Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Haga over de zaak Willem Engel
Vragen van het lid Van Haga (Groep Van Haga) aan de Ministers voor Rechtsbescherming en van Justitie en Veiligheid over de zaak Willem Engel (ingezonden 24 juli 2023).
Antwoord van Minister Weerwind (Rechtsbescherming) (ontvangen 22 september 2023).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2022–2023, nr. 3347.
Vraag 1 en 2
Heeft het Openbaar Ministier (OM) of Justitie initiatief genomen om stukken van het
strafdossier Willem Engel in te zien? Zo ja, is als die stukken geheim moesten blijven,
daarmee niet een eerlijk proces geschaad?
Indien het OM op eigen initiatief stukken heeft gedeeld dan is dat beïnvloeding van
de VOG-zaak (Verklaring Omtrent Gedrag), wat is de reden hiervoor?1
Antwoord 1 en 2
Zoals ik in de eerdere beantwoording ook aangaf, kan ik geen uitspraken doen over
specifieke VOG-aanvragen.2 Bij de VOG-beoordeling wordt beoordeeld of het justitiële verleden van iemand een
bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.
Bij een VOG-aanvraag wordt het justitiële verleden van de VOG-aanvrager beoordeeld
aan de hand van de functie die de aanvrager wil gaan vervullen. Justis raadpleegt
hiervoor het Justitieel Documentatiesysteem (JDS). Naast justitiële gegevens kan Justis
ook bij het openbaar ministerie inlichtingen inwinnen over strafzaken, als dit voor
de beoordeling van de VOG-aanvraag noodzakelijk wordt geacht (artikel 36, derde lid,
Wjsg). Justis doet dit als uit de gegevens in het JDS onvoldoende de context blijkt
van die gegevens. Of er inlichtingen worden ingewonnen, is aan Justis om te bepalen.
Vraag 3
Heeft het OM ook instructies gedeeld? Of zijn er instructies gedeeld met Justitie
omtrent de VOG-afwijzing op 23 maart?
Antwoord 3
Nee. Zoals ik in de eerdere beantwoording heb aangegeven is er binnen het proces van
de VOG-beoordeling geen ruimte voor eventuele beïnvloeding of instructies door derden.3
Vraag 4 en 5
Waarvoor is er afstemming geweest, gezien het feit dat er op 23 maart minimaal 4 (juridische)
instanties zijn geweest die een beslissing hebben genomen over Engel (te weten het
OM, Justitie, de bestuursrechter en het Gerechtshof)?
Wie heeft die datum (23 maart) vastgesteld? En waarom? Had de timing van de quarantaine
van Engel in de Penitentiaire Inrichting (PI) tot en met 23 maart 2022 hiermee te
maken?
Antwoord 4 en 5
Zoals in eerdere beantwoording aangegeven4 ben ik niet bekend met enige afstemming tussen de door u genoemde instanties.
In het algemeen kan worden opgemerkt dat Justis inlichtingen kan inwinnen bij het
openbaar ministerie over (lopende) strafzaken. Justis doet dit enkel ten behoeve van
de duiding van aangetroffen justitiële gegevens.
Ten aanzien van de quarantaine kan ik in algemene zin opmerken dat gedurende de coronapandemie
er in die periode sprake is geweest van een zogenaamde inkomstenprocedure voor nieuwe
justitiabelen om verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk tegen te gaan. Plaatsing
in quarantaine was in bepaalde gevallen onderdeel van deze procedure.5
Vraag 6 en 7
Bent u het eens met de stelling dat een directeur van een PI geen politiek mag bedrijven?
Zo ja, hoe duidt u het afgebroken bezoek van Van Meijeren en het geannuleerde bezoek
van Van Haga?
Deelt u de mening dat het antwoord van de PI laat zien dat er wel contact is geweest
met derden? Deelt u voorts de mening dat door te insinueren dat de gedetineerde een
verzoek voor hun bezoek moet indienen en dat zij tijdens het reguliere bezoekuur zouden
moeten komen de status van geprivilegieerd bezoek wordt geannuleerd en het daarmee
een schoffering van meerdere Kamerleden is?
Antwoord 6 en 7
Ik deel, zonder daarmee een oordeel te geven over de onderhavige casus, de opvatting
dat het niet tot de taak van een directeur van een PI behoort om politiek te bedrijven.
