Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op de vragen van de leden Sahla en Werner over het bericht ‘Te groot en vies, in veel gevallen mag de hulphond niet mee, zegt KNGF’
Vragen van leden Sahla (D66) en Werner (CDA) aan de Minister voor Langdurige Zorg en Sport over «het artikel «Te groot en vies», in veel gevallen mag de hulphond niet mee, zegt KNGF» (ingezonden 24 januari 2023).
Antwoord van Minister Helder (Langdurige Zorg en Sport) (ontvangen 13 februari 2023).
Vraag 1 en 2
Heeft u kennisgenomen van het artikel: «Te groot en vies», in veel gevallen mag de
hulphond niet mee, zegt KNGF»?1
Zo ja, herkent u het beeld dat één op de vijf hulp- en geleidehonden de toegang geweigerd
wordt in de winkel?
Antwoord 1 en 2
Ja, ik heb kennis genomen van het artikel. Daarnaast ben ik inderdaad bekend met signalen
dat het voorkomt dat assistentiehonden worden geweigerd in winkels.
Vraag 3
Erkent u dat hulp- en geleidehonden van groot belang zijn voor de mobiliteit van mensen
met een beperking en dat deze honden voor hen dus onmisbaar zijn?
Antwoord 3
Ja. Ik vind het vervelend om te lezen dat assistentiehonden nog steeds worden geweigerd.
Vaak is er sprake van onwetendheid en het ontbreken van een formele definitie van
assistentiehond. Om deze reden ben ik ook de mogelijkheden van een conformiteitenstelsel
aan het onderzoeken (zie de antwoorden op vragen 8 t/m 11).
Vraag 4, 5, 6 en 7
In hoeverre ziet u het weigeren van een hulphond als een schending van artikel 1 van
de Grondwet en het VN-verdrag Handicap?
Hoe kijkt u tegen het opleggen van een juridisch oordeel aan en wat zijn voor- en
nadelen van de inzet van dit instrument?
Deelt u de mening dat een persoon die meermalig te maken heeft gehad met weigering
van de hulphond niet gebaat is bij een niet juridische uitspraak van het College van
de Rechten van de Mens?
Deelt u de mening dat een niet juridische uitspraak van het College van de Rechten
van de Mens het probleem dat mensen met een hulphond worden geweigerd, niet volledig
zal oplossen?
Antwoord 4, 5, 6 en 7
De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) bepaalt
dat toelaten van assistentiehonden verplicht is in het kader van een doeltreffende
aanpassing van de toegankelijkheid. Helaas komt het nog voor dat assistentiehonden
worden geweigerd. Om deze reden is het belangrijk dat dergelijke voorvallen ook kunnen
worden voorgelegd aan het College van de Rechten van de Mens.
De procedure bij het College van de Rechten van de Mens is laagdrempelig en kosteloos.
Partijen kunnen zich laten bijstaan door een advocaat of een rechtshulpverlener, maar
dit is niet verplicht. Met de mogelijkheden om naar het College te stappen wordt voorzien
in een systeem van laagdrempelige rechtsbescherming. Het College toetst een dergelijk
verzoek aan de Wgbh/cz en het oordeel daarover is dus een juridisch oordeel dat echter
niet bindend is. Indien het College concludeert dat sprake is van verboden onderscheid,
vindt wel follow-up plaats. Daarbij wordt aan de verwerende partij die in het ongelijk
is gesteld gevraagd welke maatregelen naar aanleiding van het oordeel worden getroffen.
Uit de meest recente cijfers van het College blijkt dat in 88% van de gevallen het
oordeel aanleiding is om maatregelen te treffen2.
Een oordeel van het College zorgt er in veel gevallen voor dat de kwestie waarover
wordt geklaagd naar tevredenheid wordt opgelost. In dat verband kan ook nog worden
opgemerkt dat partijen met enige regelmaat na het indienen van de klacht bij een College
tot een schikking komen, vóórdat er een zitting heeft plaatsgevonden of uitspraak
is gedaan. Hierdoor heeft de persoon die geweigerd wordt wel degelijk belang om naar
het College te stappen. Indien de kwestie niet naar tevredenheid is opgelost, dan
kan de zaak alsnog aan de rechter worden voorgelegd. Het staat de klagende partij
natuurlijk vrij om buiten de weg naar het College om een zaak bij de rechter aanhangig
te maken.
