Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Tjeerd de Groot over het bericht '#SIA2024: lancement du plan gouvernemental renforcé de reconquête de notre souveraineté sur l’élevage'
Vragen van het lid Tjeerd de Groot (D66) aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het bericht «#SIA2024: lancement du plan gouvernemental renforcé de reconquête de notre souveraineté sur l’élevage» (ingezonden 28 februari 2024).
Antwoord van Minister Adema (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ontvangen 22 april
2024). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2023–2024, nr. 1337.
Vraag 1
Bent u, naast het nut van mest, bekend met het tal van ecologische voordelen van de
veehouderij waar het Franse ministerie naar verwijst?1
Antwoord 1
In het bericht en het plan wordt niet verder uitgeweid welke ecologische voordelen
het Franse ministerie daarmee bedoelt. Het Franse ministerie geeft aan te werken met
vijf prioritaire gebieden, waarvan de vijfde betrekking heeft op het centraal stellen
van de veehouderij in de ecologische transitie. Hier wordt de veehouderij een rol
toegedicht in de ecologische transitie als het gaat om decarbonisatie, via valorisatie
van biomassa en dierlijke bijproducten. Mogelijk worden het benutten van reststromen
en agrarisch landschapsbeheer bedoeld als andere voordelen.
Vraag 2
Welke oplossingen biedt de veeteelt volgens het Franse ministerie voor de grote uitdagingen
van deze eeuw?
Antwoord 2
In het bericht wordt niet verder uitgeweid over de oplossingen waar het Franse ministerie
over spreekt. In het plan wordt gesproken over positieve externe effecten van de veehouderij
op sociaal, territoriaal, economisch, voedsel- en milieuvlak en dat de veehouderijsectoren
moeten worden aangemoedigd om deze positieve externe effecten te maximaliseren. Er
wordt echter niet verder op ingegaan.
Vraag 3
Het Franse ministerie wil de veehouderij in het hart van de ecologische transitie
plaatsen. Betekent dit dat de Fransen streven naar het inrichten van de veehouderij
op een circulaire en natuurinclusieve manier?
Antwoord 3
In het bericht geeft het Franse ministerie aan te werken met vijf prioritaire gebieden,
waarbij het vijfde prioritaire gebied gaat over het in het hart van de ecologische
transitie plaatsen van de veehouderij. In het bericht wordt hier niet verder over
uitgeweid, en de termen circulair of natuurinclusief worden niet genoemd.
Vraag 4
Bent u bekend met de «ongerechtvaardigde aanvallen» op de veehouderij waar het Franse
ministerie over spreekt? Zo ja, welke zijn dit en waarom worden ze als onrechtvaardig
gezien?
Antwoord 4
In het bericht en het plan wordt niet aangegeven op welke «ongerechtvaardigde aanvallen»
op de veehouderij gedoeld wordt.
Vraag 5
Bent u tevens bekend met de ideologie die gericht is op het einde van de tot nu toe
bekende mens-dierrelatie?
Antwoord 5
In het bericht en het plan wordt gesproken over een ideologie die gericht is op het
einde van de tot nu toe bekende mens-dierrelatie, maar hier wordt verder niet op ingegaan.
Vraag 6
Wordt in vraag 6 met de tot nu toe bekende mens-dierrelatie gerefereerd aan het houden,
fokken en slachten van dieren?
Antwoord 6
Het bericht en het plan gaan hier niet op in, maar het is te verwachten dat hier gerefereerd
wordt het aan het houden, fokken en slachten van dieren.
Vraag 7
Begrijpt u waarom Frankrijk pleit voor een Europees verbod op kweekvlees?
Antwoord 7
Cellulaire agricultuur, waaronder kweekvlees, is een belangrijke ontwikkeling om op
een duurzame manier en met te verwaarlozen dierenleed dierlijke eiwitten te produceren.
In sommige Europese lidstaten bestaat angst bij met name agrarische organisaties dat
deze vorm van landbouw het bestaansrecht van de gangbare veehouderijen en daarmee
de leefbaarheid van het platteland gaat bedreigen. De verwachting is dat de komende
jaren nog onderzoek nodig is en dat cellulaire agricultuur aanvullend kan zijn op
de gangbare veehouderij. Daarnaast wordt er op dit moment onderzocht welke kansen
kweekvleesproductie kan bieden voor agrariërs en de leefbaarheid van het platteland
en hoe dat vorm te geven.
Vraag 8
Kunt u verklaren waarom Frankrijk stelt dat kweekvlees een minder duurzaam alternatief
is dan vlees van een koe, ondanks dat de enige uitstoot CO2 is, wat drastisch zal verminderen zodra fabrikanten kunnen gaan opschalen?
Antwoord 8
Onderzoek van onder andere CE Delft, Universiteit van Amsterdam (UvA) en Universiteit
van Oxford bevestigt dat de productie van kweekvlees leidt tot minder emissies dan
bijvoorbeeld rundvlees. Ook laat het een besparing van water en grondgebruik zien.
Tenslotte zijn er veel minder dieren voor nodig en is het beter voor dierenwelzijn.
Het is daarmee een duurzame manier van productie van dierlijke eiwitten die complementair
kan zijn aan de gangbare veehouderij. Het is van belang dat Nederland met andere lidstaten
een koplopersgroep vormt om draagvlak binnen Europa voor cellulaire agricultuur te
vergroten, in lijn met de motie van het lid De Groot (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 94). In dat kader zal het kabinet bezien met welke andere lidstaten constructieve gesprekken
over dit onderwerp kunnen worden gevoerd.
