Voorstel van wet : Voorstel van wet
37 022 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2027)
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
ARTIKEL VII
ARTIKEL VIII
ARTIKEL IX
ARTIKEL X
ARTIKEL XI
ARTIKEL XII
ARTIKEL XIII
ARTIKEL XIV
ARTIKEL XV
ARTIKEL XVI
ARTIKEL XVII
ARTIKEL XVIII
ARTIKEL XIX
ARTIKEL XX
ARTIKEL XXI
ARTIKEL XXII
ARTIKEL XXIII
ARTIKEL XXIV
ARTIKEL XXV
ARTIKEL XXVI
ARTIKEL XXVII
ARTIKEL XXVIII
ARTIKEL XXIX
ARTIKEL XXX
ARTIKEL XXXI
ARTIKEL XXXII
ARTIKEL XXXIII
ARTIKEL XXXIV
ARTIKEL XXXV
ARTIKEL XXXVI
ARTIKEL XXXVII
ARTIKEL XXXVIII
ARTIKEL XXXIX
ARTIKEL XL
ARTIKEL XLI
ARTIKEL XLII
ARTIKEL XLIII
ARTIKEL XLIV
ARTIKEL XLV
ARTIKEL XLVI
ARTIKEL XLVII
ARTIKEL XLVIII
ARTIKEL XLIX
ARTIKEL L
ARTIKEL LI
ARTIKEL LII
ARTIKEL LIII
ARTIKEL LIV
ARTIKEL LV
ARTIKEL LVI
ARTIKEL LVII
ARTIKEL LVIII
ARTIKEL LIX
ARTIKEL LX
ARTIKEL LXI
ARTIKEL LXII
ARTIKEL LXIII
ARTIKEL LXIV
Nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is fiscale maatregelen te
treffen die voortvloeien uit de koopkrachtbesluitvorming voor het jaar 2027 en dat
het ook in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2027 en volgende jaren wenselijk
is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2.10, eerste lid, komt de tabel te luiden:
Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan
maar niet meer dan
bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag
dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte
van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te
boven gaat
I
II
III
IV
–
€ 39.247
–
8,58%
€ 39.247
€ 78.426
€ 3.367
38,16
€ 78.426
–
€ 18.317
49,50%
B
Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan
maar niet meer dan
bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag
dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte
van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te
boven gaat
I
II
III
IV
–
€ 41.637
–
8,58%
€ 41.637
€ 78.426
€ 3.572
38,16%
€ 78.426
–
€ 17.610
49,50%
C
In artikel 3.15, zesde lid, wordt «€ 0,23» vervangen door «€ 0,25».
D
In artikel 3.17, eerste lid, onderdeel b, wordt «€ 0,23» vervangen door «€ 0,25».
E
Artikel 3.20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt «16» vervangen door «17».
2. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt «vijftien» vervangen door «16».
3. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt «16» vervangen door «17».
F
In artikel 3.42, derde lid, wordt «40 percent» vervangen door «45,5 percent».
G
In artikel 3.76, derde lid, wordt «€ 2.123» vervangen door «€ 10».
H
In artikel 6.17, zesde lid, onderdeel a, wordt «€ 0,23» vervangen door «€ 0,25».
I
In artikel 6.36, tweede lid, wordt «€ 0,23» vervangen door «€ 0,25».
J
Artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, wordt als volgt gewijzigd:
1. Het in onderdeel a vermelde bedrag wordt verhoogd met € 173.
2. Het in onderdeel b als tweede vermelde bedrag wordt verhoogd met € 173.
3. Het in onderdeel c als tweede vermelde bedrag wordt verhoogd met € 173.
K
Het in artikel 8.17, tweede lid, als eerste vermelde bedrag wordt verlaagd met € 100.
ARTIKEL II
De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2028 als volgt gewijzigd:
A
De in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 2.10a, eerste lid,
opgenomen tabel als volgt gewijzigd:
1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordt verhoogd met € 1.166.
2. In de laatste kolom wordt het als eerste vermelde percentage verlaagd met 0,09%-punt
en wordt het als tweede vermelde percentage verlaagd met 0,04%-punt.
B
In artikel 3.20, eerste lid, onderdelen a en b, en vijfde lid, onderdeel b, wordt
«17» vervangen door «20».
C
Artikel 3.76 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met tiende lid tot
derde tot en met negende lid.
2. In het derde lid (nieuw) vervalt «en derde».
3. Het vierde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
a. In de eerste zin wordt «vierde» vervangen door «derde».
b. De tweede zin vervalt.
c. In de tweede zin (nieuw) wordt «volzin» vervangen door «zin».
d. De derde zin (nieuw) vervalt.
4. In het achtste lid (nieuw) wordt «achtste» vervangen door «zevende» en wordt «van
het zevende» vervangen door «van het zesde».
D
Artikel 3.139, onderdeel b, vervalt, onder verlettering van onderdeel c tot b.
E
Artikel 6.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid, onderdeel d, vervalt.
2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.
F
Artikel 6.2, vijfde lid, vervalt.
G
Afdeling 6.5 vervalt.
H
In artikel 10.1, eerste lid, vervalt «6.17, vierde lid, 6.20,».
