Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2022 bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (Kamerstuk 36360-XIII-2)
36 360 XIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022
Nr. 5 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 6 juni 2023
De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Algemene Rekenkamer over de brief van 17 mei 2023 inzake het rapport Resultaten
verantwoordingsonderzoek 2022 bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
(Kamerstuk 36 360 XIII, nr. 2).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 6 juni 2023. Vragen
en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De ondervoorzitter van de commissie, Valstar
De griffier van de commissie, Nava
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe duidt u het feit dat het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat de meeste
Incidentele suppletoire begrotingen (ISB’s) van alle departementen heeft?
Het is aan de bewindspersoon om de keuze voor de inzet van Incidentele Suppletoire
Begrotingen te duiden. Zie hiervoor het overzicht op de website van het Ministerie
van Financiën.1 Het beleidsterrein van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in het bijzonder
is in 2022 geraakt door onvoorziene omstandigheden, zoals de forse stijging van energieprijzen
als gevolg van de Oekraïneoorlog, dat het kabinet heeft doen besluiten om maatregelen
te nemen die niet in de ontwerpbegroting 2022 waren opgenomen.
Vraag 2
Is het Toekomstfonds een fonds of een begrotingsartikel? Wat betekent dit voor de
zichtbaarheid hierop?
Het Toekomstfonds is een begrotingsartikel op de begroting van het Ministerie van
EZK. Een van de algemene doelstellingen van dit beleidsartikel is dat het vermogen
van het Toekomstfonds behouden blijft voor toekomstige generaties. Het Toekomstfonds
is dus geen begrotingsfonds volgens de Comptabiliteitswet en is ook niet via een afzonderlijke
fondswet ingesteld.
Over het Toekomstfonds zijn in de loop van de tijd binnen het kabinet wel verschillende
begrotingsafspraken gemaakt om dit begrotingsartikel een fondskarakter te geven. Zo
mag de Minister niet-bestede middelen meenemen naar latere jaren en mogen ontvangsten
opnieuw worden ingezet voor nieuwe investeringen. Het Toekomstfonds heeft hierdoor
kenmerken van zowel een revolverend fonds als een begrotingsfonds.
Voor het Toekomstfonds gelden – net als bij andere begrotingsartikelen – de Rijksbegrotingsvoorschriften.
Het Toekomstfonds heeft echter een fondskarakter waarbij aanvullende informatie van
belang kan zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om het inzicht in de voeding en het vermogen
van het fonds. Het is niet duidelijke wat eind 2022 de stand van zaken is rond het
vermogen en de voeding van het Toekomstfonds. Verder is het belangrijk in welke mate
het fonds bijdraagt aan de realisatie van de afgesproken fondsdoelstellingen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.J. Valstar, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
D.S. Nava, griffier