Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
35 906 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2021 (Elfde incidentele suppletoire begroting)
Nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING
A ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van
artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel
strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport;
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet
heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze
elfde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk
zijn, en niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal,
zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld
conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf
geïnformeerd via de brief van 8 september 2021 met kenmerk 3240446–1013811-FEZ, de
brief Besluitvorming volgende stap maatregelen COVID-19 van 3 september 2021 met kenmerk
3249885–1014762-PDC19 en de Stand van zaken brief COVID-19 van 13 augustus 2021(Kamerstukken
II, 2020/21, 25295 nr. 1396).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze
memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge
B ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige-
en technische mutaties toegelicht worden vanaf € 2,5 miljoen of wanneer deze politiek
relevant zijn.
2. Beleid
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
Tabel 1 Belangrijkste mutaties 11e incidentele suppletoire begroting 2021 (bedragen
x € 1 mln.)
Maatregel
Bedrag 2021
Bedrag 2022
Bedrag 2023
Bedrag 2024
Bedrag 2025
A. Begrotingsgefinancierd
1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen
– 33,1
62,0
28,3
0,0
0,0
2) GGD'en en veiligheidsregio's
332,8
410,7
0,0
0,0
0,0
3) IC-capaciteit
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
4) Ondersteuning sportsector
5,0
0,0
0,0
0,0
0,0
5) Ondersteuning zorgpersoneel
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
6) Onderzoek inzake COVID-19
5,0
15,0
15,0
0,0
0,0
7) Testcapaciteit
254,5
753,4
0,0
0,0
0,0
8) Vaccin ontwikkeling, implementatie en medicatie
7,8
195,6
0,0
0,0
0,0
9) Zorgbonus
– 12,1
10,6
1,4
0,0
0,0
10) Omscholen personeel voor arbeidsmarkt zorg
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
11) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland
0,0
0,0
0,0
12) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)
6,7
42,6
1,1
Totaal A
566,6
1.489,9
45,8
0,0
0,0
B. Premiegefinancierd
13) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)
0,0
0,0
0,0
14) Overige maatregelen (plafond Zorg)
0,0
25,7
0,0
Totaal B
0,0
25,7
0,0
0,0
0,0
Totaal A+B=C
566,6
1.515,6
45,8
0,0
0,0
Tabel 2 Totaal COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangsten (bedragen x € 1 mln.)
Maatregel
Bedrag 20211
Bedrag 2022
Bedrag 2023
Bedrag 2024
Bedrag 2025
A. Begrotingsgefinancierd
1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen
7
51
28
2) GGD'en en veiligheidsregio's
2.558
411
3) IC-capaciteit
191
162
4) Ondersteuning sportsector
391
5) Ondersteuning zorgpersoneel
22
6) Onderzoek inzake COVID-19
25
62
32
6
2
7) Testcapaciteit
5.472
753
8) Vaccin ontwikkeling, implementatie en medicatie
1.985
623
400
9) Zorgbonus
1.024
12
1
10) Omscholen personeel voor arbeidsmarkt zorg
96
11) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland
73
12) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)
513
51
5
4
Totaal A
12.356
2.125
466
10
2
B. Premiegefinancierd
13) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)
162
14) Overige maatregelen (plafond Zorg)
100
29
Totaal B
261
29
0
0
0
Totaal A+B=C
12.617
2.153
466
10
2
X Noot
1
ISB1 Kamerstukken II 2020/21, 35 678, nr. 1, ISB2 Kamerstukken II 2020/21, 35 684, nr. 1, ISB3 Kamerstukken II 2020/21, 35 703, nr. 1, ISB4 Kamerstukken II 2020/21, 35 763, nr. 1, ISB6 Kamerstukken II 2020/21, 35 815, nr. 1, ISB7 Kamerstukken II 2020/21, 35 841, nr. 1, ISB8 Kamerstukken II 2020/21, 35 854, nr. 1, ISB9 Kamerstukken II 2020/21, 35 884, nr. 1, ISB 10 Kamerstukken II 2020/21, 35 895, nr. 1
Bovenstaand overzicht geeft het totaal van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en
ontvangsten op de VWS-begroting weer, zoals verwerkt in de relevante begrotingsstukken.
Het betreft de corona gerelateerde mutaties zoals opgenomen in de eerste, tweede,
derde, vierde, zesde2, zevende, achtste, negende en tiende incidentele suppletoire begroting 2021. De tabel
is inclusief de mutaties van deze elfde incidentele suppletoire begroting 2021. Er
is voor gekozen om een uitsplitsing te maken in begrotingsgefinancierde uitgaven en
premiegefinancierde uitgaven en een totaaltelling.
Naast de verschillende corona gerelateerde uitgaven zijn in de elfde incidentele suppletoire
begroting 2021 ook enkele niet corona gerelateerde uitgaven opgenomen bij de artikelen.
Tabel 3 Belangrijkste uitgavenmutaties 11e incidentele suppletoire begroting 2021
niet-COVID-19 gerelateerd (bedragen x € 1.000)
Mutatie
art.
Bedrag 2021
Bedrag 2022
Bedrag 2023
Bedrag 2024
Bedrag 2025
Bedrag 2026
Pandemische paraatheid
1
3.000
6.000
6.000
6.000
6.000
6.000
Pandemische paraatheid
2
3.600
4.500
0
0
0
0
Pandemische paraatheid
3
200
1.500
1.200
1.000
1.000
1.000
Pandemische paraatheid
4
0
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
Arbeidsvoorwaardemiddelen
4
29.000
63.500
0
0
0
0
Pandemische paraatheid
10
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
Totaal
36.800
81.500
13.200
13.000
13.000
13.000
Tabel 4 Overzicht verstrekte garanties t.b.v. COVID-19 maatregelen (bedragen x € 1.000)
Artikel
Omschrijving
Uitstaande garanties 2020
Verleend/vervallen 2021
Uitstaande garanties 2021
Vervalt per datum1
Totaal plafond
Totaalstand risico voorziening
Artikel 1. Volksgezondheid
Garantie testmaterialen
214.448
6.552
221.000
31 december 2021
221.000
–
Artikel 1. Volksgezondheid
Garantstelling analysecapaciteit (COVID-19)
0
165.100
165.100
31 december 2021
151.600
–
Totaal
214.448
171.652
386.100
372.600
–
X Noot
1
kan indien nodig verlengd worden
De garantie testmaterialen en de garantstelling analysecapaciteit in de bestrijding
van corona zijn verlengd van 22 september 2021 naar 31 december 2021. De garantstelling
analysecapaciteit is met de verlenging verhoogd met € 13,5 miljoen, van € 151,6 miljoen
naar € 165,1 miljoen.
In de bijlage van deze elfde incidentele suppletoire begroting zijn de toetsingskaders
van bovenstaande garanties opgenomen.
