Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Westerveld over het sluiten van zorglocaties voor mensen die intensieve zorg nodig hebben
Vragen van het lid Westerveld (GroenLinks) aan de Minister voor Langdurige Zorg en Sport over het sluiten van zorglocaties voor mensen die intensieve zorg nodig hebben (ingezonden 2 maart 2023).
Antwoord van Minister Helder (Langdurige Zorg en Sport) (ontvangen 18 april 2023).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2022–2023, nr. 1967.
Vraag 1
Bent u bekend met de plannen van zorginstelling Pluryn om zorglocaties in Horst te
sluiten?1,
2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Hoe bekijkt u dit besluit, zeker in het licht van de schaarste aan geschikte plekken
voor mensen met een intensieve zorgvraag?
Wat vindt u ervan dat mensen wiens hele leven zich afspeelt in deze omgeving, noodgedwongen
moeten verhuizen? Deelt u de mening dat dit grote consequenties heeft voor het sociale
netwerk, dagbesteding, relaties met familie en vrienden en dat dit het leven van mensen,
die toch al vaker eenzamer zijn, flink kan ontregelen? Zo ja, wat vindt u ervan dat
dit soort besluiten uit financiële overwegingen genomen worden?
Antwoord 2 en 3
Ik besef dat een verhuizing voor iedereen een ingrijpende gebeurtenis is en dus ook
(en misschien nog wel meer) voor (kwetsbare) mensen met een Wlz-indicatie. Er is echter
geen sprake geweest van een besluit dat alleen gebaseerd is op financiële overwegingen.
Pluryn heeft getracht om de kwaliteit van zorg op de beide zorglocaties in Horst aan
de Maas te verbeteren. Dat is om meerdere redenen (waaronder leegstand en het niet
kunnen aantrekken van vaste medewerkers door krapte op de arbeidsmarkt) niet gelukt.
Daardoor is er langdurig een fors verlies geleden op deze locaties. Dat betekent dat
Pluryn structureel de tekorten aan moet vullen vanuit de middelen voor andere locaties.
Om die reden is het belangrijk dat Pluryn werkt aan een financieel gezonde bedrijfsvoering.
Ook het zorgkantoor geeft aan dit van belang te vinden; de continuïteit van de organisatie
is immers belangrijk voor de zorgplicht voor alle cliënten die zorg ontvangen bij
Pluryn. Het zorgkantoor heeft aangegeven nauw betrokken te zijn en erop toe te zien
dat Pluryn voor alle cliënten een passende nieuwe plek vindt.
Vraag 4
In hoeverre is er sprake van «zorgcontinuiteit» als cliënten noodgedwongen worden
weggerukt uit hun vertrouwde omgeving?
Antwoord 4
Pluryn heeft aangegeven zorgvuldig te werk te willen gaan bij de afbouw van de zorg.
Dat gebeurt in overleg met het zorgkantoor. Verwanten en medewerkers zijn vertegenwoordigd
in een projectgroep. De instelling is met alle 18 cliënten en hun verwanten in gesprek
over hun individuele zorgbehoeften en woonwensen. Ook zijn zij met de gemeente Horst
aan de Maas en andere zorgaanbieders in gesprek om te kijken naar mogelijke oplossingen.
Voor meer dan de helft van het aantal cliënten is inmiddels een geschikte plek gevonden
of in beeld. Pluryn geeft aan er alle vertrouwen in te hebben dat dit ook voor de
anderen lukt, waarbij ze helaas niet kunnen garanderen dat deze alternatieve woonplek
in Horst aan de Maas zal zijn, omdat er in het dorp zelf weinig geschikte zorgplekken
beschikbaar zijn. Pluryn streeft daarom naar een passende woonplek zo dicht mogelijk
in de buurt van Horst aan de Maas.
Vraag 5
Wanneer is het besluit voorgelegd aan de cliëntenraad en andere betrokkenen? Is er
een adviesaanvraag voorgelegd aan de cliëntenraad?
Antwoord 5
Het voorgenomen besluit is in december 2022 voorgelegd aan de cliëntenraad. De cliëntenraad
heeft een positief advies gegeven, met het verzoek aan Pluryn om de cliëntengroep
zoveel mogelijk bij elkaar te houden en voor een passende vervangende woonplek te
zorgen, liefst in Horst. Ook vroeg de cliëntenraad om een sociaal plan voor de bewoners.
Dat plan is volgens Pluryn bijna klaar.