Vraag 9
D66 pleit voor kweekvlees als alternatief, niet vervanger, voor dierlijk vlees in
ons dieet zoals margarine dat al jaren voor boter is. In hoeverre ziet u kweekvlees
als een «bedreiging» voor de veehouderij?
Antwoord 9
Voor de marktintroductie van kweekvleesproducten moeten de producten eerst getoetst
worden op voedselveiligheid door de Europese Commissie. Op dit moment heeft er nog
geen bedrijf in Europa een dossier bij de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid
(EFSA) ingediend. Daarnaast is er nog aanvullend onderzoek nodig onder andere op energieverbruik
en opschaling. Daarom is de verwachting dat deze duurzame manier van productie van
dierlijke eiwitten complementair kan zijn aan de gangbare veehouderij. Met een groeiende
wereldbevolking en een daarmee gepaard gaande toenemende vraag naar dierlijke eiwitten
zijn nieuwe innovatieve productiemethoden als kweekvlees en precisie fermentatie (cellulaire
agricultuur) noodzakelijk als aanvulling op de bestaande productie. Op dit moment
wordt onderzocht welke kansen kweekvleesproductie kan bieden voor agrariërs en de
leefbaarheid van het platteland en hoe dat vorm te geven.
Vraag 10
Bent u het ermee eens dat de komst van kweekvlees bijdraagt aan de verduurzaming van
onze landbouw zonder dat de vleesconsumptie hoeft te dalen?
Antwoord 10
Uit onderzoek, zoals hierboven aangehaald, blijkt dat kweekvlees leidt tot minder
emissies dan bijvoorbeeld rundvlees en daarnaast leidt tot minder water- en grondgebruik.
Ook zijn er voor de productie minder dieren nodig. Het is daarmee een duurzame manier
van productie van dierlijke eiwitten die complementair kan zijn aan de gangbare veehouderij.
Duurzame en gangbare productie kunnen naast elkaar bestaan.
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat het verbieden van kweekvlees in de EU, zoals de Franse regering
wenst, een stap in de verkeerde richting is?
Antwoord 11
Het kabinet ziet cellulaire agricultuur, waaronder kweekvlees, als een belangrijke
ontwikkeling om op een duurzame manier en met te verwaarlozen dierenleed dierlijke
eiwitten te produceren. Nederland heeft nu een voorsprong op concurrenten in het buitenland,
het is belangrijk om die vast te houden. Bovendien biedt de nieuwe techniek veel kansen
voor duurzame groei van het Nederlandse agrobedrijfsleven.
Omdat er nog veel onderzoek nodig is, onder andere naar de energiebehoefte en de opschaling,
is het onwenselijk om nu voortijdig een verbod op te stellen.
Vraag 12
Kunt u toelichten wat wordt bedoeld met de onjuiste informatie over de veehouderij
en welke tegenargumenten de Franse overheid daarover op hun website wil plaatsen?
Antwoord 12
Het plan spreekt over onwetendheid over de realiteit van het Franse veehouderijmodel,
dogmatisme, stigmatisering en karikaturen die daarmee gepaard gaan. Het wordt uit
het bericht en het plan niet duidelijk welke tegenargumenten de Franse overheid op
hun website wil plaatsen. Wel geeft het plan aan dat het Franse ministerie zich daarin
wil baseren op wetenschappelijke argumenten.
Vraag 13
Bent u het ermee eens dat dit bericht van de Franse regering meer lijkt op een wenslijst
van de slachtsector dan op beleid van een onafhankelijke regering?
Antwoord 13
Ik ben het daar niet mee eens, ik heb geen enkele reden om te twijfelen aan de onafhankelijkheid
van de Franse regering.
Vraag 14
Kunt u toezeggen om met de Franse Minister in gesprek te gaan over de Franse beleidskeuzes,
de inzet richting de EU en de impact die dat heeft voor heel Europa?
Antwoord 14
De Franse beleidskeuzes kunnen, zoals die van iedere lidstaat, impact hebben op andere
EU-landen. De Franse inzet is daarom ook voor Nederland relevant. Het kabinet beziet
continu met welke lidstaten het gesprek te voeren om te weten wat er in andere lidstaten
speelt en om aandacht en begrip te krijgen voor de Nederlandse inzet in de EU.
Vraag 15
Kunt u toezeggen de voordelen van kweekvlees en de keuzevrijheid die het biedt, te
bespreken met uw Franse collega?
Antwoord 15
Het kabinet zet zich al langere tijd in om het draagvlak voor kweekvlees in Europa
te vergroten, en zal dat ook gaan doen voor het vormen van een kopgroep, conform de
motie van het lid De Groot (D66) (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 94). Met de lidstaten die positief zijn over de ontwikkeling van kweekvlees, zal het
kabinet bezien met welke andere lidstaten constructieve gesprekken over dit onderwerp
kunnen worden gevoerd.
Vraag 16
Kunt u toezeggen de Kamer te informeren over de uitkomsten van dat gesprek?
Antwoord 16
Het kabinet zal, samen met gelijkgestemde lidstaten, bezien met welke lidstaten er
constructieve gesprekken gevoerd kunnen worden over dit onderwerp. Het verzoek om
met mijn Franse collega te spreken neem ik hierbij mee. Over ontwikkelingen hieromtrent
wordt de Kamer via de gebruikelijke kanalen geïnformeerd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P. Adema, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.