Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Azarkan over het bericht ‘Politiechef Fatima stelt dat ‘klokkenluiders’ intern tegen muur lopen’
Vragen van het lid Azarkan (DENK) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Politiechef Fatima stelt dat «klokkenluiders» intern tegen muur lopen» (ingezonden 18 juni 2019).
Antwoord van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 5 september
2019). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018–2019, nr. 3406.
Vraag 1
Kent u het bericht «Politiechef Fatima stelt dat «klokkenluiders» intern tegen muur
lopen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2, 3, 4
Wat is uw reactie op het feit dat agenten die bij hun leiding aankaarten dat er interne
misstanden zijn, volgens een politiechef tegen een muur, «The blue wall of silence,»
aanlopen?
Wat is uw reactie op het feit dat dit volgens deze politiechef tot stress en zelfs
tot agenten die het bijltje erbij neergooien leidt?
Wat doet het citaat «(t)oen ik zaken van intimidatie, racisme en machtsmisbruik aankaartte
bij mijn leidinggevenden, zeiden deze dat al die mensen waar ik over sprak niet op
non-actief konden worden gezet gezien de capaciteitsproblemen. Dus toen ben ik maar
weggegaan» met u?
Antwoord 2, 3, 4
Voor ontoelaatbaar en grensoverschrijdend gedrag zoals intimidatie, discriminatie
en pesten is binnen de politie geen plaats. De ervaringen van politiemedewerkers over
de afhandeling van signalen en meldingen van grensoverschrijdend gedrag neem ik zeer
serieus. De korpschef deelt dit gevoel ten zeerste, mede vanuit de verantwoordelijkheid
die de korpsleiding en politiechefs voelen om vanuit haar werkgeverschap te zorgen
voor een veilig werkklimaat. Iedere politiemedewerker met welke klacht dan ook moet
zich vrij voelen om hiervan een melding te maken en moet zich daarbij door de leidinggevende
gesteund voelen. Daarom bevordert de leiding van de politie een werkcultuur waarin
het gesprek wordt aangegaan over gedragingen die als grensoverschrijdend worden ervaren.
Vraag 5
Klopt het dat misstanden bij de politie soms niet bestreden worden vanwege capaciteitsproblemen?
Zo ja, wat doet u om dit tegen te gaan? Zo nee, waar baseert u dit op?
Antwoord 5
In het bericht zijn de geïdentificeerde misstanden onder andere intimidatie, racisme
en machtsmisbruik. Iedere melding van een dergelijk misstand bij de afdeling Veiligheid,
Integriteit en Klachten (VIK) of het Landelijk Meldpunt Misstanden wordt onderzocht.
Er is geen sprake van dat misstanden niet worden bestreden door een capaciteitsprobleem.
Vraag 6
Bestaan er monitorraportages van discriminatie, racisme, intimidatie en machtsmisbruik
bij de politie? Zo ja, wat blijkt hieruit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Eens in de drie jaar vindt een groot onderzoek naar de werkbeleving binnen de politie
plaats, de Medewerkersmonitor (MEMO). In de MEMO zijn onder andere vragen opgenomen
over grensoverschrijdende omgangsvormen, op de werkvloer. De uitkomsten van de medewerkersmonitor
zijn eerder met uw Kamer gedeeld.2
Vraag 7
Hoeveel disciplinaire maatregelen zijn er in de afgelopen vier jaar binnen de politie
genomen tegen meldingen van discriminatie, racisme, intimidatie en machtsmisbruik?
Antwoord 7
Ik heb uw Kamer aangegeven dat de politie ernaar streeft om met ingang van 2019 jaarlijks
een geanonimiseerd overzicht van opgelegde disciplinaire maatregelen te publiceren.
Op dit moment is het nog te arbeidsintensief om het totaal aantal voor specifieke
disciplinaire maatregelen te genereren. Op verzoek van de korpsleiding is een landelijk
systeem in ontwikkeling dat de Veiligheid, Integriteit en Klacht (VIK)- en HRM processen
koppelt en deze cijfers beter inzichtelijk zal maken. Het overzicht van opgelegde
disciplinaire maatregelen zal vanaf 2020 in de jaarverantwoording worden opgenomen.
Vraag 8
Worden de redenen voor uitdiensttreding bij de politie geregistreerd? Zo ja, in hoe
veel gevallen heeft dit het ervaren van discriminatie en/of machtsmisbruik als reden?
