Brief regering : Bouwstenen aanvullende vormen van huisvesting
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 1496
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
In het Coalitieakkoord heeft dit kabinet afgesproken om samen met medeoverheden en
maatschappelijke partners tot afspraken te willen komen over het snel ontwikkelen
van locaties voor aanvullende vormen van huisvesting. Deze woonvormen zijn bedoeld
voor woningzoekenden die snel huisvesting zoeken, waaronder starters, lokale spoedzoekers
en statushouders. Daarmee is het een aanvulling op reguliere sociale huurwoningen.
In mijn brief van 20 maart 2026 informeerde ik uw Kamer over mijn doelstelling om
vóór de zomer tot een concept convenant te komen over het ontwikkelen en opschalen
van deze woonvormen, welke moeten bijdragen aan de verlichting van de druk op de sociale
huursector. Dit heeft zijn uitwerking gekregen in de vorm van bouwstenen voor bestuurlijke
afspraken. We werken de komende maanden door aan een concrete set afspraken die aan
de achterbannen wordt voorgelegd. Middels deze brief informeer ik u hierover, mede
namens de Minister van Asiel en Migratie. De bouwstenen zijn als bijlage bijgevoegd.
Bouwstenen
De afgelopen periode heb ik samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG),
Vereniging van woningcorporaties (Aedes) en het Interprovinciaal Overleg (IPO), intensief
samengewerkt aan de bouwstenen voor bestuurlijke afspraken die moeten leiden tot de
versnelling en opschaling van aanvullende vormen van huisvesting voor een bredere
groep woningzoekenden.
Ik ben deze partijen erkentelijk voor hun constructieve houding in dit proces waardoor
het in dit korte tijdsbestek gelukt is om gezamenlijk tot deze bouwstenen voor een
bestuurlijk akkoord te komen.
Gelet op het woningtekort en de vele mensen die met spoed op zoek zijn naar een woning,
is een impuls nodig om – naast onverminderde inzet op het versnellen van de woningbouw
om te komen tot 100.000 woningen per jaar – ook aanvullende vormen van huisvesting
te realiseren. Door de toenemende druk op de asielopvang moet dit met extra urgentie
worden opgepakt. We werken daarom de bestuurlijke afspraken uit over de wijze waarop
aanvullende vormen van huisvesting kunnen bijdragen aan het vergroten van de beschikbare
wooncapaciteit voor een brede groep aan woningzoekenden, waaronder statushouders en
in de toekomst ook Oekraïense ontheemden. De ambitie hierbij is om met aanvullende
huisvesting de opgelopen achterstanden in te lopen en een deel van de halfjaarlijkse
taakstellingen voor het huisvesten van statushouders in te vullen.
Bij aanvullende vormen van huisvesting kan onder andere worden gedacht aan woonplekken
die op een manier afwijken van een permanente zelfstandige (nieuwbouw) woning, bijvoorbeeld;
woonruimten in verplaatsbare woningen, doorstroomlocaties, woningen die door transformatie
tot stand komen, woningdelen in bestaande en aanvullende sociale huurwoningen en nieuwe
of bestaande onzelfstandige woonruimten.
De intentie is dat in de bestuurlijke afspraken in het najaar overeen wordt gekomen
dat gemeenten met corporaties samen aan de slag gaan met lokale werkprogramma’s over
het realiseren van deze vormen van huisvesting. Doelstelling is zoveel mogelijk aan
te sluiten bij reeds lopende trajecten gericht op het versnellen van huisvesting van
statushouders en andere doelgroepen. Dit gebeurt mede aan de hand van succesvolle
voorbeelden in het land, met de ambitie om op te schalen en te versnellen.
Provincies geven in het brede(re) woondossier actieve ondersteuning aan gemeenten
en woningcorporaties voor de huisvesting van alle woningzoekenden, waaronder statushouders,
in reguliere, tijdelijke en aanvullende vormen van huisvesting door onder meer de
inzet van kennis, capaciteit en ondersteuning bij projectrealisatie. Daarnaast bereiden
provincies zich voor op – en geven uitvoering aan – de regierol in het kader van de
Wet versterking regie volkshuisvesting, inclusief regionale programmering van diverse
aandachtsgroepen.
Het Rijk committeert zich (in lijn met de motie van de leden Nobel en Flach1) aan actieve ondersteuning, onder meer door ondersteuning bij locaties, Rijksvastgoed,
regelgeving, uitvoeringsvraagstukken, kennisdeling en de verdere uitwerking van aanvullende
financiële instrumenten. Er wordt, onder andere, gewerkt aan een experiment met afgewogen
en gerichte verruimingen in het omgevingsrecht. De komende maanden wordt gezamenlijk
uitgewerkt welke aanvullende randvoorwaarden, middelen en ondersteuning nodig zijn
om gemeenten en woningcorporaties in staat te stellen aanvullende vormen van huisvesting
sneller en op grotere schaal te realiseren.
Vervolg
De volgende stap is om, vanuit de voorliggende bouwstenen, toe te werken naar bestuurlijke
afspraken tussen de VNG, Aedes en het IPO in het najaar van 2026. Zoals gezegd is
de druk op de asielopvang groot, en is het ook vanuit menselijk oogpunt van belang
dat statushouders sneller uitstromen uit de opvang. Ik roep daarom, mede namens de
Minister van Asiel en Migratie, gemeenten – en specifiek gemeenten die (fors) achterlopen
op de taakstelling – op om, vooruitlopend op het bestuurlijk akkoord, zich in te spannen
voor de realisatie van laagdrempelige aanvullende vormen van huisvesting. Het Rijk,
de VNG, Aedes en het IPO staan klaar deze gemeenten hierbij te ondersteunen.
Daarvoor wordt ook het aanjaagteam met kwartiermakers ingezet. Laagdrempelige vormen
van aanvullende huisvesting, zoals woningdelen, transformatie en doorstroomlocaties
bieden hiervoor mogelijkheden.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O'Sullivan
Bijlagen
Volgnummer
Naam
Classificatie
1
Bouwstenen – versnelde realisatie aanvullende vormen van huisvesting
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening