Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Haga over de antwoorden op eerder gestelde vragen omtrent de risico´s van insectenconsumptie
Vragen van het lid Van Haga (Groep Van Haga) aan de Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de antwoorden op eerder gestelde vragen omtrent de risico´s van insectenconsumptie (2023Z00861) (ingezonden 20 april 2023).
Antwoord van Minister Kuipers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 1 juni
2023). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2022–2023, nr. 2537.
Vraag 1
Waar vindt men de regel dat naast de wetenschappelijke naam ook altijd de Nederlandse
naam op het etiket dient te staan, indien er insecten in een product zijn verwerkt?
Geldt deze regel voor iedere vorm waarin de insecten in het product zijn verwerkt,
bijvoorbeeld gemalen, fijngestampt, bevroren, gekookt of uitgemolken? Geldt dit ook
voor insecten verwerkt in dierenvoer en voor producten van buiten Europa?
Antwoord 1
Insecten voor humane consumptie zijn novel foods (nieuwe voedingsmiddelen). Voordat
een bedrijf een novel food in de Europese Unie (EU) op de markt mag brengen is een
toelating vereist. Alle toegelaten novel foods zijn te vinden in de Unielijst van
novel foods op de website van de Europese Commissie (EC)1. Hier staan onder andere alle voorwaarden waaronder een novel food op de markt gebracht
mogen worden, zoals de specifieke etiketteringsverplichtingen voor insecten met betrekking
tot de naam en in welke vorm het insect verwerkt is.
Voor wat betreft insecten die verwerkt worden in diervoeders (ook al komen ze van
buiten Europa) hangt het af van de manier waarop het voer wordt geleverd, welke etiketteringseisen
gelden. Bijvoorbeeld of het voer in verpakking of bulkgoed geleverd wordt. Op de website
van de NVWA staat een infoblad2 dat aangeeft welke gegevens vereist zijn afhankelijk van de omstandigheden.
Vraag 2
Deelt u mening dat het een kwalijke zaak is, indien consumenten tegen hun wil in onbewust
insecten consumeren, omdat het label geen (duidelijke) aanduiding geeft? Heeft u onderzocht
of de etiketteringsplicht juist wordt nageleefd?
Antwoord 2
Wanneer er insecten die zijn toegelaten als novel food in levensmiddelen verwerkt
zijn dient op het etiket de wetenschappelijke naam, Nederlandse naam en de vorm van
verwerking te staan. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ziet hierop toe. Consumenten
die geen insecten willen consumeren kunnen dus op het etiket checken of er insecten
in het betreffende levensmiddel verwerkt zijn.
Vraag 3
Wanneer is precies sprake van dit «nodig achten» en wie beoordeelt dit, met betrekking
tot uw antwoord op vraag 5: «wanneer nodig geacht, worden er in de toelating van het
novel food etiketteringseisen gesteld ten aanzien van allergeniciteit»?
Antwoord 3
Om een toelating te krijgen om een novel food in de EU op de markt te brengen moet
een bedrijf een veiligheidsdossier indienen bij de EC, welke wordt beoordeeld door
European Food Safety Authority (EFSA). EFSA brengt over de beoordeling van het veiligheidsdossier
een advies uit. Een positieve beoordeling van EFSA vormt de basis van een marktoelating
op de EU-markt na goedkeuring door de EC en de EU-lidstaten. Wanneer bij de veiligheidsbeoordeling
aanwijzingen worden gevonden dat een novel food een allergische reactie zou kunnen
veroorzaken bij consumenten met een bepaalde bekende allergie, worden er etiketteringseisen
gesteld met betrekking tot het desbetreffende allergeen.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het feit dat producten met insecten(-meel) al in de supermarkt liggen,
terwijl Professor Dr Ine van der Fels-Klerx stelt dat de Wageningen University & Research
(WUR) nog volop bezig is met het onderzoek naar de veiligheid hiervan? Hoe beoordeelt
u haar conclusie dat onder andere in het European Food Safety Authority (EFSA) rapport
over de veiligheid van chitine in meelwormen veel data ontbreken en hierdoor een discussie
onmogelijk is?3, 4
Antwoord 4
Zoals in het door u aangehaalde artikel wordt aangegeven, zijn de insecten die nu
als novel food op de markt in de EU zijn toegelaten veilig voor humane consumptie.