ARTIKEL III
De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2029 als volgt gewijzigd:
A
De in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 2.10a, eerste lid,
opgenomen tabel als volgt gewijzigd:
1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordt verhoogd met € 1.159.
2. In de laatste kolom worden het als eerste vermelde percentage en het als tweede vermelde
percentage verhoogd met 0,07%-punt.
B
Artikel 3.11 vervalt.
C
In artikel 3.43, tweede lid, vervalt «, onder 2°».
D
Artikel 3.45 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:
a. bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om – direct of indirect – hoofdzakelijk te worden
gebruikt voor het drijven van een onderneming, of een gedeelte van een onderneming,
op de winst waarvan een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing
is;
2. In het vijfde lid vervalt «, onder 2°».
E
In artikel 3.47, derde lid, onderdeel c, vervalt «, onder 2°».
F
Artikel 3.74, onderdeel d, vervalt, onder verlettering van onderdeel e tot d en onder
vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel c door «; en».
G
Artikel 3.78a vervalt.
H
In artikel 7.2, twintigste lid, wordt «de artikelen 3.11 of» vervangen door «artikel».
ARTIKEL IV
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2030 de in artikel
2.10, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel
als volgt gewijzigd:
1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordt verhoogd met € 1.139.
2. In de laatste kolom worden het als eerste vermelde percentage en het als tweede vermelde
percentage verhoogd met 0,02%-punt.
ARTIKEL V
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2031 de in artikel
2.10, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel
als volgt gewijzigd:
1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordt verhoogd met € 1.085.
2. In de laatste kolom wordt het als eerste vermelde percentage verhoogd met 0,02%-punt
en wordt het als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,01%-punt.
ARTIKEL VI
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2032 het in de laatste
kolom van de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en van de in artikel 2.10a,
eerste lid, opgenomen tabel als eerste vermelde percentage verhoogd met 0,03%-punt
en wordt het in die kolom als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,02%-punt.
ARTIKEL VII
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2033 het in de laatste
kolom van de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en van de in artikel 2.10a,
eerste lid, opgenomen tabel als eerste vermelde percentage verhoogd met 0,03%-punt
en wordt het in die kolom als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,02%-punt.
ARTIKEL VIII
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2034 het in de laatste
kolom van in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en van de in artikel
2.10a, eerste lid, opgenomen tabel als eerste vermelde percentage en het in die kolom
als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,02%-punt.
ARTIKEL IX
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2035 het in de laatste
kolom van de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en van de in artikel 2.10a,
eerste lid, opgenomen tabel als eerste vermelde percentage verhoogd met 0,10%-punt
en wordt het in die kolom als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,09%-punt.
ARTIKEL X
De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 13bis wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt «16» vervangen door «17».
2. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt «vijftien» vervangen door «16».
3. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt «16» vervangen door «17».
B
In artikel 13a, vierde lid, onderdeel e, wordt «€ 0,23» telkens vervangen door «€ 0,25».
C
In artikel 20a, eerste lid, komt de tabel te luiden:
Bij een belastbaar loon van meer dan
maar niet meer dan
bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag
dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte
van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat
I
II
III
IV
–
€ 39.247
–
8,58%
€ 39.247
€ 78.426
€ 3.367
38,16%
€ 78.426
–
€ 18.317
49,50%
D
In artikel 20b, eerste lid, komt de tabel te luiden:
Bij een belastbaar loon van meer dan
maar niet meer dan
bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag
dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte
van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat
I
II
III
IV
–
€ 41.637
–
8,58%
€ 41.637
€ 78.426
€ 3.572
38,16%
€ 78.426
–
€ 17.610
49,50%
E
Artikel 22a, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Het in onderdeel a vermelde bedrag wordt verhoogd met € 173.
2. Het in onderdeel b als tweede vermelde bedrag wordt verhoogd met € 173.
3. Het in onderdeel c als tweede vermelde bedrag wordt verhoogd met € 173.
F
Het in artikel 22b, tweede lid, als eerste vermelde bedrag wordt verlaagd met € 100.
G
Artikel 31a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a, onder 2° en 3°, wordt «€ 0,23» vervangen door «€ 0,25».
b. Onderdeel i vervalt, onder verlettering van de onderdelen j en k tot i en j.
2. In het zesde lid wordt «€ 0,23» telkens vervangen door «€ 0,25».
3. In het zevende lid, aanhef, wordt «onderdelen a en k» vervangen door «onderdelen
a en j».
4. In het twaalfde lid wordt «onderdeel k» vervangen door «onderdeel j».
ARTIKEL XI
De wet op de loonbelasting wordt met ingang van 1 januari 2028 als volgt gewijzigd:
A
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2028 in artikel
13bis, eerste lid, onderdelen a en b, en vijfde lid, onderdeel b, «17» vervangen door
«20».
B
De in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen
tabel als volgt gewijzigd:
1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordt verhoogd met € 1.166.
2. In de laatste kolom wordt het als eerste vermelde percentage verlaagd met 0,09%-punt
en wordt het als tweede vermelde percentage verlaagd met 0,04%-punt.
ARTIKEL XII
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2029 de in artikel
20a, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel
als volgt gewijzigd:
1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordt verhoogd met € 1.159.
