Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
35 634 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2020 (Vierde incidentele suppletoire begroting inzake Coronamaatregelen)
Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 30 december 2020
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 9 december 2020 voorgelegd aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport. Bij brief van 24 december 2020 zijn ze door de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Lodders
De adjunct-griffier van de commissie, Krijger
1
Kunt u in het vervolg bij de coronamaatregelen via het desbetreffende artikel aangeven
welke maatregelen via de begroting van VWS lopen en welke maatregelen via de premies?
Antwoord:
De coronamaatregelen worden uitgebreid toegelicht in de betreffende begrotingsstukken.
Daarnaast neemt VWS telkens een samenvattende tabel op met de totale uitgaven, zowel
begrotingsgefinancierd als premiegefinancierd. In de vierde incidentele suppletoire
begroting van VWS is dit overzicht op pagina 3 opgenomen. Onder post 12 Meerkosten
COVID-19 Wlz (plafond Zorg) en 13 Overige maatregelen (plafond Zorg) zijn de enige
premiegefinancierde uitgaven opgenomen. In een volgend begrotingsoverzicht zal ik
de splitsing tussen begroting en premie beter inzichtelijk maken. Dit zal worden gedaan
door meerdere tabellen toe te voegen; een tabel voor de begrotingsfinancierde uitgaven,
een tabel voor de premie gefinancierde uitgaven en een totaaltabel.
2
In hoeverre bestaat de kans dat er oneigenlijk gebruik plaatsvindt van de catastroferegeling
op grond van artikel 33 van de Zorgverzekeringswet (Zvw), als gevolg van het feit
dat zorgverzekeraars lastig onderscheid kunnen maken tussen reguliere zorg en Covid-19
zorg?
Antwoord:
Er wordt momenteel door VWS, de NZa, Zorginstituut Nederland en ZN gewerkt aan de
invulling van artikel 33 om de directe meerkosten COVID-19 te kunnen onderscheiden
van de reguliere zorg. Artikel 33 is door VWS uitgewerkt in een ministeriële regeling
en wordt nader uitgewerkt in beleidsregels van het Zorginstituut. Beiden worden binnenkort
in de Staatscourant gepubliceerd. Zorgverzekeraars dienen zich bij het opstellen van
hun financiële verantwoordingen hieraan te houden. Tevens dienen deze verantwoordingen
te zijn voorzien van een accountantsoordeel. Hier houdt de NZa vervolgens toezicht
op.
3
Kunt u van alle coronamaatregelen in tabel 1 op pagina 2 aangeven welke uitgaven via
de rijksbegroting lopen en door de Kamer geautoriseerd en geamendeerd kunnen worden
en voor welke (premie-gefinancierde) uitgaven dat niet geldt?
Antwoord:
Op pagina 3 van de vierde incidentele suppletoire begroting is een tabel met 13 posten
opgenomen. In deze tabel zijn posten 1 tot en 11 begrotingsgefinancierde uitgaven.
De posten 12 Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg) en 13 Overige maatregelen (plafond
Zorg) zijn premiegefinancierde uitgaven. Deze laatste kunnen door de Kamer niet worden
geamendeerd. In een volgend begrotingsoverzicht zal ik de splitsing tussen begroting
en premie beter inzichtelijk maken, conform mijn antwoord bij vraag 1.
4
Kunt u nader toelichten wat de oorzaak voor de neerwaartse ramingsbijstelling van
de wijkverpleging is?
Antwoord:
In de Vierde incidentele suppletoire begroting inzake Coronamaatregelen is geen neerwaartse
ramingsbijstelling van de uitgaven wijkverpleging opgenomen. Wel staat er een neerwaartse
ramingsbijstelling in de tweede suppletoire begroting VWS 20201. Uitgaande van deze ramingsbijstelling, is de nadere toelichting als volgt.
Allereerst dient te worden aangegeven dat vanwege COVID-19 de ramingen voor 2020 met
meer onzekerheden zijn omvat dan normaliter. De cijfers in de tweede suppletoire begroting
zijn gebaseerd op declaraties van de eerste drie kwartalen 2020 aangevuld met een
raming van de nog te ontvangen declaraties van in 2020 verleende zorg. In deze cijfers
zitten nog niet de effecten van de tweede golf verwerkt. Voor de wijkverpleging is
er per saldo een neerwaartse incidentele ramingsbijstelling verwerkt van rond de € 100 miljoen
ten opzichte van de ontwerpbegroting 2021 opgenomen.