Deze insecten zijn uitgebreid op hun veiligheid beoordeeld. Er zijn veel meer soorten
(ongeveer 2100) insecten die wereldwijd door mensen geconsumeerd worden. Zoals aangegeven
in het artikel is er weinig literatuur beschikbaar over de voedselveiligheid van al
die soorten. Dit betekent niet dat het consumeren van deze soorten onveilig is, maar
het is gewoonweg nog niet onderzocht. Het risico ten aanzien van chitine in de kleine
meelworm is meegenomen in de beoordeling van EFSA. EFSA concludeert dat rekening houdend
met de samenstelling en de voorgestelde gebruiksvoorwaarden van de kleine meelworm
de consumptie ervan vanuit voedingsoogpunt geen nadelig effect heeft.
Vraag 5
Bent u op de hoogte van de vele discussies die zich al meer dan 10 jaar lang voordoen,
ook in de Tweede Kamer en het Europees parlement, die vraagtekens plaatsen bij de
onafhankelijkheid van de EFSA, gezien het feit dat u in uw eerdere antwoorden meerdere
malen naar de EFSA als beoordelend instituut van de Europese Unie (EU) verwijst? Kent
u ook het rapport van de Corporate Europe Observatory, die heeft geconcludeerd dat
meer dan de helft van de EFSA onderzoekers banden heeft met de industrie? Hoe beoordeelt
u het feit dat de EFSA de toelating van insecten als consumptiemiddel al gedoogde
voordat de veiligheidsonderzoeken waren afgerond?5, 6, 7, 8, 9
Antwoord 5
Ja, ik ben hiervan op hoogte. Het rapport van Corporate Europe is mij ook bekend.
De onafhankelijkheid van EFSA is essentieel voor het waarborgen van de onpartijdigheid
van de risicobeoordeling van levensmiddelen in Europese verband. Dit onderwerp heeft
de nodige aandacht op bestuurlijk niveau binnen EFSA, wat blijkt uit de meest recente
verslagen van de nieuwe ingestelde Raad van Bestuur van EFSA. De discussies in dit
kader zullen in de komende maanden tot een besluit leiden over het voorkomen van belangenverstrengelingen
bij EFSA-medewerkers. Uw veronderstelling/uitspraak dat de EFSA de toelating van insecten
als consumptiemiddel al gedoogde voordat de veiligheidsonderzoeken waren afgerond
is mij niet bekend en ook onjuist.
Vraag 6
Zou u, ondanks uw antwoord op de vraag dat niet bekend is of individuele insectenkwekers
financiële ondersteuning krijgen, dit toch willen onderzoeken aangezien het hier om
miljoenen euro’s gaat die veelal via regionale investeringsorganen, zoals de Brabantse
Ontwikkelings Maatschappij (BOM) en OostNL uit belastinggeld worden betaald? Kunt
u deze gegevens met de Kamer delen?10, 11
Antwoord 6
Vanuit de ministeries van LNV en VWS worden geen subsidies verstrekt aan individuele
insectenkwekers. In welke mate regionale investeringsorganen dat wel doen wordt niet
centraal bijgehouden en zal veelal vertrouwelijk van aard zijn. Het valt niet onder
de taken van genoemde ministeries deze cijfers te achterhalen.
Vraag 7
Wat vindt u van het bericht dat insectenkwekerij Protifarm uit Ermelo, na het ontvangen
van miljoenen aan Nederlandse subsidies in 2019, deze week Nederland heeft verlaten
en de werknemers op straat staan?12
Antwoord 7
Het bericht dat Protifarm Nederland grotendeels gaat verlaten is geen leuk bericht.
Ik had liever gezien dat het bedrijf in zijn geheel in Nederland was gebleven en zich
hier verder had ontwikkeld. Protifarm is echter een bedrijf dat moet concurreren op
de bestaande markt. Daarbij gelden bedrijfseconomische regels als onder meer het behalen
van voldoende winst en het beheersen van de kosten. Soms moeten er op grond van die
regels indringende besluiten worden genomen. Dat is voor andere bedrijfstakken niet
anders.
Vraag 8
Erkent u dat het concrete doel van het kabinet, om de verhouding tussen dierlijke
en plantaardige eiwitten in het dieet van consumenten in 2030 te laten verschuiven
van een 60/40 procent balans naar een balans van 50/50 procent zoals staat in antwoorden
van Minister van der Wal, kan worden bijgesteld indien uit wetenschappelijk onderzoek
naar voren komt dat dierlijke eiwitten unieke goede eigenschappen bezitten en niet
of deels vervangbaar zijn door plantaardige producten?13
Antwoord 8
Op verzoek van de Minister van LNV en de Staatssecretaris van VWS werkt de Gezondheidsraad
op dit moment aan een advies over de duurzaamheids- en gezondheidsaspecten van de
eiwittransitie in het voedingspatroon, waarbij ook aandacht is voor de verschillende
doelgroepen die er in de populatie zijn. Dit advies richt zich op het huidige 50/50
doel, en een mogelijke verscherping naar 40/60. In het najaar van 2023 wordt dit advies
verwacht, waarna het betrokken zal worden bij het verder vormgeven van het voedselbeleid,
waaronder het beleid op de eiwittransitie. De doelstelling voor 2030 is niet in beton
gegoten, nieuwe wetenschappelijke inzichten of ontwikkelingen kunnen tot een heroverweging
van de doelstelling leiden.