3. Beleidsartikelen
3.1 Artikel 1 Volksgezondheid
Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen
x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 11e ISB
Stand 11e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
9.826.790
2.627.023
12.453.813
6.000
6.000
6.000
6.000
6.000
Uitgaven
11.050.808
600.350
11.651.158
1.374.049
21.000
6.000
6.000
6.000
waarvan juridisch verplicht (percentage)
1. Gezondheidsbeleid
594.833
0
594.833
0
0
0
0
0
Subsidies
24.311
0
24.311
0
0
0
0
0
(Lokaal) gezondheidsbeleid
23.943
0
23.943
0
0
0
0
0
Overige
368
0
368
0
0
0
0
0
Opdrachten
3.663
0
3.663
0
0
0
0
0
(Lokaal) gezondheidsbeleid
3.663
0
3.663
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
122.115
0
122.115
0
0
0
0
0
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
99.165
0
99.165
0
0
0
0
0
RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed
22.199
0
22.199
0
0
0
0
0
Overige
751
0
751
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
436.611
0
436.611
0
0
0
0
0
ZonMw: programmering
436.611
0
436.611
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
8.133
0
8.133
0
0
0
0
0
Aanpak Gezondheidsachterstanden
8.000
0
8.000
0
0
0
0
0
Overige
133
0
133
0
0
0
0
0
2. Ziektepreventie
10.295.304
600.350
10.895.654
1.374.049
21.000
6.000
6.000
6.000
Subsidies
700.576
– 121.756
578.820
0
0
0
0
0
Ziektepreventie
478.375
– 121.756
356.619
0
0
0
0
0
Bevolkingsonderzoeken
152.156
0
152.156
0
0
0
0
0
Vaccinaties
70.045
0
70.045
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Opdrachten
7.614.297
648.301
8.262.598
1.085.787
6.000
6.000
6.000
6.000
Ziektepreventie
7.614.297
648.301
8.262.598
1.085.787
6.000
6.000
6.000
6.000
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdrage aan agentschappen
513.981
5.000
518.981
72.600
15.000
0
0
0
RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra
343.920
5.000
348.920
72.600
15.000
0
0
0
RIVM: Bevolkingsonderzoeken
40.795
0
40.795
0
0
0
0
0
RIVM: Vaccinaties
129.253
0
129.253
0
0
0
0
0
Overige
13
0
13
0
0
0
0
0
Bijdrage aan medeoverheden
1.459.450
68.805
1.528.255
215.662
0
0
0
0
Overige
1.459.450
68.805
1.528.255
215.662
0
0
0
0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
7.000
0
7.000
0
0
0
0
0
Overige
7.000
0
7.000
0
0
0
0
0
3. Gezondheidsbevordering
129.367
0
129.367
0
0
0
0
0
Subsidies
105.047
0
105.047
0
0
0
0
0
Preventie van schadelijk middelengebruik
18.726
0
18.726
0
0
0
0
0
Gezonde leefstijl en gezond gewicht
22.271
0
22.271
0
0
0
0
0
Letselpreventie
4.689
0
4.689
0
0
0
0
0
Bevordering van seksuele gezondheid
58.473
0
58.473
0
0
0
0
0
Overige
888
0
888
0
0
0
0
0
Opdrachten
8.029
0
8.029
0
0
0
0
0
Gezondheidsbevordering
8.029
0
8.029
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
1.452
0
1.452
0
0
0
0
0
Overige
1.452
0
1.452
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
134
0
134
0
0
0
0
0
Overige
134
0
134
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
14.705
0
14.705
0
0
0
0
0
Heroïnebehandeling op medisch voorschrift
14.705
0
14.705
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
4. Ethiek
31.304
0
31.304
0
0
0
0
0
Subsidies
28.142
0
28.142
0
0
0
0
0
Abortusklinieken
17.881
0
17.881
0
0
0
0
0
Medische Ethiek
10.261
0
10.261
0
0
0
0
0
Opdrachten
688
0
688
0
0
0
0
0
Medische Ethiek
688
0
688
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
2.474
0
2.474
0
0
0
0
0
CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek
2.474
0
2.474
0
0
0
0
0
Ontvangsten
87.703
– 13.100
74.603
– 4.400
0
0
0
0
Overige
87.703
– 13.100
74.603
– 4.400
0
0
0
0
Uitgaven
2. Ziektepreventie
Subsidies
Entvergoedingen
Bij eerdere incidentele suppletoire begroting zijn de middelen ten behoeve van entvergoedingen
huisartsen en ziekenhuizen op «ziektepreventie – subsidies» terecht gekomen, dit had
«opdrachten» moeten zijn. In deze incidentele suppletoire begroting wordt dit juist
verwerkt. Dit verklaart de technische correctie van € 121,7 miljoen.
Opdrachten
Ziektepreventie
Entvergoedingen
Bij eerdere incidentele suppletoire begroting zijn de middelen ten behoeve van entvergoedingen
voor huisartsen en ziekenhuizen op «ziektepreventie – subsidies» terecht gekomen,
dit had «opdrachten» moeten zijn. In deze incidentele suppletoire begroting wordt
dit juist verwerkt. Dit verklaart deze technische correctie van € 121,7 miljoen.
XL teststraten
Dit betreft de vergoeding voor het opzetten van XL teststraten. Bij eerdere incidentele
suppletoire begroting zijn de middelen voor het opzetten van teststraten op «ziektepreventie-
bijdrage aan medeoverheden » terecht gekomen, dit had «opdrachten» moeten zijn. In
deze incidentele suppletoire begroting wordt dit juist verwerkt. Dit verklaart de
technische correctie van € 264 miljoen.
Beveiliging vaccins
Dit betreft de beveiliging van de transporten van de vaccins naar vaccinatielocaties.
Hiervoor wordt in 2022 € 5 miljoen beschikbaar gesteld.
Laboratoriumanalyse van testen
Dit betreft de betaling van GGD'en en pandemielabs voor de laboratoriumanalyse van
testen. Het RIVM heeft, in zijn rol van kassier, de facturen betaald. Het gaat om
een bedrag van € 9,7 miljoen.
GGD-GHOR
Voor de uitvoering van het coronabeleid via de GGD-GHOR zijn middelen beschikbaar
om het klant- en contactcentrum operationeel te houden, zodat mensen een afspraak
kunnen maken voor een vaccinatie of een test. Daarnaast zijn de middelen voor bron-
en contactonderzoek, digitale ondersteuning en bijbehorende randvoorwaarden in de
ondersteuning bij het werk van de GGD’en. Tevens blijft het landelijk serviceloket
teststraten beschikbaar zodat de testcapaciteit vanuit de GGD’en wordt ondersteund.
Voor voortzetting van deze taak in het begin van 2022 wordt € 195 miljoen beschikbaar
gesteld.
Dienst Testen
De Dienst Testen heeft extra middelen nodig in 2021 (€ 162,3 miljoen) vanwege het
vervallen van de btw vrijstelling op testen per 1 oktober 2021 en in 2022 (€ 743 miljoen)
om contracten te sluiten voor de testcapaciteit passend bij het staand beleid.
Spoor 2a Testen voor toegang
Testen voor toegang heeft als de doel de samenleving zo snel mogelijk weer te openen.
Voor de uitvoering hiervan in oktober 2021 is € 82,5 miljoen beschikbaar.
Brede inzet coronatoegangsbewijzen
Om een open house constructie te starten met Stichting Open Nederland wordt de verplichtingenruimte
op artikel 1 opgehoogd met € 630,1 miljoen in deze 11e IBS. Afhankelijk van de besluitvorming. Uw Kamer is hierover geïnformeerd met een
separate brief de brief Besluitvorming volgende stap maatregelen COVID-19 van 3 september
2021 met kenmerk 3249885–1014762-PDC19.
Vaccin implementatie
Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van de vaccinatiestrategie voor COVID-19
vaccins. Eerste inschatting voor 2022 betreft een bedrag van € 134 miljoen.
Toedieningsmaterialen
De aangekochte vaccins worden gezet met spuiten en naalden die worden aangeschaft
door het RIVM. Er worden extra spuiten en naalden aangeschaft zodat de vaccinimplementatie
niet wordt belemmerd door een gesprek aan materialen. Hiervoor wordt een bedrag van
€ 5 miljoen opgenomen.
