Schriftelijke vragen : De wolk van verontwaardiging om 2 ton voor sterrenkundige die zwart gat wil kieken
Vragen van het lid Van der Molen (CDA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de wolk van verontwaardiging om 2 ton voor sterrenkundige die zwart gat wil kieken (ingezonden 31 oktober 2019).
Vraag 1
Hoe kan het dat de Nederlands Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een
aanvraag afwijst aan de hand van een kwalitatief en objectief proces terwijl u besluit
om middelen toe te kennen?1
Vraag 2
Op welke grondslag heeft u besloten om Prof. Falcke en zijn onderzoeksgroep eenmalig
€ 200.000 voor wetenschapscommunicatie toe te kennen? Zijn er meer afgewezen NWO-aanvragen
die van u middelen ontvangen? Zo ja welke aanvragen en wanneer heeft dit gespeeld?
Vraag 3
Hoe komt het dat deze middelen alleen naar Prof. Falcke en zijn onderzoeksgroep gaan
en niet naar het Nijmeegs-Leids-Amsterdamse samenwerkingsverband dat in het kader
van het Event Horizon Telescope onderzoek een aanvraag had gedaan?
Vraag 4
Waar komen deze middelen vandaan, wat kan er nu niet gebeuren nu deze € 200.000 naar
Prof. Falcke gaat en in hoeverre hebben deze middelen te maken met de € 4 miljoen
die beschikbaar is gekomen voor wetenschapscommunicatie?
Vraag 5
Indien deze financiering uit die € 4 miljoen komt, komt het dan uit de € 1 miljoen
voor een pilot vanuit NWO of uit de € 3 miljoen binnen de Nationale Wetenschapsagenda?
Kunt u tevens een overzicht geven van de (beoogde) besteding van deze € 4 miljoen?
Vraag 6
Wat vindt NWO van uw toekenning van € 200.000 aan Prof. Falcke en zijn onderzoeksgroep?
Deelt u de mening dat u met uw handeling de externe weging en toekenning van wetenschapsmiddelen
door NWO ondergraaft?
Vraag 7
Is naar aanleiding van de toezegging tijdens het laatste algemeen overleg wetenschapsbeleid
al bekend of wetenschapsmusea gebruik kunnen maken van de financiering via outreachgelden
van de Nationale Wetenschapsagenda?
Ondertekenaars
H. van der Molen, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.