Vraag 9
Schaart u de door de EFSA toegelaten insecten onder de noemer «dierlijk eiwit»? Zo
ja, wat is het percentage dat wordt nagestreefd voor insecten om deel uit te maken
van de 50 procent dierlijke eiwitten in 2030?
Antwoord 9
Voor nu worden insecten inderdaad gezien als dierlijke eiwitten. Er is veel verschil
tussen verschillende dierlijke eiwitbronnen, wanneer we kijken naar bijvoorbeeld broeikasgasemissies
en landgebruik. Voor insecten zijn deze lager dan voor bijvoorbeeld de productie van
rundvlees.
Bij de ambitie voor de eiwittransitie om in 2030 50% van onze eiwitconsumptie te laten
bestaan uit dierlijke eiwitten wordt geen verdere onderverdeling gemaakt in verschillende
voedingsmiddelen (bijvoorbeeld kip, rund of insecten). De basis voor de ambitie op
eiwitconsumptie zijn de adviezen uit de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum, waarbij
zowel gezondheid als duurzaamheid belangrijk zijn.
Vraag 10
Bent u zich ervan bewust dat steeds meer wetenschappelijke onderzoeken inderdaad uitwijzen
dat er geen volwaardige plantaardige vervanging van dierlijke eiwitten bestaat?14
Antwoord 10
Op dit moment wordt veel onderzoek gedaan naar de gezondheids- en duurzaamheidsaspecten
van een meer plantaardig dieet. De Gezondheidsraad neemt in haar advies, zie ook het
antwoord op vraag 8, de laatste stand van de wetenschap mee, waarbij er ook aandacht
is voor de verschillende doelgroepen in de maatschappij.
Het belangrijkste uitgangspunt van het huidige voedselbeleid is een volwaardig voedingspatroon,
waarbij gezondheid en duurzaamheid twee belangrijke pijlers zijn. Dit in lijn met
de adviezen uit de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Aan de eiwitbehoefte van
een volwassene kan met voeding op verschillende manieren voldaan worden. Op dit moment
krijgen de meeste Nederlanders voldoende eiwitten binnen, waarbij een groot gedeelte
van de bevolking zelfs meer eiwitten consumeert dan nodig is. Een belangrijke stap
met betrekking tot onze eiwitconsumptie, gelet op duurzaamheid en gezondheid, is om
gemiddeld in Nederland minder dierlijke eiwitten te consumeren.
Vraag 11
Is er bij de onderzoeken naar de bereiding van insecten, waarbij vaak sprake is van
een langzame dood door uithongering, extreme hitte of kou, rekening gehouden met het
ervaren van pijn van de beestjes?15
Antwoord 11
In een brief aan uw Kamer (kenmerk DGA/19026749) van 11 maart 2019 (Kamerstuk 33 043, nr. 96) heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangegeven aan te sluiten
bij de redeneerlijn van de Raad voor Dierenaangelegenheden dat ook in het geval van
wetenschappelijke onzekerheid of onbekendheid met het voelend vermogen we op basis
van voorzorg ongewervelde dieren behandelen als ware zij voelende wezens en daarmee
dieren van wie we de intrinsieke waarde erkennen. De discussie rond de intrinsieke
waarde is ingewikkeld omdat er verschillende houdingen ten opzichte van insecten in
de samenleving bestaan. Aan de ene kant worden ze als plaagdieren (op soms vreselijke
manieren) bestreden en aan de andere kant leeft de wens verantwoording af te leggen
over de wijze waarop ze als productiedier worden gehouden en gebruikt. Bij het als
productiedier doden van insecten wordt van het laatste uitgegaan.
Vraag 12
Zou u deze vragen zonder uitstel binnen de gebruikelijke tijd willen beantwoorden
in verband met een te organiseren evenement?
Antwoord 12
Dit is helaas niet gelukt. Op 10 mei is er een uitstelbrief verzonden.
Ondertekenaars
-
, -
, -
Eerste ondertekenaar
E.J. Kuipers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
P. Adema, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.