Schriftelijke vragen : De groei van de sociale huurvoorraad in kwetsbare regio's
Vragen van het lid De Hoop (PRO) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de groei van de sociale huurvoorraad in kwetsbare regio's (ingezonden 17 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de situatie in Hollands Kroon, waar de gemeente inzet op netto groei
van de sociale huurvoorraad, maar de woningcorporatie aangeeft die groei tot en met
2030 niet te kunnen realiseren door beperkte investeringscapaciteit?1
Vraag 2
Ziet u dit ook als een breder probleem dat beoogde groei van sociale huur, die voortkomt
uit een vastgestelde woningbehoefte, niet gerealiseerd kan worden in kwetsbare regio’s
door gebrek aan investeringsruimte?
Vraag 3
Klopt het dat de Nationale Prestatieafspraken uitgaan van netto groei van de sociale
huurvoorraad? Hoe verhoudt het uitblijven van groei in deze situatie zich tot die
afspraken en tot de terughoudendheid bij verkoop?
Vraag 4
Hoe zal de aankomende Wet Versterking regie volkshuisvesting uitwerken op gemeenten
met een relatief laag aandeel sociale huur, zoals de gemeente Hollands Kroon, binnen
een regio waar anderen gemeenten juist een relatief hoog aandeel sociale huur kennen?
Wat zijn de gevolgen voor de opgave sociale woningbouw in dergelijke gemeenten?
Vraag 5
Hoe weegt u de positie van gemeenten in kwetsbare gebieden, met een relatief laag
aandeel sociale huur en een aanvullende uitbreidingsopgave op grond van landelijke
regelgeving?
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat het uitblijven van groei van de sociale huurvoorraad – terwijl
de behoefte aan sociale huurwoningen in deze regio's aantoonbaar aanwezig en groeiende
is, onder andere blijkend uit wachttijden voor sociale huur, woningbehoefteonderzoek
en de eigen, vastgestelde groeidoelstellingen van gemeenten – nadelig is voor gemeenten
en regio's als Hollands Kroon en de Kop van Noord-Holland, omdat dit kan leiden tot
vertrek van jongeren en starters, krapte in vitale beroepen en verdere druk op voorzieningen?
Vraag 7
Klopt het dat de Kop van Noord-Holland deel uitmaakt van het Nationaal Programma Vitale
Regio's? Deelt u de opvatting dat in zulke regio's voldoende en groeiende beschikbaarheid
van betaalbare woningen essentieel is voor leefbaarheid en sociaaleconomische vitaliteit?
Vraag 8
Hoe garandeert u dat woningcorporaties over voldoende investeringscapaciteit beschikken
om ook in kwetsbare en perifere regio's te blijven investeren?
Vraag 9
Acht u het wenselijk dat woningcorporaties in zulke gemeenten volstaan met behoud
van de bestaande voorraad, terwijl zij elders wel uitbreiden?
Vraag 10
Hoe beoordeelt u de spanning tussen enerzijds verkoop van sociale huurwoningen door
corporaties in de ene regio ten behoeve van investeringen in een andere regio, en
anderzijds de lokale verantwoordelijkheid van gemeenten voor woonresultaten en leefbaarheid?
Vraag 11
Welke instrumenten ziet u om te bevorderen dat opbrengsten uit verkoop van sociale
huurwoningen door een corporatie zoveel mogelijk opnieuw worden ingezet in dezelfde
gemeente?
Vraag 12
In hoeverre acht u het huidige investerings- en toezichtskader voor woningcorporaties
toereikend om ook in perifere regio's bij te dragen aan volkshuisvestelijke en maatschappelijke
doelen?
Vraag 13
Bent u bereid om in de Nationale Prestatieafspraken expliciet aandacht te geven aan
sociale woningbouw in kwetsbare en achtergestelde regio's, zoals bedoeld binnen het
Nationaal Programma Vitale Regio's?
Ondertekenaars
Habtamu de Hoop, Tweede Kamerlid