Bijdragen aan agentschappen
RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra
RIVM Coronaprogramma
Dit betreft de werkzaamheden die het RIVM uitvoert in het kader van de coronapandemie
voor het rioolwateronderzoek in 2022 en 2023 voor € 15 miljoen per jaar. In 2021 gaat
het om een ophoging van het budget van € 5 miljoen voor diverse werkzaamheden. Dit
betreft epidemiologisch, immunologisch en virologisch onderzoek, monitoring, surveillance
en onderzoek gericht op de impact op het gedrag, en inzicht in de gezondheidseconomie
en het zorgsysteem.
RIVM vaccinatieprogramma
De taken die het RIVM uitvoert voor de vaccinatiecampagne zijn van cruciaal belang.
Daartoe wordt een opdracht gegeven aan het RIVM om met het CIMS systeem, waarmee de
prikken worden geregistreerd en die bijvoorbeeld gebruikt worden voor het Digitaal
Corona Certificaat (DCC), te continueren. Ook wordt de logistiek van de vaccindistributie
en toedieningsmaterialen binnen dit programma voorzien. Dit gaat om € 55 miljoen in
2022.
RIVM: PCR-diagnostiek (OGZ)
Het Openbare Gezondheidszorgbudget (OGZ)-budget wordt gebruikt voor PCR-diagnostiek.
Dit zal in 2022 tot kosten leiden bij voortgezette werkwijze (€ 2,6 miljoen).
Bijdrage aan medeoverheden
Meerkosten GGD'en
De meerkostenafspraak GGD’en vergoed alle extra kosten die voortvloeien uit het directe
bevel dat gegeven is onder de Wet Publieke Gezondheid. De meerkosten worden tot einde
2021 bijgesteld met € 332,8 miljoen. Voor begin 2022 wordt de werkwijze voortgezet
en daartoe een bedrag opgenomen van € 200,6 miljoen.
Vergoeding meerkosten Veiligheidsregio’s
Eerder is € 15 miljoen euro beschikbaar gesteld om de veiligheidsregio’s te compenseren
voor haar werkzaamheden in de coronacrisis. Deze middelen zijn eind 2020 vrijgevallen.
Afgesproken is dat de veiligheidsregio's de kosten die zij maken gecompenseerd krijgen.
Hiervoor is voor 2022 bedrag van € 15 miljoen opgenomen.
XL teststraten
Dit betreft de vergoeding voor het opzetten van XL teststraten. Bij eerdere incidentele
suppletoire begroting zijn de middelen voor het opzetten van teststraten op «ziektepreventie-
bijdrage aan medeoverheden » terecht gekomen, dit had «opdrachten» moeten zijn. In
deze incidentele suppletoire begroting wordt dit juist verwerkt. Dit verklaart de
technische correctie van € 264 miljoen.
3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen
x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 11e ISB
Stand 11e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
848.315
46.550
894.865
8.500
0
0
0
0
Uitgaven
3.667.300
– 41.550
3.625.750
67.200
29.400
0
0
0
waarvan juridisch verplicht (percentage)
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
648.286
– 41.550
606.736
63.200
29.400
0
0
0
Subsidies
248.273
2.500
250.773
3.600
1.100
0
0
0
Medisch specialistische zorg
72.274
0
72.274
0
0
0
0
0
Curatieve ggz
31.525
0
31.525
0
0
0
0
0
Eerste lijnszorg
29.757
0
29.757
0
0
0
0
0
Lichaamsmateriaal
24.821
0
24.821
0
0
0
0
0
Medische producten
89.896
2.500
92.396
3.600
1.100
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Opdrachten
328.138
– 44.050
284.088
16.500
2.000
0
0
0
Medisch specialistische zorg
773
0
773
0
0
0
0
0
Curatieve ggz
3.554
0
3.554
0
0
0
0
0
Eerste lijnszorg
89
0
89
0
0
0
0
0
Lichaamsmateriaal
3.627
0
3.627
0
0
0
0
0
Medische producten
320.095
– 44.050
276.045
16.500
2.000
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
70.692
0
70.692
43.100
26.300
0
0
0
aCBG
2.292
0
2.292
0
0
0
0
0
aCBG
2.521
0
2.521
0
0
0
0
0
CIBG
64.366
0
64.366
43.100
26.300
0
0
0
Overige
1.513
0
1.513
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
1.183
0
1.183
0
0
0
0
0
Overige
1.183
0
1.183
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
3. Ondersteuning van het zorgstelsel
3.019.014
0
3.019.014
4.000
0
0
0
0
Subsidies
118.874
0
118.874
0
0
0
0
0
Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen
1.337
0
1.337
0
0
0
0
0
Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden
37.924
0
37.924
0
0
0
0
0
Regeling veelbelovende zorg
10.299
0
10.299
0
0
0
0
0
Medisch-specialistische zorg
43.796
0
43.796
0
0
0
0
0
Curatieve ggz
12.938
0
12.938
0
0
0
0
0
Eerste lijnszorg
12.569
0
12.569
0
0
0
0
0
Overige
11
0
11
0
0
0
0
0
Bekostiging
2.847.304
0
2.847.304
0
0
0
0
0
Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-
2.796.504
0
2.796.504
0
0
0
0
0
Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen
50.800
0
50.800
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Inkomensoverdrachten
22.364
0
22.364
0
0
0
0
0
Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel
22.238
0
22.238
0
0
0
0
0
Overige
126
0
126
0
0
0
0
0
Opdrachten
12.220
0
12.220
4.000
0
0
0
0
Risicoverevening
2.019
0
2.019
0
0
0
0
0
Uitvoering zorgverzekeringstelsel
566
0
566
0
0
0
0
0
Medisch-specialistische zorg
6.210
0
6.210
4.000
0
0
0
0
Curatieve ggz
424
0
424
0
0
0
0
0
Eerste lijnszorg
102
0
102
0
0
0
0
0
Overige
2.899
0
2.899
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
10.640
0
10.640
0
0
0
0
0
CJIB: Onverzekerden en wanbetalers
10.640
0
10.640
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
7.612
0
7.612
0
0
0
0
0
SVB: Onverzekerden
3.877
0
3.877
0
0
0
0
0
Overige
3.735
0
3.735
0
0
0
0
0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
0
0
0
0
0
0
0
0
JenV: Bijdrage C2000
0
0
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
373.705
0
373.705
0
0
0
0
0
Overige
373.705
0
373.705
0
0
0
0
0
Uitgaven
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
Subsidies
Medische producten
NFKOO
Voor het Nationaal Farmaceutisch Kennis, onderzoek en opleidingscentrum (NFKOO) zijn
eerder middelen toegekend. Bij de toekenning zijn echter de BTW-lasten niet opgenomen.
Voor de dekking van de BTW-lasten wordt voor 2021 en 2022 een bedrag van € 1,1 miljoen
gereserveerd.
Pandemische paraatheid
Het budget zal worden ingezet bij het opstarten van productie voor de medische sector
in Nederland waar nu aantoonbaar een tekort is gebleken in de Europese Unie.
Opdrachten
Medische producten
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Voor de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen is voor 2021 een budget van € 189
miljoen generaal beschikbaar gesteld. In verband met de houdbaarheid en opslagcapaciteit
van de mondmaskers is leveranciers gevraagd op een later tijdstip te leveren. Dit
heeft als gevolg dat de verplichtingen niet volledig tot betaling komen in 2021 en
€ 16,5 miljoen in 2021 vrijvalt. Deze middelen zijn nodig in 2022 (€ 14,5 miljoen)
en voor 2023 (€ 2,0 miljoen) en leiden dan tot kasuitgaven.
