Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kröger over de gevolgen van een uitspraak van de Raad van State over de overdracht van vreemdelingen aan Kroatië
Vragen van het lid Kröger (GroenLinks) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de gevolgen van een uitspraak van de Raad van State over de overdracht van vreemdelingen aan Kroatië (ingezonden 3 mei 2022).
Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Justitie en Veiligheid), mede namens de
Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 10 juni 2022). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2021–2022, nr. 2843.
Vraag 1
Kent u de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat
u er niet langer zonder nader onderzoek vanuit kan gaan dat Kroatië zich bij de overdracht
van vreemdelingen aan de eisen van het EVRM houdt?1 Kent u de berichten over aanhoudende betrokkenheid van Frontex bij illegale pushbacks,
bijvoorbeeld bij het weren van honderden migranten bij de Griekse kust?2 Wat is uw reactie op het aftreden van Frontex-hoofd Leggeri?3 Wat vindt u van deze berichten? Bent u het eens dat operaties van Frontex moeten
worden stopgezet zolang deze pushbacks blijven doorgaan? Zo nee, waarom niet? Aan
welke voorwaarden moet wat u betreft de opvolger van Leggeri voldoen? Bent u van plan
te eisen dat het nieuwe Frontex-hoofd zo snel mogelijke de toepassing van pushbacks
beëindigt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1
Ik ben bekend met de twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State van 13 april 2022. In de Kamerbrief van 25 mei 2022 ben ik ingegaan op de
gevolgen van deze uitspraken voor in Nederland ingediende asielverzoeken waarvoor
Kroatië ingevolge de EU-Dublinverordening de primair verantwoordelijke lidstaat is.
Ik ben ook bekend met de berichtgeving over vermeende betrokkenheid van Frontex bij
illegale pushbacks. Het kabinet neemt de berichtgeving ten aanzien van de situatie
van het Agentschap zeer serieus en benadrukt in contacten het belang van naleven van
fundamentele rechten. Dit is al meermaals benoemd en zal de komende kabinetsperiode
opgebracht blijven worden, in bilaterale contacten met lidstaten of de Commissie en
binnen de daarvoor bestemde EU-gremia zoals de Frontex Management Board. Ten aanzien
van het aftreden van de Uitvoerend Directeur heeft de Frontex Management Board een
statement op de website van Frontex laten plaatsen. De voormalig Uitvoerend Directeur
heeft in een speciaal daarvoor bijeengeroepen Management Board gereageerd op het vertrouwelijke
OLAF-rapport en heeft daarbij kenbaar gemaakt zijn taken neer te leggen. De Management
Board heeft zijn ontslag geaccepteerd. Aan de opvolging van het OLAF-rapport moet
in EU-verband invulling worden gegeven, de Management Board voorop, in samenwerking
met de Commissie en alle lidstaten. In de Management Board van juni 2022 wordt de
Uitvoerend Directeur ad interim gekozen. Tegelijkertijd werkt de Europese Commissie
aan het wervingsproces om een nieuwe Uitvoerend Directeur aan te stellen. De functieomschrijving,
bevoegdheden, verantwoordingsplicht en het proces van benoeming van de Uitvoerend
Directeur volgen rechtstreeks uit de Europese grens- en kustwacht verordening 2019/18964. Het kabinet onderschrijft dat er uitdagingen zijn voor het Agentschap, zoals beschreven
in de verschillende rapporten ten aanzien van de waarborging van fundamentele rechten,
strategische sturing en het gegroeide mandaat van Frontex. Er ligt voor de Uitvoerend
Directeur, samen met de Management Board, dus een belangrijke taak. Het is daarom
van groot belang dat het wervingsproces spoedig en adequaat plaats vindt. Uw Kamer
wordt voor het zomerreces verder uitgebreid geïnformeerd over de Nederlandse inzet
inzake Frontex middels de jaarlijkse brief.
Vraag 2 en 3
Wat vindt u van de vaststelling van de Raad van State dat pushbacks op grote schaal
en al lange tijd plaatsvinden aan de buitengrens van Kroatië en dat het risico op
pushbacks ook bestaat voor vreemdelingen die door Kroatië opnieuw zijn toegelaten
vanuit andere lidstaten en/of zich al langere tijd dieper in het binnenland van Kroatië
begeven?
Welke consequenties heeft de uitspraak van de Raad van State dat vreemdelingen niet
zonder voorafgaand eigen onderzoek naar de actuele feiten en omstandigheden op grond
van de Dublinverordening mogen worden overgedragen aan Kroatië? Bent u bereid het
gevraagde onderzoek uit te voeren en zo ja, op welke termijn? Bent u bereid in afwachting
van het gevraagde onderzoek af te zien van overdrachten aan Kroatië en betrokken vreemdelingen
in staat te stellen een asielverzoek in Nederland in te dienen?
