Motie : Motie van het lid Van der Plas over uitwerken hoe Groningen-Drachten als eerste zelfstandig realiseerbare fase van de Lelylijn kan worden ontwikkeld
37 020 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2027
Nr. 52
MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS
Voorgesteld 29 oktober 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat volledige aanleg van de Lelylijn op korte termijn financieel niet
haalbaar is;
constaterende dat de regering nader onderzoek laat verrichten naar onder meer alternatieve
financieringsmogelijkheden voor de Lelylijn;
overwegende dat de Kamer zich eerder heeft uitgesproken over het voorstel om de Lelylijn
gefaseerd te realiseren, te beginnen met Groningen-Drachten;
overwegende dat een gefaseerde aanpak de mogelijkheid biedt om ondanks het ontbreken
van financiering voor de volledige Lelylijn concrete voortgang te boeken;
verzoekt de regering in het aangekondigde vervolgonderzoek expliciet uit te werken
hoe Groningen-Drachten als eerste zelfstandig realiseerbare fase van de Lelylijn kan
worden ontwikkeld, inclusief de benodigde planologische stappen, kosten en financieringsmogelijkheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van der Plas
Indieners
Caroline van der Plas, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.