2. In de laatste kolom worden het als eerste vermelde percentage en het als tweede vermelde
percentage verhoogd met 0,07%-punt.
ARTIKEL XIII
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2030 de in artikel
20a, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel
als volgt gewijzigd:
1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordt verhoogd met € 1.139.
2. In de laatste kolom worden het als eerste vermelde percentage en het als tweede vermelde
percentage verhoogd met 0,02%-punt.
ARTIKEL XIV
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2031 de in artikel
20a, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel
als volgt gewijzigd:
1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordt verhoogd met € 1.085.
2. In de laatste kolom wordt het als eerste vermelde percentage verhoogd met 0,02%-punt
en wordt het als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,01%-punt.
ARTIKEL XV
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2032 het in de laatste
kolom van de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en van de in artikel 2.10a,
eerste lid, opgenomen tabel als eerste vermelde percentage verhoogd met 0,03%-punt
en wordt het in die kolom als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,02%-punt.
ARTIKEL XVI
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2033 het in de laatste
kolom van de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en van de in artikel 2.10a,
eerste lid, opgenomen tabel als eerste vermelde percentage verhoogd met 0,03%-punt
en wordt het in die kolom als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,02%-punt.
ARTIKEL XVII
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2034 de in de laatste
kolom van in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en van de in artikel 20b,
eerste lid, opgenomen tabel als eerste vermelde percentage en het in die kolom als
tweede vermelde percentage verhoogd met 0,02%-punt.
ARTIKEL XVIII
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2035 het in de laatste
kolom van de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en van de in artikel 2.10a,
eerste lid, opgenomen tabel als eerste vermelde percentage verhoogd met 0,10%-punt
en wordt het in die kolom als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,09%-punt.
ARTIKEL XIX
De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 12bd, eerste lid, wordt «€ 25.000» vervangen door «€ 100.000».
B
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het zevende lid wordt «vooraf» vervangen door «op verzoek van de belastingplichtige»
en wordt na «behoort» ingevoegd «vanaf het moment dat die rechtshandeling is aangegaan
of, indien dit later is, vanaf het moment dat het volledige verzoek is ontvangen of,
indien dat later is, de datum die in het verzoek is opgenomen». Voorts wordt «een
voordeel» vervangen door «een niet-ingeprijsd voordeel» en wordt aan dat lid een zin
toegevoegd, luidende: Indien de belastingplichtige daarom verzoekt, behoort een niet-ingeprijsd
voordeel uit de rechtshandeling, bedoeld in de vorige zin, vanaf het moment dat het
volledige verzoek is ontvangen of, indien dat later is, de datum die in het verzoek
is opgenomen, niet langer tot de voordelen uit hoofde van de deelneming.
2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
21. Rechtsmiddelen tegen de beschikking, bedoeld in het zevende lid, eerste zin, kunnen
uitsluitend betrekking hebben op het vereiste dat de rechtshandeling strekt tot het
afdekken van het valutarisico dat met de deelneming wordt gelopen.
22. Indien de belastingplichtige een rechtshandeling als bedoeld in het zevende lid,
eerste zin, is aangegaan, wordt de waarde van die rechtshandeling op het moment onmiddellijk
voorafgaand aan het moment waarop de deelnemingsvrijstelling op die rechtshandeling
van toepassing wordt (sfeerovergang) gesteld op de waarde in het economische verkeer.
Indien de belastingplichtige een rechtshandeling als bedoeld in het zevende lid, eerste
zin, is aangegaan waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, wordt de waarde
van die rechtshandeling op het moment onmiddellijk voorafgaand aan het moment waarop
de deelnemingsvrijstelling niet meer op die rechtshandeling van toepassing is (sfeerovergang)
gesteld op de waarde in het economische verkeer.
C
Na artikel 34i wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 34j
1. Artikel 13, zevende lid, zoals dat luidde op 31 december 2026 blijft van toepassing
voor zover een voordeel uit een rechtshandeling toerekenbaar is aan de periode voorafgaand
aan het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2027, mits voorafgaand aan
het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2027 bij beschikking is vastgesteld
dat die rechtshandeling strekt tot het afdekken van valutarisico dat met een deelneming
wordt gelopen of voor die datum een volledig verzoek daartoe is ontvangen.
2. In afwijking van het eerste lid blijft artikel 13, zevende lid, zoals dat luidde
op 31 december 2026, van toepassing voor zover een voordeel uit een rechtshandeling
toerekenbaar is aan de periode tot en met 31 december 2027, mits:
a. die rechtshandeling is aangegaan voor 15 september 2026; en
b. voor 15 september 2026 bij beschikking is vastgesteld dat die rechtshandeling strekt
tot het afdekken van valutarisico dat met een deelneming wordt gelopen of voor die
datum een volledig verzoek daartoe is ontvangen.
ARTIKEL XX
In de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vervalt met ingang van 1 januari 2029
in artikel 8, eerste lid, «, 3.11».
ARTIKEL XXI
De Wet op belastingen van rechtsverkeer wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 14, tweede en zevende lid, wordt «8 percent» vervangen door «7 percent».