Pandemische paraatheid
Om de opgave voor het nieuwe kabinet inzake leveringszekerheid verder uit te werken
wordt budget beschikbaar gesteld voor bijvoorbeeld marktonderzoek, het inkopen van
adviesdiensten en onderzoek naar kwetsbaarheden in mondiale productie en toeleveringsketen
voor geneesmiddelen, persoonlijke beschermingsmiddelen, medische technologie en verdere
verkenning van mogelijkheden voor eventuele productie in Europees en nationaal verband.
Hiervoor is in 2021 een bedrag van € 1,1 miljoen en in 2022 € 2 miljoen opgenomen.
Bijdragen aan agentschappen
Leveringszekerheid – CIBG kosten beheer en afbouw voorraden
Voor het beheer en de afbouw van de noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen
door het CIBG is een budget van € 43 miljoen in 2022 en € 26 miljoen in 2023 opgenomen.
2. Ondersteuning van het zorgstelsel
Opdrachten
Medisch specialistische zorg:
Versterken crisisbestendigheid acute kolom
Dit betreft middelen voor 2022 (€ 4 miljoen) die zijn bestemd voor de voortzetting
van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiëntenspreiding (LCPS).
3.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen
x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 11e ISB
Stand 11e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
2.508.272
4.600
2.512.872
1.500
1.200
1.000
1.000
1.000
Uitgaven
13.370.081
4.600
13.374.681
1.500
1.200
1.000
1.000
1.000
waarvan juridisch verplicht (percentage)
1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen
420.487
4.600
425.087
1.500
1.200
1.000
1.000
1.000
Subsidies
57.599
4.600
62.199
1.500
1.200
1.000
1.000
1.000
Toegang tot zorg en ondersteuning
8.592
0
8.592
0
0
0
0
0
Passende zorg en levensbrede ondersteuning
21.186
4.400
25.586
0
0
0
0
0
Inclusieve samenleving
13.387
200
13.587
1.500
1.200
1.000
1.000
1.000
Kennis en informatiebeleid
10.649
0
10.649
0
0
0
0
0
Overige
3.785
0
3.785
0
0
0
0
0
Opdrachten
294.125
0
294.125
0
0
0
0
0
Bovenregionaal gehandicaptenvervoer
61.204
0
61.204
0
0
0
0
0
Toegang tot zorg en ondersteuning
1.780
0
1.780
0
0
0
0
0
Passende zorg en levensbrede ondersteuning
4.487
0
4.487
0
0
0
0
0
Inclusiviteit
214.507
0
214.507
0
0
0
0
0
Kennis, informatie en innovatiebeleid
1.525
0
1.525
0
0
0
0
0
Aanbesteden Sociaal Domein
2.569
0
2.569
0
0
0
0
0
Overige
8.053
0
8.053
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
13.714
0
13.714
0
0
0
0
0
Doventolkvoorzieningen
13.714
0
13.714
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
8.921
0
8.921
0
0
0
0
0
Overige
8.921
0
8.921
0
0
0
0
0
Storting/onttrekking begrotingsreserve
42.628
0
42.628
0
0
0
0
0
Stimulerings regeling wonen en zorg
42.628
0
42.628
0
0
0
0
0
2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten
12.949.594
0
12.949.594
0
0
0
0
0
Subsidies
191.550
0
191.550
0
0
0
0
0
Zorg merkbaar beter maken
115.788
0
115.788
0
0
0
0
0
Kennis, informatie en innovatiebeleid
35.090
0
35.090
0
0
0
0
0
Palliatieve zorg en ondersteuning
40.672
0
40.672
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bekostiging
12.573.600
0
12.573.600
0
0
0
0
0
Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)
4.073.600
0
4.073.600
0
0
0
0
0
Bijdrage Wlz
8.500.000
0
8.500.000
0
0
0
0
0
Opdrachten
37.007
0
37.007
0
0
0
0
0
Zorgdragen voor langdurige zorg
37.007
0
37.007
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
441
0
441
0
0
0
0
0
Overige
441
0
441
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
146.996
0
146.996
0
0
0
0
0
Uitvoeringskosten Sociale Verzekerings Bank
43.596
0
43.596
0
0
0
0
0
Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg
103.400
0
103.400
0
0
0
0
0
Ontvangsten
5.691
0
5.691
0
0
0
0
0
Overige
5.691
0
5.691
0
0
0
0
0
Uitgaven
1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen
Subsidies
Passende zorg en levensbrede ondersteuning
Rode Kruis
Continuering van de hulpverlening van het Rode Kruis in het kader van hun Nationaal
Actieplan COVID-19. Hiervoor is in 2021 bedrag van € 4,4 miljoen opgenomen.
Opdrachten
Inclusiviteit
Pandemische paraatheid
Toekomstige pandemische paraatheid stelt eisen aan de langdurige zorg. Het betreft
dan het bevorderen en handhaven van hygiënemaatregelen, richtlijnontwikkeling alsook
ventilatie op locaties voor langdurige zorg en ondersteuning; een blijvend goede aansluiting
op de ROAZ en ander regionale samenwerkingsverbanden; het ondersteunen van vrijwilligersnetwerken
en respijtzorgmogelijkheden; en het systematisch monitoren van sociale effecten. Hiervoor
is tot en met 2026 een bedrag van € 5,9 miljoen mee gemoeid.
3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen
x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 11e ISB
Stand 11e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
1.957.173
34.467
1.991.640
68.500
5.000
5.000
5.000
5.000
Uitgaven
2.446.528
19.165
2.465.693
83.802
5.000
5.000
5.000
5.000
waarvan juridisch verplicht (percentage)
1. Positie cliënt en transparantie van zorg
69.699
0
69.699
0
0
0
0
0
Subsidies
35.760
0
35.760
0
0
0
0
0
Patiënten- en gehandicaptenorganisaties
17.000
0
17.000
0
0
0
0
0
Transparantie van zorg
18.610
0
18.610
0
0
0
0
0
Overige
150
0
150
0
0
0
0
0
Opdrachten
27.326
0
27.326
0
0
0
0
0
Ondersteuning cliëntorganisaties
4.000
0
4.000
0
0
0
0
0
Transparantie van zorg
2.935
0
2.935
0
0
0
0
0
Overige
20.391
0
20.391
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
6.613
0
6.613
0
0
0
0
0
CIBG
6.613
0
6.613
0
0
0
0
0
2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
1.771.419
19.000
1.790.419
78.500
5.000
5.000
5.000
5.000
Subsidies
1.748.092
19.000
1.767.092
78.500
5.000
5.000
5.000
5.000
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
1.748.092
19.000
1.767.092
78.500
5.000
5.000
5.000
5.000
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Opdrachten
8.774
0
8.774
0
0
0
0
0
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
8.774
0
8.774
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
14.553
0
14.553
0
0
0
0
0
CIBG
14.553
0
14.553
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
0
0
0
0
0
0
0
0
ZiNL
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
3. Informatiebeleid
136.517
165
136.682
5.302
0
0
0
0
Subsidies
47.502
165
47.667
0
0
0
0
0
Informatiebeleid
18.239
165
18.404
0
0
0
0
Maatschappelijke diensttijd
19.256
0
19.256
Overige
10.007
0
10.007
0
0
0
0
0
Opdrachten
50.781
0
50.781
5.302
0
0
0
0
Informatiebeleid
43.876
0
49.178
5.302
0
0
0
0
Overige
6.905
0
6.905
0
0
0
0
0
Bijdragen aan agentschappen
38.234
0
38.234
0
0
0
0
0
Informatiebeleid
38.234
0
38.234
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
4. Inrichting Zorgstelsel
254.319
0
254.319
0
0
0
0
0
Subsidies
550
0
550
0
0
0
0
0
Programma's Zorgstelsel
550
0
550
0
0
0
0
0
Opdrachten
1.823
0
1.823
0
0
0
0
0
Programma's Zorgstelsel
1.275
0
1.275
0
0
0
0
0
Overige
548
0
548
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
251.946
0
251.946
0
0
0
0
0
CAK
117.547
0
117.547
0
0
0
0
0
NZa
63.116
0
63.116
0
0
0
0
0
Zorginstituut Nederland
68.636
0
68.636
0
0
0
0
0
CSZ
1.900
0
1.900
0
0
0
0
0
Overige
747
0
747
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
0
0
0
0
0
0
0
0
EZK: ACM
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland
214.574
0
214.574
0
0
0
0
0
Subsidies
3.548
0
3.548
0
0
0
0
0
Zorg en Welzijn
3.548
0
3.548
0
0
0
0
0
Bekostiging
206.773
0
206.773
0
0
0
0
0
Zorg en Welzijn
206.773
0
206.773
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
4.253
0
4.253
0
0
0
0
0
Overige
4.253
0
4.253
0
0
0
0
0
Ontvangsten
11.153
0
11.153
0
0
0
0
0
Wanbetalers en onverzekerden
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
11.153
0
11.153
0
0
0
0
0
Uitgaven
2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
Subsidies
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
Bonusregeling
Het betreft een kasschuif van € 10 miljoen van 2021 naar 2022.
