Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Paul over koppelverkoop door educatieve uitgeverijen
Vragen van het lid Paul (VVD) aan de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs over koppelverkoop door educatieve uitgeverijen (ingezonden 21 april 2022).
Antwoord van Minister Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs) (ontvangen 28 juni
2022). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2021–2022, nr. 2820.
Vraag 1
Bent u bekend met het LiFo-systeem1, waarmee de grote educatieve uitgeverijen het scholen onmogelijk maken om alleen
een boek aan te schaffen, zonder ook een online licentie aan te schaffen die maar
beperkte tijd geldig is?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het licentie-folio ofwel LiFo-product. Dit wordt in het voortgezet
onderwijs aangeboden door diverse grotere uitgevers voor het merendeel van hun methoden.
Hierbij schaft de school een licentie aan voor het gebruik van het digitale leermateriaal.
Daarmee krijgt een leerling toegang tot de gehele digitale methode, voor alle leerjaren
en alle onderwijsniveaus. De school heeft vervolgens de optie om daar ook een papieren
exemplaar (folio) bij aan te schaffen in de vorm van een leerwerkboek, waarin leerlingen
ook aantekeningen kunnen maken. Het leerwerkboek is verbruiksmateriaal dat door de
leerling kan worden behouden; het hoeft niet terug naar het leermiddelenfonds van
de school of naar de distributeur.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het LiFo-systeem een vorm van koppelverkoop kan zijn, omdat
scholen vaak een lesboek willen aanschaffen en niet zozeer een online licentie?
Antwoord 2
Koppelverkoop is een vorm van misbruik van een economische machtspositie. Het is aan
de Autoriteit Consument en Markt (ACM) om koppelverkoop in specifieke gevallen vast
te stellen. Dit vergt gedegen onderzoek en is niet op voorhand in te schatten. Ik
ben bereid om hierover met de ACM in gesprek te gaan, maar de ACM bepaalt als onafhankelijke
toezichthouder haar eigen werkagenda.
Het is aan scholen om leermiddelen te kiezen die passen bij hun leerlingpopulatie
en hun visie. Zij kunnen hierbij naast het aanbod van uitgeverijen gebruik maken van
open leermiddelen. In het keuzeproces van scholen spelen meerdere factoren een rol,
zoals inhoud, vorm, gebruiksgemak, kwaliteit en kosten. Scholen kunnen in hun aanbestedingen
aangeven in welke vorm zij de leermiddelen uitgeleverd willen zien.
Vraag 3
Deelt u de mening dat een jaarlijks te betalen licentie voor een lesmethode scholen
onnodig op kosten jaagt en duurzaam gebruik van schoolmaterialen tegengaat? En deelt
u het standpunt dat deze praktijken van educatieve uitgeverijen indruisen tegen onze
publieke taak om efficiënt en verstandig om te gaan met de (schaarse) middelen die
beschikbaar zijn voor het onderwijs?
Antwoord 3
Er zitten verschillende aspecten aan het gebruik van licenties. Enerzijds is het een
antwoord van uitgevers op de behoefte van scholen om leermiddelen flexibeler in te
zetten, zodat zij het onderwijs beter op de leerling kunnen afstemmen. Tegelijkertijd
is er bij scholen behoefte om vrij te kunnen kiezen voor een digitale of een foliovariant
en bestaan er zorgen over de stijgende kosten van leermiddelen.Indien de vraag van
scholen verandert kunnen zij dit in hun aanbestedingen opnemen. SIVON ondersteunt
scholen en besturen bij het articuleren en bundelen van de vraag in de markt, zodat
aanbieders daar goed op kunnen inspelen.
Ik vind het belangrijk dat leermiddelen kwalitatief goed zijn en scholen voldoende
keus in leermiddelen hebben voor een aanvaardbare prijs. Een goede werking van de
leermiddelenmarkt is nodig om dit te bereiken. Na de zomer stuur ik uw Kamer een beleidsreactie
op de evaluatie van de Wet Gratis Schoolboeken (WGS), waar ik dieper inga op de werking
van de leermiddelenmarkt en welke maatregelen ik wil nemen zodat de kwaliteit, keuzevrijheid
en betaalbaarheid van leermiddelen geborgd wordt.2
Vraag 4
Heeft u al geïnventariseerd hoe vaak het LiFo-systeem gebruikt wordt voor nieuw ontwikkelde
lesmethodes? Zo niet, bent u bereid dit te doen?
Antwoord 4
De werking van de WGS wordt periodiek geëvalueerd, waarbij ook de ontwikkelingen aan
de aanbodzijde in de leermiddelenmarkt in kaart worden gebracht. Uit de meest recente
evaluatie van de WGS blijkt dat meer dan 40 procent van de scholen voor één of meerdere
vakken met LiFo werkt.3
Vraag 5
Bent u bereid het gesprek aan te gaan met de educatieve uitgeverijen over oneigenlijk
gebruik van het LiFo-systeem?
Antwoord 5
Ik vind het prematuur om uit te gaan van oneigenlijk gebruik van het LiFo-product.
Zie ook mijn antwoord op vraag 2.
Het is primair aan uitgevers, schoolbesturen, scholen en leraren om de professionele
dialoog te voeren over de pluriformiteit, inhoud, vorm, kwaliteit en prijs van leermiddelen.
Ik roep scholen op zich aan te sluiten bij de coöperatie SIVON en hun wensen ten aanzien
van folio en/of digitale leermiddelen te bundelen en scherp te articuleren in gezamenlijke
aanbestedingen op de markt.
Vraag 6
Bent u bereid om de Autoriteit Consument & Markt op te roepen om dit fenomeen te onderzoeken
en, indien mogelijk, aan banden te leggen?
Antwoord 6
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Vraag 7
Welke instrumenten heeft u om oneigenlijk gebruik van dit verdienmodel in te perken?
Bent u bereid deze in te zetten?
Antwoord 7
Zie mijn antwoorden op vraag 2, 5 en 6.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.D. Wiersma, minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.