B
In artikel 15, eerste lid, wordt na onderdeel c een onderdeel ingevoegd, luidende:
d. door een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Woningwet,
van een andere toegelaten instelling, indien de onroerende zaak onderscheidenlijk
de rechten waaraan deze is onderworpen door de overdragende toegelaten instelling
direct voorafgaand aan die verkrijging gebruikt werd voor de uitvoering van diensten
van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen b
en d, van de Woningwet;.
ARTIKEL XXII
De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt met ingang van 1 januari 2028 als volgt gewijzigd:
A
Tabel I, onderdeel a, post 48, komt te vervallen.
B
In tabel I, onderdeel b, post 9, wordt na «personen met luchtvaartuigen» ingevoegd
«die kennelijk zijn bestemd voor het vervoer van zieken of gewonden» en vervalt «voor
zover dat vervoer geschiedt met ballonnen of met luchtvaartuigen die zijn ingericht
voor het vervoer van zieken of gewonden».
ARTIKEL XXIII
De Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 24b wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 24c
Van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 wordt, in afwijking van artikel 24b, eerste
lid, de volgende tarieftabel toegepast voor een bestelauto van een ondernemer als
bedoeld in artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, niet zijnde een persoon
die ingevolge artikel 7, zesde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 met betrekking
tot een bepaalde levering als ondernemer wordt aangemerkt, die de bestelauto meer
dan bijkomstig bezigt in het kader van zijn onderneming:
bij een massa rijklaar in kilogrammen van
over een tijdvak van drie maanden
vermeerderd met
per 100 kg massa rijklaar boven
600 of minder
€ 25,99
700 tot en met 1100
€ 31,78
€ 4,07
700 kg
1200 tot en met 2100
€ 52,21
€ 4,38
1.200 kg
2200 tot en met 2800
€ 96,23
€ 4,71
2.200 kg
2900 en meer
€ 127,40
€ 1,07
2.900 kg
B
Artikel 24c vervalt.
C
Na artikel 25a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 25aa
Van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 wordt in afwijking van artikel 25a, eerste
lid, een tarief van nihil toegepast voor een vrachtauto.
D
Artikel 25aa vervalt.
ARTIKEL XXIV
De Wet op de accijns wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1a, eerste lid, vervalt de begripsbepaling «Richtlijn hernieuwbare energie».
B
In hoofdstuk II wordt na afdeling 3 een afdeling ingevoegd, luidende:
AFDELING 4. INDEXERING TARIEVEN BIER, WIJN, TUSSENPRODUCTEN EN OVERIGE ALCOHOLHOUDENDE
PRODUCTEN
Artikel 15
De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige
toepassing op:
a. de in artikel 7, eerste en tweede lid, eerstvermelde bedragen;
b. de in de artikelen 10, onderdelen a en b, 11d, onderdelen a en b, en 13 vermelde bedragen.
C
Artikel 71h vervalt.
ARTIKEL XXV
De Wet op de accijns wordt met ingang van 1 januari 2028 als volgt gewijzigd:
A
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede tot en met vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde lid tot
tweede lid.
2. In het tweede lid (nieuw) vervalt «en de toepassing van het tweede en derde lid».
B
Artikel 15, onderdeel a, komt te luiden:
a. het in artikel 7, eerste lid, eerstvermelde bedrag;.
C
In artikel 27, eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 851,69» vervangen door «€ 1.028,12».
ARTIKEL XXVI
In de Wet milieubeheer vervalt in artikel 16b.17, vierde lid «voor het jaar 2026 0,85,»
en wordt «voor het jaar 2031 0,17, voor het jaar 2032 0,09 en voor het jaar 2033»
vervangen door «voor het jaar 2031 0,20, voor het jaar 2032 0,15, voor het jaar 2033
0,10, voor het jaar 2034 0,05 en voor het jaar 2035».
ARTIKEL XXVII
De Wet belastingen op milieugrondslag wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 18 wordt het tarief verhoogd met € 0,10.
B
Artikel 71p wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 103,66» vervangen door «€ 129,15».
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Het tarief voor een afvalverbrandingsinstallatie, genoemd in het eerste lid, onderdeel
a, wordt bij aanvang van de volgende kalenderjaren, alvorens artikel 90 wordt toegepast,
telkens verhoogd. Deze verhoging is voor:
– het kalenderjaar 2028: € 22,79;
– het kalenderjaar 2029: € 23,54;
– het kalenderjaar 2030: € 24,10;
– het kalenderjaar 2031: € 24,61;
– het kalenderjaar 2032: € 25,15;
– het kalenderjaar 2033: € 25,68;
– het kalenderjaar 2034: € 26,22;
– het kalenderjaar 2035: € 26,77.
C
In artikel 77, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, worden de vermelde bedragen
vervangen door «€ 59,43».
D
In artikel 90 wordt «71p, eerste en tweede lid,» vervangen door «71p, eerste lid,».
ARTIKEL XXVIII
In de Wet belastingen op milieugrondslag worden met ingang van 1 januari 2028 in artikel
28, eerste lid, onderdelen a, b en d, de tarieven verhoogd met € 23,75.