Pandemische paraatheid
Voor pandemische paraatheid is het noodzakelijk om een Nationale Zorgreserve van oud-zorgmedewerkers
(verpleegkundigen en verzorgenden inzetbaar binnen verschillende sectoren in de zorg)
beschikbaar te houden, die bereid zijn om in noodsituaties/crisis tijdelijk bij te
springen als zorgreservist. Dit betreft een bedrag van € 5 miljoen per jaar vanaf
2022 tot en met 2026.
Arbeidsvoorwaardenmiddelen
Er zijn middelen beschikbaar voor innovatieve begeleidingsvormen voor stages zodat
onder meer de stageprop en stagetekorten kunnen worden aangepakt. Dit betreft in 2021
een bedrag van € 29 miljoen en in 2022 een bedrag van € 63,5 miljoen.
3. Informatiebeleid
Subsidies
Informatiebeleid
Voor de ontwikkeling van standaarden om COVID-19 vaccinatiegegevens in een persoonlijke
gezondheidsomgeving (PGO) te kunnen laden is in 2021 een budget van circa € 0,2 miljoen
benodigd.
Opdrachten
Informatiebeleid
Voor het realiseren van digitale oplossingen die kunnen bijdragen aan de bestrijding
van het COVID-19 is in 2022 een aanvullend budget van € 5,3 miljoen benodigd.
3.5 Artikel 6 Sport en bewegen
Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen
x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 11e ISB
Stand 11e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
710.924
5.000
715.924
0
0
0
0
0
Uitgaven
770.906
5.000
775.906
0
0
0
0
0
waarvan juridisch verplicht (percentage)
1. Passend sport- en beweegaanbod
360
0
360
0
0
0
0
0
Subsidies
360
0
360
0
0
0
0
0
Passend sport- en beweegaanbod
360
0
360
0
0
0
0
0
Opdrachten
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige
0
0
0
0
0
0
0
0
2. Uitblinken in sport
0
0
0
0
0
0
0
0
Subsidies
0
0
0
0
0
0
0
0
Uitblinken in sport
0
0
0
0
0
0
0
0
4. Sport verenigt Nederland
770.546
5.000
775.546
0
0
0
0
0
Subsidies
309.791
5.000
314.791
0
0
0
0
0
Sportakkoord
223.463
5.000
228.463
0
0
0
0
Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties
76.113
0
76.113
0
0
0
0
0
Kennis en innovatie
10.215
0
10.215
0
0
0
0
0
Inkomensoverdrachten
13.778
0
13.778
0
0
0
0
0
Financiële voorziening topsporters
13.778
0
13.778
0
0
0
0
0
Opdrachten
3.672
0
3.672
0
0
0
0
0
Sportakkoord
3.320
0
3.320
0
0
0
0
Kennis en innovatie
140
0
140
0
0
0
0
0
Overige
212
0
212
0
0
0
0
0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
2.932
0
2.932
0
0
0
0
0
Dopingautoriteit
2.932
0
2.932
0
0
0
0
0
Bijdragen aan medeoverheden
439.983
0
439.983
0
0
0
0
0
Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties
187.586
0
187.586
0
0
0
0
0
Sportakkoord
252.397
0
252.397
0
0
0
0
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties
325
0
325
0
0
0
0
0
Dopingbestrijding
325
0
325
0
0
0
0
0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
65
0
65
0
0
0
0
0
Sportakkoord
65
0
65
0
0
0
0
0
Ontvangsten
71.740
0
71.740
0
0
0
0
0
Overige
71.740
0
71.740
0
0
0
0
0
Uitgaven
4. Sport verenigt Nederland
Subsidies
Sportakkoord
De motie Heerema, die eind 2020 door de Tweede Kamer is aangenomen, verzoekt een eenmalige
tegemoetkoming van € 5 miljoen te doen aan sportbonden met een of meer topsport- en/of
talentprogramma’s om de financiële druk als gevolg van corona op deze programma's
te verlichten en een daling van de eigen bijdrage te compenseren.
4. Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 10 Apparaatsuitgaven
Tabel 10 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB's
Mutaties 11e ISB
Stand 11e ISB
Mutatie 2022
Mutatie 2023
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Verplichtingen
501.873
43.660
545.533
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
Uitgaven
502.692
2.757
505.449
40.473
2.430
1.000
1.000
1.000
Personele uitgaven
405.082
2.757
407.839
40.059
2.430
1.000
1.000
1.000
waarvan eigen personeel
323.304
– 1.063
322.241
16.175
2.430
1.000
1.000
1.000
waarvan inhuur externen
78.386
3.820
82.206
23.884
0
0
0
0
waarvan overige personele uitgaven
3.392
0
3.392
0
0
0
0
0
Materiële uitgaven
97.610
0
97.610
414
0
0
0
0
waarvan ICT
16.159
0
16.159
0
0
0
0
0
waarvan bijdrage aan SSO's
52.338
0
52.338
0
0
0
0
0
waarvan overige materiële uitgaven
29.113
0
29.113
414
0
0
0
0
Ontvangsten
9.939
0
9.939
0
0
0
0
0
Overige
9.939
0
9.939
0
0
0
0
0
Apparaatsuitgaven kerndepartement
Personele uitgaven kerndepartement
Eigen personeel
Uitvoeringskosten bonusregeling
Het betreft een kasschuif in verband met werkzaamheden door DUS-i voor de uitvoering
van de bonusregeling in 2022 en 2023. Hiervoor wordt een bedrag vanuit 2021 van € 2
miljoen overgeheveld naar 2022 (€ 0,6 miljoen) en 2023 (€ 1,4 miljoen).
