Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Paternotte over discriminerend beleid binnen studentenorganisaties
Vragen van het lid Paternotte (D66) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over discriminerend beleid binnen studentenorganisaties (ingezonden 17 december 2020).
Antwoord van Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
9 februari 2021). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 1373.
Vraag 1
Bent u bekend met het HP/De Tijd-artikel «Discriminerend beleid» binnen studentenorganisatie:
«Dit soort documenten zijn ontluisterend»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat zijn de landelijke criteria voor mbo-scholen, hogescholen en universiteiten bij
het verstrekken van subsidie aan studentenorganisaties?
Antwoord 2
Zowel in het MBO als in het hoger onderwijs gelden geen landelijke criteria wat betreft
de verstrekking van subsidies aan studenentorganisaties.
Vraag 3
Wat zijn de landelijke criteria voor mbo-scholen, hogescholen en universiteiten bij
het verstrekken van beurzen aan bestuurders van studentenorganisaties?
Antwoord 3
Er zijn geen landelijke criteria op basis waarvan hogescholen en universiteiten bestuursbeurzen
verstrekken aan bestuurders van studentenorganisaties. Instellingen kennen deze beurzen
toe uit het Profileringsfonds. De voorwaarden waaronder studenten aanspraak kunnen
maken op een bestuursbeurs worden door de instelling zelf vastgelegd. Dit gebeurt
in overleg met de medezeggenschapsraad.
Op 1 augustus 2021 treedt de wettelijke bepaling over het MBO-studentenfonds in werking.
Hieruit zal ook financiële ondersteuning geboden kunnen worden aan studentbestuurders.
Daarbij gaat het om bestuursactiviteiten die, naar oordeel van de instelling waar
de aanvraag wordt gedaan, mede in het belang zijn van de instelling of het onderwijs
dat door aanvrager gevolgd wordt. De regels omtrent de aanvraagprocedure zullen door
de instellingen zelf worden vastgelegd.
Vraag 4
Wat is de hoogte van de bijdrage en de bestuursbeurzen die de onderwijsinstellingen
in Leiden, Groningen en Utrecht de afgelopen vijf jaar hebben verstrekt aan de afdeling
van de Navigators?
Antwoord 4
Onderstaande gegevens zijn opgevraagd bij de Rijkuniversiteit Groningen, de Universiteit
Utrecht en de Universiteit Leiden. Navraag leert dat er geen bijdragen zijn gedaan
aan lokale afdelingen van de Navigators. De instellingen hebben wel studiebeurzen
verleend aan individuele studentbestuurders van lokale Navigators-studentenverenigingen.
Instelling
(aanvrager)
Rijkuniversiteit Groningen
(NSG-studentbestuurders)
Universiteit Utrecht
(NSU-studentbestuurders)
Universiteit Leiden
(NSL-studentbestuurders)
Collegejaar
Totaalbedrag bestuursbeurzen uitgekeerd uit het Profileringsfonds
2015–2016
€ 15.547
€ 22.100
€ 9.930,47
2016–2017
€ 15.547
€ 22.100
€ 22.527,80
2017–2018
€ 15.547
€ 22.100
€ 15.300
2018–2019
€ 15.547
€ 22.100
€ 15.300
2019–2020
€ 15.547
€ 22.100
€ 11.785,45*
* Het totaalbedrag is nog onder voorbehoud.
Vraag 5
Ontvangt de Navigators Nederland of een van de afdelingen publieke middelen of beurzen
van de rijksoverheid?
Antwoord 5
Voor zover mij bekend ontvangen noch Navigators Nederland, noch een van de afdelingen
publieke middelen of beurzen van de rijksoverheid.
Vraag 6
Welke verantwoordelijkheden en mogelijkheden hebben onderwijsinstellingen als zij
subsidie of bestuursbeurzen verstrekken aan studentenorganisaties die discriminatoir
beleid hanteren?
Antwoord 6
De instellingen dragen zelf verantwoordelijkheid om toe te zien op rechtmatige besteding
van door hen beschikbaar gestelde financiële middelen. Ik verwacht dat er binnen instellingen
voldoende wordt opgetreden tegen discriminatie en dat zij zich inzetten voor het waarborgen
van de sociale veiligheid van studenten bij de door hen erkende studentenorganisaties.
Vraag 7
Deelt u de mening dat er sprake is van discriminatoir beleid als een studentenorganisatie
beleid of een medewerkersprofiel heeft dat stelt dat leden vanwege hun seksuele oriëntatie
of partnerkeuze niet of minder geschikt zijn voor functies binnen de vereniging?
Antwoord 7
Verenigingen mogen op grond van de vrijheid van vereniging een selectief lidmaatschapsbeleid
voeren, mits dit onderscheid verband houdt met het doel van de vereniging zoals opgenomen
in de statuten. Voor wat betreft functies binnen de vereniging is de Algemene wet
gelijke behandeling van toepassing. Ook vrijwilligerswerk valt hieronder. Op grond
hiervan mag een instelling op godsdienstige grondslag ten aanzien van personen die
voor haar werkzaam zijn onderscheid maken op grond van godsdienst, voor zover dit
kenmerk vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context
waarin deze wordt uitgeoefend een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd beroepsvereiste
vormt, gezien de grondslag van de instelling. Een zodanig onderscheid mag niet verder
gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag
van de instelling die van de voor haar werkzame personen mag worden verlangd, en mag
niet leiden tot onderscheid op een andere in artikel 1 genoemde grond. Onderscheid
op grond van seksuele oriëntatie of partnerkeuze is niet toegestaan.
Vraag 8
Deelt u de mening dat studentenorganisaties die lesbische, homoseksuele, biseksuele,
transgender en intersekse (lhbti) personen ontmoedigen om bestuursfuncties te vervullen,
of anderszins discriminatoir beleid hanteren of onderschrijven, niet met belastinggeld
gesteund horen te worden?
Antwoord 8
Ja, die mening deel ik. Organisaties die dit doen, handelen in strijd met de Algemene
wet gelijke behandeling. Los daarvan vind ik het ook belangrijk dat iedereen openlijk
zichzelf kan zijn, ongeacht seksuele gerichtheid of genderexpressie.
Vraag 9
Bent u bereid, indien dat nog niet bij wet of door onderwijsinstellingen geregeld
is, de voorwaarde op te nemen dat studentenorganisaties alleen in aanmerking voor
publieke financiering komen als zij geen discriminatoir beleid hanteren?
Antwoord 9
De instellingen geven aan regelmatig in gesprek te gaan met studentenorganisaties
over kernwaarden als sociale veiligheid, maar ook om het belang van diversiteit en
inclusiviteit te benadrukken. Deze kernpunten komen ook terug in de dialoog tussen
de instelling en de medezeggenschapsraad over de voorwaarden waaronder bestuursbeurzen
worden uitgekeerd. Ik zie derhalve geen reden nu nadere maatregelen te treffen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
I.K. van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.