Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ploumen over de reden van de vertraging bij de evaluatie van het Transparantieregister Zorg
Vragen van het lid Ploumen (PvdA) aan de Minister voor Medische Zorg over de reden van de vertraging bij de evaluatie van het Transparantieregister Zorg (ingezonden 9 oktober 2019).
Antwoord van Minister Bruins (Medische Zorg) (ontvangen 17 oktober 2019).
Vraag 1, 2, 3, 8 en 9
Waarom is de evaluatie van het Transparantieregister Zorg nog niet naar de Kamer gezonden,
terwijl u die heeft toegezegd voor «in de zomer van 2019»?
Heeft u de Kamer op de hoogte gesteld van de vertraging? Zo nee, waarom niet?
In welk stadium bevindt het evaluatie-onderzoek zich nu?
Wat moet er nu nog precies gebeuren, wat is de planning en wanneer wordt de definitieve
evaluatie verwacht?
Kunt u toezeggen dat de evaluatie vóór de begrotingsbehandeling VWS aan de Kamer kan
worden gezonden? Zo nee waarom niet en waarom kan een en ander niet bespoedigd worden?
Antwoord 1, 2, 3, 8 en 9
De evaluatie van het Transparantieregister Zorg loopt op dit moment nog en wordt door
het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) uitgevoerd. De evaluatie neemt
helaas meer tijd in beslag dan gepland was. Dit is de reden waarom ik de resultaten
van de evaluatie nog niet naar de Tweede Kamer heb gezonden.
In antwoord op eerdere Kamervragen (antwoord op vraag 16 en 17) die het lid Ploumen
(PvdA) heeft gesteld over mogelijke beïnvloeding bij het opstellen van richtlijnen
(Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018 – 2019, nr. 2939) heb ik de Tweede Kamer laten weten dat ik de resultaten in het najaar verwacht.
Helaas duurt de vertraging nog wat langer. Het evaluatieonderzoek bevindt zich nog
niet in een afrondende fase; de analyse van de data – met name uit de sector van de
medische hulpmiddelen – en het schrijven van het rapport zijn nog gaande. Gezien deze
fase waarin het evaluatieonderzoek zich nu bevindt, kan ik helaas niet toezeggen dat
ik de resultaten voor de begrotingsbehandeling van het Ministerie van VWS naar de
Tweede Kamer kan zenden. Ik hoop en verwacht dit wel voor het kerstreces te kunnen
doen.
Vraag 4, 5, 6 en 7
Hoe luidt de onderzoeksvraag en hoe luiden de deelvragen?
Kunt u tenminste de onderzoeksopzet naar de Kamer zenden? Zo nee, waarom niet?
Welke stappen zijn tot nu toe gezet?
Welke respons is tot nu toe ontvangen? Van wie?
Antwoord 4, 5, 6 en 7
De onderdelen waarop de evaluatie van het Transparantieregister Zorg gericht moet
zijn, zijn bij amendement in de wet opgenomen (Wet BIG).
De evaluatie dient zich te richten op de doeltreffendheid en (bedoelde en onbedoelde)
effecten van het Transparantieregister Zorg.
De onderzoeksvragen en de deelvragen van de eerste evaluatie luiden voor de geneesmiddelensector
als volgt:
Is het Transparantieregister Zorg doeltreffend? Onder «doeltreffendheid» wordt – in
ieder geval – verstaan:
of de wijze waarop het Transparantieregister Zorg (op basis van zelfregulering) is
opgezet voldoende effectief is dat de informatie in het register volledig, actueel
en juist kan zijn. De eerste evaluatie moet antwoord geven op de vraag of het Transparantieregister
Zorg doeltreffend is en – indien nodig – wat er moet gebeuren om de doeltreffendheid
te vergroten.
of de wijze waarop het Transparantieregister Zorg kan worden geraadpleegd voldoende
effectief is (gebruiksvriendelijkheid en toegankelijk).
2. Wat zijn de bedoelde en onbedoelde effecten van het Transparantieregister Zorg:
a. op de farmaceutische bedrijven die de financiële relaties moeten registreren?
b. op zorgprofessionals (voornamelijk artsen) die in het register zijn opgenomen?
c. op zorginstellingen die in het register zijn opgenomen?
d. op patiëntenorganisaties die in het register zijn opgenomen?
e. op het publiek die het register willen raadplegen?
3. In de eerste evaluatie wordt een format (onderzoeksvragen en/of methode) opgesteld
voor de volgende evaluatie, waarin naast de geneesmiddelensector ook de sector van
de medische hulpmiddelen en mogelijk de diergeneesmiddelensector wordt meegenomen.
De gehele sector medische hulpmiddelen deed pas in 2018 voor het eerst opgave in het
Transparantieregister Zorg. De onderzoeksvragen voor de medische hulpmiddelensector
zijn dan ook gericht op de eerste ervaringen van de sector medische hulpmiddelen met
het register en met het wettelijk verbod op gunstbetoon, dat sinds 1 januari 2018
voor deze sector geldt.
De onderzoeksopzet van het IVM richt zich op deze onderzoeksvragen en bestaat uit
interviews, enquêtes, praktijktesten en steekproeven in het Transparantieregister
Zorg.
Het IVM houdt de ontvangen reacties bij in het kader van het evaluatieonderzoek.
Uit navraag bij het IVM is gebleken dat alle koepelorganisaties die benaderd zijn
voor het evaluatieonderzoek, input hebben geleverd. Gezien de omstandigheid dat het
evaluatieonderzoek nu nog gaande is, zijn deze koepelorganisaties nu niet in antwoord
op deze vraag vermeld.
Met deze informatie acht ik voldaan te hebben aan uw vragen naar de onderzoeksvragen
en onderzoeksopzet.
Vraag 10
Bent u bereid deze eenvoudige vragen vóór 16 oktober 2019 te beantwoorden? Zo nee
waarom niet?
Antwoord 10
Met de beantwoording van deze vragen voldoe ik aan uw verzoek om deze vragen te beantwoorden
voor 16 oktober 2019.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B.J. Bruins, minister voor Medische Zorg
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.