Tevens wordt er in het kader van de bestrijding van corona € 14,5 miljoen in 2022
beschikbaar gesteld.
Pandemische paraatheid
Dit betreft personele uitgaven voor de (herstel)opgaven en transitie voor pandemische
paraatheid. Hiervoor is tot en met 2026 jaarlijks een bedrag van € 1 miljoen opgenomen.
Externe inhuur
Voor externe inhuur in het kader van bestrijding corona budget beschikbaar gesteld
voor onder andere projecten betreffende coronadata, coronadashboard, communicatiecapaciteit
en realisatie digitale oplossingen. Het gaat om een bedrag van € 3,8 miljoen in 2021
en van € 23,9 in 2022.
5. Financieel beeld zorg
5.1 Financieel beeld zorg
In deze paragraaf zijn de corona gerelateerde uitgaven opgenomen, die onder het Uitgavenplafond
Zorg vallen.
Tabel 1 Corona uitgaven Uitgavenplafond Zorg (bedragen x € 1 miljoen)
2022
Zorgverzekeringswet (Zvw)
Verlengen voorwaardelijke toelating paramedische herstelzorg i.v.m. corona
5,7
Reservering opschalingsplan i.v.m. corona
20,0
Totaal
25,7
Bron: VWS
Toelichting
Verlengen voorwaardelijke toelating paramedische herstelzorg i.v.m. corona
De regeling Voorwaardelijke toelating paramedische herstelzorg wordt in verband met
corona verlengd.
Reservering opschalingsplan i.v.m. corona
Voor mogelijke extra uitgaven in verband met het opschalingsplan worden in 2022 extra
middelen gereserveerd.
BIJLAGE GARANTIEREGELING TOETSINGSKADERS
Verlenging garantstelling analysecapaciteit (ten behoeve van het testbeleid COVID-19)
De Staat is eind 2020 en begin 2021 overeenkomsten aangegaan met leveranciers om in
de analysecapaciteit «polymerase chain reaction tests» (hierna: PCR) te voorzien.
Het betreft overeenkomsten die ervoor zorgen dat GGD’en de afgenomen testmonsters
kunnen sturen naar een door de Staat (in deze het Ministerie van VWS) gecontracteerd
laboratorium en waarbij, wanneer dit níet gebeurt, het Ministerie van VWS garant staat
om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Een garantstelling in de overeenkomsten
is nodig om – altijd – voldoende analysecapaciteit voor laboratoria te garanderen
voor Nederland om testen te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en
controleerstrategie van COVID-19 van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee
garant voor het risico dat gemaakte (beschikbaarheids)kosten niet kunnen worden terugverdiend
als de afname tegenvalt, waarbij eens minimumafname van het aantal PCR tests wordt
gegarandeerd. Het toetsingskader is eerder vastgesteld voor een garantie met een looptijd
tot 15 juli 2021 (2 april 2021 Kenmerk 25292 nr. 1098) en verlengd tot 22 september 2021 (9 juli 2021 Kenmerk 35 884 nr 2). Dit toetsingskader verlengt deze periode tot en met 31 december 2021.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels
2018- 2021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening
en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan
de hand van het «Toetsingskader Risicoregelingen». Als onderdeel van de noodmaatregelen
voor de beheersing van COVID-19 geeft VWS garanties af om de aankoop van analysecapaciteit
gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19 te borgen.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Sinds de COVID-19 uitbraak worden wereldwijd grote aantallen COVID-19-testen uitgevoerd.
Het is van groot belang dat er voldoende getest kan worden om verspreiding van het
virus te controleren en om mensen in Nederland te beschermen tegen besmetting. Hiervoor
is analysecapaciteit van laboratoria nodig. Het risico bestond bij het afsluiten van
de contracten dat de beschikbaarheid van specifiek voor de diagnostiek van COVID-19
benodigde analysecapaciteit niet voorhanden was. Om dit te voorkomen werden door de
Staat afspraken gemaakt over de beschikbaarheid van analysecapaciteit ten behoeve
van COVID-19-diagnostiek in Nederland. Om voldoende analysecapaciteit beschikbaar
te houden voor Nederland, is het noodzakelijk geweest om een aantal financiële risico’s
van marktpartijen af te dekken. Met laboratoria is daarom afgesproken dat zij een
zeker volume aan analysecapaciteit voor Nederland reserveren en dat het Ministerie
van VWS een minimale afname garandeert. Het Ministerie van VWS heeft daarom garantieovereenkomsten
afgesloten met laboratoria teneinde een minimumvolume aan analysecapaciteit te garanderen.
Het Ministerie van VWS is nu voornemens deze garanties te verlengen tot en met 31 december
2021 om voldoende analysecapaciteit te kunnen garanderen.
Verlenging van de garantieperiode is noodzakelijk om zeker te zijn dat er in de overbruggingsperiode
tot aan de gunning van de aanbesteding voor NAAT testen, voldoende testcapaciteit
beschikbaar blijft. Eerder is het toetsingskader verlengd tot 21 dagen na de geplande
gunning van de aanbesteding. Er is namelijk een transitieperiode van 21 dagen om de
bestaande teststromen te verleggen. De procedure van de aanbesteding wordt mogelijk
iets vertraagd, vanwege een juridische procedure. Het is nog niet duidelijk wanneer
de definitieve gunning van de aanbesteding zal plaatsvinden. Vandaar dat het toetsingskader,
voor de zekerheid, tot en met 31 december 2021 wordt verlengd. De huidige contracten,
inclusief de garanties, vervallen 21 dagen na gunning van de aanbesteding.
De garanties hebben tot nu toe goed gewerkt om de testcapaciteit te garanderen omdat
laboratoria vanwege de garanties altijd voldoende analysecapaciteit beschikbaar kunnen
stellen.
De contracten en garanties zijn wel bijgesteld sinds 1 januari 2021 en opnieuw per
1 april 2021. Zo zijn de tarieven per test naar beneden bijgesteld. En de oorspronkelijke
garanties zijn afgesproken op 30% van de maximale analysecapaciteit, dit is al teruggebracht
naar 0–10% bij verlenging per 1 april. Voor de verlenging vanaf 22 september tot 31 december
2021 blijft de garantie van max 10% van de maximale capaciteit van kracht.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem
op te lossen?
Het handhaven van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid
om COVID-19 te bestrijden. Testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo
houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd
worden als er brandhaarden ontstaan. De laboratoriumcapaciteit van voor de COVID-19
pandemie, was niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine
overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen,
niet tot voldoende extra capaciteit. Daarom is gekozen om contracten aan te gaan met
hoogvolume laboratoria. Met deze laboratoria zijn garanties afgesproken zodat altijd
voldoende materiaal, apparatuur en personeel beschikbaar is om de benodigde analysecapaciteit
te leveren.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risico’s die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd
ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve
beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19-crisis en daardoor
voortdurend wijzigende omstandigheden is het niet mogelijk om een stabiele vraagvoorspelling
te doen. De leveranciers en de laboratoria kunnen dit risico niet dragen en ook niet
verzekeren op de markt tegen aanvaardbare risicopremies. Het afgeven en verlengen
van garanties door VWS is derhalve vereist.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risico’s vanuit
andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid risico’s van andere
risicoregelingen binnen de begroting te compenseren.
Risico’s en risicobeheersing
5. Wat zijn de risico’s van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
Begin 2021 zijn met laboratoria overeenkomsten afgesloten tot 15 juli 2021 ten behoeve
van gereserveerde laboratoriumcapaciteit voor de diagnostische testen (analysecapaciteit).
