Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Sjoerdsma, Agnes Mulder, Piri, Kuzu, Teunissen, Stoffer, Jasper van Dijk, Van der Lee, Brekelmans en Dassen over het gebrek aan humanitaire toegang in de Tigray-regio in Ethiopië
Vragen van de leden Sjoerdsma (D66), Agnes Mulder (CDA), Piri (PvdA), Kuzu (DENK), Teunissen (PvdD), Stoffer (SGP), Jasper van Dijk (SP), Van der Lee (GroenLinks), Brekelmans (VVD) en Dassen (Volt) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het gebrek aan humanitaire toegang tot de Tigray-regio in Ethiopië (ingezonden 10 juni 2022).
Antwoord van Minister Hoekstra (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 16 juni 2022).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Learn lessons of Rwandan genocide and act now to stop
Ethiopian war, UN urged»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de VN-Mensenrechtenraad vrij onderzoek moet kunnen doen naar
oorlogsmisdaden en dat de Ethiopische regering hier volledige medewerking aan moet
verlenen?
Antwoord 2
Ja, die mening deel ik. Nederland heeft dit herhaaldelijk uitgedragen in contacten
met de Ethiopische regering. Overigens vindt Nederland ook dat oppositiebeweging TPLF
toegang moet bieden tot de gebieden onder haar controle, omdat ook onderzoek gedaan
moet worden naar mensenrechtenschendingen waarvan Tigrese strijders worden beschuldigd.
Vraag 3
Van welk aantallen burgerslachtoffers die sinds het begin van het conflict zijn omgekomen
in Ethiopië, gaat u uit? Welk aantal wijst u daarbij toe aan de regio Tigray?
Antwoord 3
Het is onmogelijk een exact aantal burgerslachtoffers te geven in het conflict in
Noord-Ethiopië. De Tigray-regio is in sterke mate afgesloten van de buitenwereld.
Journalisten, hulpverleners, onderzoekers, en diplomaten hebben slechts zeer beperkt
toegang gekregen tot de regio door een combinatie van veiligheidsrisico’s, (bewuste)
administratieve obstakels en logistieke problemen.
Desondanks is het duidelijk dat er sprake is van zeer hoge aantallen slachtoffers.
De Universiteit Gent heeft eerder dit jaar, mede op basis van de zogenaamde Integrated Food Security Phase Classification van de VN en cijfers van de Wereldbank, een schatting gepubliceerd die uitgaat van
300.000–500.000 slachtoffers die overleden zijn als direct en indirect gevolg van
het conflict in Tigray. Deze cijfers maken geen specifiek onderscheid tussen burgerslachtoffers
en slachtoffers onder de strijdende partijen. Dit is, gezien het gebrek aan geverifieerde
informatie, ook niet mogelijk.
Vraag 4
Is er sprake, of sprake geweest, van een overtreding van de Wet Internationale Misdrijven
(WIM)? Zo ja, dient Nederland daarop te acteren en op welke manier? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 4
Het is aan het OM om een oordeel te vormen over de vraag of er sprake is van een verdenking
op basis van de Wet Internationale Misdrijven.
Vraag 5
Schat u in dat er sprake is geweest van ernstige mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden?
Zo ja, wat kan er gedaan worden om bewijzen te verzamelen en toekomstige vervolging
van daders mogelijk te maken?
Antwoord 5
Ja, de inschatting is dat er inderdaad sprake geweest is van ernstige mensenrechtenschendingen
en oorlogsmisdrijven. Dit is ook de conclusie van een gezamenlijk onderzoeksrapport
van het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) en de Ethiopische
Mensenrechtencommissie (EHRC)2. In dit rapport worden Ethiopische federale troepen, milities uit de Amhara regio,
Tigrese troepen, en troepen uit Eritrea, allen beschuldigd van ernstige mensenrechtenschendingen.
Deze conclusie wordt verder gestaafd door een groot aantal onderzoeken van onafhankelijke
mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International, Human Rights Watch, en internationale
mediaorganisaties.
Het gezamenlijke onderzoek van OHCHR en de EHRC heeft ook een aanzet gedaan tot het
verzamelen van bewijsmateriaal dat toekomstige vervolging moet kunnen ondersteunen.
Eind 2021 heeft de Ethiopische regering een task force opgericht, bestaande uit vertegenwoordigers van de verschillende ministeries, om
onder meer daders te vervolgen. Nederland volgt dit proces nauwgezet.
