensuele seksuele relaties,
en de mogelijke toepassing van de doodstraf daarop. Nederland heeft de zorgen hierover
op diverse momenten en niveaus opgebracht – zie tevens het antwoord op vraag 4 – en
zal dit blijven doen.
Vraag 14
Hoe wordt er met de Verenigde Staten of andere landen samengewerkt om Oeganda te bewegen
om haar antihomowet in te trekken?
Antwoord 14
Er is doorlopende intensieve samenwerking met gelijkgezinde bilaterale partners en
multilaterale partners en VN over de druk op de lhbtiq+-gemeenschap en de gevolgen
van de wet. Daarbij gaat het om gezamenlijke analyses, delen van informatie over de
gevolgen van de wet en ondersteuning aan de lhbtiq+-gemeenschap, en over de dialoog
met de overheid.
Vraag 15 en 16
Ziet u een risico op eventuele precedentwerking van antihomowetgeving in andere landen?
Zo ja, wat kan Nederland of de internationale gemeenschap doen om dit te voorkomen?
Zijn er meer landen in Afrika die ontwikkelingssteun ontvangen en tegelijkertijd ook
antihomowetten willen invoeren of afgelopen periode hebben ingevoerd?
Antwoord 15 en 16
Ja, het kabinet ziet het risico op precedentwerking. In verscheidene landen zijn homoseksuele
handelingen strafbaar onder het strafrecht. Daarnaast neemt het aantal landen met
antihomowetgeving helaas niet af, maar juist toe. Voorbeelden van landen waar discussies
worden gevoerd over dergelijke wetten of uitsluiting van lhbtiq+ in zijn algemeenheid
zijn Burundi, Ghana, Ethiopië, Kenia, Malawi, Mali, Niger, Senegal, Tanzania en Zambia.
Het meest recente voorbeeld in Afrika, vergelijkbaar met Oeganda, betreft Ghana. De
Ghanese bevolking ontvangt ontwikkelingshulp via maatschappelijke organisaties. In
Ghana ligt het voorstel tot deze wetgeving nog bij de rechterlijke macht. In dit proces
moet nog een uitspraak worden gedaan en moet de wet nog worden ondertekend door de
President.
Het kabinet is van mening dat elke actie afgestemd moet worden met de betreffende
lhbtiq+-gemeenschap. Zij kennen zowel hun eigen behoeften als de lokale contexten
het beste en derhalve weegt hun advies zwaar voor het kabinet.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.G.J. Bruins Slot, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
E.N.A.J. Schreinemacher, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.