Binnen deze overeenkomsten worden garantstellingen afgesproken ter compensatie van
deze gereserveerde laboratoriumcapaciteit. Deze verstrekte garantstellingen hadden
een plafondbedrag van € 151,6 miljoen tot 22 september 2021.
Voor de verlenging van het toetsingskader, wordt het plafondbedrag vastgesteld op
€ 165,1 miljoen. Hieronder wordt de onderbouwing van het nieuwe plafond bedrag toegelicht.
Het totaalrisico bevat de reeds gerealiseerde garantieuitbetalingen in de periode
dat dit toetsingskader geldt, plus de verwachte maximale garantiebetalingen in de
verlengingsperiode. Voor de periode 1 januari tot en met 30 juni 2021, is voor € 85
miljoen aan garanties gerealiseerd. Voor de periode 1 juli tot en met 15 augustus,
is voor € 1,2 miljoen aan garanties gerealiseerd. Voor de periode van 15 augustus
tot en met 31 december, is nog niet bekend hoeveel garanties er gerealiseerd zullen
worden. Daarom is voor deze periode het maximale bedrag aan garanties opgenomen in
dit toetsingskader. Dat is € 78,9 miljoen, namelijk 10% van de contractwaarde in deze
periode. Samen telt dit op tot het nieuwe plafond van € 165,1 miljoen. De mutatie
van € 13,5 miljoen ten opzichte van het vorige plafond is dus gelegen in het verschil
van de optelsom van de uitbetaalde garanties plus de nog uitstaande maximale garanties
in de aankomende periode. De daadwerkelijke realisatie van de betaalde garanties tot
en met 15 augustus is lager uitgevallen dan verwacht werd in de vorige versie van
het toetsingskader, waardoor de stijging van de maximale nog te verwachten garantsteling
deels gecompenseerd wordt.
De garanties vervallen 21 dagen na de definitieve gunning van de aanbesteding NAAT.
De overeenkomsten lopen door tot 21 dagen na definitieve gunning van de aanbesteding.
Hiermee verzekert het Rijk zich van een continue analysecapaciteit van 120.700 testen
per dag. Vanwege onzekerheid over de aanbestedingsprocedure wordt het toetsingskader
verlengd tot en met31 december 2021 zodat het toetsingskader bij eventuele vertragingen
blijft gelden en niet opnieuw moet worden vastgesteld.
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie
wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement. VWS regelt met de garantie dat
voldoende analysecapaciteit beschikbaar is voor Nederland.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid,
impact, blootstellingduur en beheersingsmaatregel?
Voor de verlenging van het toetsingskader, wordt het plafondbedrag vastgesteld op
€ 165,1 miljoen. Dit is het totale bedrag dat aan garanties is vastgesteld voor de
periode heel 2021.
Na de garantieperiode wordt duidelijk in hoeverre het Rijk garant heeft moeten staan
voor de risico’s die zich tot en met 31 december voordoen. De exacte mate waarin is
vooralsnog niet goed voorzienbaar. De testvraag ontwikkelt zich grillig, mede onder
invloed van maatregelen. Door deze grilligheid kan ook het risico niet worden genomen
dat bij een plotseling toenemende testvraag er onvoldoende analysecapaciteit ontstaat.
Dit betekent tegelijkertijd dat wanneer de testvraag achterblijft – het risico op
uitbetalen van de garanties zich voordoet. Het financiële risico ziet dan enkel op
de afgesproken hoeveelheid tests met de laboratoria.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om
het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister
voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risico’s, ook als de regeling op afstand
van het Rijk wordt uitgevoerd?
Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risico’s
te mitigeren:
• De contracten zijn afgesloten door Dienst Testen, die tevens de opdracht heeft om
de teststromen landelijk te coördineren, waarbij ze ook zo veel als mogelijk rekening
houden met de aangegane garanties.
• De garantieovereenkomsten worden afgesloten door het Ministerie van VWS met de betreffende
laboratorium, waardoor het ministerie zicht houdt op het aantal afgesloten overeenkomsten,
de daarmee gepaard gaande risico’s en analysecapaciteit waarvoor garanties worden
afgegeven.
• De regeling kent een totaalplafond (€ 165,1 miljoen) en wordt, behoudens een aanvullend
besluit door de Minister van VWS, niet verlengd zoals hierboven toegelicht.
• De laboratoria factureren op maandbasis en daarin vermelden zij het aantal geanalyseerde
tests en het eventuele beroep op de garantiebepaling.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van
het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie
is gevraagd. Echter is deze opdracht wel belegd bij een Dienst die als opdracht heeft
een duurzaam testlandschap te realiseren.
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker?
Is deze premie kostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt
het door het vakdepartement specifiek ingezet?
VWS vraagt geen premie, omdat de kosten uit collectieve middelen worden betaald. Dit
is conform de wens van de Kamer. Voor de budgettaire ruimte die VWS voor de analysecapaciteit
inzet, wordt verwezen naar vraag 5c.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
Er is geen risicovoorziening ingesteld gezien de aard van de garantieregeling.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling ten behoeve van de analysecapaciteit is naar verwachting nodig tot en
met 31 december 2021.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
Er zijn geen operationele kosten bovenop de huidige operationele kosten van VWS.
12. Hoe wordt de regeling geëvalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe
wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in
de COVID-19-crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de acute crisis. De
rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie
opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie mogelijk
te maken.
Verlenging garantstelling testmaterialen tot 31 december 2021
Dit toetsingskader betreft een verlenging van de reeds bestaande garantstelling.
De Staat is vanaf 10 augustus 2020 overeenkomsten aangegaan met derden om in de aankoop
van testmaterialen, gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19, te voorzien. In de
overeenkomsten zijn destijds garanties opgenomen om te zorgen dat een leverancier
voldoende testmaterialen voor de Nederlandse markt kon garanderen zodat in Nederland
altijd voldoende testcapaciteit beschikbaar is. De garanties zijn in eerste instantie
afgegeven in een periode tot 1 april 2021 en daarmee was ook aanvankelijk het toetsingskader
vastgesteld tot 1 april 2021 voor testmaterialen. Daarna is met het toetsingskader
(d.d. 2 april) de periode van garantstelling verlengd tot 15 juli 2021 en vervolgens
tot 22 september 2021. De garantstelling wordt middels dit toetsingskader verlengd
tot en met 31 december 2021. Met de verlenging van dit toetsingskader worden geen
extra garanties aangegaan, daarom wordt het plafondbedrag van dit kader niet verlaagd
of verhoogd. Dit toetsingskader verlengt alleen de periode waarin de garanties gelden.
Als de garantieperiode niet verlengd zou worden, zou de Staat na 22 september 2021
de garanties op ongebruikte testmaterialen moeten uitbetalen. Door de periode te verlengen,
kunnen de testmaterialen nog ingezet worden in de periode tot en met 31 december 2021.
De kans dat de garanties uitbetaald moeten worden, wordt hiermee dus verkleind. De
testmaterialen worden dan namelijk ingezet voor uitgevoerde testen, de garantie wordt
dan een realisatie. Doordat echter de overeenkomst met de leveranciers blijft bestaan,
dient ook het toetsingskader verlengd te worden.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels
2018–2021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en
achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de
hand van het «Toetsingskader Risicoregelingen».
Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 heeft VWS garanties
afgegeven om de aankoop van testmaterialen gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19
te borgen.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Sinds de COVID-19 uitbraak werden wereldwijd grote aantallen COVID-19-testen uitgevoerd.
