Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid De Beer over het bericht ‘Oud-studenten verdwijnen in buitenland en betalen studieschuld niet terug: staat loopt 170 miljoen mis’
Vragen van het lid De Beer (VVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Oud-studenten verdwijnen in buitenland en betalen studieschuld niet terug: staat loopt 170 miljoen mis» (ingezonden 15 mei 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 25 juni
2026)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2057
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Oud-studenten verdwijnen in buitenland en betalen studieschuld
niet terug: staat loopt 170 miljoen mis»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat Nederlands belastinggeld, bedoeld voor
het volgen van hoger onderwijs, verloren gaat doordat oud-studenten zich aan terugbetaling
van hun studieschuld onttrekken?
Antwoord 2
Ja, wanneer personen met een studieschuld (hierna: debiteur) bewust geen contactgegevens
doorgeven bij vertrek naar het buitenland, en daarmee het terugbetalen van hun studieschuld
proberen te vermijden, vind ik dat onacceptabel. Tegelijkertijd komt het in de praktijk
niet vaak voor dat studieschulden verjaren doordat debiteuren in het buitenland onbereikbaar
zijn. Dit licht ik nader toe bij het antwoord op vraag 3. DUO slaagt er bovendien
al in om met de meeste debiteuren van wie de contactgegevens ontbreken weer in contact
te komen. Ik erken wel dat de invordering van studieschulden in het buitenland verder
verbeterd kan worden. Daarom neem ik in het wetsvoorstel Variawet studiefinanciering
een aantal maatregelen hiertoe.
Vraag 3
Klopt het dat studieschulden momenteel in bepaalde gevallen na vijf jaar verjaren
wanneer oud-studenten in het buitenland niet traceerbaar zijn en is u bekend hoeveel
schulden hierdoor de afgelopen vijf jaar zijn verjaard?
Antwoord 3
Indien een debiteur het maandelijkse aflosbedrag aan studieschuld niet terugbetaalt,
is er sprake van een achterstallige schuld voor dat gedeelte van de studieschuld.
Een achterstallige schuld is direct opeisbaar, waardoor DUO op elk gewenst moment
het recht heeft om die te innen bij de debiteur. Een vordering op een achterstallige
schuld kan alleen verjaren na vijf jaar als DUO geen actie onderneemt. DUO verricht
handelingen om de verjaring van de achterstallige schuld te voorkomen, door de vordering
van de debiteur te stuiten. Dit doet DUO door zowel tijdige berichten als betaalverzoeken
richting de debiteur in de MijnDUO-omgeving aan te maken en door adresonderzoek uit
te voeren. Hierdoor gaat een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar lopen en blijft
het niet-betaalde gedeelte van de studieschuld opeisbaar.
De inschatting is dat het niet vaak voorkomt dat achterstallige gedeelten van studieschulden
verjaren doordat debiteuren in het buitenland niet-traceerbaar zijn. Het gaat naar
verwachting om incidentele gevallen.2 Het exacte aantal gevallen is niet bekend, omdat DUO geen overzicht bijhoudt van
het totaal aan verjaarde studieschulden in de afgelopen vijf jaar.
Vraag 4
Welke landen werken op dit moment mee aan gegevensuitwisseling ten behoeve van het
innen van studieschulden en lopen er op dit moment gesprekken met andere landen om
dit mogelijk te maken?
Antwoord 4
Een aantal buitenlandse overheidsorganisaties verleent medewerking wanneer DUO vraagt
om gegevens van debiteuren, zodat contact met hen kan worden gelegd. Daarnaast heeft
DUO in het afgelopen jaar contact gelegd en gesprekken gevoerd met een aantal nieuwe
buitenlandse overheidsinstanties ten behoeve van het uitbreiden van gegevensuitwisseling.
Om berekenend gedrag van debiteuren zoveel mogelijk te voorkomen, kies ik ervoor om
geen opsommende lijst van individuele buitenlandse overheidsinstanties in deze beantwoording
op te nemen. Overigens geven de meeste debiteuren met wie DUO het toch gelukt is om
contact te leggen aan dat het niet actueel houden van een adres een kwestie van slordigheid
en onoplettendheid was. Zij treffen dan ook in veel gevallen regelingen met DUO om
de achterstanden in te lopen.
Naast gegevens opvragen bij buitenlandse overheidsinstanties is gegevensopvraging
ook in enkele landen een mogelijkheid via een contractpartner3. De gecontracteerde partij kan via lokale advocaten of deurwaarders toegang krijgen
tot adresregisters die DUO niet zelfstandig kan raadplegen.
DUO zet ook in op samenwerking met andere rijksdiensten voor het innen van studieschulden.