Antwoord 2 en 3
Zoals toegelicht in de reeds genoemde Kamerbrief van 25 mei 2022, moet nader onderzoek
worden gedaan naar de actuele situatie van Dublinclaimanten in Kroatië. Om uitvoering
te geven aan deze onderzoeksopdracht die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State feitelijk heeft gegeven, zet ik mij ervoor in voldoende aanvullende informatie
hierover te verzamelen. Vervolgens zal ik bezien of deze informatie leidt tot de conclusie
dat Kroatië zich aan zijn internationale verplichtingen ten aanzien van Dublinclaimanten
houdt. Hierbij betrek ik ook rapportages van het – in de zomer van 2021 opgerichte –
onafhankelijke Kroatische grensmonitoringsmechanisme en eventuele andere rapporten
van latere datum die nog niet bij de Afdelingsuitspraken van 13 april jl. zijn betrokken.
Tot die tijd worden vanuit Nederland geen asielzoekers op grond van de Dublinverordening
overgedragen aan Kroatië. Zaken waarin de in de Dublinverordening neergelegde uiterste
overdrachtsdatum verstrijkt, zal Nederland aan zich trekken. De betreffende vreemdelingen
zullen tot de Nederlandse asielprocedure worden toegelaten en hun zaken worden inhoudelijk
behandeld door de IND.
Vraag 4
Bent u het eens dat in beginsel moet worden afgezien van een overdracht aan een EU-lidstaat
waar de toegang tot een asielprocedure wordt geweigerd? Zo ja, welke consequenties
heeft deze uitspraak van de Raad van State voor eventuele overdrachten van vreemdelingen
naar andere lidstaten waar overweldigend bewijs is voor aanhoudende en systematische
pushbacks, zoals in Griekenland?
Antwoord 4
Lidstaten van de Europese Unie mogen er, op basis van het zogenoemde interstatelijk
vertrouwensbeginsel, in principe van uitgaan dat andere lidstaten voldoen aan de verplichtingen
die uit het Unierecht voorvloeien. Op basis van dat beginsel, verankerd in de Dublinverordening,
wordt o.a. aangenomen dat de lidstaten asielzoekers niet zullen behandelen in strijd
met de rechten zoals beschermd door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
(verder: EVRM). Toch kan er aanleiding zijn voor nader onderzoek als wordt getwijfeld
of de situatie in een andere Europese lidstaat voldoet aan de eisen van het EVRM.
Bij de beantwoording van die vraag zal eerst moeten worden bezien of sprake is van
een zogenoemde «fundamentele systeemfout» in de asielprocedure van de betrokken lidstaat
in de zin van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening, die de bijzonder hoge
drempel van zwaarwegendheid bereikt. Als die vraag bevestigend wordt beantwoord, moet
vervolgens worden bezien of die fundamentele systeemfout in de asielprocedure ook
relevant is voor personen die onder de Dublinverordening terug moeten keren naar dat
land. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt in algemene zin
immers dat het bestaan van pushbacks aan de buitengrenzen op zichzelf niet maakt dat
Dublinclaimanten niet overgedragen kunnen worden. De uitspraak van de Afdeling gaat
specifiek over de relatie tussen pushbacks en de asielprocedure in Kroatië en heeft
dus geen direct gevolg voor mijn beleid ten aanzien van Dublinoverdrachten aan andere
EU-lidstaten.
Vraag 5
Bent u bereid een analyse te maken van EU-landen waar het risico bestaat dat vreemdelingen
worden uitgezet op basis van reeds bestaand onderzoek van de VN, Human Rights Watch,
nationale autoriteiten als de Ombudsman, het Europees Parlement, onderzoeksjournalisten
en non-gouvermentele organisaties (ngo's) naar pushbacks en deze zo spoedig mogelijk
met de Kamer te delen?
Antwoord 5
Uw vraag interpreteer ik zo dat u wilt weten ten aanzien van welke EU-landen die gebonden
zijn aan de Dublinverordening er thans niet (meer) op voorhand van uit kan worden
gegaan dat Dublinclaimanten na overdracht geen reëel risico op een schending van artikel
3 (en artikel 5) van het EVRM dan wel artikel 4 (en artikel 6) van het EU Handvest
lopen. Op dit moment vinden er naar aanleiding van Afdelingsuitspraken geen overdrachten
in het kader van de Dublinverordening plaats naar Griekenland5, Malta6, Hongarije7 en Kroatië. In de betreffende uitspraken heeft de Afdeling, kort gezegd, geoordeeld
dat nadere informatie noodzakelijk is om tot de conclusie te komen dat door overdracht
van de vreemdeling aan de betreffende Dublinstaat geen situatie zal ontstaan in strijd
met artikel 4 (of artikel 6) van het EU-Handvest of artikel 3 (hetzij artikel 5) van
het EVRM. De door de Afdeling geconstateerde motiveringsgebreken die tot nader onderzoek
nopen, zien onder meer op detentieomstandigheden, opvangvoorzieningen en toegang tot
rechtshulp voor vreemdelingen.