Vraag 6 en 7
Bij wie kunnen cliënten en hun ouders terecht als zij inspraak willen op het besluit
of het proces? Is dat de gemeente, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), het zorgkantoor
of een andere organisatie? Welke organisatie of bestuurslaag is volgens u verantwoordelijk
om deze zaak goed op te pakken?
In hoeverre zijn de gemeenteraden aangesloten van de gemeenten die contracten hebben
Pluryn in Horst? Wordt met de betreffende gemeenten geprobeerd om alternatieve oplossingen
te vinden?
Antwoord 6 en 7
Ouders kunnen een klacht indienen bij de externe klachtencommissie. Dat is ook gebeurd.
De zorg voor cliënten in Horst aan de Maas wordt gefinancierd vanuit de Wlz. Pluryn
heeft een contract met het zorgkantoor. Er zijn geen contracten met gemeenten voor
deze zorg. De gemeente Horst aan de Maas is wel door Pluryn betrokken, omdat de cliënten
inwoners van de gemeente zijn. Er is een bijeenkomst geweest met de gemeente, alle
regionale zorgaanbieders en Pluryn om te kijken naar mogelijke oplossingen.
Vraag 8, 9 en 10
Deelt u de mening dat dit tegen de geest is van de met unanieme steun aangenomen motie,
waarin de negatieve gevolgen worden onderstreept en waarin wordt verzocht te onderzoeken
hoe mensen met een beperking huurbescherming zouden moeten krijgen?
Kunt u aangeven hoe het staat met de uitvoering van deze motie die op 31 mei 2021
is ingediend?3
Wat gaat nu met de cliënten gebeuren nu er vanwege de specifieke zorgvraag vaak geen
passende plekken voorhanden zijn of wachtlijsten dreigen? Wat is de rol van het Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in dit soort situaties of welk ander uitvoeringsorgaan
kan hier een rol van betekenis in spelen? Hoe wordt voorkomen dat cliënten op een
wachtlijst belanden of enkel terecht kunnen op plekken die ver van vrienden en familie
zijn?
Antwoord 8, 9 en 10
Ik vind dat instellingen permanent moeten nadenken over de wijze waarop ze goede zorg
verlenen. Het bieden van een geschikte woonomgeving is daarvan een belangrijk onderdeel.
Een (gedwongen) verhuizing is een ingrijpende gebeurtenis; voor iedereen en dus ook
(en misschien nog wel meer) voor (kwetsbare) mensen met een Wlz-indicatie. Tegelijkertijd
zijn de situaties die vaak genoemd worden bij een gedwongen verhuizing, zoals een
sluiting of een renovatie van een locatie of een samenstelling van een groep die niet
langer passend is, niet altijd te voorkomen.
Bij zorg met verblijf vanuit de Wlz is er geen sprake van huurbescherming. Ook in
reguliere woonsituaties (waarbij wel huurbescherming geldt) kan het echter voorkomen
dat mensen (al dan niet tijdelijk) hun woning moeten verlaten omdat deze gerenoveerd
of gesloopt moet worden omdat deze niet meer aan de eisen van de tijd voldoet. Daarbij
geldt soms dat het belang van toekomstige bewoners ook niet altijd overeenkomt met
de belangen van bestaande bewoners. Het belangrijkste is dat in dat soort situaties
goed – en zo tijdig als mogelijk is – gecommuniceerd wordt met de cliënt en zijn vertegenwoordigers
en in goed overleg gezocht wordt naar alternatieven.
In principe zijn er in de huidige systematiek voldoende «checks and balances» om dit
gesprek te garanderen, zoals de inspraak van cliëntenraden. Ook het zorgkantoor ziet
erop toe dat zorgaanbieders zorgvuldig omgaan met de belangen van bewoners. Ik heb
in zijn algemeenheid geen signalen dat zorgaanbieders onzorgvuldig omgaan met de belangen
van de bewoners van intramurale instellingen en zie dus ook geen noodzaak te onderzoeken
op welke manier de woonplaats beter kan worden beschermd. Ook in de casus in Horst
aan de Maas zie ik dat de instelling zorgvuldig omgaat met de belangen van de bewoners
en met hen en met hun vertegenwoordigers en andere partijen die mogelijk kunnen bijdragen
aan een oplossing in gesprek zijn.
Ik zal dit onderwerp bespreken in overleggen met vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties,
zorgaanbieders en zorgkantoren en vragen om eventuele signalen met mij te delen. Hiermee
geef ik invulling aan de motie van Kamerlid Westerveld (Kamerstuk 35 651, nr. 13).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C. Helder, minister voor Langdurige Zorg en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.