Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Nispen over de documentaire ‘De laatste sociaal advocaten’
Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister voor Rechtsbescherming over de documentaire «De laatste sociaal advocaten» (ingezonden 23 oktober 2020).
Antwoord van Minister Dekker (Rechtsbescherming) (ontvangen 23 november 2020). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 771
Vraag 1
Kent u de documentaire «De laatste sociaal advocaten»?1 Wat is in algemene zin uw reactie hierop?
Antwoord 1
Ja. De documentaire geeft een goed beeld van de belangrijke rol die sociaal advocaten
vervullen en het diverse werkveld waarin zij met veel toewijding werken. Daarnaast
geeft het inzicht in de veelsoortige problematiek van hun cliënten.
Vraag 2
Heeft u veel waardering en respect voor het belangrijke werk van sociaal advocaten?
Hoe uit dat zich?
Antwoord 2
Sociaal advocaten oefenen, ondanks de zwaarte en de uitdagingen, een vak uit van grote
maatschappelijke waarde. Met de gecombineerde maatregelen van de stelselvernieuwing
zetten we in op een betere vergoeding voor advocaten en mediators die in het stelsel
werkzaam zijn. De inspanningen om het stelsel van rechtsbijstand bij de tijd te brengen
liggen niet enkel op het financiële vlak. In de stelselvernieuwing werken we samen
aan verbetering van de kwaliteit van de geboden rechtshulp en geven we innovatie ruim
baan. Ook stimuleren we de instroom van jonge advocaten in het stelsel van gesubsidieerde
rechtsbijstand met een subsidie voor de kosten van de beroepsopleiding. De subsidieregeling
van de Raad voor Rechtsbijstand start per 1 december aanstaande.
Vraag 3
Erkent u dat sociaal advocaten cliënten bij staan, die zonder deze deskundige en juridische
bijstand vaak niet in staat zouden zijn om hun recht te halen?
Antwoord 3
Wanneer mensen met een kleine beurs voor de oplossing van hun problemen een sociaal
advocaat nodig hebben, dan is de toegang hiertoe geborgd, nu en in de toekomst.
Vraag 4
Hoeveel sociaal advocaten zijn de afgelopen jaren gestopt met dit werk? Hoeveel sociaal
advocaten zijn de afgelopen jaren minder op toevoegingsbasis gaan werken? Hoe wordt
dit alles in de gaten gehouden?
Antwoord 4
De Raad voor Rechtsbijstand houdt de in- en uitstroom van rechtsbijstandverleners
(waaronder advocaten) in het stelsel bij. In 2018 werkten 7.072 advocaten op toevoegingsbasis.
Tussen 2018 en 2019 zijn 723 advocaten uit het stelsel uitgestroomd en zijn er 534
advocaten in het stelsel ingestroomd. Dit betekent per saldo een afname van 189. In
2019 werkten 6.883 advocaten op toevoegingsbasis.
Vraag 5
Hoe wordt in de gaten gehouden hoe lastig het is voor mensen die een sociaal advocaat
zoeken om deze nog te kunnen vinden?
Antwoord 5
De commissie Wolfsen heeft berekend dat er binnen het stelsel voor zo’n 3.750 advocaten
werkaanbod is, dus van een nijpend tekort is geen sprake. Om er zicht op te houden
dat er voldoende aanbod is van sociaal advocaten, monitort de Raad voor Rechtsbijstand
het aantal ingeschreven advocaten en de spreiding daarvan. Daarnaast laat ik me voeden
door signalen die het Juridisch Loket en de Nederlandse Orde van Advocaten aan mijn
ministerie doorgeeft. Met de stelselvernieuwing, waarmee de eerste lijn verbreed wordt,
wil ik die monitoring verder verscherpen zodat hierop nog beter zicht ontstaat. Zie
tevens het antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Erkent u dat er juridische ongelukken kunnen gebeuren als mensen niet op tijd de noodzakelijke
bijstand van een sociaal advocaat krijgen?
Antwoord 6
Het is bekend dat mensen die er niet zelf uit kunnen komen en niet op tijd de noodzakelijke
bijstand ontvangen, verder in de problemen kunnen komen. Daarom wil ik met de stelselvernieuwing
door verbreding van de eerste lijn, betere informatievoorziening en juiste doorverwijzing
passend bij de hulpvraag van de rechtzoekende, vroegtijdig de juiste route naar een
oplossing bieden aan de burger. Zie tevens het antwoord op vraag 3.
Vraag 7
Wat is uw reactie op de volgende uitspraken uit de documentaire: «Je hebt in de sociaal
advocatuur wel een flinke dosis idealisme nodig. Er staan voor een aantal zaken een
aantal punten en die corresponderen met een aantal uren. Maar het aantal uren stemt
niet overeen met het werk dat je aan een zaak hebt. Maar ik kan moeilijk tegen een
klant zeggen «zoek het effe lekker zelf uit». Dus dan zit je wel soms voor Jan met
de korte achternaam werkzaamheden te verrichten.»?
