Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Eijs over het bericht "Bouwers in opstand tegen norm duurzaam bouwen: Hout dupe van oneerlijke rekensom"
Vragen van het lid Van Eijs (D66) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Bouwers in opstand tegen norm duurzaam bouwen: «Hout dupe van oneerlijke rekensom»» (ingezonden 16 december 2020).
Antwoord van Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
2 februari 2021)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 1190
Vraag 1
Kent u het artikel «Bouwers in opstand tegen norm duurzaam bouwen: «Hout dupe van
oneerlijke rekensom»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Onderschrijft u de conclusie van deze partijen dat de opslag van CO2 vanuit biobased materialen momenteel niet meetelt in de huidige berekeningen van
de MPG, waar dit in andere landen wel gebeurt?
Antwoord 2
Ja, het klopt dat de opslag van CO2 zoals bedoeld in het manifest niet meetelt in de huidige berekeningen. De huidige
rekenmethode is conform Europese normering (EN 15804). Deze schrijft voor dat emissies
in de afvalfase ook in rekening worden gebracht. Deze norm is vastgesteld in overleg
met wetenschappers, Europese Commissie en alle belanghebbende partijen. De Europese
Commissie heeft in het Circular Economy Action Plan (CEAP) aangekondigd dat zij deze
normering gaat gebruiken voor de stimulering van circulaire bouweconomie.2 Nederland loopt hiermee in de pas met Europees beleid.
Er is wel ruimte voor lidstaten om eigen regels te stellen. Ik kom hier in mijn antwoord
op vraag 5 op terug.
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten hoe het kan dat materialen die CO2 opnemen in plaats van uitstoten niet significant beter uit de MPG-berekeningen komen?
Is dit omdat de opslag van CO2 in biobased materialen nu als tijdelijk wordt gezien?
Antwoord 3
Volgens mijn informatie hebben bouwwerken waarin veel biobased materialen worden toegepast
gemiddeld een goede score voor de milieu-impact. Een aantal aspecten heeft echter
invloed op de eindscore. Zoals ik in het antwoord op de vorige vraag heb aangegeven,
wordt voor materialen de CO2-emissie van de zogeheten biogene koolstof3 in de afvalfase meegerekend. Daarnaast spelen ook andere factoren een rol, bijvoorbeeld
hoe het materiaal in het bouwwerk is toegepast, welke aanvullende bewerkingen nodig
zijn zoals lijmen en verven, onderhoud en eventuele vervanging tijdens de levensduur.
Bij de berekening van de milieu-impact worden naast CO2 ook andere milieueffecten beschouwd, zoals fijnstofvorming, verzuring en toxiciteit.
In totaal worden 19 verschillende milieueffecten in de beschouwing meegenomen.
Deze aspecten bepalen gezamenlijk wat de uiteindelijke milieu-impact van een bouwwerk
is. Dat kan ertoe leiden dat een bouwwerk waarin biobased materialen zijn toegepast
toch een minder goede milieu-impact heeft dan partijen enkel op basis van de toepassing
van biobased materialen zouden verwachten. Deze integrale benadering van de milieu-impact
over de hele levenscyclus van de materialen die in een bouwwerk worden toegepast staat
centraal in mijn beleid om te komen tot een verlaging van de milieudruk van de bouw.4
Vraag 4
Kunt u toelichten hoe het begrip tijdelijke opslag wordt gedefinieerd, aangezien de
constructies van de meeste gebouwen net zo lang bestaan als deze gebouwen zelf, en
het dan gemakkelijk kan gaan om 50 tot wel 100 jaar?