Zo heeft een pilot plaatsgevonden met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in Turkije
die DUO hielp om studieschulden te innen.
Vraag 5
Kunt u toelichten hoe de beperkte mogelijkheden in internationale gegevensuitwisseling
voor DUO zich verhouden tot de forse toename in internationalisering in het hoger
onderwijs?
Antwoord 5
Het gaat bij onbereikbare debiteuren voornamelijk om Nederlandse debiteuren die nu
in het buitenland wonen. Van de onbereikbare debiteuren heeft namelijk 78,7% de Nederlandse
nationaliteit. Veel van hen woonden op het moment dat zij studiefinanciering ontvingen
in de grensregio’s met Duitsland en België.
Het vermoeden van OCW en DUO is verder dat het voor een deel gaat om personen met
de Nederlandse nationaliteit die na hun studietijd in Nederland naar het buitenland
zijn verhuisd. Daarnaast bestaat waarschijnlijk een deel van de onvindbare debiteuren
uit personen die in het buitenland hebben gestudeerd met behoud van studiefinanciering
op grond van de Wsf 2000 en die nu nog steeds in het buitenland wonen.
Het aantal (on)vindbare debiteuren in het buitenland is daardoor dus niet direct te
relateren aan het aantal internationale studenten in het hbo en wo. Wel is het aannemelijk
dat de toename van het aantal internationale studenten ertoe leidt dat in de toekomst
een groter aandeel van de debiteuren vanuit het buitenland hun studieschuld zal aflossen.
Met het wetsvoorstel Variawet studiefinanciering, dat nu in internetconsultatie is,
wil ik DUO extra instrumenten geven om studieschulden in het buitenland effectiever
te kunnen innen. Hier ga ik bij het antwoord op vraag 9 nader op in.
Vraag 6
Kunt u aangeven hoeveel van deze onbereikbare debiteuren de Nederlandse nationaliteit
hebben of studiefinanciering hebben ontvangen op basis van een verblijfsvergunning
type II, III, IV of V?
Antwoord 6
In onderstaande tabel is het aantal onbereikbare debiteuren opgenomen uitgesplitst
naar nationaliteit.
Nationaliteit
Aantal
Aandeel
Nederlands
18.076
78,7%
EER
1.444
6,3%
Overig*
3.460
15,0%
totaal
22.980
100%
Peildatum: 4 juni 2026.
Studenten die studiefinanciering ontvangen op grond van een verblijfsvergunning type
II, III, IV of V maken onderdeel uit van de categorie overig. Het is niet mogelijk
om deze apart inzichtelijk te maken.4
Vraag 7
Heeft u inzicht in hoeveel internationale studenten op dit moment Nederlandse studiefinanciering
ontvangen dan wel lenen via DUO? Hoeveel van hen keren na hun studie terug naar of
verblijven in het buitenland?
Antwoord 7
In 2025 ontvingen circa 76.000 niet-Nederlandse studenten5 een vorm van studiefinanciering. Van hen maakten circa 19.500 gebruik van een rentedragende
leningen en/of collegegeldkrediet. Het gaat hierbij om mbo-, hbo- en wo-studenten
die in 2025 minimaal één maand studiefinanciering van DUO ontvingen.
Het overgrote deel van de niet-Nederlandse studenten dat studiefinanciering ontvangt,
komt uit landen binnen de EER. Uit onderzoek van Nuffic naar de stayrates van internationale afgestudeerden studenten6 blijkt dat van de groep die in studiejaar 2018–2019 is afgestudeerd, na vijf jaar
24,3% nog in Nederland woont en werkt.
Naast niet-Nederlandse studenten met Nederlandse studiefinanciering is het ook belangrijk
te benadrukken dat Nederlandse studenten óók internationale studenten kunnen zijn
die in het buitenland studeren met behoud van studiefinanciering op grond van de Wsf
2000 (meeneembare studiefinanciering). In 2025 ging het om totaal 14.692 studenten
waarvan ruim 91% de Nederlandse nationaliteit had.
Vraag 8
Welke mogelijkheden heeft DUO op dit moment om oud-studenten die in het buitenland
verblijven op te sporen en hun studieschuld te innen?
Antwoord 8
Het in contact komen met debiteuren in het buitenland is arbeidsintensiever voor DUO
in het buitenland dan in Nederland, omdat DUO niet geautomatiseerd beschikt over actuele
adresgegevens van debiteuren die buiten Nederland wonen. DUO is hiervoor grotendeels
afhankelijk van informatie die door de debiteur zelf wordt verstrekt. Naast het versturen
van berichten via de Mijn DUO-omgeving zijn er verschillende andere mogelijkheden
om (te proberen) in contact te komen met de debiteur.
