Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Fiche: Herziening van de Administratieve samenwerkingsrichtlijn op het gebied van belastingen (Kamerstuk 22112-4422)
2026D42842 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 10 september 2026 enkele vragen en opmerkingen
aan de Staatssecretaris van Financiën voorgelegd over de door de Minister van Buitenlandse
Zaken op 28 augustus 2026 toegezonden brief inzake het fiche over herziening van de
administratieve samenwerkingsrichtlijn (Kamerstuk 22 112, nr. 4422).
De voorzitter van de commissie,
Jansen
Adjunct-griffier van de commissie,
Lips
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het fiche
over het de administratieve samenwerkingsrichtlijn belastingen. Zij hebben daarover
nog de volgende vragen.
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van effectieve gegevensuitwisseling
tussen belastingdiensten. Kan het kabinet aangeven welke onderdelen van het voorstel
naar verwachting de grootste administratieve lastenverlichting opleveren voor bedrijven
en belastingdiensten?
De leden van de D66-fractie lezen dat diverse onderdelen aansluiten op OESO-standaarden.
Kan het kabinet toelichten op welke punten het voorstel afwijkt van bestaande OESO-regels
en welke gevolgen dat kan hebben voor bedrijven die internationaal actief zijn?
Kan het kabinet nader ingaan op de door de Europese Commissie geraamde vermindering
van compliancekosten voor bedrijven en aangeven in hoeverre Nederlandse ondernemingen
hiervan naar verwachting profiteren?
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet kritisch is op het schrappen van
het criterium «voorzienbaar relevant». Kan het kabinet nader toelichten welke risico’s
dit volgens het kabinet oplevert voor proportionaliteit, gegevensbescherming en uitvoerbaarheid?
De leden van de D66-fractie steunen maatregelen tegen belastingontwijking. Hoe beoordeelt
het kabinet het voorstel om informatie over doorstroomvennootschappen uit te wisselen
en welke meerwaarde verwacht het kabinet hiervan ten opzichte van de huidige situatie?
Is er iets te zeggen over de budgettaire omvang?
Kan het kabinet nader toelichten hoe wordt voorkomen dat de vereenvoudigingen ten
koste gaan van de effectiviteit van de aanpak van belastingontwijking?
Kan het kabinet nader motiveren waarom het een uitzondering voor kleine platforms
wenselijk acht en waarom aansluiting bij de OESO-grens van één miljoen euro volgens
het kabinet beter zou zijn dan de door de Europese Commissie voorgestelde grens van
50.000 euro?
De leden van de D66-fractie lezen dat verschillende onderdelen van het voorstel aanzienlijke
gevolgen kunnen hebben voor de IV-capaciteit van de Belastingdienst. Kan het kabinet
aangeven welke onderdelen daarbij de grootste risico’s opleveren? Kan het kabinet
nader toelichten hoe deze uitvoeringsopgaven zich verhouden tot andere prioriteiten
binnen de Belastingdienst? Kan het kabinet uiteenzetten welke wijzigingen voor Nederland
essentieel zijn om uiteindelijk met het voorstel te kunnen instemmen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het fiche inzake de herziening
van de DAC-richtlijn. Zij steunen maatregelen, die fiscale transparantie vergroten
en belastingontduiking tegengaan, maar vinden het van belang dat nieuwe verplichtingen
niet leiden tot onnodige administratieve lasten, disproportionele gegevensverzameling
of een grotere druk op de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst. Deze leden
hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie (hierna: de Commissie)
voorstelt het criterium «voorzienbaar relevant» te schrappen en de informatie-uitwisseling
uit te breiden naar alle informatie, die beschikbaar is in nationale registers en
systemen. Kan het kabinet nader toelichten welke concrete informatiecategorieën hierdoor
mogelijk aanvullend moeten worden verzameld en uitgewisseld? Kan het kabinet tevens
aangeven welke gevolgen dit volgens de huidige inschatting heeft voor de capaciteit
van de Belastingdienst en voor de bescherming van persoonsgegevens?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet stelt dat de Europese Commissie
onvoldoende heeft onderbouwd waarom het noodzakelijk is om alle nationaal beschikbare
informatie uit te wisselen. Tevens wijst het kabinet erop dat mogelijk minder ingrijpende
maatregelen beschikbaar zijn om de volledigheid van informatie-uitwisseling te verbeteren.
Welke alternatieve, meer gerichte maatregelen ziet het kabinet om de volledigheid
van informatie-uitwisseling te verbeteren zonder de voorgestelde ingrijpende uitbreiding
van de gegevensverzameling?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie voorstelt om lidstaten
te verplichten dubbele rapportageverplichtingen af te schaffen en nieuwe verplichtingen
die substantieel overlappen met DAC-verplichtingen te verbieden. Het kabinet is hier
kritisch op, omdat dit de nationale beleidsvrijheid beperkt. Tegelijkertijd heeft
dit kabinet grote ambities op het terugdringen van de regeldruk en het voltooien van
de Europese interne markt. Graag ontvangen deze leden een reflectie op hoe het standpunt
van het kabinet zich verhoudt tot deze ambities. Welke steun verwacht het kabinet
onder andere lidstaten voor het Nederlandse pleidooi om deze bepaling te schrappen
of om te zetten in een inspanningsverplichting?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie voorstelt de inkomenscategorie
lijfrenteproducten te schrappen vanwege overlap met bestaande internationale rapportageverplichtingen.