ARTIKEL XXIX
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2029 artikel
28 als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Onder verlettering van de onderdelen a tot en met d tot b tot en met e wordt een
onderdeel ingevoegd, luidende:
a. het storten van afvalstoffen waarvoor op grond van de op de artikelen 8.40, eerste
lid, en 10.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer berustende algemene maatregel van
bestuur, houdende een stortverbod binnen inrichtingen voor aangewezen categorieën
van afvalstoffen, op verzoek een ontheffing is verleend van het in die algemene maatregel
van bestuur opgenomen stortverbod: € 109,88 per 1.000 kilogram;
b. In onderdeel b (nieuw) wordt na «afvalstoffen» ingevoegd «in andere gevallen dan
als bedoeld in onderdeel a» en wordt het tarief verhoogd met € 7,42.
c. In onderdeel c (nieuw) wordt «onder c» vervangen door «onder d» en wordt het tarief
verhoogd met € 7,42.
d. In onderdeel d (nieuw) wordt het tarief verhoogd met € 7,42.
2. In het tweede lid, eerste zin, wordt «onderdeel d» vervangen door «onderdeel e».
3. In het vierde lid wordt «onderdeel a» vervangen door «onderdeel b».
ARTIKEL XXX
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2030 artikel
28, eerste lid, als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt het tarief verhoogd met € 24,59.
2. In de onderdelen b, c en e worden de tarieven verhoogd met € 10,85.
ARTIKEL XXXI
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2031 in artikel
28, eerste lid, onderdeel a, het tarief verhoogd met € 8,00.
ARTIKEL XXXII
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2032 in artikel
28, eerste lid, onderdeel a, het tarief verhoogd met € 9,65.
ARTIKEL XXXIII
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2033 in artikel
28, eerste lid, onderdeel a, het tarief verhoogd met € 17,78.
ARTIKEL XXXIV
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2034 in artikel
28, eerste lid, onderdeel a, het tarief verlaagd met € 22,67.
ARTIKEL XXXV
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2035 in artikel
28, eerste lid, onderdeel a, het tarief verhoogd met € 9,43.
ARTIKEL XXXVI
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2036 in artikel
28, eerste lid, onderdeel a, het tarief verlaagd met € 3,99.
ARTIKEL XXXVII
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2037 in artikel
28, eerste lid, onderdeel a, het tarief verlaagd met € 4,07.
ARTIKEL XXXVIII
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2038 in artikel
28, eerste lid, onderdeel a, het tarief verlaagd met € 4,14.
ARTIKEL XXXIX
In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2039 in artikel
28, eerste lid, onderdeel a, het tarief verlaagd met € 4,22.
ARTIKEL XL
Indien het bij koninklijke boodschap van 20 mei 2026 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband
met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen
van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) (Kamerstukken 36 947) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel B, van die wet met ingang van
1 januari 2027 in werking treedt, wordt de Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw
als volgt gewijzigd:
A
Artikel III, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel 1 vervalt.
2. In onderdeel 2 wordt «53% van het tarief» vervangen door «47% van het tarief».
3. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
3. In het derde aandachtsstreepje wordt «100% van het tarief» vervangen door «54% van
het tarief».
B
Artikel IV, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel 1 wordt «37% van het tarief» vervangen door «30% van het tarief».
2. In onderdeel 2 wordt «53% van het tarief» vervangen door «47% van het tarief».
3. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
3. In het derde aandachtsstreepje wordt «54% van het tarief» vervangen door «100% van
het tarief».
ARTIKEL XLI
De Wet inkomstenbelasting BES wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 9c, derde lid, onderdeel a, wordt «USD 0,20» vervangen door «USD 0,22».
B
In artikel 16a, tweede lid, onderdeel a, wordt «USD 0,20» vervangen door «USD 0,22».
ARTIKEL XLII
De Douane- en Accijnswet BES wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 4.8, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «USD 31,86» vervangen door «USD 26,36 ».
2. In onderdeel b wordt «USD 24,27» vervangen door «USD 20,08 ».
B
Artikel 4.8, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «USD 26,36» vervangen door «USD 31,86».
