Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Ploumen en Kuiken over de situatie in Al-Hol
Vragen van de leden Ploumen en Kuiken (beiden PvdA) over aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in Al-Hol (ingezonden 3 oktober 2019).
Antwoord van Minister Blok (Buitenlandse Zaken) en van Minister Grapperhaus (Justitie
en Veiligheid), mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
(ontvangen 22 november 2019).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Koerden verliezen grip op IS-vrouwen in kamp Al-Hol»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hebt u een waarschuwing ontvangen van de Koerden dat zij de controle dreigen te verliezen
op het gevangenenkamp Al-Hol, waar buitenlandse IS-ers verblijven, onder wie ook Nederlandse
vrouwen en hun kinderen? Zo ja, wanneer hebt u deze waarschuwing ontvangen en wat
is uw reactie hierop geweest?
Antwoord 2
Het kabinet heeft geen waarschuwing ontvangen van de Koerden.
Vraag 3
Hoeveel Nederlanders verblijven er momenteel in het gevangenenkamp Al-Hol? Hoeveel
van hen zijn minderjarig? Hoeveel van hen zijn jonger dan 5 jaar oud?
Antwoord 3
Uit cijfers van de AIVD blijkt dat er circa 55 volwassenen in opvang- en detentiekampen
in Noordoost-Syrië verblijven en circa 90 kinderen «met een Nederlandse link».2 Deze kinderen hebben een of twee ouders met de Nederlandse nationaliteit of ouders
die langere tijd in Nederland hebben gewoond. Dat betekent dat niet alle kinderen
«met een Nederlandse link» ook de Nederlandse nationaliteit hebben. Minder dan een
kwart van de minderjarigen is door een of beide ouders meegenomen naar het strijdgebied,
ruim driekwart is daar geboren. Het kabinet doet geen uitspraken over de precieze
aantallen Nederlanders die in al-Hol of in andere opvang- en detentiekampen in Noordoost-Syrië
worden vastgehouden.
Vraag 4
Hoe is het momenteel gesteld met de gezondheidssituatie van de Nederlandse kinderen?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 4
De algehele situatie in de kampen, vooral in Al-Hol kamp, is volgens humanitaire organisaties
ter plaatse nog steeds slecht. Vanwege de overbevolking en beperkte capaciteit van
de humanitaire organisaties die aanwezig zijn in het kamp wordt er niet voldaan aan
de minimum vereisten voor opvang in Al-Hol kamp.
Zoals ook gesteld in het antwoord op Kamervragen van 27 september (Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2019–2020, nr. 278) is Nederland niet diplomatiek vertegenwoordigd in Noordoost-Syrië en is er daardoor
geen zicht op de kinderen met een Nederlandse link die in de opvangkampen in Noordoost-Syrië
verblijven. Het is daarom niet mogelijk informatie te geven over de lichamelijke en
geestelijke gezondheid van deze kinderen.
Vraag 5
Is het u bekend dat bij een schietincident afgelopen week ook vrouwen gewond zijn
geraakt? Zo ja, kunt u een toelichting geven over wat er precies is gebeurd?
Antwoord 5
Volgens de VN vond er op 30 september een geweldsincident plaats in Al-Hol. Hierbij
kwam één vrouw om het leven en vielen meerdere gewonden.
Vraag 6
Is het u bekend of er ook Nederlanders bij het incident betrokken zijn geweest? Kunt
u uw antwoord toelichten?
Antwoord 6
De nationaliteit van de slachtoffers is onbekend. Vooralsnog zijn er geen indicaties
dat er Nederlanders bij betrokken zijn geweest.
Vraag 7, 8, 9
Hoe oordeelt u over de waarschuwing van de Koerden dat zij de situatie in het kamp
niet meer onder controle hebben?