Ik ga ervanuit dat u met het antwoord van de PI doelt op de e-mail die door de directeur
van de PI Rotterdam, locatie Hoogvliet, is gezonden aan het lid Van Haga op 28 maart
2022. Daarin heeft de directeur aangegeven dat dhr. Van Haga van harte welkom is in
de inrichting om een aldaar verblijvende gedetineerde te bezoeken. Daarbij is randvoorwaardelijk
dat de gedetineerde hiertoe het initiatief neemt. De directeur heeft hem geïnformeerd
dat hij, als lid van de Tweede Kamer, volgens de Penitentiaire beginselenwet behoort
tot de groep van geprivilegieerd bezoek en toegang heeft tot de gedetineerde op de
in de huisregels vastgestelde tijd en plaats (art. 38.7 PBW). Het is daarmee niet
zo dat leden van de Tweede Kamer te allen tijde toegang hebben tot een gedetineerde.
Deze toegang is beperkt tot de reguliere bezoekuren.
Tijdens één van de genoemde momenten is een lid van de Tweede Kamer toegang tot de
inrichting verleend, maar nadat bleek dat niet de juiste procedure was gevolgd omdat
dit buiten de reguliere bezoekuren was, is het lid verzocht de inrichting te verlaten.
Vraag 8
Waarom was er sprake van een GRIP-registratie (Gedetineerden Recherche Informatiepunt)?
Wie besluit tot een GRIP-registratie, gezien het feit dat Engel en zijn medestanders
uitgesproken pacifisten zijn en door met een dergelijke registratie te werken eigenlijk
karaktermoord word gepleegd?
Antwoord 8
Hoewel ik niet kan ingaan op individuele casuïstiek, kan ik in algemene zin aangeven
dat informatieverstrekking vanuit DJI aan het GRIP zijn grondslag heeft in de beheersbevoegdheid
die de directeur van de inrichting ontleent aan de Beginselenwetten, waarbij het onder
meer gaat om orde- en veiligheidsbelangen en de voorkoming of de opsporing en vervolging
van strafbare feiten. Informatieverstrekking vanuit het GRIP aan de directeuren van
de inrichtingen en aan DJI vindt zijn juridische grondslag in artikel 4:3, eerste
lid, sub c, van het Besluit politiegegevens, juncto artikel 18, eerste lid van de
Wet politiegegevens.
De door het GRIP ontvangen informatie wordt door het GRIP opgeslagen, bewerkt en veredeld
en waar nodig gedeeld met de daartoe geautoriseerde partijen. Na onderzoek rapporteert
het GRIP indien nodig zijn bevindingen aan de directeur in de vorm van een GRIP-rapport.
Het GRIP-rapport komt tot stand onder verantwoordelijkheid van de Officier van Justitie
van het Landelijk Parket.
Vraag 9
Kunt u duiden waarom u op de hoogte werd gehouden, ook over de arrestatie? Was dit
op uw eigen verzoek?
Antwoord 9
Zoals in eerdere beantwoording aangegeven6 wordt de Minister van Justitie en Veiligheid door het openbaar ministerie op hoofdlijnen
geïnformeerd over het verloop van bepaalde strafrechtelijke onderzoeken voor zover
de Minister dit nodig heeft, zoals wettelijk is geregeld in artikel 129 Wet op de
rechterlijke organisatie. Door de Minister te informeren over de hoofdlijnen van een
strafzaak – zoals een arrestatie – wordt zij in staat gesteld haar politieke verantwoordelijkheid
te nemen voor de gedragingen van het openbaar ministerie. De Minister van Justitie
en Veiligheid heeft echter geen enkele betrokkenheid bij de inhoudelijke afwegingen
die het openbaar ministerie in zaken maakt.
Vraag 10, 11 en 12
Ziet u in dat dit in combinatie met het feit dat u zich gedurende het onderzoek negatief
heeft uitgelaten over de heer Engel persoonlijk, een probleem oplevert?
Was u inhoudelijk op de hoogte van de strafzaak op 1 februari 2022?
Had u moeten weten dat er een onderzoek liep in ieder geval vanaf 21 januari 2022
en dat achteraf gezien uw tweet op 1 februari 2022 wellicht in strijd met een goede
procesorde en het politieonderzoek was?
Antwoord 10, 11 en 12
Het oriënterend onderzoek dat door het openbaar ministerie was ingesteld, waarnaar
u verwijst, was eind januari 2022 al publiekelijk bekend. De Minister van Justitie
en Veiligheid heeft zich in haar tweet van 1 februari 2022 in persoonlijke bewoordingen
uitgelaten over wat zij vindt van uitspraken die gedaan zouden zijn door de heer Engel,
zonder daar strafrechtelijke kwalificaties op los te laten. Het is aan het openbaar
ministerie om de strafrechter te vragen juridisch over de uitspraken van de heer Engel
te oordelen.
