Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport : Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport
35 062 Goedkeuring van de op 21 december 2015 te Astana tot stand gekomen Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds (Trb. 2016, 91)
Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 10 februari 2017 en het nader rapport d.d. 19 oktober 2018, aangeboden aan de
Koning door de Minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Afdeling advisering
van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 23 november 2016, no. 2016002062, heeft Uwe Majesteit, op
voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van
de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring
van de op 21 december 2015 te Astana tot stand gekomen Versterkte Partnerschaps- en
Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en
de Republiek Kazachstan, anderzijds (Trb. 2016, 91), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel aan de Tweede
Kamer te zenden, maar merkt op dat de toelichting op enkele punten aanvulling behoeft.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 23 november 2016, no. 2016002062,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 10 februari 2017, nr. W02.16.0382/II, bied ik U hierbij aan.
1. Verschil met eerdere overeenkomst
De toelichting vermeldt dat de overeenkomst kan worden gezien als een actualisering
van de bestaande Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (hierna: PSO) van de
Europese Unie en Kazachstan uit 1995. De nieuwe overeenkomst biedt versterkte handvatten
om de politieke en economische samenwerking vorm te geven, waarbij fundamentele internationaalrechtelijke
waarden en democratische beginselen de uitgangspunten zijn, aldus de toelichting.2
De Afdeling merkt op dat de toelichting met bovengenoemde algemene bewoordingen, onvoldoende
duidelijk maakt wat de inhoudelijke verschillen tussen de bestaande en de nieuwe PSO
zijn. Zij adviseert de toelichting op dit punt nader te concretiseren.
1. Verschil met eerdere overeenkomst
Conform het advies van de Afdeling advisering is in paragraaf I (Algemene inleiding)
een alinea toegevoegd waarin de belangrijkste verschillen tussen de eerdere partnerschaps-
en samenwerkingsovereenkomst en de Versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst
zijn beschreven.
2. Voorlopige toepassing
De nieuwe PSO heeft een gemengd karakter. De materie die de overeenkomst bestrijkt,
is breder dan de exclusieve bevoegdheden van de EU en daarom moeten ook alle EU-lidstaten
het verdrag ratificeren.3 Delen van de nieuwe PSO worden voorlopig toegepast. Het betreft, aldus de toelichting,
een voorlopige toepassing door de EU en deze kan daarom ook alleen op die onderdelen
van de overeenkomst zien die onder de EU-bevoegdheden vallen. De lidstaten hebben
via de Raad op 26 oktober 2015 met het Besluit tot ondertekening en voorlopige toepassing
van de overeenkomst ingestemd. De toelichting bevat een opsomming van delen van de
overeenkomst die met ingang van 1 mei 2016 voorlopig worden toegepast, «voor zover
deze delen aangelegenheden betreffen die onder de bevoegdheid van de Unie vallen»,
aldus de toelichting.4
Met deze passage laat de toelichting te zeer in het midden in hoeverre de in de toelichting
genoemde delen van het verdrag aangelegenheden zijn die onder de exclusieve bevoegdheid
van de Unie vallen en om die reden al voorlopig toegepast worden. De Afdeling acht
het mede met het oog op een betekenisvolle invulling van de taak van de (mede)wetgever
bij de goedkeuring van gemengde verdragen, wenselijk dat de toelichting op dit punt
meer duidelijkheid biedt.
De Afdeling adviseert de toelichting in het licht van het vorenstaande aan te vullen.
2. Voorlopige toepassing
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering is in paragraaf I een sub-paragraaf
toegevoegd over de «Aard van de Overeenkomst». In deze nieuwe paragraaf wordt het
gemengd karakter van de Overeenkomst toegelicht. Beschreven is dat de Overeenkomst
afspraken bevat met betrekking tot onderwerpen die tot de exclusieve bevoegdheid van
de EU behoren en afspraken met betrekking tot onderwerpen die onder de gedeelde bevoegdheid
van de EU en haar lidstaten vallen. Daarnaast bevat de Overeenkomst onderwerpen die
onder de ondersteunende, coördinerende en aanvullende bevoegdheden van de Unie vallen.
Bij elk type bevoegdheid wordt verwezen naar relevante titels in de Overeenkomst.
Verder is in de navolgende sub-paragraaf over de «Voorlopige toepassing» een zin in de eerste alinea ingevoegd en een nieuwe alinea toegevoegd. De ingevoegde
zin bevat een verwijzing naar een Raadsbesluit voor de uitleg dat enkel die onderdelen
van de Overeenkomst voorlopige toegepast kunnen worden die onder de bevoegdheden van
de EU vallen. In de toegevoegde alinea wordt uitgelegd dat het karakter van een EU-bevoegdheid
(dus exclusief, gedeeld, etc.) hierbij niet bepalend is, zodat de voorlopige toepassing
geen indicatie geeft welke bepalingen onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in de memorie van toelichting enkele redactionele
correcties aan te brengen.
Voorts is artikel 2 van het wetsvoorstel aangepast voor wat het moment betreft waarop
de wet in werking zal treden.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van
wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande
aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State,
J.P.H. Donner
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde
memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
S.A. Blok
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.P.H. Donner, vicepresident van de Raad van State -
Mede ondertekenaar
S.A. Blok, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.