Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Aartsen en Van Nispen over het bericht dat slechte arbeidsomstandigheden en uitbuiting bij nagelsalons geen prioriteit hebben bij de Inspectie SZW
Vragen van de leden Aartsen (VVD) en Van Nispen (SP) aan de Staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Justitie en Veiligheid over het bericht dat slechte arbeidsomstandigheden en uitbuiting bij nagelsalons geen prioriteit hebben bij de Inspectie SZW (ingezonden 16 januari 2019).
Antwoord van Staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (ontvangen 20 februari 2019).
Vraag 1 en 2
Bent u bekend met het onderzoek van de NOS over de zorgwekkende signalen dat er uitbuiting,
illegale tewerkstelling en onderbetaling plaatsvindt in goedkope nagelsalons?1 Wat is uw reactie hierop?
Deelt u de mening dat dergelijke misstanden niet zouden moeten voorkomen in Nederland?
Antwoord 1 en 2
Ja. Helaas blijken dergelijke misstanden in diverse sectoren van de Nederlandse arbeidsmarkt
voor te komen. Elk mogelijk geval van arbeidsuitbuiting of ernstige benadeling van
een werknemer door een werkgever is onacceptabel.
Vraag 3, 4, 5 en 9
Hoe kan het dat in de afgelopen anderhalf jaar door de Inspectie SZW 29 salons zijn
beoordeeld, waarbij in de helft van de gevallen misstanden werden gevonden, en vervolgens
niet verder werd geïnspecteerd bij andere nagelsalons, door gebrek aan prioriteit?
Constaterende dat de Inspectie SZW in haar jaarplan aangeeft dat zij de thema’s «uitbuiting»,
«illegale tewerkstelling» en «onderbetaling» als prioriteit heeft, waarom beschouwt
de Inspectie SZW deze misstanden in nagelsalons niet als prioriteit? Hoe kan het dat
deze prioriteiten wel in het jaarplan staan welke met de Kamer is gedeeld en dat dit
in de praktijk anders is?
Hoe verhoudt zich dit tot de uitspraken van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel,
Europol en het Openbaar Ministerie dat bij nagelsalons sprake is van een hoog risico
op misstanden?
Bent u bereid om met de Inspectie SZW in gesprek te gaan en te bespreken waarom deze
sector, ondanks deze signalen, geen prioriteit heeft? Zo nee, waarom niet?
Speelt deze problematiek voor zover u weet ook bij andere branches?
Antwoord 3, 4, 5 en 9
De Inspectie SZW richt zich op het bestrijden van oneerlijk werk, onderbetaling, uitbuiting
en andere misstanden. Dit draagt zij uit in haar publicaties en in haar werkzaamheden.
Zij heeft in haar rapport «Staat van Eerlijk Werk» medio 2017 aangegeven dat arbeidsmigranten
en flexwerkers in de bekende risicosectoren, waartoe de detailhandel hoort, de grootste
risico’s lopen slachtoffer te worden van onderbetaling en/of uitbuiting. Zij concludeerde
ook dat er geen goed zicht is op de omvang van arbeidsuitbuiting. Deze speelt zich
doorgaans af in het verborgene, zeker daar waar de slachtoffers illegaal in Nederland
verblijvende vreemdelingen zijn.
De Inspectie SZW hanteert een risicogerichte, programmatische aanpak waarbij ze samen
met andere organisaties werkt aan het bereiken van een zo groot mogelijk maatschappelijk
effect. Het sectorprogramma Horeca en Detailhandel richt zich op de risicosectoren
horeca en detailhandel. Binnen dit programma is er wel degelijk aandacht voor de wellnessbranche,
en daarbinnen voor nagelstudio’s. In de afgelopen anderhalf jaar zijn er inderdaad
controles geweest bij 29 nagelsalons, waarbij in de helft van de gevallen overtredingen
werden geconstateerd van onder meer de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidstijdenwet
en de Wet minimumloon en mimimumvakantiebijslag.