Deze bijstelling is het gevolg van lager dan geraamde reguliere kosten en een lagere
continuïteitsbijdrage. Dit is een saldo waaronder meerdere bewegingen bij verschillende
zorgverzekeraars van invloed zijn. De lagere continuïteitsbijdrage is te verklaren
doordat op basis van de eerste drie kwartalen de zorgverzekeraars hun ramingen hebben
herzien en meer op elkaar aansluiten. Met betrekking tot de daling van de reguliere
zorgkosten zijn meerdere verklaringen mogelijk. Een mogelijke verklaring kan zijn
dat sommige verzekeraars een hogere vraaguitval ervaren door corona dan initieel was
geraamd. Andere mogelijke verklaringen volgen uit het eerder uitgevoerde onderzoek
door Equalis waar uw Kamer afgelopen juni2 over is geïnformeerd. Dit onderzoek geeft enkele mogelijke verklaringen waaronder:
(1) het zorginkoopbeleid van de zorgverzekeraars, waar zowel wordt gekeken naar rechtmatigheid
als een verschuiving van «zorgen voor» naar «zorgen dat» en (2) een toenemende personeelsproblematiek.
Overigens laat het Equalis onderzoek ook zien dat cliënten – ondanks de lagere uitgaven
aan wijkverpleging – nog steeds de zorg krijgen die zij nodig hebben.
5
Kunt u aangeven hoe de € 3,2 miljoen is besteed die beschikbaar is gesteld voor de
implementatiestrategie van de vaccinatie?
Antwoord:
Onderdeel van de voorbereiding op de implementatie strategie was onder andere de inkoop
van toedieningsmaterialen voor de COVID-19 vaccinatie. Hier valt te denken aan de
aanschaf van veiligheidsnaalden, optreknaalden en spuiten. Dit om de basisinfrastructuur
voor zover mogelijk in te richten om klaar te zijn voor het vaccin.
6
Kunt u aangeven wat er de oorzaak van kan zijn dat er tot nu toe weinig gebruik is
gemaakt van de beschikbare vergoeding voor veiligheidsregio’s?
Antwoord:
Een mogelijke oorzaak dat weinig gebruik is gemaakt van de beschikbare vergoeding
voor veiligheidsregio’s is dat de besparingen hoger zijn dan de meerkosten. Deze besparingen
treden vooral op bij de brandweerzorg, doordat opleidingen voor het eigen personeel
veelvuldig zijn uitgesteld, net zoals systeemoefeningen en trainingsavonden voor vrijwilligers.
7
Kunt u de volgende zinsnede nader toelichten: «Het Nederlands Kenniscentrum voor Geneesmiddelen
ontvangt een subsidie zodat de registratie van weesgeneesmiddelen door universiteiten
mogelijk wordt gemaakt»?
Antwoord:
De Stichting krijgt een subsidie om zich in te zetten op de volgende onderwerpen:
– Kennisopbouw verzorgen en bundelen zodat ook niet-commerciële partijen die aan geneesmiddelenonderzoek
doen en/of geneesmiddelen ontwikkelen en/of produceren c.q. bereiden, ook geregistreerd
worden teneinde de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid voor geneesmiddelen te waarborgen,
ook bijvoorbeeld voor zeer kleine patiëntpopulaties.
– een beter inzicht krijgen hoe de kwaliteitscontroles van zowel geregistreerde als
bereide geneesmiddelen verder te verbeteren zijn.
– onderzoek te doen of 3D-printtechnologie een oplossing zou kunnen zijn voor knelpunten
die nu bestaan en waardoor in de toekomst mogelijk in een ziekenhuisapotheek, poliklinische
apotheek of zelfs een openbare apotheek geneesmiddelen met een gepersonaliseerde formulering
kunnen worden geproduceerd met een gekwalificeerd proces, omdat 3D-printtechnologie
zijn beoogde meerwaarde kent voor de productie van geneesmiddelen voor (kleine groepen
van) patiënten die baat hebben bij een geneesmiddel dat in samenstelling en/of dosis
uniek is en speciaal voor hen wordt bereid.