Tevens heeft de Mensenrechtenraad van de VN in december 2021 een speciale onderzoekscommissie
opgezet die verder onderzoek moet doen naar mensenrechtenschendingen in het conflict
in Noord-Ethiopië. Bewijzen verzameld tijdens dit onderzoek kunnen dienen ter ondersteuning
van toekomstige vervolgingen van daders.
Vraag 6
Kunt u inzage geven of er sprake is van buitenlandse inmenging in het conflict?
Antwoord 6
Ja, er is sprake van buitenlandse inmenging in het conflict. Eritrese troepen hebben
op verzoek van de Ethiopische regering actief meegevochten aan de zijde van de Ethiopische
federale overheid. Sporadisch is er nog altijd sprake van gevechten tussen Eritrese
troepen en troepen uit Tigray en de situatie aan de grens blijft gespannen. Nederland
heeft zich herhaaldelijk aangesloten bij oproepen van EU en andere gelijkgezinden
tot terugtrekking van deze Eritrese troepen als onderdeel van een politieke oplossing
van het conflict.
Daarnaast hebben verschillende landen wapens geleverd aan de strijdende partijen,
die invloed hebben gehad op het verloop van het conflict. Nederland heeft daarom,
in lijn met de motie Sjoerdsma3, in de RBZ gepleit voor een EU-wapenembargo op Ethiopië. Daar was indertijd niet
voldoende draagvlak voor.
Vraag 7
Is er sprake, of sprake geweest, van een overtreding van VNVR-resolutie 2417 (2018)?
Zo ja, wat voor consequenties heeft dit voor de Ethiopische regering?
Antwoord 7
Overtreding van resolutie 2417 is een zware beschuldiging. Daarom hecht Nederland
aan een gedegen onderbouwing, op grond van onafhankelijk onderzoek. Er bestaan aanwijzingen
dat het gebrek aan voedsel inderdaad gebruikt is als oorlogswapen gedurende het conflict.
Hoge functionarissen van de VN en EU, evenals rapporten van mediaorganisaties, maken
hier melding van. Het gezamenlijke rapport van de OHCHR en EHRC van november 2021
concludeerde echter dat beide organisaties niet konden verifiëren of honger ingezet
is als oorlogswapen, en riep op tot verder onderzoek naar obstructie van de leveranties
van humanitaire hulp aan de getroffen bevolking.
Nederland heeft bij de nieuwe onderzoekscommissie van de VN-Mensenrechtenraad voor
Ethiopië aangegeven dat het mogelijke gebruik van honger als oorlogswapen, evenals
de blokkade van humanitaire hulp, een belangrijk zorgpunt is en dat verder onderzoek
van groot belang is.
Vraag 8
Kunt u er in Europees en internationaal verband voor pleiten om de druk op de Ethiopische
regering en het Volksbevrijdingsfront van Tigray (TPLF) maximaal te verhogen om de
humanitaire toegang aan Tigray te behouden en te versnellen en ervoor zorgen dat burgers
niet langer het slachtoffer worden van het interne conflict tussen strijdende groepen
in Ethiopië?
Antwoord 8
Nederland pleit er zowel in EU als VN verband voor dat de humanitaire toegang tot
de bevolking van Tigray en andere getroffen gebieden in Noord-Ethiopië verbetert.
Dit is een van de grootste prioriteiten voor de EU in Ethiopië, samen met overeenkomen
van een staakt-het-vuren en de vervolging en berechting van vermeende daders van mensenrechtenschendingen.
De EU heeft deze drie voorwaarden consequent uitgedragen richting de strijdende partijen,
en duidelijk gemaakt dat normalisering van de betrekkingen tussen de EU en Ethiopië
afhankelijk is van vooruitgang op deze drie punten. Nederland heeft zelf deze boodschap
ook actief uitgedragen, inclusief in de VN en Internationale Financiële Instellingen.
Dit heeft ook tot enkele resultaten geleid. Druk van de EU, in nauwe samenwerking
met onder meer de gezanten van de Afrikaanse Unie en de VS, heeft een belangrijke
rol gespeeld in het toegenomen aantal trucks met hulpgoederen dat de Tigray regio
binnen is gekomen. Tevens heeft de aanhoudende druk ertoe geleid dat de Ethiopische
regering geen verder militair offensief heeft ingezet, en dat Tigrese troepen zich
grotendeels hebben teruggetrokken uit naburige regio’s. Dit is positief, maar nog
niet voldoende. Nederland zal zich in blijven zetten, in EU- en internationaal verband,
op de hierboven genoemde drie prioriteiten.