Houdt u rekening met het scenario dat de Koerden de gevangenen vrij laten, wanneer
zij de controle geheel dreigen te verliezen? Zo ja, hoe bereid u zich hierop voor?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Hout u rekening met het scenario dat gevangenen op grote schaal zullen ontsnappen
nu de Koerden de controle dreigen te verliezen? Zo ja, hoe bereid u zich hierop voor?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 7, 8, 9
Zoals beschreven in een brief aan uw Kamer van 15 oktober (Kamerstuk 32 623, nr. 273) maakt het kabinet zich in algemene zin ernstige zorgen over de gevolgen van de Turkse
operatie in Noord-Syrië op onder andere de beveiliging van de detentiekampen en daarmee
het verhoogd risico op ontsnappingen van uitreizigers. Deze zorgen zijn in NAVO-verband
geadresseerd, heeft de Minister van Buitenlandse Zaken nadrukkelijk in de EU en in
de Anti-ISIS coalitie ter sprake gebracht en heeft de Minister van Buitenlandse Zaken
aangekaart in een telefoongesprek met de Turkse Minister van Buitenlandse Zaken Çavuşoğlu
op 14 oktober (ref verslag van de RBZ van 14 oktober 2019, Kamerstuk 21 501-02, nr. 2074). Nederland heeft Turkije daarbij opgeroepen de beveiliging van de detentiekampen
binnen de bufferzone te garanderen en ontsnapte ISIS-gevangenen weer op te pakken.
Het kabinet zal blijven wijzen op de noodzaak te voorkomen dat uitreizigers kunnen
ontsnappen.
Nederland is voorbereid op de terugkeer van Nederlandse uitreizigers. Het personeel
van diplomatieke vertegenwoordigingen in de regio heeft trainingen gevolgd om goed
om te kunnen gaan met uitreizigers die zich melden op een post. Om ongecontroleerde
terugkeer te voorkomen zijn uitreizigers opgenomen in het Schengen-informatiesysteem
en is tegen alle onderkende uitreizigers een Europees Arrestatiebevel uitgevaardigd.
De paspoorten van uitreizigers zijn gesignaleerd en ongeldig verklaard. Hierdoor is
het niet mogelijk om eigenstandig op een legale manier naar het Schengengebied terug
te keren.
Vraag 10
Bent u op de hoogte van de veiligheidsrisico’s die de Nederlandse kinderen lopen die
in het kamp verblijven, nu de situatie uit de hand dreigt te lopen? Kunt u uw antwoord
toelichten?
Antwoord 10
Zoals ook is geantwoord op vraag 4 is Nederland niet aanwezig in Noordoost-Syrië en
is er daardoor geen zicht op de kinderen met een Nederlandse link die in de opvangkampen
in Noordoost-Syrië verblijven.
Zoals aangegeven in de beantwoording van Kamervragen van 27 september jl. (Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2019–2020, nr. 278) vinden er volgens de VN veiligheidsincidenten en demonstraties plaats in Al-Hol.
Als reactie hierop militariseert de kampleiding het opvangkamp door het plaatsen van
hekken en (gewapende) beveiliging. Dit is zorgwekkend. Humanitaire organisaties blijven
benadrukken dat Al-Hol een ontheemdenkamp is en geen detentiecentrum en roepen op
het civiele karakter van het kamp te bewaken daar er voornamelijk kinderen worden
opgevangen.
Vraag 11
Hebben de gebeurtenissen invloed op uw standpunt met betrekking tot het repatriëren
van minderjarige kinderen die, al dan niet met hun moeder, verblijven in het gevangenenkamp?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 11
Nee. Staand kabinetsbeleid is dat uitreizigers niet actief uit Syrië worden opgehaald.
Het terughalen van kinderen kan niet los worden gezien van hun ouders, aangezien het
scheiden van kinderen en ouders in beginsel onwenselijk is en juridisch complex ligt.
Ten aanzien van weeskinderen beoordeelt het kabinet per geval of en hoe zij terug
kunnen keren naar Nederland, zoals beschreven in de brief aan uw Kamer van 21 februari
2019 (Kamerstuk 29 754, nr. 492).
Vraag 12
Zijn er Nederlandse moeders die Nederland hebben verzocht hun kinderen te repatriëren
en daarbij zelf in het gevangenenkamp wilden achterblijven om zo hun kinderen in veiligheid
te brengen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 12
Nee, van Nederlandse moeders verblijvend in kampen in Noordoost Syrië heeft de Nederlandse
overheid een dergelijke hulpvraag niet ontvangen.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Sjoerdsma
(D66), ingezonden 3 oktober 2019 (vraagnummer 2019Z18771).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.A. Blok, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
S.A.M. Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.