Antwoord 4
Er is geen formele definitie van tijdelijke opslag omdat de betreffende Europese norm
niet uitgaat van opslag van CO2. Het uitgangspunt van de norm is dat voor elke fase in de levenscyclus van biobased
materialen in een bouwwerk moet worden berekend of er opname of emissie van CO2 plaats vindt. In de productiefase van biobased materialen zal er CO2 door planten uit de atmosfeer worden opgenomen. In de afvalfase van biobased materialen
zal deze opgeslagen CO2 weer vrijkomen in de atmosfeer. Elk materiaal zal op een gegeven moment in zijn afvalfase
komen. Voor de uiteindelijke levenscyclus van een bouwmateriaal is de levensduur van
een bouwwerk dus niet doorslaggevend.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het – gegeven de ambitie om in 2050 tot een energieneutrale
gebouwde omgeving te komen – logisch zou zijn om de opslag van CO2 mee te nemen in de MPG-berekeningen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ik deel de mening dat opslag van CO2 een bijdrage kan leveren aan een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050. Ik zeg
u daarom toe te bepalen hoe de waardering van de milieueffecten van de opslag van
CO2 in biobased materialen, waaronder hout, kan worden opgenomen in onze nationale systematiek.
Een daaruit volgende aanpassing zal plaatsvinden binnen de ruimte die de Europese
kaders daarvoor bieden en zonder afwenteling van milieueffecten, bijvoorbeeld op komende
generaties.
Ik zal hierbij de partijen van het manifest betrekken, evenals andere belanghebbende
partijen en natuurlijk de stichting Nationale Milieudatabase (NMD) als beheerder van
de rekenmethode. 5
Vraag 6
In hoeverre herkent u de signalen dat de CO2-uitstoot van de productie van materialen zoals staal en beton in de MPG nauwelijks
wordt meegerekend, en bent u bereid om nogmaals goed naar de MPG-berekeningen te kijken?
Antwoord 6
De CO2-uitstoot van de productie van materialen zoals staal en beton wordt wel in de MPG
meegerekend. In reactie op deze signalen heeft de stichting NMD mij gemeld dat zij
in overleg met onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden de bepaling van CO2-opname en -emissie van alle materialen over de hele levenscyclus van de bepalingsmethode
zal evalueren en de uitkomsten aan mij zal rapporteren. Hiermee dient een voor alle
partijen gedragen uitleg van de systematiek te worden bereikt.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het gebruik van biobased materialen, daar waar ze een positieve
invloed hebben op milieu en klimaat, in de bouw juist bevorderd zou moeten worden?
Zo ja, wat zijn uw inspanningen dit aandeel te vergroten?
Antwoord 7
Ja, ik bevorder het gebruik van biobased materialen in de eerste plaats met generiek
beleid, zoals de stapsgewijze halvering van de milieuprestatie-eis uiterlijk in 2030.
Daarnaast geeft het kabinet via de Milieu InvesteringsAftrek MIA een fiscale stimulans
voor bouwen met een lage milieu-impact. In de lopende actualisatie van de Regeling
Groen Projecten wordt bouwen met een lage milieu-impact ook opgenomen. De regeling
Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) ondersteunt onder andere projecten
voor de vervanging van fossiele grondstoffen door biobased grondstoffen.6 Parallel hieraan voer ik ook gericht beleid uit voor de bevordering van biobased
materialen in de bouw, zoals met de Strategische verkenning biobased bouwen7 en de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen die 15 december 2020 is gestart,
met daarin onder meer focus op biobased bouwen8. Ook via de inzet van buyer groups waarin partijen gezamenlijk werken aan een gedeelde
marktvisie en -strategie en uiteindelijk een concrete aanbesteding, onder meer op
het terrein van biobased bouwmaterialen en houtbouw.9 Tevens wordt er gewerkt aan een inspiratieboek houten/biobased woningen om te laten
zien wat er mogelijk is. Hiermee stimuleer ik dat het niet bij een enkele aanbesteding
blijft en dat de inzet van biobased materialen wordt vergroot.
Vraag 8
Wat is de huidige stand van zaken van de uitwerking van de motie Van Eijs over het
grootschalig toepassen van houtbouw?10
Antwoord 8
De motie heb ik uitgevoerd met het toesturen van de brief van 29 september 202011 over de voortgang van circulaire bouwen en het rapport «Ruimte voor biobased bouwen».12
Vraag 9
Voor wanneer is aanscherping van de MPG momenteel voorzien?
Antwoord 9
De aanscherping van de MPG is voorzien voor het voorjaar van 2021.
Vraag 10
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden?
Antwoord 10
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.