Vraag 13
Deelt u de mening dat in één van uw antwoorden begrippen worden verwisseld, gelet
op de zinsnede «Het belang van de verdachte» dat in het geval van Engel niet hetzelfde
als «het belang van de staat»? Kunt u daarbij duiden waarom u ook verwijst naar strafrechtelijke
documenten en/of informatie, hetgeen doet vermoeden dat u wél inhoudelijk op de hoogte
bent gebracht over de zaak? Zou u, in het belang van transparantie, alle stukken willen
delen, desnoods met redactie van persoonsgegevens van andere dan u of Engel?
Antwoord 13
Uit uw vraag kan ik niet opmaken in welke antwoorden de door u genoemde zinsnede zou
worden genoemd waardoor het antwoord op deze deelvraag onbeantwoord moet blijven.
Voor de overige deelvragen verwijs ik u naar eerdere beantwoording en het daarin genoemde
Kamerstuk 2001/02, 28 362, nr. 2 waarin nader wordt ingegaan op de reikwijdte van artikel 68 Grondwet.7
Vraag 14
Waarom stelt u dat er geen contact is geweest tussen de Nationaal Coördinator Terrorismebestreiding
en Veiligheid (NCTV) en het OM over de strafzaak, ook niet indirect? Is er contact
geweest direct of via andere personen of instanties over de heer Engel en/of stichting
Viruswaarheid?
Antwoord 14
Zowel voor wat betreft de NCTV als voor het openbaar ministerie en de Minister van
Justitie en Veiligheid verwijs ik u naar de beantwoording van uw eerdere vragen.8
Het is mij verder niet duidelijk welke personen of instanties u bedoelt waardoor ik
uw laatste deelvraag niet kan beantwoorden.
Vraag 15, 16 en 17
Sinds welke datum wordt de heer Engel en/of stichting Viruswaarheid (nu Voorwaarheid)
in de gaten gehouden, gemonitord of gevolgd (zie WOO LIMC spotrep Viruswaanzin)? Welke
juridische grondslag is hiervoor gebruikt?
Welke gegevens zijn opgeslagen? Waar worden deze bewaard?
Welke onderdelen zijn hier naast het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC), de
NCTV en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) bij betrokken?
Antwoord 15, 16 en 17
De suggestie die in de vragen besloten ligt, herken ik niet. Wat betreft de referenties
naar het LIMC, verwijs ik naar eerdere antwoorden van het kabinet hierover.9 De NCTV heeft de heer Engel en/of de stichting Viruswaarheid niet in de gaten gehouden,
gemonitord of gevolgd.10 De inlichtingen- en veiligheidsdiensten doen in het openbaar geen uitspraken over
de wijze waarop zij hun wettelijke taken uitvoeren.
Vraag 18
Bent u op de hoogte van het lekken van informatie uit het dossier Engel naar de pers
en naar derden?
Antwoord 18
Nee.
Vraag 19, 20 en 21
Bent u bekend met het feit dat op 20 januari 2022 en 3 maart 2022 tweets verschenen
van Dikkeboom (een online belager van Engel), dit daags voor de officiële bekendmaking
van het onderzoek (21 januari 2022) en de arrestatie (16 maart 2022)?
Wat vindt u van het feit dat hiermee duidelijk is dat het OM derden gebruikt om een
mediacampagne tegen Engel te voeren? Deelt u de mening dat dit een zeer kwalijke zaak
is?
Bent u bekend met het feit dat op 1 februari 2023 Vandaag Inside al weet te melden
dat het OM in hoger beroep gaat, een dag voor het persbericht van het OM? Deelt u
de mening dat ook hieruit is af te leiden dat het OM niet alleen persberichten stuurt,
maar een mediacampagne voert? Zo ja, deelt u de mening dat dit niet is toegestaan?
Antwoord 19, 20 en 21
Ik was niet bekend met de in vraag 19 genoemde tweets of het door u aangehaalde artikel
van Vandaag Inside van 1 februari 2023. Het is niet aan mij om in te gaan op wijze
waarop Vandaag Inside aan zijn informatie komt en wanneer zij overgaan tot het publiceren
daarvan. Mij is niet gebleken van een mediacampagne van het OM – in welke vorm dan
ook – tegen de heer Engel.
Vraag 22
Waarom heeft mevrouw Kaag afgezien van een aangifte? Deelt u de mening dat het opmerkelijk
is te noemen dat Dikkeboom een aanvullende aangifte deed namens Kaag wegens bedreiging
(art 285 SR), daags nadat Kaag aangifte zou doen? Deelt u voorts de mening dat er
hier sprake lijkt te zijn van verregaande afstemming?
