Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Tjeerd de Groot over de motie De Groot c.s. (Kamerstuk 33576-290)
Vragen van het lid Tjeerd de Groot (D66) aan de Minister voor Natuur en Stikstof over de motie De Groot c.s. (Kamerstuk 33 576, nr. 290) (ingezonden 19 oktober 2023).
Antwoord van Minister Van der Wal-Zeggelink (Natuur en Stikstof) (ontvangen 5 december
2023).
Vraag 1
Kunt u toelichten wat de stand van zaken is met betrekking tot de gebiedsgerichte
aanpak?
Antwoord 1
De provincies hebben in juli hun provinciale programma’s landelijk gebied met bijbehorende
eerste plannen voor gebiedsgerichte uitvoering van maatregelen (maatregelpakketten)
aangeboden bij het Rijk. Het Rijk heeft op 24 oktober gereageerd op de aangeboden
stukken middels een brief aan elke provincie. In deze brieven staan de eerste beelden
van het Rijk bij de aangeboden stukken en het vervolgproces voor de gebiedsgerichte
aanpak nader beschreven.1
Vraag 2
Hoeveel gangbare, biologische- en natuur inclusieve boeren hebben zich aangemeld voor
de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties (LBV) en LBV+-regelingen?
Antwoord 2
In het kader van de beëindigingsregelingen wordt van aanvragers niet gevraagd, en
is dus ook niet bekend, of men gangbaar, biologisch dan wel natuurinclusief boert.
Vraag 3
Kunt u toelichten welke specifieke aanpak u heeft om biologische- en natuurinclusieve
boeren en hun bedrijf zoveel mogelijk te laten voortzetten?
Antwoord 3
In mijn brief van 15 juli 2022 over de stand van zaken ten aanzien van de stikstofuitstoot
en samenwerking medeoverheden heb ik toegelicht binnen de gebiedsgerichte aanpak uitwerking
te geven aan motie de Groot.2 Deze uitwerking wordt ook opgenomen in de volgende versie van de handreiking voor
de gebiedsprogramma’s Nationaal Programma Landelijk Gebied die begin 2024 gepubliceerd
zal worden op Rijksoverheid.nl.
Tevens zijn er verschillende maatregelen die bijdragen aan de voortzetting van biologische
en natuurinclusieve bedrijven, zoals het actieplan voor de groei van biologische productie
en consumptie dat de Minister van LNV op 19 december 2022 heeft gepubliceerd. Met
dit plan wil de Minister bereiken dat in 2030 15% van het landbouwareaal biologisch
is. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de doelen van het Nationaal Programma
Landelijk Gebied (NPLG). Belangrijke voorwaarde is wel dat de markt voor biologische
producten groeit. Momenteel wordt hard gewerkt aan de uitvoering van het actieplan.
Hier is in totaal € 76 miljoen beschikbaar voor gesteld uit de transitiefondsmiddelen,
tot 2030. Wat de marktontwikkeling betreft wordt een aantal acties opgepakt, ik noem
hier een publiekscampagne, rijksinkoop, marktontwikkeling in afzetkanalen en ketens,
handelsmissies en beurzen. Verder ben ik met provincies in gesprek over de stimulering
van biologische en natuurinclusieve landbouw en de bijdrage die het Ministerie van
LNV daarin kan leveren.
Ook is er vanuit het Nationaal Strategisch Plan van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
(GLB-NSP) de regeling «samenwerking in veenweiden en overgangsgebieden N2000» opgezet
om extensivering te stimuleren in de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en de
zone daaromheen. Koplopers in de kringlooplandbouw, waaronder biologische en natuurinclusieve
melkveehouderijbedrijven in en rond stikstofgevoelige N2000-gebieden, kunnen hieraan
meedoen. Deze regeling wordt gepubliceerd rond 1 november 2023 en de eerste openstelling
wordt verwacht van 1 t/m 31 mei 2024 voor een bedrag van 105 miljoen euro. Er wordt
gedurende 4 jaar subsidie verleend aan extensieve melkveehouderijbedrijven (gemiddeld
1 melkkoe per hectare) in een samenwerkingsverband om de ammoniakemissie dichtbij
stikstofgevoelige N2000-gebieden te verminderen. De koploperbedrijven kunnen hieraan
meedoen als ze passen binnen de voorwaarden. Deze koplopers kunnen hun kennis over
deze extensieve bedrijfsvoering van benutten van natuur, bijvoorbeeld bij bodembiodiversiteit
en plaagbestrijding, delen met de andere melkveehouderijbedrijven in het samenwerkingsverband.
Het extra verrijken van natuur zit niet in deze regeling, omdat er dan cumulatie is
met bestaande pakketten Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb).
Vraag 4
Klopt het dat er door zaakbegeleiders op dit moment geen onderscheid wordt gemaakt
tussen biologische- en natuurinclusieve boeren? Zo ja, hoe wordt er uitwerking gegeven
aan de motie De Groot c.s.?
Antwoord 4
Alle agrarische ondernemers die voldoen aan de drempelwaarde van de aanpak piekbelasting
kunnen indien gewenst aanspraak maken op een zaakbegeleider. Er wordt geen onderscheid
gemaakt. Deze zaakbegeleider kan de ondernemer ondersteunen en faciliteren in het
eigen keuzeproces. Naast vrijwillige beëindiging, kan gekozen worden om door (een
combinatie van) innoveren, omschakelen, extensiveren of verplaatsen te komen tot stikstofreductie.
De aanpak piekbelasting is geheel vrijwillig.
In vraag 3 is toegelicht dat de uitwerking van de motie De Groot opgenomen wordt in
de handreiking van het NPLG.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Ch. van der Wal-Zeggelink, minister voor Natuur en Stikstof
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.