8
Hoe wordt de € 6,8 miljoen verdeeld die bestemd is voor de doorontwikkeling van de
CoronaMelder en van de corona-app die GGD’en moet ondersteunen?
Antwoord:
Bij de vierde incidentele suppletoire begrotingswet 2020 is in totaal € 10 miljoen
beschikbaar gesteld voor het programma Realisatie digitale ondersteuning. Van de € 6,8 miljoen
is € 3,0 miljoen bestemd voor de ontwikkeling van de applicatie GGD Contact. Met de
GGD Contact app kunnen mensen die met het coronavirus zijn besmet zelf – op een snelle
en veilige wijze – contactgegevens met de GGD delen van mensen bij wie zij in de buurt
zijn geweest in de periode dat zij waarschijnlijk besmet waren. Voorts is circa € 2,3 miljoen
gereserveerd voor kosten die samenhangen met de inzet van de experts die een bijdrage
leveren aan de ontwikkeling van de mobiele applicaties. Hierbij moet worden gedacht
aan gekwalificeerde app-bouwers, maar ook aan experts op het terrein van adoptie,
privacy, veiligheid en communicatie. De resterende € 1,5 miljoen wordt aangewend voor
diverse uitgaven waaronder kosten voor de website coronamelder.nl, kosten die samenhangen
met de inzet van de leden van de begeleidingscommissie en de twee taskforces Gedragswetenschappen
en Digitale Ondersteuning Bestrijding Covid-19 (DOBC) en worden middelen gereserveerd
om het toezicht op de zogenoemde CoronaMelderwet in te richten.
9
Hoe wordt de effectiviteit van de lokale sportakkoorden gemeten?
Antwoord:
De inhoudelijke voortgang van de lokale sportakkoorden wordt door het Mulier Instituut
nauwlettend en kortcyclisch gemonitord in halfjaarlijkse voortgangsrapportages. Op
deze wijze wordt de effectiviteit en impact van de lokale akkoorden in beeld gebracht.
10
Kunt u aangeven waar de extra personele en materiële uitgaven op het kerndepartement,
bestaande uit een bedrag van € 13,1 miljoen in 2020 en € 21,2 miljoen in 2021, aan
uitgegeven worden?
Antwoord:
Bij de vierde incidentele suppletoire begrotingswet 2020 is een aanvullend budget
van € 13,1 miljoen beschikbaar gesteld voor 2020. Dit budget is onderverdeeld in twee
deelbudgetten, namelijk € 6,6 miljoen voor personele uitgaven en € 6,5 miljoen voor
materiële uitgaven.
Van het personele budget wordt circa € 2 miljoen ingezet voor de (door)ontwikkeling
van de digitale oplossingen CoronaMelder en GGD Contact. Voor de informatievoorziening
rondom hotspot corona wordt € 1,9 miljoen ingezet en voor diverse corona-gerelateerde
communicatietrajecten betreft dit € 1 miljoen. Het resterende personeelsbudget van
€ 1,7 miljoen wordt ingezet voor met name juridisch advies.
Van het materiële budget wordt € 4,6 miljoen ingezet voor de vaccinontwikkeling door
Intravacc. Het Intravacc netwerk ontwikkelt momenteel vier kandidaat-vaccins tegen
COVID-19. Twee van de vier vaccins zijn gebaseerd op Intravacc technologie en de andere
twee COVID-19 vaccins worden in samenwerking met respectievelijk de Universiteit van
Wageningen en het VUMC in Amsterdam ontwikkeld. Daarnaast wordt € 0,7 miljoen ingezet
voor ondersteuning bij de Haagse Inkoop Samenwerking (HIS) bij inkooptrajecten en
€ 1,2 voor diverse kleinere initiatieven.
Voor 2021 is € 21,2 miljoen beschikbaar gesteld. Dit budget is onderverdeeld in € 10 miljoen
voor personele uitgaven en € 11,2 miljoen voor materiële uitgaven. Het personele budget
wordt ingezet voor de uitvoering van de bonusregeling in de zorg. Daarnaast wordt
het materiële budget benut voor de doorloop van de vaccinontwikkeling door Intravacc.
Ondertekenaars
-
, -
Eerste ondertekenaar
W.J.H. Lodders, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
H.W. Krijger, adjunct-griffier