2. In onderdeel b wordt «USD 20,08» vervangen door «USD 24,27».
ARTIKEL XLIII
De Wet vrachtwagenheffing wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5a
Van 1 september tot en met 31 december 2026 is, in afwijking van artikel 5, eerste
lid, onderdelen a tot en met c, het tarief voor de vrachtwagenheffing per gereden
kilometer in euro op een wegvak als aangewezen in de bijlage, de som van:
a. de infrastructuurheffing, ter hoogte van:
CO2-emissieklasse 1
Maximummassa van de combinatie (kg)
euro-emissieklasse
EURO 0
EURO 1
EURO 2
EURO 3
EURO 4
EURO 5
EURO 6
EURO 6+
meer dan 3.500 tot 12.000
0,083
0,077
0,069
0,062
0,056
0,046
0,042
0,042
12.000 tot 18.000
0,135
0,124
0,112
0,101
0,090
0,074
0,067
0,067
18.000 tot en met 32.000
0,135
0,124
0,112
0,101
0,090
0,074
0,067
0,067
meer dan 32.000
0,139
0,128
0,115
0,104
0,093
0,076
0,069
0,069
Maximummassa van de combinatie (kg)
CO2-emissieklasse
2
3
4
5
meer dan 3.500 tot 12.000
0,035
0,029
0,021
0,010
12.000 tot 18.000
0,057
0,047
0,034
0,017
18.000 tot en met 32.0000
0,057
0,047
0,034
0,017
meer dan 32.000
0,059
0,049
0,035
0,017
b. de externekostenheffing in verband met luchtverontreiniging en geluidshinder, ter
hoogte van:
CO2-emissieklasse 1
Maximummassa van de combinatie (kg)
euro-emissieklasse
EURO 0
EURO 1
EURO 2
EURO 3
EURO 4
EURO 5
EURO 6
EURO 6+
meer dan 3.500 tot 12.000
0,088
0,059
0,059
0,045
0,034
0,020
0,010
0,009
12.000 tot 18.000
0,116
0,074
0,074
0,059
0,043
0,026
0,013
0,010
18.000 tot en met 32.000
0,132
0,098
0,096
0,077
0,055
0,031
0,014
0,011
meer dan 32.000
0,159
0,118
0,118
0,095
0,067
0,036
0,016
0,013
Maximummassa van de combinatie (kg)
CO2-emissieklasse
2
3
4
5
meer dan 3.500 tot 12.000
0,010
0,010
0,010
0,009
12.000 tot 18.000
0,013
0,013
0,013
0,010
18.000 tot en met 32.0000
0,014
0,014
0,014
0,011
meer dan 32.000
0,016
0,016
0,016
0,013
c. de externekostenheffing in verband met CO2-emissies, ter hoogte van:
CO2-emissieklasse 1
Maximummassa van de combinatie (kg)
euro-emissieklasse
EURO 0
EURO 1
EURO 2
EURO 3
EURO 4
EURO 5
EURO 6
EURO 6+
meer dan 3.500 tot 12.000
0,040
0,036
0,036
0,036
0,036
0,036
0,036
0,036
12.000 tot 18.000
0,053
0,046
0,046
0,046
0,045
0,045
0,045
0,045
18.000 tot en met 32.000
0,070
0,061
0,061
0,061
0,060
0,060
0,060
0,060
meer dan 32.000
0,081
0,072
0,072
0,072
0,071
0,071
0,071
0,071
Maximummassa van de combinatie (kg)
CO2-emissieklasse
2
3
4
5
meer dan 3.500 tot 12.000
0,034
0,032
0,018
0,000
12.000 tot 18.000
0,043
0,040
0,022
0,000
18.000 tot en met 32.0000
0,057
0,053
0,030
0,000
meer dan 32.000
0,068
0,064
0,036
0,000
B
Artikel 5a vervalt.
ARTIKEL XLIV
In het Belastingplan 2024 vervallen artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel
A, artikel XI en artikel XII.
ARTIKEL XLV
Het Belastingplan 2025 wordt als volgt gewijzigd:
A
De artikelen IV tot en met VII en de artikelen XI tot en met XIV vervallen.
B
In artikel XLIII, onderdeel 1, wordt «€ 1.002,07» vervangen door «€ 851,69».
C
Artikel LVIIA vervalt.
ARTIKEL XLVI
Het Belastingplan 2026 wordt als volgt gewijzigd:
A
De artikelen IIA tot en met IID en de artikelen IVA tot en met IVD vervallen.
B
1. Artikel II, onderdeel aA, onder 1, vervalt.
2. Artikel IV, onderdeel aA, onder 1, vervalt.
C
De artikelen XXII tot en met XXIX vervallen.
ARTIKEL XLVII
1. Naar keuze van de belastingplichtige blijft artikel 3.20, eerste lid, eerste zin,
aanhef en onderdelen a en b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting
2001 zoals dat luidde op 31 december 2025 gedurende het jaar 2026 van toepassing ter
zake van een hem uiterlijk op 31 december 2025 ter beschikking staande auto die in
de loop van het jaar 2025 meer dan 15 jaar maar niet meer dan 16 jaar geleden voor
het eerst in gebruik is genomen.
2. Naar keuze van de werknemer blijft artikel 13bis, eerste lid, eerste zin, aanhef
en onderdelen a en b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964
zoals dat luidde op 31 december 2025 gedurende het kalenderjaar 2026 van toepassing
ter zake van een uiterlijk op 31 december 2025 aan hem ter beschikking gestelde auto
die in de loop van het kalenderjaar 2025 meer dan 15 jaar maar niet meer dan 16 jaar
geleden voor het eerst in gebruik is genomen.
3. Artikel 3.20, eerste lid, eerste zin, aanhef en onderdelen a en b, en vijfde lid,
onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 zoals dat luidde op 31 december 2026,
met inachtneming van de artikelen I, onderdeel E, onder 2, en XLVI, onderdeel B, onder
1, blijft gedurende het jaar 2027 van toepassing ter zake van een aan de belastingplichtige
uiterlijk op 31 december 2025 ter beschikking staande auto die in de loop van het
jaar 2026 meer dan 16 jaar maar niet meer dan 17 jaar geleden voor het eerst in gebruik
is genomen.
4. Artikel 13bis, eerste lid, eerste zin, aanhef en onderdelen a en b, en vijfde lid,
onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat luidde op 31 december 2026,
met inachtneming van artikel X, onderdeel A, onder 2, en XLVI, onderdeel B, onder
2, blijft gedurende het kalenderjaar 2027 van toepassing ter zake van een uiterlijk
op 31 december 2025 aan de werknemer ter beschikking gestelde auto die in de loop
van het kalenderjaar 2026 meer dan 16 jaar maar niet meer dan 17 jaar geleden voor
het eerst in gebruik is genomen.
