Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Gewijzigd amendement van het lid Neijenhuis ter vervanging van nr. 15 over als uitgangspunt nemen dat wordt afgezien van een sanctie wanneer de betrokkene aannemelijk maakt dat sprake is van een vergissing
36 785 Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)
Nr. 20
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID NEIJENHUIS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER
NR. 15
Ontvangen 30 juni 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
Artikel I, onderdeel B, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale
verzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
II
In artikel I, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 17a als volgt gewijzigd:
1 In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank
aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
III
Artikel II, onderdeel B, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale
verzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
IV
In artikel II, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 39 als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank
aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
V
Artikel III, onderdeel B, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale
verzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
VI
In artikel III, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 17c als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank
aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
VII
Artikel IV, onderdeel C, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde zevende lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het college
aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het achtste lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
VIII
In artikel IV, onderdeel D, wordt het voorgestelde artikel 18a als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het college aannemelijk
is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
IX
Artikel IV, onderdeel G, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde zevende lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale
verzekeringsbank aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het achtste lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
X
In artikel IV, onderdeel H, wordt het voorgestelde artikel 47g als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank
aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XI
In artikel V, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 6ab als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank
aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XII
In artikel V, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 6b als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank
aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XIII
Artikel VI, onderdeel B, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde vierde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het vijfde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XIV
In artikel VI, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 14a als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XV
Artikel VII, onderdeel B, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde achtste lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het UWV aannemelijk
is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XVI
In artikel VII, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 27a als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het UWV aannemelijk is
dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XVII
Artikel IX, onderdeel B, onder 3, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XVIII
In artikel IX, onderdeel E, wordt het voorgestelde artikel 48 als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XIX
Artikel X, onderdeel D, onder 3, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het zesde lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XX
In artikel X, onderdeel F, wordt het voorgestelde artikel 2:69 als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXI
Artikel X, onderdeel I, onder 3, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXII
In artikel X, onderdeel L, wordt het voorgestelde artikel 3:40 als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2 In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXIII
Artikel XI, onderdeel B, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het college
aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXIV
In artikel XI, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 20a als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het college aannemelijk
is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXV
Artikel XII, onderdeel C, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het college
aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXVI
In artikel XII, onderdeel D, wordt het voorgestelde artikel 20a als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het college aannemelijk
is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXVII
Artikel XIII, onderdeel C, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het UWV aannemelijk
is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXVIII
In artikel XIII, onderdeel D, wordt het voorgestelde artikel 21 als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het UWV aannemelijk is
dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXIX
Artikel XIV, onderdeel A, onder 2, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde zesde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het zevende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXX
In artikel XIV, onderdeel D, wordt het voorgestelde artikel 29a als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXXI
Artikel XVI, onderdeel C, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde zevende lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het UWV aannemelijk
is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het achtste lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXXII
In artikel XVI, onderdeel F, wordt het voorgestelde artikel 91 als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het UWV aannemelijk is
dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXXIII
Artikel XVII, onderdeel G, onder 4, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde negende lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het tiende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
XXXIV
In artikel XVII, onderdeel H, wordt het voorgestelde artikel 45a als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid, onder b, vervalt «naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen aannemelijk is dat sprake is van een vergissing of anderszins».
2. In het negende lid wordt na «aanwezig zijn» ingevoegd «of aannemelijk is dat sprake
is van een vergissing».
Toelichting
Wat betreft het onderdeel «vergissing» is in het wetsvoorstel geen kan-bepaling opgenomen.
In plaats daarvan heeft de regering in het voorliggende wetsvoorstel met de zinsnede
«naar het oordeel van [het bestuursorgaan]» het grotendeels aan de uitvoeringsorganisatie
gelaten om in te schatten of er sprake is van een vergissing.
De indiener hecht eraan dat de rechtsbescherming van de betrokkene duidelijk is geborgd
in het wetsvoorstel. De indiener ziet daartoe meerwaarde in een andere formulering,
die bovendien meer recht doet aan de tekst uit de memorie van toelichting. De memorie
van toelichting spreekt namelijk over de mogelijkheid om af te zien van sanctioneren
wanneer het aannemelijk is dat er sprake is van een vergissing.
De indiener stelt voor als uitgangspunt te hanteren dat wordt afgezien van een sanctie
wanneer de betrokkene aannemelijk maakt dat sprake is van een vergissing. Een vergissing
kan in veel verschijningsvormen voorkomen. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een
kennelijke fout of verschrijving. In sommige gevallen kan niet meer gesproken worden
van een vergissing en is sprake van een verwijtbare overtreding, bijvoorbeeld als
een betrokkene gedurende langere tijd verplichtingen overtreedt. Het aanvoeren van
het verweer zich vergist te hebben kan in dat geval niet baten, de uitvoeringsprofessional
kan in deze gevallen de afweging maken om niet af te zien van sanctioneren maar alsnog
een sanctie op te leggen.
Net als met de huidige jurisprudentie rondom dringende redenen beoogt de indiener
dat integraal getoetst wordt aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het
uitvoeringsorgaan is verplicht een belangenafweging te maken waarvan de uitkomst niet
onevenredig mag zijn, in lijn met de afweging als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid
van de Awb. De bestuursrechter kan deze belangenafweging intensief toetsen.
Neijenhuis
Ondertekenaars
Stephan Neijenhuis, Tweede Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Oordeel Kamer
De minister of staatssecretaris is positief over de motie. Hij of zij wacht de uitkomst van de stemming in de Kamer af.
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen | Vergissing |
|---|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor | |
| VVD | 22 | Voor | |
| PRO | 20 | Voor | |
| PVV | 19 | Tegen | |
| CDA | 18 | Voor | |
| JA21 | 9 | Tegen | |
| FVD | 7 | Tegen | |
| Groep Markuszower | 7 | Tegen | Vergissing |
| BBB | 3 | Tegen | |
| ChristenUnie | 3 | Voor | |
| DENK | 3 | Voor | |
| PvdD | 3 | Voor | |
| SGP | 3 | Voor | |
| SP | 3 | Voor | |
| 50PLUS | 2 | Voor | |
| Keijzer | 1 | Tegen | |
| Volt | 1 | Voor |