Antwoord 7
In het Regeerakkoord is opgenomen dat het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand
binnen de bestaande budgettaire kaders wordt herzien, langs de lijnen van de commissies-Wolfsen
en -Van der Meer. Binnen de stelselvernieuwing hebben we oog voor de conclusie van
de commissie-Van der Meer dat de vergoedingen voor toevoegingen in veel gevallen niet
meer passen bij de tijd die eraan wordt besteed. Daarom zal de financiële ruimte die
ontstaat door de maatregelen van de herziening binnen de bestaande budgettaire kaders
worden gebruikt om de vergoedingen in het stelsel te verhogen. De doorrekeningen van
de stelselvernieuwing laten zien dat het geheel aan maatregelen van de modernisering
ruimte biedt voor een vergoeding voor advocaten die 10 tot 20% hoger is dan de vergoeding
die advocaten nu gemiddeld per uur krijgen volgens de berekeningen van de commissie-Van
der Meer.
Vraag 8
Wat is uw reactie op de volgende uitspraken uit de documentaire: «Het komt heel vaak
voor dat als je het gaat omrekenen dat je misschien voor 20 euro per uur gewerkt hebt.
En daar moet natuurlijk dan ook nog de huur van kantoor en administratie van betaald
worden. En dat is een beetje de opdracht van Justitie: Bezuinigingen. Het ministerie
zit op de gedachte van de privatisering, het inschakelen van verzekeraars en aanbesteden.
Die denken: probeer mensen weg te houden van advocaten en de rechter, dat kost alleen
maar geld. Als het zo door gaat dan zou de sociaal advocatuur kunnen verdwijnen en
daarmee verdwijnt dan die extra expertise.»
Antwoord 8
De stelselvernieuwing is noch een bezuinigingsoperatie noch een privatisering. In
de stelselvernieuwing staan de burger en zijn hulpvraag centraal en wordt hij of zij
door een versterkte eerste lijn geholpen aan bij die hulpvraag passende dienstverlening.
Ook de tweedelijns rechtsbijstand door advocaten kan deel uitmaken van die passende
dienstverlening. Bij die vernieuwing houden we vast aan de bestaande budgettaire kaders,
er gaat geen euro af.
Vraag 9
Wat is uw reactie op de volgende uitspraken uit de documentaire: «Je kan er niet omheen
draaien, we hebben in deze maatschappij nu eenmaal juridische problemen. Ook al wil
je dat ze dan niet juridisch genoemd worden. Maar er zijn regels, dan moet er iemand
zijn die die regels snapt en de mensen helpt die die regels niet helemaal snappen.»
Antwoord 9
Daar ben ik het mee eens. In het nieuwe stelsel wordt de hulpvraag van de burger centraal
gesteld. Gaat het dan om een juridische hulpvraag die door een advocaat moet worden
beantwoord, dan zal dat ook in het nieuwe stelsel door een advocaat worden gedaan.
Vraag 10
Hoe kijkt u er nu zelf op terug dat gedurende uw ambtstermijn, in deze regeerperiode,
het grote probleem van de te lage vergoedingen niet is opgelost, terwijl vanaf het
eerste moment het rapport van de commissie Van der Meer op uw bureau lag?
Antwoord 10
De inzet van de stelselvernieuwing is altijd geweest: meer oplossingen en minder procedures.
Met de oogst van de maatregelen van de stelselvernieuwing moet geld beschikbaar komen
voor hogere vergoedingen, wanneer blijkt dat voor de aanpak van die problemen de inzet
van rechtshulp in de tweede lijn nodig is. Zoals ik al eerder heb aangegeven is met
een stelselvernieuwing tijd gemoeid. Ondertussen doen we wat nodig is. Zo is er voor
2020 en 2021 jaarlijks € 36,5 miljoen beschikbaar gesteld voor een tijdelijke toelage
voor advocaten in het stelsel van € 10,88 (excl. btw) per toevoegingspunt. Zie tevens
het antwoord op vraag 7.
Vraag 11
Wanneer kreeg u in de gaten dat de vergoedingen voor sociaal advocaten niet op een
redelijk niveau liggen? Hoe kan het dan dat daar nauwelijks iets aan veranderd is?
Waarom laat u goed opgeleide professionals jarenlang zonder redelijke vergoeding hun
werk doen voor zoiets belangrijks als de toegang tot het recht, een fundament van
onze rechtsstaat?
Antwoord 11
In het regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet het stelsel van rechtsbijstand zal
vernieuwen langs de lijnen van de rapporten van de commissies Van der Meer en Wolfsen.
De commissie Van der Meer heeft in 2017 onderzocht of de forfaits nog passen bij de
gemiddelde tijdsbesteding. De conclusie van de commissie was dat dit voor veel rechtsgebieden
niet meer het geval is, waardoor een punt niet meer overeenkomt met een uur werken.
De maatregelen van de stelselvernieuwing bieden binnen de budgettaire kaders ruimte
voor een vergoeding voor advocaten die 10 tot 20% hoger is dan de vergoeding die advocaten
nu gemiddeld per uur krijgen volgens de berekeningen van de commissie-Van der Meer.