Het is van groot belang dat er voldoende getest kan worden om verspreiding van het
virus te controleren en om mensen in Nederland te beschermen tegen besmetting. Hiervoor
zijn testmaterialen nodig. Het risico bestond dat de beschikbaarheid van specifiek
voor de diagnostiek van COVID-19 benodigde testmaterialen in het gedrang kwam. Om
dit te voorkomen werden door de Staat afspraken gemaakt over de aankoop van testmaterialen
ten behoeve van COVID-19 diagnostiek in Nederland. Om voldoende testmaterialen beschikbaar
te houden voor Nederland, was het noodzakelijk om een aantal financiële risico’s van
marktpartijen af te dekken. Het Ministerie van VWS heeft daarom garantieovereenkomsten
afgesloten met de leveranciers om afname van een minimaal aantal testmaterialen te
garanderen voor de Nederlandse markt.
Deze risico’s kwamen door de uitzonderlijke marktomstandigheden (beperkte leverbetrouwbaarheid
en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag
daarnaar). Het risico werd afgedekt dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk
het gegarandeerd aantal testmaterialen afneemt en dat de ingekochte testmaterialen
(deels) niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet.
Verlenging van de garantieperiode is noodzakelijk om zoveel mogelijk testmaterialen,
waarvoor garanties gelden, alsnog om te kunnen zetten in realisatie.
De garanties hebben tot nu toe goed gewerkt om de testcapaciteit te garanderen omdat
leveranciers mede vanwege de garanties voldoende materialen beschikbaar hebben gesteld.
In de eerste contracten ging het om een garantie per maand. Dit is bij de verlenging
van 1 april tot 15 juli 2021, al gewijzigd in een totale garantie per geleverde machine.
Datzelfde geldt voor de verlenging van 16 juli tot 22 september 2021, en de nu voorliggende
verlenging tot en met 31 december 2021 waarbij het aantal machines gelijk blijft,
en er niet meer capaciteit per machine wordt afgesproken. In praktijk betekent dit
dat de testmaterialen waar een garantie voor geldt, een langere periode ingezet kunnen
worden. Dit houdt in dat het risico om een garantie uit te moeten betalen, juist wordt
verlaagd met het verlengen van dit toetsingskader. Er is namelijk een langere periode
waarin de testmaterialen verbruikt kunnen worden.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem
op te lossen?
Het was bij het opstellen van dit garantie toetsingskader noodzakelijk om op centraal
niveau de aankoop van testmaterialen gegarandeerd te hebben voor de diagnostiek van
COVID-19. Gezien de marktomstandigheden aan het begin van de COVID-19 pandemie, kwam
deze zekerheid onvoldoende tot stand zonder afdekking van financiële risico’s door
de centrale overheid.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risico’s die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd
ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve
beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor
voortdurend wijzigende omstandigheden was het niet mogelijk om een stabiele vraagvoorspelling
te doen. De leveranciers konden dit risico niet dragen en ook niet verzekeren op de
markt tegen aanvaardbare risicopremies. Het afgeven van garanties door VWS was derhalve
vereist.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risico’s vanuit
andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid risico’s van andere
risicoregelingen binnen de begroting te compenseren.
Risico’s en risicobeheersing
5. Wat zijn de risico’s van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
Ten behoeve van garanties van machines en testmaterialen wordt met dit afwegingskader
geen aanvullend bedrag opgenomen. Het plafondbedrag blijft staan op € 221 miljoen.
Dit is € 141 miljoen voor leveranciers inclusief eventueel transport en opslag van
overgebleven testmaterialen en € 80 miljoen voor laboratoria die testmaterialen op
voorraad hebben. De hoogte van de uitbetaling op de garantie is mede afhankelijk van
de ingangsdatum van de gunning van de aanbesteding Nucleic Acid Amplification Test
(NAAT).
De verwachting is niet dat er nieuwe contracten afgesloten zullen worden voor testmaterialen.
Indien dit toch nodig is, zullen er geen garanties meer worden opgenomen in contracten.
Het alternatief «zelf aankopen, distribueren en factureren» vanuit de rijksoverheid
heeft overigens dezelfde risico’s, maar dan moet de overheid de risico’s zelf beheersen
en zich op een markt begeven die niet tot de kerntaak van de overheid behoort.
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie
wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement. VWS regelt met de garantie dat
voldoende analysecapaciteit en testmaterialen beschikbaar zijn voor Nederland.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid,
impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Het risico waarvoor het Rijk garant zal moeten staan in 2021, wordt geschat op maximaal
€ 221 miljoen. Dit ligt lager dan de eerder geschatte € 341 miljoen omdat er al risico
mitigerende maatregelen zijn genomen. Na de garantieperiode wordt de exacte realisatie
bekend waarvoor het Rijk garant moet staan.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om
het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister
voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risico’s, ook als de regeling op afstand
van het Rijk wordt uitgevoerd?
Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risico’s
te mitigeren:
• De garanties zijn bij de verlenging van contracten niet meer per tijdseenheid opgenomen,
maar per machine. Dit zorgt ervoor dat het plafondbedrag niet hoeft te worden verhoogd
en de realisatie zelfs lager uitvalt.
• De garantieovereenkomsten worden afgesloten door het Ministerie van VWS met de betreffende
leverancier of lab, waardoor het ministerie zicht houdt op het aantal afgesloten overeenkomsten,
de daarmee gepaard gaande risico’s, de testmaterialen waarvoor garanties worden afgegeven.
• De regeling kent een totaalplafond (€ 221 miljoen) De verwachte realisatie is maximaal
€ 221 miljoen waarmee dit plafondbedrag lager ligt dan eerder geschatte € 341 miljoen.
• De leveranciers waarmee een garantieovereenkomst wordt afgesloten zijn verplicht maandelijks
een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS waarin de hoeveelheid bestelde
testmaterialen is vermeld. Hierdoor kan bijgestuurd worden.
• In de garantieovereenkomsten wordt vastgelegd dat de geleverde testmaterialen minimaal
een jaar houdbaar dienen te zijn, zodat de testmaterialen kunnen worden doorverkocht
indien de materialen na de garantieperiode door het Ministerie van VWS moeten worden
afgenomen.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van
het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie
is gevraagd.
Dienst Testen maakt bij verlenging wel een afweging over de noodzakelijkheid.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker?
Is deze premie kostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt
het door het vakdepartement specifiek ingezet?
VWS vraagt geen premie. De zorgaanbieders die COVID-19-testen uitvoeren, betalen zelf
de kosten van de testmaterialen. Wanneer minder testmaterialen zijn ingekocht dan
het gegarandeerde aantal, dan koopt VWS de overgebleven testmaterialen op. Deze kunnen
mogelijk tegen de kostprijs via het LCH worden doorverkocht aan zorgaanbieders, zo
lang de houdbaarheidsdatum niet is overschreden en er voldoende vraag is. Aangezien
het niet zeker is dat er iets doorverkocht kan worden, heeft dit geen effect op het
plafond van de garantieregeling.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
Er is geen risicovoorziening ingesteld gezien de aard van de garantieregeling.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling ten behoeve van de extra testmaterialen is geldig tot 31 december 2021,
maar kan indien nodig verlengd worden.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
Er zijn geen operationele kosten bovenop de huidige operationele kosten van VWS.
12. Hoe wordt de regeling geëvalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie
en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in
de COVID-19-crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de acute crisis. De
rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie
opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen
uitvoeren.
Ondertekenaars
H.M. de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.