Voorstel van wet : Voorstel van Rijkswet
37 006 (R 2223) Goedkeuring van het op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (Trb. 2026, 21 en Trb. 2026, 94) en de op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) inzake de wijziging van Protocol I bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het IAEA inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (Trb. 2026, 20 en Trb. 2026, 93)
Artikel 1
Artikel 2
Nr. 2
VOORSTEL VAN RIJKSWET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het op 4 december 2025 te Wenen tot stand
gekomen Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden
en het Internationaal Atoomenergieagentschap inzake de toepassing van waarborgen met
betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding
van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens
in Latijns-Amerika en de op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Briefwisseling
houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap
(IAEA) inzake de wijziging van Protocol I bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk
der Nederlanden en het IAEA inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot
de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van
kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika,
ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal
behoeven, alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden gebonden;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut
voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk
Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Het op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst
tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap
inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in
verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol
I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika, waarvan de Engelse
tekst is geplaatst in Tractatenblad 2026, 21 en de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 2026, 94, en de op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Briefwisseling houdende een
verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap
(IAEA) inzake de wijziging van Protocol I bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk
der Nederlanden en het IAEA inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot
de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van
kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika,
waarvan de Engelse tekst is geplaatst in Tractatenblad 2026, 20 en de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 2026, 93, worden goedgekeurd voor het Caribische deel van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint
Maarten.
Artikel 2
Deze rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, het Afkondigingsblad van Aruba, in het
Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.