Om de transitie naar het vernieuwde stelsel mogelijk te maken krijgen advocaten daarnaast
in de jaren 2020 en 2021 een tijdelijke toelage van € 10,88 per toevoegingspunt. Zie
verder het antwoord op vragen 7 en 10.
Vraag 12
Klopt het dat u eerder heeft erkend dat met name in het personen- en familierecht
het verlenen van rechtshulp op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand niet meer lonend
is en er een nijpend tekort aan dit soort rechtshulp door gespecialiseerde advocaten
dreigt te ontstaan? Bent u bereid specifiek voor deze groep sociaal advocaten op korte
termijn een verhoging van de vergoedingen te realiseren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
De commissie Van der Meer heeft geconstateerd dat de vergoedingen op het terrein van
het personen- en familierecht het meeste achterblijven. Dat is de reden dat ik bij
de vernieuwing van het stelsel van rechtsbijstand prioriteit heb gegeven aan echtscheidingszaken.
Zo heb ik de Raad voor Rechtsbijstand deze zomer opdracht gegeven om te starten met
de ontwikkeling van rechtshulppakketten en dat allereerst te doen voor echtscheidingen.
Daarnaast is onder de Subsidieregeling Stelselherziening Rechtsbijstand een aantal
innovatieve projecten gehonoreerd en gestart, waaronder een tweetal projecten rondom
echtscheidingen. Een nijpend tekort aan gespecialiseerde advocaten is nog niet aan
de orde. Zie tevens het antwoord op de vragen 5, 10 en 11.
Vraag 13
Wat bent u van plan nog deze regeerperiode specifiek iets te doen aan de nijpende
situatie in het personen- en familierecht?
Antwoord 13
Zie het antwoord op vraag 12.
Vraag 14
Deelt u de mening dat als wetgeving in een bepaald rechtsgebied verandert, waardoor
zaken complexer worden voor de juridische praktijk, dit zich zou moeten vertalen naar
hogere vergoedingen ten behoeve van de sociale advocatuur, namelijk een hoger aantal
punten per zaak? Erkent u dat dit nu juist voor het personen- en familierecht zou
moeten gelden, omdat in dat rechtsgebied bij uitstek geldt dat veel is veranderd maar
nooit iets is bijgekomen, waardoor juist hier de vergoedingen enorm uit de pas lopen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Ik deel die mening. Daarom is het inmiddels ook kabinetsbeleid om bij nieuwe of gewijzigde
wetgeving de impact op het beroep op rechtsbijstand in beeld te brengen en de kosten
daarvan door te berekenen aan het verantwoordelijke departement.
Vraag 15
Klopt het dat eerder is besloten de vergoedingen voor een periode van twee jaar iets
te verhogen, maar inmiddels is ook de periode waarin de stelselherziening zou moeten
zijn afgerond verlengd? Wanneer verwacht u dat het stelsel uiteindelijk herzien zal
zijn en dat dit de besparingen oplevert die volgens u nodig zijn om de advocaten een
hogere vergoeding uit te keren? Erkent u dat dit niet reeds in 2022 zal zijn? Deelt
u dan de mening dat het goed zou zijn als nu al duidelijkheid zou komen over het in
ieder geval verlengen van deze regeling tot na 2022, omdat het ondenkbaar zou zijn
de vergoedingen in 2022 terug te draaien naar het nog lagere oude niveau?
Antwoord 15
Het vernieuwde stelsel moet op 1 januari 2025 volledig in werking zijn getreden. Dit
betekent niet dat er tot die tijd niets gebeurt: de overgang naar het vernieuwde stelsel
vindt geleidelijk plaats. De komende periode wordt – onder andere in pilots – gewerkt
aan prototypes van rechtshulppakketten die uiteindelijk in de plaats zullen komen
van de huidige toevoegingen. Met deze rechtshulppakketten zullen meer dan nu integrale
oplossingen worden geboden voor (deels) juridische problemen. Per rechtsgebied zullen
beproefde concepten ook al voor 1 januari 2025 in de plaats kunnen komen van de huidige
toevoegingen in dat rechtsgebied. Zo wordt geleidelijk en per rechtsgebied de overstap
gemaakt naar de nieuwe systematiek van rechtshulppakketten. De middelen die hierdoor
vrijkomen zullen – binnen het bestaande budgettaire kader – worden gebruikt voor hogere
vergoedingen voor de aanbieders van rechtshulp in het stelsel. Om de transitie naar
het vernieuwde stelsel mogelijk te maken ontvangen advocaten in de jaren 2020 en 2021
een tijdelijke toelage van € 10,88 per toevoegingspunt. Het is aan een volgend kabinet
om te bezien wat daarna nodig is.
Vraag 16
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk, en in ieder geval voor de behandeling van
de begroting Justitie en Veiligheid, te beantwoorden?
Antwoord 16
Ja, met dien verstande dat in het antwoord op vraag 13 is verwezen naar de beantwoording
van vraag 12.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. Dekker, minister voor Rechtsbescherming
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.