Persoonsgericht Innen en gegevensopvraging bij buitenlandse overheidsinstanties
Wanneer een studieschuld niet wordt terugbetaald en het adres van de debiteur niet
bekend is bij DUO, worden deze intern DUO overgedragen voor adresonderzoek (traceren)
en proactieve benadering. Het doel hiervan is om betalingsachterstanden zo veel als
mogelijk te voorkomen en op te lossen, met oog voor de situatie van de debiteur. Zo
kan DUO via een eigen account op sociale media de debiteuren benaderen of op basis
van sociale media proberen om meer informatie te verkrijgen over de verblijfplaats
van de debiteur. Indien sprake is van een land waar succesvol gegevens aan de buitenlandse
overheidsinstantie kunnen worden gevraagd, kan vervolgens een adresbevraging worden
gedaan bij een buitenlandse overheidsinstantie.
Incassobureaus en gerechtelijke procedures
In het buitenland kan DUO niet zelfstandig een dwangbevel uitvaardigen om zonder tussenkomst
van de rechter executiemaatregelen op te kunnen leggen, zoals beslaglegging. DUO moet
daar gebruik maken van buitenlandse incassobureaus voor de inning van studieschulden,
voor zover bekend is waar de oud-student verblijft.
Indien een oud-student niet vrijwillig betaalt of meewerkt via het incassobureau,
kan DUO ook rechtszaken tegen debiteuren voeren in het buitenland. Deze gerechtelijke
procedures vinden plaats volgens de toepasselijke internationale privaatrechtelijke
regels. Deze procedures verschillen per land en zijn doorgaans tijdrovender, duurder
en complexer dan in Nederland. Bovendien is gerechtelijke inning niet in alle landen
mogelijk, bijvoorbeeld doordat er geen toepasselijk verdrag bestaat of de lokale regelgeving
onvoldoende mogelijkheden biedt voor het effectief uitvoeren van een rechterlijke
uitspraak of beslissing.
Paspoortsignalering en systeem Executie en Signalering
Wanneer een studieschuld niet wordt betaald, de betalingsachterstand hoger is dan
€ 5.000,– en er geen bekend buitenlands adres is kan DUO gebruik maken van paspoortsignalering
bij Nederlandse debiteuren. De student krijgt dan pas een nieuw paspoort als de achterstand
is betaald of een betalingsregeling is overeengekomen met DUO. Bij een zeer hoge achterstand
(vanaf € 45.000) kan DUO gegevens van een debiteur laten opnemen in het systeem Executie
en Signalering, waarbij het paspoort wordt ingenomen wanneer de debiteur Nederland
binnenkomt.
Vraag 9
Zijn deze huidige instrumenten volgens u voldoende effectief? Zo nee, welke aanvullende
maatregelen overweegt u om het innen van dit soort studieschulden te verbeteren?
Antwoord 9
DUO slaagt erin het merendeel van alle maandelijkse aflosbedragen van studieschulden
binnen twaalf maanden na opeisbaarheid te innen. Dit laat zien dat het inningsbeleid
over het algemeen effectief is. Tegelijkertijd blijkt dat de inning van studieschulden
bij debiteuren in het buitenland uitdagender is dan bij debiteuren in Nederland. Hoewel
DUO met veel debiteuren van wie de contactgegevens ontbreken uiteindelijk in contact
komt, erken ik dat de invordering van studieschulden in het buitenland verder verbeterd
kan worden. Daarom stel ik, met het wetsvoorstel Variawet studiefinanciering dat nu
in internetconsultatie is, een aantal maatregelen voor om het innen van studieschulden
in het buitenland te verbeteren:
– Met de bereikbaarheidsplicht worden scholieren, studenten en debiteuren verplicht
om hun actuele contactgegevens aan DUO door te geven, zodat DUO deze betrokkenen kan
bereiken en eventuele studieschulden effectiever kan innen.
– Indien DUO geen actuele contactgegevens ontvangt van de betrokkene zelf, dan kan DUO
ook contactgegevens ophalen bij andere bestuursorganen in Nederland (zoals de Belastingdienst)
of autoriteiten in het buitenland waar de betrokkene verblijft. Volgens de huidige
wet heeft DUO al deze bevoegdheden om bepaalde informatie uit te wisselen met andere
bestuursorganen en andere staten, maar met dit wetsvoorstel worden deze bevoegdheden
geëxpliciteerd en verduidelijkt, waardoor het voor de debiteur ook duidelijk is welke
gegevens uitgewisseld kunnen worden.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.