Vraag 6 en 7
Deelt u het recente oordeel van de VN Hoge Commissaris voor Vluchtelingen dat de situatie
aan de Europese buitengrenzen «juridisch en moreel onaanvaardbaar» is en dat deze
systematische praktijk moet stoppen?8 Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid de aanhoudende illegale pushbacks aan de Europese buitengrenzen te agenderen
op de komende JBZ-Raad? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6 en 7
Het kabinet acht het van wezenlijk belang dat aan de EU-buitengrenzen in lijn met
internationaal en Europees recht gehandeld wordt en benadrukt daarbij de verplichting
tot het waarborgen van fundamentele rechten. Het kabinet neemt dan ook actief stelling
tegen pushbacks, en spreekt zich daarover uit, zowel in bilateraal verband als in
diverse internationale gremia, bij (hoog)ambtelijke contacten, op ministerieel niveau en op het niveau van regeringsleiders.
Lidstaten van de Europese Unie zijn zelf primair verantwoordelijk voor de uitvoering
van grensbewaking. Lidstaten bepalen dus zelf, met inachtneming van het Unierecht
zoals de Schengengrenscode, wie zij toegang tot hun grensgebied verschaffen. Daarbij
dienen zij internationale verplichtingen na te leven.
Het onderwerp grensbewaking, met inbegrip van het waarborgen van fundamentele rechten,
wordt in Europa regelmatig besproken op ministerieel niveau in de JBZ-Raad. Wanneer
dat het geval is benadrukt het kabinet de verplichting tot het waarborgen van fundamentele
rechten.
Op de JBZ-Raad van 9–10 juni wordt tijdens de lunch gesproken over Frontex. Hierover
is uw Kamer zoals gebruikelijk geïnformeerd in de geannoteerde agenda voor de JBZ-Raad.
Vraag 8
Bent u het eens dat EU-fondsen voor grensbewaking alleen mogen worden uitgekeerd aan
EU-lidstaten die zich houden aan het EVRM en alle asielzoekers toegang verlenen tot
een asielprocedure? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Regels omtrent financiering van activiteiten uit Europese fondsen voor grenstoezicht
zijn vastgesteld in verordeningen. In de verordening voor het fonds voor geïntegreerd
grensbeheer (BMVI) is reeds opgenomen dat de activiteiten die gefinancierd worden
moeten voldoen aan Europese regelgeving, waaronder op het gebied van fundamentele
rechten. Het is primair aan de lidstaten om dit op te volgen. Tegelijkertijd heeft
de Europese Commissie als hoedster van de verdragen een belangrijke rol om hierop
toe te zien.
Vraag 9
Bent u het eens dat onafhankelijke monitoring aan de Europese grenzen, zoals voorgesteld
in de Verordening tot invoering van een screening van onderdanen van derde landen
aan de buitengrenzen, alleen effectief is wanneer deze wordt uitgevoerd door actoren
die onafhankelijk functioneren van de nationale autoriteiten zoals de Nationale ombudsman?
Bent u bereid hier tijdens onderhandelingen in de Europese Raad voor te pleiten? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 9
In de door de Commissie voorgestelde verordening tot invoering van een screening van
onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen9 is een mechanisme opgenomen dat lidstaten committeert aan een onafhankelijk toezichtsorgaan
dat toezicht houdt op de uitvoering van deze verordening. Dergelijke mechanismes kunnen
alleen effectief zijn als zij daadwerkelijk onafhankelijk van de overheid toezicht
houden. Dat kan op diverse wijzen worden ingevuld, bijvoorbeeld door het te beleggen
bij de Ombudsman. Op de onafhankelijkheid van ingestelde mechanismen dient zowel bij
de implementatie als bij de evaluatie te worden toegezien. Zoals in antwoorden op
eerdere vragen van uw Kamer aangegeven,10 steunt het kabinet dergelijke initiatieven. Zij kunnen de rechtszekerheid vergroten
en het kabinet steunt dit dan ook in bij de onderhandelingen. Ten slotte wil ik nog
wijzen op het bestaande Schengenevaluatiemechanisme. In de nieuwe verordening, die
in oktober 2022 in werking zal treden, is een aantal verbeteringen doorgevoerd, waaronder
versterking van het element monitoring van fundamentele rechten en kortere procedures
om tekortkomingen, ook op het gebied van de buitengrenzen, op te pakken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. van der Burg, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
W.B. Hoekstra, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.