Vraag 8, 9, 10 en 11
Hoe zet u zich in om de toegang tot publieke voorzieningen voor geleidehonden te verbeteren?
Ziet u mogelijkheden om de kennis over geleidehonden te verbeteren?
Ziet u mogelijkheden om de meldstructuur voor weigering te verbeteren?
Ziet u nog mogelijkheden om de herkenbaarheid van hulphonden te verbeteren, bijvoorbeeld
door te vragen hulphondenscholen om een gezamenlijk harnas te ontwikkelen voor de
hulphond, zodat herkenning van een hulphond eenvoudiger is?
Antwoord 8, 9, 10 en 11
Vorig jaar heb ik een rapport aan uw Kamer gestuurd over een mogelijk conformiteitenstelsel:
dat is een certificeringsstelsel voor assistentiehondenscholen3. Op dit moment ben ik aan het onderzoeken welke vervolgstappen mogelijk zijn. Daarbij
zijn er diverse vraagstukken, zoals het onderbrengen van een certificeringsorganisatie,
eventuele veranderingen in wet- en regelgeving, communicatie en uniforme herkenbaarheid
van assistentiehonden. Ik wil in verband met het conformiteitenstelsel tegelijkertijd
bekijken hoe de kennis over assistentiehonden kan worden vergroot, met name in sectoren
waar bekend is dat er relatief veel toegangsweigeringen zijn.
Op dit moment is er geen meldstructuur voor toegangsweigeringen van assistentiehonden.
Meldingen komen binnen bij bijvoorbeeld gebruikersverenigingen of hondenscholen. In
het kader van het conformiteitenstelsel wil ik met de branche overleggen of het mogelijk
zou zijn om meldingencijfers op één plaats te bundelen voor een beter overzicht.
Vraag 12 en 13
Kunt u aangeven wat de stand van zaken is omtrent het Europese normalisatietraject
voor assistentiehonden? Deelt u de mening dat er, bij ontbreken aan een Europese normalisatie
van de hulphond scholen, er een Nederlands keurmerk moet zijn de hulphond scholen?
Zo niet, welke obstakels staan er voor u in de weg om dit Nederlandse keurmerk voor
alle hulphondenscholen in te voeren?
Antwoord 12 en 13
Op dit moment wordt er gewerkt aan het Europees normalisatietraject voor assistentiehondennormen.
Via normalisatieinstituut NEN nemen ook experts vanuit Nederland zitting in de diverse
werkgroepen. Er is nog geen einddatum van dit traject bekend. Ik ben ook aan het onderzoeken
of het mogelijk is om in de tussentijd nationale afspraken te maken over de definitie
van assistentiehond en certificatie van hondenscholen. Echter hangt dit weer samen
met het vraagstuk of er wijzigingen in Nederlandse wet- en regelgeving nodig zijn
om een dergelijk conformiteitenstelsel te starten. Indien een tijdelijk stelsel te
lang duurt om op te starten omdat wet- en regelgeving moet worden gewijzigd, kan beter
worden ingezet op een goede start van het conformiteitenstelsel zodra de Europese
normen gereed zijn.
Vraag 14
Kent u het signaal van het Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds (KNGF) dat internationale
regels voor het toelaten van een geleidehond in het openbaar vervoer en vliegverkeer
beter met elkaar afgestemd kunnen worden? Gaat u in gesprek met uw collega de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat over hoe dit kan worden verbeterd?
Antwoord 14
Het signaal herken ik. De rijksoverheid zet zich op EU-niveau in voor geharmoniseerde
regels omtrent assistentiehonden. Zie verder het antwoord op vraag 12. Hier zal ik
over in gesprek treden met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C. Helder, minister voor Langdurige Zorg en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.