Vraag 9
Kunt u ervoor pleiten dat de VN, de EU, en andere gelijkgestemde partners zoals de
VS en het VK persoonsgerichte sancties opleggen aan de Ethiopische regering en het
Volksbevrijdingsfront van Tigray (TPLF), indien er inderdaad sprake is van grove overtredingen
van het volkenrecht?
Antwoord 9
Nederland heeft meerdere malen, binnen de EU, ook binnen de RBZ, actief gepleit voor
sancties tegen partijen die hulp blokkeren, die een politiek proces tegenhouden, en
die verantwoordelijk zijn voor grootschalige mensenrechtenschendingen. Daar bleek
indertijd geen draagvlak voor te zijn binnen de EU. De Kamer is daarover ook geïnformeerd.4
Nederland denkt dat sancties tot de mogelijkheden moeten behoren indien dit bijdraagt
aan vooruitgang op de drie voorwaarden van de EU. Sancties zijn daarbij niet bedoeld
om verantwoording af te dwingen, maar als politiek instrument om deze vooruitgang
te bewerkstelligen.
Nu in de afgelopen maanden het conflict enigszins is gede-escaleerd, humanitaire toegang
is verbeterd, en er een begin gemaakt is door de Ethiopische regering met verantwoording,
zal het draagvlak in EU-verband om sancties in te voeren heel beperkt zijn. Mocht
de situatie daartoe aanleiding geven, dan ben ik zeker bereid de sanctiediscussie
wederom in EU-verband aan te gaan.
Vraag 10
Wordt er in VN-verband gesproken over het creëren van veilige zones in de regio rondom
Tigray, waar burgers naar toe kunnen vluchten om te ontsnappen aan het geweld en de
juiste voeding en medische hulp toegediend kunnen krijgen? Acht u dit nodig? Zo nee,
waarom niet? Zo ja, kunt u hiervoor pleiten en kunt u de Kamer hierover informeren?
Antwoord 10
Op dit moment wordt in VN-verband niet gesproken over het creëren van veilige zones
in de regio rondom Tigray. In de regio’s rondom Tigray (Afar en Amhara) is geweld
op dit moment grotendeels gestopt en keren intern ontheemden weer terug naar hun huizen.
Met uitzondering van West-Tigray, heeft de oppositiebeweging TPLF de controle over
het grondgebied van Tigray. De veiligheidssituatie is op dit moment relatief kalm.
Burgers hebben dringend behoefte aan voedsel en medische hulp. Die hulp ontvangen
zij het liefst in Tigray in plaats van in naburige regio’s, waar men zich onveilig
voelt omdat daar grote animositeit heerst jegens Tigreëers. Voor Nederland is het
van belang dat hulp alle mensen bereikt die getroffen zijn, ongeacht waar ze zich
bevinden, in lijn met de humanitaire principes.
Vraag 11
Kunt u zich tevens inzetten voor persvrijheid in de Tigray-regio, zodat journalisten
op locatie onderzoek en verslag kunnen doen van de mensenrechtenschendingen? Zo ja,
op welke manier gaat Nederland dit in gezamenlijkheid met partners afdwingen?
Antwoord 11
Onder Premier Abiy Ahmed was de afgelopen jaren meer vrijheid gekomen voor journalisten
om hun werk te doen. Sinds de uitbraak van de oorlog in Noord-Ethiopië is de persvrijheid
echter weer ingeperkt. Zowel nationale als internationale journalisten wordt het werk
sterk belemmerd, met name waar het onafhankelijke berichtgeving betreft over de oorlog.
Nederland zet zich specifiek in op dit thema en spreekt de Ethiopische regering hierop
aan. De ambassade in Addis Abeba is onder meer co-voorzitter van de Media Freedom Coalition.
Binnen de regio Tigray is TPLF aan de macht. Nederland onderhoudt geen direct regulier
contact met TPLF. Vanuit de EU-instellingen is de EU Speciaal Gezant voor de Hoorn
van Afrika gemandateerd om contact te onderhouden met de TPLF ter bevordering van
het vredesproces. Nederland zal in overleg gaan met de EU Speciaal Gezant of het mogelijk
en wenselijk is specifiek te vragen om toegang voor journalisten tot Tigray om onderzoek
te doen naar de situatie ter plaatse, inclusief mensenrechtenschendingen.
Vraag 12
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 12
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.B. Hoekstra, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.