Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Peters over het bericht 'Faillissementen dreigen door nieuwe cao'
Vragen van het lid Peters (CDA) aan de Staatssecretaris van Volksgezond, Welzijn en Cultuur over het bericht «Faillissementen dreigen door nieuwe cao» (ingezonden 2 oktober 2023).
Antwoord van Staatssecretaris Van Ooijen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
24 november 2023). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2023–2024, nr. 276
Vraag 1
Kent u het bericht dat een flink aantal jeugdzorginstellingen dreigt om te vallen
als er een nieuwe cao met hogere lonen wordt afgesloten?1
Antwoord 2
Ja.
Vraag 1
Kent u het bericht dat een flink aantal jeugdzorginstellingen dreigt om te vallen
als er een nieuwe cao met hogere lonen wordt afgesloten?2
Antwoord 2
Er is geen centraal inzicht in de actuele financiële positie van jeugdzorginstellingen
om deze stelling te beoordelen. Het kan voorkomen dat cao-afspraken nu hoger zijn
dan de door aanbieders en gemeenten afgesproken indexatie in contracten. Indien aanbieders
hierdoor in de problemen komen dienen opdrachtgever en opdrachtnemer in overleg te
treden om tot oplossingen te komen. Gemeenten hebben een verplichting ten aanzien
van continuïteit van zorg. Daarnaast houdt de Jeugdautoriteit de positie van aanbieders
in de gaten met als doel de continuïteit van zorg te borgen.
Vraag 3
In hoeverre klopt het beeld dat een flink aantal jeugdzorginstellingen failliet zal
gaan als er een nieuwe cao met hogere lonen wordt afgesloten en zij hiervoor door
gemeenten niet of onvoldoende worden gecompenseerd?
Antwoord 3
Er is geen centraal inzicht in de afspraken die gemeenten maken met aanbieders over
de wijze van indexatie. Wel adviseert de VNG aan haar leden om gedurende de looptijd
van het contract voor de wijze van loonindexatie het ova-percentage3 te hanteren.
Daarnaast is er geen centraal inzicht in de actuele financiële positie van jeugdzorginstellingen
om dit beeld te kunnen beoordelen. Bij de aanbieders die de Jeugdautoriteit in beeld
heeft vanwege risico’s voor de continuïteit, is vaak sprake van een combinatie van
factoren. O.a. hoge kosten voor personeel niet in loondienst, hoge energiekosten en
ontoereikende tarieven spelen een grote rol in de ontstane liquiditeitsproblematiek.
Door deze combinatie van factoren kan de Cao-verhoging in individuele gevallen de
druppel zijn.
Vraag 4
Wordt in de jeugdzorgtarieven door gemeenten voldoende rekening gehouden met het mogelijk
maken van gewenste ontwikkelingen als kleinschaligere opvang en ambulantisering?
Antwoord 4
Het is aan gemeenten om afspraken te maken met aanbieders over de gewenste ontwikkeling
van de jeugdzorg en de financiering daarvan.
In de Hervormingsagenda is rekening gehouden met hogere uitgaven van gemeenten als
gevolg van de ontwikkeling naar kleinschalige woonvoorzieningen voor de gesloten jeugdhulp.
Vraag 5
Herkent u het beeld dat vooral grote jeugdzorgorganisaties met verouderd vastgoed
financiële problemen gaan krijgen?
Antwoord 5
Ik ben bekend met het beeld dat jeugdzorgorganisaties met verouderd vastgoed doorgaans
meer te maken hebben met leegstand, als gevolg waarvan financiële problemen kunnen
ontstaan. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met een versnelde afbouw van jeugdzorgplus
en de wens tot kleinschaligheid. Als gevolg van de financiële problematiek kiezen
organisaties er voor om vastgoed af te stoten ten einde hun liquiditeitspositie op
korte termijn met een impuls te versterken.
Vraag 6
Zo ja, hoe gaat u ervoor zorgen dat deze organisaties de transitie naar jeugdzorg
nieuwe stijl mee kunnen maken en hoe gaat u voorkomen dat deze organisaties omvallen
door het bezit aan verouderd vastgoed? In hoeverre wordt hier in de Hervormingsagenda
Jeugd rekening mee gehouden?
Antwoord 6
Er is breed draagvlak voor de transformatie van de residentiële jeugdzorg, o.a. naar
meer kleinschalige voorzieningen. Hierover zijn in de Hervormingsagenda ook inhoudelijke
en financiële afspraken gemaakt. Gemeenten hebben in 2020, voor de Hervormingsagenda,
reeds een specifieke uitkering ontvangen van € 33,5 mln. voor de vastgoedtransitie
van de gesloten jeugdhulp en in 2021 een specifieke uitkering van € 50 mln. voor de
vastgoedtransitie van de open driemilieusvoorzieningen.4 Deze middelen zijn bedoeld om de aanbieders te ondersteunen in de overgang van de
gesloten jeugdhulp en open driemilieusvoorzieningen door sluiting of verbouwing naar
meer kleinschalige woonvormen voor jeugdigen. Met de Hervormingsagenda is daar nog
eens € 295 mln. bijgekomen voor de af- en ombouw van residentiële voorzieningen. Daarnaast
kan het Rijk bij continuïteitsproblemen onder bepaalde voorwaarden subsidie verstrekken
op grond van de subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg. Dit betreft een
vangnetregeling die de continuïteit van cruciale jeugdzorg bij acute liquiditeitsproblemen
van aanbieders waarborgt. Ik ben voornemens de subsidieregeling te verlengen.
Vraag 7
Welke maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat jeugdzorginstellingen omvallen in
de periode voordat de verbetermaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd daadwerkelijk
worden ingevoerd?
Antwoord 7
Er zijn in het huidige stelsel afspraken gemaakt om continuïteit van zorg te borgen.
Allereerst hebben gemeenten de verantwoordelijkheid om continuïteit van zorg te waarborgen
Daarnaast is afgesproken dat voor ditzelfde doel de Jeugdautoriteit de positie van
aanbieders in de gaten houdt. In geval van acute continuïteitsproblematiek bij aanbieders
geldt het draaiboek «Continuïteit Jeugdhulp». Daarnaast kan het Rijk subsidie verstrekken
op grond van de subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg. Dit betreft een
vangnetregeling die de continuïteit van cruciale jeugdzorg bij acute liquiditeitsproblemen
van aanbieders waarborgt.
Vraag 8
Bent u bereid om met gemeenten (VNG) en aanbieders (branches) in overleg te treden
over oplossingen voor deze financiële problematiek?
Antwoord 8
Er is regelmatig overleg tussen Rijk, VNG, brancheorganisaties en Jeugdautoriteit
vanuit het convenant «Bevorderen continuïteit jeugdhulp». Het convenant bevorderen
continuïteit jeugdhulp heeft als doel het gezamenlijk bevorderen van de continuïteit
van jeugdhulp en voorkomen dat de jeugdhulp aan jeugdigen en hun ouders of wettelijke
vertegenwoordigers (tijdelijk) wegvalt. Dit overleg kent dus ook een bredere insteek
dan de financiële problematiek van aanbieders en is in brede zin gericht op de effectiviteit
van het convenant en hieraan gekoppeld de continuïteit van jeugdhulp. Verder vindt
specifiek voor de transformatie van gesloten jeugdhulp tripartiet overleg plaats over
een nieuwe regeling die de af- en ombouw moet gaan financieren. Vastgoed is hiervan
nadrukkelijk onderdeel.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. van Ooijen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.