Het kabinet geeft echter aan dat deze informatie voor Nederland van belang is. Kan
het kabinet nader toelichten waarvoor deze gegevens in Nederland worden gebruikt en
welke gevolgen het verdwijnen van deze gegevensstroom zou hebben voor de Belastingdienst
en de vooringevulde aangifte?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet positief tegenover een TIN-verificatietool
staat, maar tegelijkertijd constateert dat de Europese Commissie nog geen technische
uitwerking heeft gepresenteerd. Daardoor blijven de gevolgen voor uitvoerbaarheid
en kosten onzeker. Aan welke voorwaarden moet een TIN-verificatietool volgens het
kabinet voldoen voordat Nederland hiermee kan instemmen? Welke waarborgen acht het
kabinet noodzakelijk ten aanzien van betrouwbaarheid, privacy en uitvoerbaarheid?
De leden van de VVD-fractie lezen dat volgens het kabinet het verplicht registreren
en rapporteren van buitenlandse TIN-nummers zal leiden tot aanzienlijke administratieve
lasten voor gegevensverstrekkers en tot systeemaanpassingen bij de Belastingdienst.
Heeft het kabinet inmiddels een nadere inschatting gemaakt van de administratieve
lasten voor werkgevers, gemeenten, pensioenuitvoerders en andere gegevensverstrekkers?
Hoe verhoudt deze lastenverzwaring zich volgens het kabinet tot de verwachte baten?
De leden van de VVD-fractie lezen dat bij verschillende onderdelen van het voorstel
het belang van aansluiting bij OESO-standaarden wordt benadrukt. Het kabinet waarschuwt
dat afwijkingen kunnen leiden tot onzekerheid en extra lasten voor ondernemingen.
Op welke onderdelen wijkt het commissievoorstel momenteel af van bestaande of voorgenomen
OESO-standaarden? Welke risico’s ziet het kabinet indien deze afwijkingen behouden
blijven?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet de doelstelling om meer inzicht
te krijgen in doorstroomvennootschappen steunt, maar uit zorgen over het voorgestelde
meldmoment. Intermediairs weten volgens het kabinet niet altijd wanneer een constructie
daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Welk alternatief (duidelijk) meldmoment acht het kabinet
uitvoerbaar voor intermediairs en tegelijkertijd effectief voor belastingdiensten?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie eenmanszaken onder de
definitie van platformexploitant wil brengen. Het kabinet acht dit niet proportioneel
en wijst op de extra administratieve lasten die hierdoor ontstaan. Kan het kabinet
nader kwantificeren hoeveel Nederlandse eenmanszaken hierdoor met nieuwe rapportageverplichtingen
geconfronteerd zouden worden?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorstel belastingdiensten toegang biedt
tot verschillende registers, waaronder UBO-registers, bankrekeningregisters, vastgoedregisters
en pensioenregisters. Is hiervoor een wettelijke grondslag? Zo nee, welke wetswijzigingen
zijn er nodig en op welke termijn kan dit worden gerealiseerd? Volgens het kabinet
is echter onduidelijk wie precies toegang krijgt en onder welke voorwaarden. Welke
randvoorwaarden stelt het kabinet aan eventuele directe toegang tot deze registers?
Is het kabinet bereid om zich in te zetten voor een systeem waarbij informatie-uitwisseling
uitsluitend via de bevoegde autoriteit van de betreffende lidstaat verloopt?
De leden van de VVD-fractie lezen dat uit het fiche blijkt dat verschillende onderdelen
van het voorstel aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de informatievoorziening
en ICT-capaciteit van de Belastingdienst. Alleen al de uitbreiding van inkomens- en
vermogenscategorieën vergt volgens een eerste inschatting ten minste 1.000 IV-dagen.
Welke onderdelen van het voorstel vormen volgens het kabinet de grootste uitvoeringsrisico’s?
Kan het kabinet een overzicht geven van de onderdelen waarvoor de grootste inzet van
ICT-capaciteit wordt verwacht? Wat betekent dit voor de huidige planning als het gaat
om modernisering en nieuwe beleidswensen?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie voorstelt delen van het
voorstel al per 1 januari 2028 in werking te laten treden en de overige onderdelen
per 1 januari 2030. Tegelijkertijd geeft het kabinet aan dat implementatie van enkele
onderdelen naar verwachting minimaal twee jaar zal duren. Acht het kabinet de voorgestelde
implementatietermijnen realistisch? Voor welke onderdelen zal Nederland tijdens de
onderhandelingen inzetten op een latere inwerkingtreding?