ARTIKEL XLVIII
Artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vindt met betrekking tot de artikelen
2.10 en 2.10a van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen toepassing bij het begin van
het kalenderjaar 2027.
ARTIKEL XLIX
Artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is van overeenkomstige toepassing
met betrekking tot:
a. bij het begin van het kalenderjaar 2028: de in de artikelen III, onderdeel A, IV,
V en XII tot en met XIV vermelde bedragen;
b. bij het begin van het kalenderjaar 2029: de in de artikelen IV, V, XII en XIV vermelde
bedragen; en
c. bij het begin van het kalenderjaar 2030: de in de artikelen V en XIV vermelde bedragen.
ARTIKEL L
Bij de toepassing van artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22d
van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2027 met betrekking
tot:
a. het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting
2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964
vermelde bedrag wordt dat bedrag berekend door het vóór toepassing van artikel I,
onderdeel J, onder 1, in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel a, van de
Wet inkomstenbelasting 2001 vermelde bedrag te vermenigvuldigen met 1,01248 en vervolgens
te verhogen met het in artikel I, onderdeel J, onder 1, vermelde bedrag;
b. het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting
2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964
als tweede vermelde bedrag wordt dat bedrag berekend door het vóór toepassing van
artikel I, onderdeel J, onder 2, in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel
b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen
met 1,01248 en vervolgens te verhogen met het in artikel I, onderdeel J, onder 2,
vermelde bedrag;
c. het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting
2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964
als tweede vermelde bedrag wordt dat bedrag berekend door het vóór toepassing van
artikel I, onderdeel J, onder 3, in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel
c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen
met 1,01248 en vervolgens te verhogen met het in artikel I, onderdeel J, onder 3,
vermelde bedrag.
ARTIKEL LI
1. Bij de toepassing van de artikelen 10.1, eerste lid, 10.3, tweede lid, en 10bis.12
van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2027 worden
de betreffende bedragen niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor, bedoeld
in artikel 10.2 van die wet, maar met 1,01248. De eerste zin is van overeenkomstige
toepassing met betrekking tot de artikelen 20a, tweede lid, 20b, tweede lid, en 22d
van de Wet op de loonbelasting 1964.
2. Bij de toepassing van artikel 10.1, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001
bij het begin van het kalenderjaar 2027 wordt het betreffende bedrag niet vermenigvuldigd
met de uitkomst van de daarin opgenomen formule, maar met 1,00936. De eerste zin is
van overeenkomstige toepassing met betrekking tot artikel 20a, tweede lid, van de
Wet op de loonbelasting 1964.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de bedragen, genoemd in de artikelen 4.17a,
achtste lid, onderdeel c, 9.4, eerste lid, onderdeel c, en 9.4a, eerste lid, onderdeel
a, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
ARTIKEL LII
1. Bij de toepassing van de artikelen 10.1, eerste lid, 10.3, tweede lid, en 10bis.12
van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2028 worden
de betreffende bedragen niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor, bedoeld
in artikel 10.2 van die wet, maar met de uitkomst van de formule «1 + (toepassingspercentage
x (tabelcorrectiefactor – 1))». De eerste zin is van overeenkomstige toepassing met
betrekking tot de artikelen 20a, tweede lid, 20b, tweede lid, en 22d van de Wet op
de loonbelasting 1964.
2. Bij de toepassing van artikel 10.1, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001
bij het begin van het kalenderjaar 2028 wordt het betreffende bedrag niet vermenigvuldigd
met de uitkomst van de daarin opgenomen formule, maar met de uitkomst van de formule
«1 + (toepassingspercentage x (75% x (tabelcorrectiefactor – 1)))». De eerste zin
is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot artikel 20a, tweede lid, van
de Wet op de loonbelasting 1964.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de bedragen, genoemd in de artikelen 4.17a,
achtste lid, onderdeel c, 9.4, eerste lid, onderdeel c, en 9.4a, eerste lid, onderdeel
a, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
ARTIKEL LIII
De bedragen, bedoeld in de artikelen en onderdelen, genoemd in artikel XXXV, onderdeel
d, van het Belastingplan 2024, waarop de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting
2001 van overeenkomstige toepassing zijn bij het begin van het kalenderjaar 2027,
worden daarbij niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel
10.2 van die wet, maar met 1,01248.
ARTIKEL LIV
De bedragen, bedoeld in de artikelen en onderdelen, genoemd in artikel XXXV, onderdeel
e, van het Belastingplan 2024, waarop de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting
2001 van overeenkomstige toepassing zijn bij het begin van het kalenderjaar 2028,
worden daarbij niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel
10.2 van die wet, maar met de uitkomst van de in artikel LII, eerste lid, opgenomen
formule.
ARTIKEL LV
1. Het toepassingspercentage, bedoeld in de in artikel III, eerste en tweede lid, opgenomen
formules, wordt bij het begin van het kalenderjaar 2028 bij algemene maatregel van
bestuur vastgesteld.
