Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 979 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het opnemen van een horizonbepaling met betrekking tot de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken
ARTIKEL I
ARTIKEL II
Nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Vreemdelingenwet
2000 een horizonbepaling op te nemen op grond waarvan de in artikel 106a van die wet
geregelde bevoegdheid tot het afnemen en verwerken van biometrische kenmerken en artikel
107, eerste lid, onderdeel a van die wet na vijf jaar van rechtswege vervallen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Vreemdelingenwet 2000 wordt als volgt gewijzigd:
Na hoofdstuk 9 wordt een artikel ingevoegd luidende:
Artikel 115
1. De artikelen 106a en 107, eerste lid, onderdeel a, van deze wet vervallen vijf jaar
na inwerkingtreding van dit artikel, tenzij vóór afloop van die termijn bij de Tweede
Kamer der Staten-Generaal een voorstel van wet is ingediend dat strekt tot voortzetting
van de in artikel 106a geregelde bevoegdheid.
2. Indien het in het eerste lid bedoelde voorstel van wet wordt verworpen, vervallen
de artikelen 106a en 107, eerste lid, onderdeel a, van deze wet op de dag waarop dat
voorstel wordt verworpen.
ARTIKEL II
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Asiel en Migratie,
De Minister van Asiel en Migratie,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.