De Inspectie SZW heeft mij desgevraagd laten weten dat de aanpak van misstanden in
de nagelsalons haar blijvende aandacht heeft. Meldingen en signalen over mogelijke
ernstige benadeling in de sector detailhandel, waaronder nagelsalons, zijn afgelopen
jaar opgepakt en ook dit jaar zal dat het geval zijn.
In het themaprogramma Arbeidsuitbuiting richt de Inspectie SZW zich zowel op arbeidsuitbuiting
in de zin van mensenhandel, als op uitbuiting in de zin van ernstige benadeling. Waar
meldingen over (arbeids)uitbuiting spelen, wordt opgetreden, ongeacht de sector.
Vraag 6
Is er coördinatie tussen deze partijen, de Nationale Politie en de Inspectie SZW?
Wisselen zij onderling informatie over deze misstanden uit? Zo ja, hoe verklaart u
dan dat er geen prioriteit bij deze branche ligt? Zo nee, waarom wisselen zij deze
informatie niet uit?
Antwoord 6
Bij de aanpak van ernstige benadeling en arbeidsuitbuiting in verschillende sectoren,
waaronder detailhandel, werkt de Inspectie SZW samen met gemeenten en politie, onder
meer met de Afdelingen Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (de AVIM’s)
en het Landelijk Overleg van Specialisten Mensenhandel (LOSM). Ook participeert de
Inspectie SZW in de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s), waarvan ook
regiogemeenten en politie deel uitmaken. Deze samenwerkingsverbanden hebben tot doel
om georganiseerde en ondermijnende criminaliteit – zoals arbeidsuitbuiting – integraal
aan te pakken.
De Opsporingsdienst van de Inspectie SZW werkt daarnaast ook samen met de politie
in het kader van het Expertisecentrum Mensensmokkel en Mensenhandel (EMM). Binnen
het EMM werken politie, KMar, Inspectie SZW en IND integraal samen. Hierin worden
meldingen en trends in signalen besproken met aangesloten partners en de landelijk
officier mensenhandel. Indien nodig stuurt het EMM de meldingen daarna door voor nader
(opsporings)onderzoek.
Vraag 7
Wat is uw reactie op de oproep van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel dat de Inspectie
SZW, gemeenten en politie een actievere houding aan zouden moeten nemen omdat deze
signalen doorgaans niet vanzelf bovenkomen?
Antwoord 7
Mensenhandel blijft vaak ongezien. Mensenhandelaren doen hun uiterste best om uitbuiting
te verhullen en slachtoffers vragen om verschillende redenen niet altijd om hulp.
Mensenhandel kan daarom worden aangemerkt als een delict waarbij een proactieve houding
cruciaal is om slachtoffers vroegtijdig te signaleren, uit de uitbuitingssituatie
te halen en daders op te sporen en te vervolgen. De bestrijding van mensenhandel vergt
de gezamenlijke inzet van verschillende ketenpartners. Professionals bij de politie
en de Inspectie SZW zijn getraind in het herkennen van signalen van mogelijke arbeidsuitbuiting.
Met het programma «Samen tegen mensenhandel»2 wordt een intensivering van de integrale aanpak, waarin deze aspecten terugkomen,
nagestreefd.
Vraag 8
Rechtvaardigt het feit dat er weinig meldingen zijn volgens u de opmerking vanuit
de Nationale Politie dat er geen reden is voor nader onderzoek naar deze misstanden?
Antwoord 8
In algemene zin is het lastig om goed zicht te krijgen op signalen van uitbuiting.
Slachtoffers zien zichzelf veelal niet als zodanig en/of zijn te bang om melding te
maken. Dit terwijl de verklaring van een slachtoffer vaak zeer belangrijk is voor
het kunnen starten van een strafrechtelijk onderzoek. Indien bij de politie melding
wordt gemaakt van strafbare feiten, al dan niet in nagelsalons, kan onder leiding
van het Openbaar Ministerie nader onderzoek worden verricht.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T. van Ark, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
M.G.J. Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.