Motie : Motie van het lid Van der Plas over middelen voor bredere defensie- en veiligheidsuitgaven bestemmen voor infrastructuur
31 305 Mobiliteitsbeleid
Nr. 548
MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS
Voorgesteld 30 juni 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat noodzakelijk onderhoud aan wegen, bruggen, spoor en vaarwegen wordt
uitgesteld door geldgebrek;
overwegende dat deze infrastructuur ook onmisbaar is voor militaire mobiliteit en
de weerbaarheid van Nederland;
overwegende dat binnen de NAVO-afspraken ruimte bestaat om te investeren in kritieke
infrastructuur;
overwegende dat in september 2025 de motie-Wijen-Nass/Van Dijk is aangenomen, die
oproept om te inventariseren hoe investeringen kunnen worden toegerekend aan de aanvullende
1,5% voor nationale weerbaarheid binnen de NAVO-systematiek en infrastructuurprojecten
binnen Nederland;
verzoekt de regering bij de begroting voor 2027 een deel van de middelen voor bredere
defensie- en veiligheidsuitgaven te bestemmen voor onderhoud en versterking van infrastructuur
die aantoonbaar van belang is voor militaire mobiliteit,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van der Plas
Indieners
Caroline van der Plas, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Appreciatie:
Ontijdig
De minister of staatssecretaris vindt dat een motie te vroeg komt. Bijvoorbeeld omdat er nog een onderzoek loopt of omdat er nog een ander debat komt over het onderwerp van de motie. De bewindspersoon vraagt de indiener om de motie ‘aan te houden’: te wachten met stemming over de motie. Wil de indiener dat niet, dan stemt de Kamer alsnog.