Het voorstel beoogt zowel fiscale transparantie te behouden als administratieve lasten
te verminderen. De leden van de VVD-fractie onderschrijven beide doelstellingen, maar
zien dat sommige maatregelen juist tot aanzienlijke nieuwe uitvoerings- en rapportagelasten
kunnen leiden. Op welke wijze zal het kabinet in de onderhandelingen bewaken dat het
streven naar meer gegevensuitwisseling niet leidt tot een verslechtering van het Europese
vestigings- en ondernemingsklimaat?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben het fiche met interesse gelezen. Deze leden hebben
nog enkele vragen.
De leden van de PRO-fractie zijn het met het kabinet eens dat een afweging gemaakt
moet worden tussen nut en noodzaak van gegevensuitwisseling enerzijds en uitvoeringslasten
anderzijds. Zij menen echter dat ook op andere manieren uitvoeringscapaciteit beschikbaar
gemaakt kan worden als dat noodzakelijk is. Mocht het uitbreiden van de gegevensuitwisseling
in EU-verband bijdragen aan het tegengaan van belastingontwijking, dan zijn deze leden
daar in beginsel voorstander van.
Deze leden lezen dat het kabinet kritisch is op enkele maatregelen die de Europese
Commissie in dit kader voorstelt, zoals het schrappen van het «voorzienbaar relevant»-criterium.
Zij vragen of het kabinet nader kan onderbouwen waarom dit niet of slechts beperkt
bij zou dragen aan de doelstellingen van de Europese Commissie. Kan het kabinet daarnaast
aangeven welke mogelijkheden het ziet om capaciteit vrij te maken bij de Belastingdienst?
De leden van de PRO-fractie lezen voorts dat het kabinet «in beginsel positief» is
over het vereenvoudigen en verlichtingen van de rapportageverplichtingen die onder
Pijler 2 vallen. Deze leden merken op dat het hier gaat om zeer grote ondernemingen;
pijler 2 is immers alleen relevant voor bedrijven of groepen met een geconsolideerde
jaaromzet van minimaal 750 miljoen euro. Is het kabinet zich ervan bewust dat juist
zulke grote multinationals vaak makkelijker in staat zijn hun belastingafdracht te
minimaliseren door te schuiven met winsten en complexe fiscale constructies toe te
passen? Is het kabinet het niet met deze leden eens dat rapportageverplichtingen juist
voor bedrijven van deze omvang beperkte impact hebben en dat het verlichten van de
administratieve lasten voor zulke bedrijven om die reden beperkt prioriteit zou moeten
hebben? Waarom staat het kabinet hier dan toch «in beginsel positief» tegenover?
De leden van de PRO-fractie vragen verder of het kabinet de stelling dat de fiscale
risico’s beperkt zijn bij kleine platformbedrijven nader kan onderbouwen. Deze leden
merken op dat de verhoging van de ondergrens van 50.000 euro naar één miljoen euro
nogal fors is. Ziet het kabinet nadelen en potentiële risico’s bij dit voorstel?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie steunen het doel van het voorliggende voorstel, namelijk
het komen tot betere uitwisseling van fiscale informatie in het belang van fiscale
transparantie, maar tegelijkertijd onnodige administratieve lasten voorkomen. Wel
hebben deze leden enkele vragen over de proportionaliteit en uitvoerbaarheid van de
voorgestelde wijzigingen.
Deze leden merken op dat het herschikken van DAC1 tot en met DAC9 een belangrijke
kans biedt om dubbele rapportages daadwerkelijk te schrappen en processen te stroomlijnen.
Kan het kabinet inzichtelijk maken welke verplichtingen hierbij concreet vervallen
en welke nieuwe verplichtingen daarvoor in de plaats komen?
De leden van de CDA-fractie vragen het kabinet of uitbreiding van de TIN-verplichting
leidt tot nieuwe administratieve lasten voor ondernemers en forse aanpassingen aan
de systemen van de Belastingdienst. Ook lezen deze leden dat de TIN-verificatietool
bovendien nog onvoldoende is uitgewerkt. Zij vragen waarom de verplichting al wordt
geïntroduceerd voordat duidelijk is of de tool betrouwbaar en praktisch bruikbaar
is. Is het kabinet het met deze leden eens dat de TIN-verplichting pas kan ingaan
zodra bedrijven voldoende voorbereidingstijd hebben gehad en de verificatietool daadwerkelijk
operationeel is? Is de implementatietermijn van twee jaar dan haalbaar?
Ook bij DAC7 valt het de leden van de CDA-fractie op dat sprake is van een hogere
rapportagedrempel en uitzondering voor kleine platforms, maar dat tegelijkertijd dat
een uitbreiding plaats zal vinden naar intermediairs en eenmanszaken. Kan dit niet
juist tot extra administratieve lasten leiden?
Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie aandacht voor rechtszekerheid en proportionaliteit.
Deze leden constateren dat betrokken belangenorganisaties pleiten voor duidelijke
en stabiele uitleg van de regels, bescherming van het verschoningsrecht en een sterkere
verankering van belastingplichtigenrechten. Hoe kijkt het kabinet hiernaar en hoe
wil het kabinet zich hiervoor in de onderhandelingen inzetten?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
W.A. Lips, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.