Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 971 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering BES in verband met de strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme en het in het openbaar betuigen van steun aan terroristische organisaties (strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties)
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
ARTIKEL VII
Nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de gedurende de afgelopen
decennia toegenomen (online) verspreiding van terroristische boodschappen wenselijk
is om het strafrechtelijk instrumentarium ter bestrijding van terrorisme en daarmee
samenhangende activiteiten te verbreden door het verheerlijken van terrorisme en het
in het openbaar betuigen van steun aan terroristische organisaties strafbaar te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
In het Wetboek van Strafrecht worden na artikel 132 drie artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 132a
Degene die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, een gepleegd
terroristisch misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving levenslange gevangenisstraf
is gesteld, verregaand looft of prijst, wordt, als schuldig aan het verheerlijken
van terrorisme, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete
van de derde categorie.
Artikel 132b
1. Degene die een geschrift of afbeelding waarin een terroristisch misdrijf als bedoeld
in artikel 132a verregaand wordt geloofd of geprezen, verspreidt, openlijk tentoonstelt
of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in
voorraad heeft, wordt, indien diegene weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat
in het geschrift of de afbeelding zodanige verheerlijking voorkomt, gestraft met gevangenisstraf
van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft degene die, met gelijke wetenschap of een gelijke
reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.
Artikel 132c
Degene die in het openbaar steun betuigt aan een organisatie die van rechtswege is
verboden of waartegen op grond van artikel 2, tweede lid, van de Sanctiewet 1977 met
het oog op de bestrijding van terrorisme een aanwijzingsbesluit is vastgesteld, om
te bevorderen dat anderen het oogmerk van die organisatie om terroristische misdrijven
te plegen delen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of
geldboete van de derde categorie.
ARTIKEL II
In artikel 67, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering wordt na
«132,» ingevoegd «132a, 132b, 132c,».
ARTIKEL III
In het Wetboek van Strafrecht BES worden na artikel 138a drie artikelen ingevoegd,
luidende:
Artikel 138b
Degene die, mondeling of bij geschrifte, in het openbaar, een gepleegd terroristisch
misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving levenslange gevangenisstraf is gesteld
verregaand looft of prijst, wordt, als schuldig aan het verheerlijken van terrorisme,
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de eerste
categorie.
Artikel 138c
Degene die een geschrift, waarin een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel
138b verregaand wordt geloofd of geprezen, met het oogmerk om aan die verheerlijkende
inhoud ruchtbaarheid te geven of de ruchtbaarheid daarvan te vermeerderen, verspreidt,
openlijk tentoonstelt of aanslaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
een jaar of geldboete van de eerste categorie.
Artikel 138d
Degene die in het openbaar steun betuigt aan een organisatie die in een bindend besluit
als bedoeld in artikel 14a van de Sanctiewet 1977 met het oog op de bestrijding van
terrorisme is aangewezen of waartegen op grond van artikel 14 in verbinding met artikel
2, tweede lid, van de Sanctiewet 1977 met het oog op de bestrijding van terrorisme
een aanwijzingsbesluit is vastgesteld, om te bevorderen dat anderen het oogmerk van
die organisatie om terroristische misdrijven te plegen delen, wordt gestraft met gevangenisstraf
van ten hoogste twee jaren of geldboete van de eerste categorie.
ARTIKEL IV
In artikel 100, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering BES wordt
na «een van de misdrijven omschreven in de artikelen» ingevoegd «138b, 138c, 138d,».
ARTIKEL V
Indien het bij koninklijke boodschap van 17 februari 2026 ingediende voorstel van
wet houdende regels over de uitvoering van internationale sanctiemaatregelen (Wet
internationale sanctiemaatregelen) (Kamerstukken II 2025/26, 36 898, nr. 2) tot wet is of wordt verheven en die wet:
a. eerder in werking treedt of is getreden dan deze wet, wordt deze wet als volgt gewijzigd:
1. In artikel I, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 132c «artikel 2, tweede
lid, van de Sanctiewet 1977» vervangen door «artikel 2.1.1, eerste lid, van de Wet
internationale sanctiemaatregelen».
2. In artikel III, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 138d «een bindend
besluit als bedoeld in artikel 14a van de Sanctiewet 1977 met het oog op de bestrijding
van terrorisme is aangewezen of waartegen op grond van artikel 14 in verbinding met
artikel 2, tweede lid, van de Sanctiewet 1977» vervangen door «een bindend besluit
als bedoeld in artikel 9.1 van de Wet internationale sanctiemaatregelen met het oog
op de bestrijding van terrorisme is aangewezen of waartegen op grond van artikel 1.2
in verbinding met artikel 2.1.1, eerste lid, van de Wet internationale sanctiemaatregelen».
b. later in werking treedt dan deze wet, worden na artikel 10.24 van die wet twee artikelen
ingevoegd, luidende:
Artikel 10.25 Wijziging Wetboek van Strafrecht
In artikel 132c van het Wetboek van Strafrecht wordt «artikel 2, tweede lid, van de
Sanctiewet 1977» vervangen door «artikel 2.1.1, eerste lid, van de Wet internationale
sanctiemaatregelen».
Artikel 10.26 Wijziging Wetboek van Strafrecht BES
In artikel 138d van het Wetboek van Strafrecht BES wordt «een bindend besluit als
bedoeld in artikel 14a van de Sanctiewet 1977 met het oog op de bestrijding van terrorisme
is aangewezen of waartegen op grond van artikel 14 in verbinding met artikel 2, tweede
lid, van de Sanctiewet 1977» vervangen door «een bindend besluit als bedoeld in artikel
9.1 van de Wet internationale sanctiemaatregelen met het oog op de bestrijding van
terrorisme is aangewezen of waartegen op grond van artikel 1.2 in verbinding met artikel
2.1.1, eerste lid, van de Wet internationale sanctiemaatregelen».
ARTIKEL VI
Onze Minister van Justitie en Veiligheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding
van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
van deze wet in de praktijk.
ARTIKEL VII
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.