2. Deze vaststelling gebeurt zodanig dat de budgettaire opbrengst van het ingevolge
de artikelen LII, eerste en tweede lid, en LIV niet volledig toepassen van de tabelcorrectiefactor,
bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, gelijk is aan het in de
Voorjaarsnota 2026 voor het jaar 2028 opgenomen bedrag voor de vrijheidsbijdrage van
burgers.
ARTIKEL LVI
Na toepassing van de artikel II, onderdeel A, artikel III, onderdeel A, artikel IV
tot en met IX en artikel XI, onderdeel B, artikelen XII tot en met XVIII worden de
bedragen in kolom III van de in de artikelen 2.10, eerste lid, en 2.10a, eerste lid,
van de Wet inkomstenbelasting 2001, onderscheidenlijk in de artikelen 20a, eerste
lid, en 20b, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, opgenomen tabellen bij
ministeriële regeling vervangen door de bedragen die na toepassing van die artikelen
voortvloeien uit de aan het begin van de betreffende kalenderjaren in de kolommen
I en II van die tabellen vermelde bedragen en de in kolom IV van die tabellen vermelde
percentages.
ARTIKEL LVII
Artikel 18ga, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 10.2b, eerste
lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 vinden geen toepassing bij het begin van de
kalenderjaren 2027 tot en met 2032.
ARTIKEL LVIII
Artikel 27a van de Wet op de accijns vindt bij het begin van het kalenderjaar 2027
geen toepassing op het in artikel 27, eerste lid, onderdeel a, van die wet als tweede
vermelde bedrag.
ARTIKEL LIX
Artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag vindt bij het begin van het kalenderjaar
2027 geen toepassing op de in artikel 77, eerste, onderdeel c, en tweede lid, van
die wet vermelde bedragen.
ARTIKEL LX
Artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag vindt bij het begin van het kalenderjaar
2027 geen toepassing op het tarief voor een afvalverbrandingsinstallatie, genoemd
in artikel 71p, eerste lid, onderdeel a, van die wet.
ARTIKEL LXI
1. De omzetbelasting die verschuldigd wordt voor diensten waarvoor ingevolge artikel
XXII, onderdeel B, het verlaagde tarief vervalt met ingang van 1 januari 2028, wordt
in afwijking van artikel 13, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 berekend
naar het tarief dat geldt op het tijdstip waarop de dienst wordt verricht voor diensten
waarvoor de vergoeding geheel of gedeeltelijk voor die datum is ontvangen en die op
of na die datum worden verricht.
2. De omzetbelasting die verschuldigd wordt vanwege de overdracht van een voucher voor
enkelvoudig gebruik als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel u, van de Wet
op de omzetbelasting 1968 die betrekking heeft op de diensten als bedoeld in het eerste
lid wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van de feitelijke dienstverrichting
waarop de voucher betrekking heeft.
ARTIKEL LXII
Ingeval de samenloop van wetten die in 2026 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd
en wijzigingen aanbrengen in een of meer belastingwetten, niet of niet juist is geregeld,
of indien als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van
artikelen, artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten,
kunnen die wetten op dit punt bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
ARTIKEL LXIII
1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat:
a. artikel I, onderdelen C, D, E, onder 2, G, H en I, en artikel X, onderdelen B, onder
2, B en G, onder 1, subonderdeel a, en onder 2, en artikel XLVII, eerste en tweede
lid, terugwerken tot en met 1 januari 2026;
b. artikel I, onderdeel K, eerst toepassing vindt nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting
2001 bij het begin van het kalenderjaar 2027 is toegepast;
c. artikel X, onderdeel F, eerst toepassing vindt nadat artikel 22d van de Wet op de
loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2027 is toegepast;
d. artikel XIX, onderdelen A en B, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot
boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2027;
e. artikel XXIII, onderdelen A en C, terugwerkt tot en met 1 juli 2026;
f. artikel XXVII toepassing vindt nadat artikel I, onderdeel B, van de Wet differentiatie
vliegbelasting is toegepast;
g. artikel XL, onderdeel A, toepassing vindt voordat artikel III van de Wet fiscale klimaatmaatregelen
glastuinbouw wordt toegepast;
h. artikel XLIII, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 september 2026;
i. artikel XLV, onderdeel B toepassing vindt voordat artikel XLIII van het Belastingplan
2025 wordt toegepast.
2. In afwijking van het eerste lid treden artikel XXIII, onderdelen B en D, en artikel
XLIII, onderdeel B, in werking met ingang van 1 april 2027.
3. In afwijking van het eerste lid treden artikel XLI en artikel XLII, onderdeel A,
in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking met ingang van
1 januari 2027, 00:00 uur (lokale tijd), en in het Europese deel van Nederland met
ingang van 1 januari 2027, 05:00 uur (lokale tijd), met dien verstande dat artikel
XLI in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba terugwerkt tot en met
1 januari 2026, 00:00 uur (lokale tijd), en in het Europese deel van Nederland tot
en met 1 januari 2026, 05:00 uur (lokale tijd).
4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XLII, onderdeel B, in de openbare
lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking met ingang van 1 januari 2028,
00:00 uur (lokale tijd), en in het Europese deel van Nederland met ingang van 1 januari
2028, 05:00 uur (lokale tijd).
ARTIKEL LXIV
Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2027.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Financiën,
De Staatssecretaris van Financiën,