Antwoord 8
Van iedere medewerker die de politie verlaat wordt een tweetal gegevens geregistreerd:
de datum van uitdiensttreding en de reden van uitdiensttreding, waarbij uit een beperkt
aantal categorieën gekozen kan worden. Er is geen rechtsgrond om meer dan deze categorieën
te registreren. De categorieën die worden geregistreerd zijn:
in welke sector de medewerker zijn of haar loopbaan voortzet;
• leeftijd/regeling-gerelateerde categorieën;
• overlijden;
• oneervol ontslag.
Vraag 9
Wordt met iedere diender die uit dienst treedt een exitgesprek gevoerd om de redenen
te bevragen? Zo ja, wat zijn de meest genoemde redenen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
In het Halfjaarbericht Politie van juli 2018 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het
gesprek dat de korpschef en ik over dit onderwerp hebben gevoerd.3 De politie erkent het belang van exitgesprekken voor zowel de vertrekkende medewerker
als de organisatie en de waardevolle informatie die dit oplevert. Op dit moment wordt
door de politie gewerkt aan een beleidskader en een bijbehorend implementatieplan
om met iedere medewerker die de politie verlaat, op vrijwillige basis, een exitgesprek
te houden.
Uitgangspunt blijft dat de reden voor vertrek bij de politie niet wordt geregistreerd,
anders dan zoals reeds beschreven in het antwoord op vraag 8.
Vraag 10
Welke concrete maatregelen zijn genomen sinds de noodkreet van de ex-korpschef dat
«een gif van uitsluiting de politie binnen dreigt te komen» en sinds het uitkomen
van het zwartboek met noodkreten van agenten? Kunt u wat meer doen dan alleen verwijzen
naar het programma de Kracht van het Verschil?
Antwoord 10
De afgelopen jaren stond het onderwerp integriteit hoog op de agenda van de korpsleiding.
Extra aandacht is besteed aan de rol van leidinggevenden, omdat zij binnen het korps
een centrale rol vervullen in het realiseren van een veilige en inclusieve cultuur.
Zo is vanuit het leiderschapsprogramma aandacht voor een meer adequaat handelen en
optreden – sneller, zichtbaarder en doeltreffender – bij ontoelaatbaar en grensoverschrijdend
gedrag. Ook de theatervoorstelling Rauw die inmiddels door ruim 16.000 collega’s is
gezien en ook in 2019 doorloopt, wordt ingezet om aandacht te besteden aan o.a. integriteit,
discriminatie en pesten.
In 2018 is het integriteitsbeleid geactualiseerd, hierin is nadrukkelijk aandacht
voor het bevorderen van integriteit en een veilig en inclusief werkklimaat. De politieorganisatie
heeft verschillende mogelijkheden beschikbaar voor het bespreekbaar maken van signalen,
zoals het vertrouwenswerk, de afdelingen Veiligheid, Integriteit en Klachten, het
Landelijk Meldpunt Misstanden en programma’s als de Kracht van het Verschil. Daarnaast
beschikt de politie over de regeling klachten grensoverschrijdende omgangsvormen voor
formele klachten over deze specifieke ervaringen; deze klachten worden onderzocht
door de klachtencommissie grensoverschrijdende omgangsvormen. Deze commissie wordt
per klacht samengesteld en bestaat uit interne medewerkers en externe personen met
passende expertise.
Vraag 11
Worden de effecten van de genomen maatregelen gemonitord? Zo ja, wat blijkt hieruit?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
De Medewerkersmonitor wordt periodiek uitgevoerd. In de monitor zijn vragen opgenomen
die inzicht geven in de effecten van de genomen maatregelen. Zie hiervoor tevens mijn
beantwoording op vraag 6.
Vraag 12
Bent u bereid een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar het voorkomen van en
het bestrijden van discriminatie en uitsluiting binnen de politieorganisatie? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 12
Op dit moment wordt door de korpsleiding invulling gegeven aan de borging van het
programma De Kracht van het Verschil in de staande organisatie. Daarbij wordt ook
bezien wat in de afgelopen jaren goed heeft gewerkt, wat niet en wat er verder nog
ontwikkeld moet worden. Ik zie op dit moment geen aanleiding voor een onafhankelijk
onderzoek.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.