Antwoord 22
Iedereen is vrij om een aangifte in te trekken of door te zetten, ik heb daar als
Minister geen rol in en zal dan ook niet verder ingaan op uw vraag.
Vraag 23
Bent u bekend met het feit dat er vragen over de financiële transparantie over mevrouw
Kaag zijn geuit door Engel op Twitter op 9 januari 2022? Zo ja, in hoeverre is er
contact geweest met Twitter over het Engel/Viruswaarheid-onderzoek vanuit de overheid?
Antwoord 23
Ik was niet bekend met de door u aangehaalde vragen die op 9 januari 2022 zouden zijn
geuit.
Vraag 24
Bent u bekend met het feit dat in 2020 de AIVD minimaal één persoon uit de directe
omgeving van Willem Engel heeft geïnterviewd? Bent u voorts bekend met het feit dat
dit naar aanleiding was van het lid zijn van de medische Whatsappgroep gelieerd aan
Viruswaarheid? Waarom was dat?
Antwoord 24
De inlichtingen- en veiligheidsdiensten doen in het openbaar geen uitspraken over
de wijze waarop zij hun wettelijke taken uitvoeren.
Vraag 25
Bent u bekend met het feit dat deze persoon op Facebook is afgeschermd van Engel?
Zo ja, in hoeverre werken social media samen met overheidsdiensten om te monitoren
en af te schermen?
Antwoord 25
Hiermee was ik niet bekend.
Vraag 26
Bent u bekend met het feit dat in de WOO over de massa-aangifte tegen Engel melding
wordt gemaakt van de map Bekende Nederlanders? Wat vindt u van het feit dat in meerdere
artikelen in het nieuws duidelijk is geworden dat politie en justitie burgers illegaal
in de gaten hielden? En is dat hier ook het geval?
Antwoord 26
Voor het archiveren en het gemakkelijk terugvinden van meldingen die het openbaar
ministerie naar mijn ministerie stuurt op grond van artikel 129 Wet op de rechterlijke
organisatie zijn digitale mappen aangemaakt. De map «bekende Nederlanders» was onderdeel
van een mappenstructuur die in 2022 gebruikt is om dergelijke meldingen te archiveren.
Van het «illegaal in de gaten houden van burgers» is geen sprake.
Vraag 27, 28, 29 en 30
Bent u bekend met het feit dat de politie de vergaarbak Viruswaarheid erkent, sterker
nog dat na verwijdering er een nieuwe is aangemaakt? Bent u het ermee eens dat deze
praktijken niet horen in een rechtstaat?
Erkent u dat politie en justitie illegaal burgers in de gaten hield?
Zijn deze praktijken nog gaande?
Zijn deze inmiddels gelegaliseerd? Zo niet, wat is er gedaan om deze vergaarbakken
te verwijderen? En wat kunnen individuele burgers doen om uit deze bakken te worden
gehaald?
Antwoord 27, 28, 29 en 30
Het is niet aan de Minister van Justitie en Veiligheid als stelselverantwoordelijke
of aan mij om in te gaan op individuele casuïstiek onder andere vanwege de privacygevoelige
en operationele informatie die dit kan omvatten.
In zijn algemeenheid is het zo dat de politie als taak heeft de strafrechtelijke rechtshandhaving
en het handhaven van de openbare orde. Het is noodzakelijk dat de politie informatie
verzamelt om deze taken uit te kunnen voeren. Dit doet de politie onder andere op
basis van artikel 3 van de Politiewet 2012, mits de vergaring niet meer dan een geringe
inbreuk maakt op iemands persoonlijke levenssfeer. Hierover heeft de Minister van
Justitie en Veiligheid uw Kamer uitgebreider geïnformeerd in het Halfjaarbericht politie
van juni jl.11 Het vergaren van informatie voor deze doelen is als zodanig dan ook niet illegaal
en de Minister van Justitie en Veiligheid herkent zich niet in het beeld dat met deze
vraagstelling wordt geschetst.
Burgers kunnen, wanneer zij hiertoe aanleiding zien, gebruik maken van het zogenaamde
«inzage en correctierecht». Dat betekent dat burgers een schriftelijke aanvraag kunnen
doen bij politie om een overzicht van persoonsgegevens die de politie over hen heeft
vastgelegd. Als een burger van mening is dat de opgeslagen informatie onjuist is,
kan er een correctieverzoek worden ingediend. Vanwege privacyredenen kan iemand alleen
voor zichzelf een inzage en/of correctieverzoek doen. Via de politiewebsite zijn de
contactgegevens van de privacydesks per regio te vinden.12
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Weerwind, minister voor Rechtsbescherming
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.